De sprong naar de grote vissenkom

Tijdens de zoveelste slapeloze nacht waarin ik lig te piekeren over vragen als ‘Hoe moet dit nou? Dit kan toch zo niet verder? Moet ik blijven of weggaan?’, ben ik het ineens beu. Ik sta op om in het holst van de nacht mijn ontslagbrief te schrijven. Het voelt meteen juist; dit moet ik doen. De kogel is door de kerk, ik stap uit de praktijk. Vervol- gens brandt de brief nog drie dagen in mijn jaszak voor ik hem op het bureau van mijn collega durf neer te leggen.

Vijftien jaar werk ik met hart en ziel in deze praktijk. En als ik al die hart en ziel niet in mijn patiënten gestoken had, en van hen ook niet zo enorm veel had teruggekregen, was ik al een jaar of drie eerder gestopt. De vraag ‘blij- ven of weggaan’ steekt namelijk al een hele tijd geregeld de kop op. Vooral na werkdagen met het helse ritme van Herman van Veens ‘ren- nen, springen, vliegen, duiken, vallen, opstaan en weer doorgaan’. Dit ongezonde tempo wil ik niet nog eens twintig jaar volhouden. Ik ga op zoek naar een werkplek met ademruimte. Ik wil geloven dat zo’n plek bestaat, al wordt er in de zorg overal heel hard gewerkt.

Ik ga het meemaken. En tot die tijd ga ik ge- woon wat freewheelen: waarnemingen doen en diensten draaien. Want ik ben wel kost- winner. Er moet brood op de plank komen, en de oudste gaat volgend jaar studeren en op kamers wonen.
Gelukkig hoef je als huisarts nooit om werk verlegen te zitten. Je kunt diensten draaien tot je een ons weegt. Dat is een jne bijkomstig- heid overigens. Al vind ik een ons dan weer te weinig, ik ben al blij met een kilo of tien stressvetrolletjes minder.
Een moeder die lekkerder in haar vel zit, dat gun ik mijn kinderen ook zo. Toen ik eenmaal bedacht: ‘wat voor voorbeeld ben ik nou eigenlijk voor mijn kinderen, als ik klaag over het werk, futloos rondhang als ik weer eens in het rood ben gegaan, maar er ondertussen wel blijf werken?’, was dat net het laatste zetje om de sprong te durven wagen.
Griezelig spannend, dat zeker, maar stiekem ben ik ook wel heel nieuwsgierig naar wat er nu op mijn pad zal komen. Of ‘het universum’ mij gaat belonen voor deze moedige stap. Laat al die positieve trillingen mijn kant maar op komen en mijn chakra’s maar vibreren.

Dat deze stap ervan moest komen, was achteraf zo duidelijk als wat: mijn (nog altijd papieren) agenda had ik vorig jaar versierd met het plaatje van een lieveheersbeestje dat op een gele margriet kruipt. Het heeft de weg van de lange groene steel al afgelegd en bengelde aan de onderkant van een geel bloemblaadje, klaar om de overhangende klif te nemen. Er- boven prijkt de wijsheid: ‘Believe you can and you are halfway there.’ Die aansporing had ik duidelijk nodig.

Ook op het prikbord bij mijn bureau hangt al jaren een prikkelende tekening: twee vissen- kommen, een kleine en een grote. In de kleine vissenkom zwemt een goudvisje dat duidelijk zin heeft om te springen naar de grote kom. Boven zijn kopje lonkt de wervende tekst: ‘De job die je past’.

Al heb ik verdriet over het achterlaten van mijn patiënten en de warme vertrouwensband die ik met hen heb – hoewel ik gelukkig een kei van een opvolger heb gevonden – ik ga op ontdekkingstocht. Ik spring die grote vissen- kom in. Oh, wat heb ik er zin in.

(Deze column verscheen eerder in gezondNU, editienummer xx – jaargang 2016 – © www.gezondnu.nl. )

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.