Was ik maar een kat

Zondagmiddag halfzes, uiterst voldaan zit ik met een rosé aan de tuintafel na te genieten van de dag. De mailbox is weer opgeruimd, de weekendkranten zijn gelezen, vanochtend genoot ik van een heerlijke ‘Overlezen’ in de Warande met een acrobatievoorstelling als toetje. Ik heb gewandeld, yoghurt-ijs gemaakt, een loupebril besteld en me ingeschreven voor een paar leerrijke nascholingen. Dyslipidemie, een mindfulnesslezing met als thema ‘Heel het leven’, en een avond van het Palliatief Netwerk over ‘Natuurlijk sterven, hoe ging dat ook al weer?’ als u het precies wil weten. De dood blijft een boeiend studieonderwerp dat me blijft fascineren. Zolang ik er tenminste zelf nog niet aan hoef te geloven want ik ben veel te hard aan het genieten.

Ik heb zin in de nieuwe werkweek – vooral in de fietstocht heen en terug – maar voorlopig is het nog zondag en is de dag nog mooi en de avond nog lang genoeg om samen buiten te eten als straks iedereen weer thuiskomt van de zondagse bezigheden: man en zoon hebben de hele dag in Gunfire heelder troepen bezoekers in goede banen geleid, stoere dochter heeft ondanks een bont en blauwe omgeslagen enkel paardrijles gegeven en de oudste ligt wellicht nog te bekomen van een interview voor zijn onderzoeksbeurs want de berichtjes die ik hem vandaag gestuurd heb, zijn nog steeds niet gelezen.
Iedereen lekker bezig, zo heb ik het graag.

Té is nooit goed, behalve in ‘tevreden’. Ik heb stilaan door dat ik steeds meer leef in overeenstemming met de waarden die voor mij belangrijk zijn in het leven: met stip op één is dat vrijheid. Bijna even belangrijk daarnaast zijn: bewegen, gezondheid, creativiteit, van betekenis kunnen zijn voor anderen, voldoende tijd voor stilte/rust/alleen zijn maar evengoed me verbonden voelen met anderen. En naast dat alles gedij ik bij geprikkeld worden door nieuwe ervaringen, inspirerende mensen, aanstekelijke muziek. Me erkend en gewaardeerd voelen heb ik ook nodig, net als ieder mens.
In dat alles word ik de laatste tijd ruimschoots voorzien.

Was ik een kat, ik lag te spinnen van tevredenheid.
Of toch maar niet. Een kat mag geen rosé.