Lief dagboek

‘Lief dagboek…wil je mijn vriendje worden? Ik zal je alles vanaf nu vertellen!’

eerste dagboek

Mijn eerste dagboekje kreeg ik in 1980 van mijn lieve kromme grijze pianojufje, mevrouw Denis. Ik was twaalf. Ik ben nooit meer gestopt met schrijven.

Puberlief en -leed vond er zijn plek en later was het het zachte kussen waar het leven van dag tot dag mocht landen, even stoom af kon blazen en het hoofd te rusten mocht leggen. Vanaf nu – met zesendertig jaar vertraging en bijwijlen het schaamrood op de kaken –  een letterlijk stukje van mijn leven.
De namen heb ik veranderd, verder is alles waar.

‘I have to go to the painfull places. It must be true.’
Karl Ove Knausgård

Het gaat over onzekerheid en over leven met je eigen middelmatigheid. Het publiceren van dit dagboek is een ‘oefening in schamen’. Wat meer dan dertig jaar geleden is, is soms al lastig genoeg om in al zijn eerlijke naaktheid te laten zien. Het is zaak nu eelt te kweken, zodat ik – als ik honderd ben –  de zinnen van vandaag durf publiceren. 🙂

12 mei 1980 – ik ben twaalf

dagboek, eerste blad

“Dit boekje is van Martine Schrage.
Ik heb het van juffrouw Denis op 12 mei 1980 gekregen voor mijn communie op 11 mei 1980.

Hier volgt een heel melodramatische pagina die ik schreef toen ik een uk was, maar veel ervan is waar. Lees alsjeblieft niet in dit boek, wat zou je ervan vinden als ik alles over jou wist? Dat is het rotste gevoel dat er is. Ik weet heus wel dat het verleidelijk is om alles te lezen, maar voor je dat doet, denk even 1 minuut bij jezelf na wat je jou en mij aandoet? (voor het leven! Vertrouwen, dat woord wordt dan vermoord.)

(Dit is dus de enige pagina die gelezen mag worden):
Wie ooit dit boekje vindt,…
Wie ooit in dit boekje gaat lezen,…

WAARSCHUW IK:
– een mens heeft privacy nodig, en dit is het mijne
– hier staan geheimen en gevoelens in, die niet voor de buitenwereld bestemd zijn
– er zal een vloek over hem komen
– hij zal geen rust meer hebben
– zijn geweten zal hem aanklagen
– als ik sterf, wil ik dat het met mij gecremeerd wordt, ofwel dat het verbrand wordt als ik mijn lichaam aan de wetenschap schenk

(Dit alles telt niet voor degene aan wie ik het zou geven om te lezen)”