jij, de auto en ik

Volvo 240

Het begon met een oude vierkante Volvo. Een zilvergrijze 240. We hebben er de hele Ardennen mee uitgekamd na een afvaart van de Lesse in een lekke kano in 1986. GPS bestond nog niet, ik las de kaarten.
Nadien volgden: een paarlemoeren  Citroën CX (een ‘limousine’ vanwege de extra halve meter beenruimte achterin), een groene Nissan Sunny (die een keer lelijk bekrast werd, waarschijnlijk vanwege de zwarte militaire nummerplaat, een zogenaamde ‘boefer-plaat’), waarna wederom een Volvo, deze keer een bruine 460, door Eveline uitgescholden voor ‘burgerbak’.

Voor één dag hadden we ook een zwarte Citroën Traction Avant. Dat was op 17 mei 1996, onze trouwdag. We waren net Bonny en Clyde, jij onderstreepte dat nog door er een dikke sigaar bij te pakken voor de foto. De Borsalinohoed had je al.
Een vloek en een zucht later waren we ineens drie kinderen rijker, twintig jaar getrouwd en dertig jaar na de zilvergrijze 240.

Trouwfoto 72 dpi

‘Jij bent alleen maar iets met Wim begonnen om zijn auto’, verweet mijn moeder me op mijn achttiende.

Ze was het niet eens met mijn keuze, waarom bracht ik geen dokter of – als het dan toch een militair moest zijn – minstens een officier mee naar huis? Tot we jaren later kinderen kregen. En ze instant smolt voor haar eerstgeboren kleinzoon en de lieverdjes die volgden. Toen was je ineens de beste man op de hele wereld.
Wat je voor mij altijd al was.

Jij, de auto en ik. Nu zijn het functionele burgerbakjes geworden. Al hebben we tussendoor nog eens genoten van een hele oude nog vierkantere Volvo: een bruine 245 met een extra achterbankje in de koffer. Dat vonden de kinderen helemaal geweldig: achterstevoren in de koffer met uitzicht op de auto’s achter ons.
Wij speelden er familie Flodder mee: aanhangwagen erachter, motor daarop en aan een slakkengangetje van vijftig kilometer per uur de bergen op in Frankrijk. Want bruintje 245 trok het amper, al die last. Maar wat hadden we een lol.

We smolten ook toen je een keer een oude vierkante Volvo als vervangwagen meekreeg. Een lichtblauwe deze keer. Kinderen allemaal uit logeren, en wij meteen de hort op. Van deze gelegenheid moest meteen gebruik gemaakt worden. En ondertussen maar hopen dat de garage je auto niet gerepareerd kreeg.

Al die auto’s… maar euh een rijbewijs heb je nooit gehaald. Met je tankrijbewijs stapte je naar de gemeente. Als een man met een tank kan rijden, kan hij dat ook met een auto, moeten ze daar gedacht hebben. Je kreeg je rijbewijs zo mee.
Proefondervindelijk kan ik melden dat die redenering klopt: ik voel me bij jou in de auto zo veilig als in een tank.
Mama had gelijk. Ik ben voor je auto gevallen.

Geplaatst in: Blog

3 gedachten over “jij, de auto en ik

  1. Wim schreef:

    Dank je lieve schat voor het mooiste cadeau dat een man van zijn vrouw kan krijgen voor hun trouwverjaardag. Schrijven kan ik niet maar ik wil wel mijn best doen om er nog eens minstens 20 jaar aan te breien.
    Wim

  2. Sofie schreef:

    Ik zag jullie vanochtend nog rijden – niet met de auto maar met de fiets. Samen op 1 fiets, Wim aan het stuur en jij achterop in amazone. Net een tienerstel. Pas getrouwd of nog niet. Proficiat met jullie 20 jaar + 1 dag huwelijk.

  3. Manna schreef:

    Wát ’n leueueuk verhaal. En wat ’n leuke reacties ook, zo grappig.
    En ja hoor, ik had ook zo’n oude station 245, Volvo dus. Súúúper bak met loodzware deuren. Rijden als een tierelier. Precies wat je schrijft.
    Maar wat een leuk verhaal!

Reacties zijn gesloten.