vakantie in eigen land

Met de zon op mijn gezicht, de wind in mijn haar en twee stokbroden die als vlaggenstokken uit mijn fietstas steken, katapulteert mijn herinnering me een jaar terug in de tijd. Vorige zomer zaten we in Bretagne, en van de gelukzalige ochtendritjes naar de bakker daar heb ik een jaar lang nagenoten.

Ook nu zijn we op vakantie, en fiets ik terug van een uitstapje naar de bakker. De wegen zijn even stil, het stokbrood is even lekker en de ritjes naar de bakker zijn even genoeglijk.
Het grote verschil deze vakantie? We hebben er maar anderhalf uur voor moeten rijden en ik ga thuiskomen met versleten remblokjes. Bretagne was een stuk platter dan het fraaie stukje Vlaamse Ardennen waar we deze keer via HomeExchange met ons gat in de boter gevallen zijn. Hoe idyllisch is het hier! Ik kijk vanop het terras via een lieflijk zwemvijvertje uit over de glooiende tuinen tot de rand van het bos even verderop in het dal. Het is hier zo mooi. En dan te zeggen dat we deze streek amper kenden. Vakantie in eigen land is echt geen straf.
Gisteren hebben we een lange wandeling gemaakt rond Brakel. Onze kuiten en bilspieren hebben het geweten, dit glooiende landschap vraagt een stevige inspanning, of je nu wandelt of fietst. Zélfs voor iemand die een beetje fietsen wel gewoon is én een electrische fiets heeft – ik weiger pertinent om een andere dan de eco-stand te gebruiken. Puffend en hijgend kruip ik de heuvel op naar ons vakantiehuis, waar de beloning groot is: ontbijt op het terras, krant en koffie erbij en een croissant die ik dus net in het buitenland ben gaan halen.

Want niet alleen de rust en het mooie landschap geeft me hier een buitenlandgevoel, ook bij de bakker waande ik me ver weg van België. Wandel vanaf onze vakantieplek het Brakelbos door en je komt uit in Wallonië, in het prachtige en doodstille Pays des Collines. Ik moest er Frans spreken, van contactloos betalen hadden ze hier nog nooit gehoord, maar met Bancontact lukte het nog net – cash geld heb ik tegenwoordig nooit meer op zak; afgezworen sinds het begin van de lockdown. Toen die Bancontact transactie pas na drie volle minuten afgerond was, dacht ik echt dat ik aan het einde van de wereld beland was. Zalig!

Dirk en Jos, onze gastheer en gastvrouw hier in Brakel, zijn schatten van mensen die ons met de beste zorgen omringen. Het leuke van huizenruil is dat je in een echt huis terechtkomt en zo meteen vanuit een heel andere invalshoek de omgeving ontdekt dan vanuit de typische toeristenplekken. Ook zijn huizenruilers altijd van de behulpzame soort: elke keer al stonden er fietsen ter beschikking voor ons en lagen er een hoop gidsen en kaarten van de omgeving klaar. En nog een mooie mogelijkheid: je kan ook huisruilen met enkel punten, zodat je niet op hetzelfde moment van elkaars huis gebruik maakt als de timing je op een ander moment beter uit zou komen.
Nee, we komen hier in België niets tekort. Zelfs de zee missen we niet. Bretagne was onze eerste HomeExchange-ervaring, en meteen een geweldige voltreffer. En ook deze keer is het verblijf een schot in de roos.
Voor ons voorlopig niets anders dan de huizenruil formule van HomeExchange. En als ik jou met mijn verhaal heb doen watertanden en jij ook zin krijgt in zo’n Coronaproof huizenruilvakantie met HomeExchange, stuur me dan even een mailtje. Als jij namelijk lid wordt via het linkje dat ik jou doorstuur, dan krijg ik weer wat extra HomeExchange punten …

… en kan ik verder dromen van nieuwe plaatsen om te ontdekken en andere bakkers om naartoe te fietsen.
Zolang die stokbrood en croissants blijft bakken, ben ik een gelukkig mens.

nog beter bezig

Haha, hoe fijn is het om soms ingehaald te worden door de feiten! Mijn blog was nog niet koud of de maatregel van de mondmaskers werd al teruggedraaid.
Ik kom net terug van de laatste les van de mindfulnesstraining, was daarvan weer heerlijk tot mezelf gekomen en alle boosheid was door het raam naar buiten de mooie zomeravond in gevlogen, en check bij thuiskomst nog even de mail. En daar staat het. Zwart op wit: ‘Gelet op het advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie dat intensief sporten met mondneusbedekking een gezondheidsrisico inhoudt, geldt deze verplichting evenmin tijdens het intensief sporten.  Dit op voorwaarde dat de sport beoefend wordt in daartoe bestemde sportinfrastructuur en/of op plaatsen en momenten waarop het risico op overdracht van het virus nagenoeg nihil is door de kortstondigheid van het eerder occasioneel kruisen of passeren van een personen’.
In het interview met Cathy Berx in De Morgen, licht ze het nog duidelijk toe als de journalist deze vraag stelt: ‘Tijdens intensief sporten moet een mondmasker dus niet, maar wat als je gaat wandelen in de Kalmthoutse Heide?’
Berx: “Wandelen is ook een sport. Bovendien is de context cruciaal. Als je mensen slechts occasioneel kruist of voorbijsteekt, zoals in de Kalmthoutse Heide, dan is een mondmasker niet verplicht.”

Oh, daar krijg ik een warm hart van. Vertoon van gezond verstand, hoera!
Had ik trouwens al genoeg benadrukt dat ik groot respect heb voor Cathy Berx? Zelfs als ze haar toevlucht had moeten nemen tot die draconische maatregel van mondmaskers overal en altijd, dan was dat enkel omdat ze de ondankbare taak had om de meubelen te redden van een huis dat al smartelijk mismeesterd was door vorige huisvaders.

Hoera dus voor Cathy Berx en haar gezond verstand. Hoera dat ik mijn patiënten weer de natuur in kan sturen zonder mondmasker op plaatsen waar dat kan, zodat ze het allemaal blijven volhouden op een menselijke manier. En hoera dat ik morgen weer lekker rond mag crossen op de fiets zonder uitgekafferd te worden door verzuurde leden van de mondmaskermaffia.

Nu snel naar bed. En morgen gezond weer op!

goe bezig

Laten we het er maar op houden dat de ochtend niet sprankelend begon. Het inbraakalarm ging af (door een stroomstoring), onderweg snauwde een zestigplusser me giftig toe dat ik ‘goe bezig was’ omdat mijn mondmasker aan mijn stuur hing in plaats van op mijn gezicht (het was acht uur ’s ochtends en behalve die ene verzuurde mevrouw was er geen kat op de baan) en bij de kapper moest ik drie kwartier wachten. Toen ik vervolgens mijn telefoon uit mijn tas wou vissen om de wachttijd te doden met de digitale krant, bleek mijn dochter die niet terug gestoken te hebben nadat ze hem vanochtend had geleend om haar kledingbudget na te kijken. Ze weet nog niet welke straf haar boven het mooie hoofdje hangt.

Allemaal olie op het vuur dat toch al lag te smeulen. Een boze onderstroom die niet aflatend gevoed wordt door dom beleid. Eerst lange tijd too little too late, terwijl de pandemie weer aan kracht won en daar geen degelijk antwoord op kwam behalve een falende contactopsporing. Daarna too much too late. Falende nationale overheden worden nu overgecompenseerd door maatregelen van regionale overheden die grommend hun tanden laten zien. Waarom moeten mensen mondmaskers dragen op desolate wegen of op wandel in het bos? Het heeft totaal geen zin, het gaat het virus niet tegenhouden, en ik krijg alleen maar nóg moedelozer patiënten op raadpleging. Met man en macht probeer ik ze al maanden uit hun kot aan het bewegen te krijgen om niet weg te zinken in het moeras van angst en depressie. ‘Elke dag een half uur bewegen, liefst in de natuur’ is al jaren mijn advies tegen spanningen, stress, angst en slaapprobleen. Ik ben blij met de algemene mondmaskerverplichting op alle plaatsen waar veel mensen zijn, maar als er in een wijde cirkel om je heen geen kat te bespeuren valt, dan is dat masker volstrekt nutteloos en een onredelijke straf voor wie al lang heel braaf de richtlijnen volgt.

En nog veel erger dan die algemene mondmaskerplicht is de laksheid omtrent reizen. Wat voor nut heeft het om in het bos mondmaskers te dragen terwijl men ondertussen lustig naar verre buitenlanden vliegt? It’s the economy, stupid. Dat geld moet blijven rollen en vliegtuigen blijven vliegen, zal altijd belangrijker zijn dan gezondheid, milieu, natuur en cultuur. Dat de overheid op deze manier extra import van virussen toelaat is een slag in het gezicht van iedereen die tijdens de lockdown noest heeft doorgewerkt in moeilijke omstandigheden en nu zonder adempauze weer kopje onder wordt geduwd in de tweede golf. Een tweede golf die we te danken hebben aan kibbelende ministers, en de laksheid van feestende en reizende burgers. Nu naar het buitenland reizen is onverantwoord en egoïstisch. België biedt genoeg moois ter ontspanning en vermaak.

Ik ben niet uitgerust en wil er niet voor opdraaien. Maar zal dat wel moeten. Dat frustreert me mateloos.
Zoveel dat ik zelfs beslist heb om de mindfulness stop te zetten. Geen idee waar ik de energie vandaan zou halen om dat erbij te doen in de tweede golf. 

En dan heb ik het nog niet eens gehad over die avondklok. In wat voor wereld leven wij? Ik dacht dat een avondklok iets was voor verafgelegen landen onder de knoet van dubieuze regimes.
Wél een avondklok, maar geen verbod op reizen, this must be Belgium. Misschien is de enige logische conclusie dat we inderdaad afgedwaald zijn naar een dubieus regime. 

Bubbels verkleinen tot vijf personen? Top!
Mondmaskerplicht op drukke plaatsen? Helemaal mee eens! (eindelijk!)
Maatregelen om feestjes te ontmoedigen? Hoogst noodzakelijk!
Avondklok? Buitenproportioneel spierballengerol van regionale overheden om te redden wat er te redden valt na alle steken die nationale overheden hebben laten vallen.

Met een mondmasker moeten rondfietsen op verlaten wegen terwijl half Vlaanderen over Europa uitwaaiert? Wraakroepend.
Gelukkig hoor ik een redelijke burgemeester uit de Kempen op de radio zeggen dat ‘we echt geen joggers zonder mondmasker gaan beboeten’. Hoera voor gezond verstand. Tegenwoordig met een lampje te zoeken.

Het gevolg van maatregelen die je niet krijgt uitgelegd? Je krijgt ze niet uitgelegd.
De angstige patiënte krijgt last van hyperventilatie, durft haar huis niet meer uit, komt kilo’s bij en kan niet bij haar psycholoog terecht. De mevrouw met ernstig COPD wordt haar laatste pleziertje ontzegd: met een mondmasker krijgt we niet genoeg zuurstof binnen, dus kan ze geen ommetje meer maken als haar dochter haar mee naar buiten wil nemen in de rolstoel. Moedeloos sluiten ze zich op en betalen een hoge prijs voor het onverantwoorde gedrag van anderen.
Bestaat quarantaine om een mens te beschermen tegen schadelijke invloeden van de regeering? Ik denk dat ik mezelf daar dan maar eens twee weken in opsluit.
Mijn zoon heeft al spijt dat hij terug naar België is gekomen en telt de weken af tot de start van het nieuwe academiejaar en hij weer terug kan naar Zweden. Ik denk dat ik mee ga. Lekker zelf verantwoordelijk zijn voor je doen en laten, met een grote rol voor gezond boerenverstand en burgerzin.

Enfin, nog twee dagen werken, inclusief één extra covid-nachtdienst en de begeleiding van een sterfbed, en dan toch hopelijk even vakantie. In België. Naast een half uur per dag wandelen, kan ik ook schrijven van harte aanbevelen. Ik ben al een beetje minder boos. Vooral omdat ik dit stukje lekker buiten heb zitten tikken, op een bankje in de Liereman. Zonder mondmasker.
Goe bezig!

Bokrijk

Steven Van Gucht zegt in Knack dat hij na zijn pensioen figurant in Bokrijk wil worden. Ik wil dat nu al. Ik zie die hele tweede golf en alles wat er op ons afkomt zo totaal niet zitten dat ik gisteren weer maar eens flink de buitenlucht opgezocht heb om te ontstressen. Ik fietste naar Genk en kwam onderweg de heerlijkste ontdekkingen tegen. Mooie paden en baantjes waarvan ik het bestaan niet kende, wel tien ijscrème-pop-up-plekjes langs de wegen waar ik fietste en een heerlijke Bed & Breakfast waar ik zeker nog eens naartoe wil gaan.
Bijna in Genk, met al flink protesterende knieën, zag ik een bordje ‘Bokrijk’ staan. Het weer was prachtig, de batterij van mijn fiets had nog meer dan genoeg reserve en ik had zin om nog eens door het water te fietsen. Twéé Limburgse top-attracties bezoeken op minder dan een maand – nog maar een paar weken geleden hadden mijn man en ik door de bomen gefietst – dat voelt als een vakantiedag in Bretagne eeuwen geleden toen mijn zussen en ik op één dag een frietje én een ijsje kregen van onze ouders. Mijn moeder viel even van haar macrobiotisch geloof op die dag, zullen we maar zeggen.

De omweg naar Bokrijk leverde me veertien extra kilometers op maar was de pijnlijke knieën meer dan waard. Het was niet de eerste keer dat ik door het water fietste, maar deze keer was het veel mooier omdat de zon uitbundig scheen en er een heerlijk vakantiesfeertje hing. En omdat water gewoon altijd mooi is.

Ik kwam er nog iemand tegen die van zijn Corona-moeheid kwam bekomen aan het water: Wouter Beke. Opgelucht na de spannende hoorzitting in het Vlaams parlement kwam ook hij wat ontspanning zoeken in dit fraaie stukje Limburg.

Ik was niet blij hem te zien. Maar verder heeft het dagje uit mij goed gedaan, ik kan er hopelijk weer even tegen. Tegen dat ik mijn inbox weer open, zit die alweer vol onheispellende berichten. Ik ben niet klaar voor de tweede golf. Blijven fietsen, Martine, en als het echt niet meer gaat, dan sluit ik me gewoon in Bokrijk en ga ik dikke truien breien van de wol die ik daar spin. Droomjob lijkt me dat.

welbestede vrije dag

Ze bestaan nog. Plekken in Vlaanderen waar je kilometers kan stappen zonder een levende ziel tegen het lijf te lopen. Oké, één levende ziel dan. Of twee, als ik de man die langs de weg in zijn geparkeerde auto een uiltje lag te knappen meetel, maar dat doe ik niet.
15000 Stappen heb ik vandaag gezet in het Vennengebied. Dat Vennengebied is al een tijdje mijn favoriete wandelgebied, maar in het gebied waar ik vandaag heb gewandeld, was ik nog nooit geweest. Al woon ik al 17 jaar in Turnhout en ligt dit natuurgebied op een boogscheut van mijn achtertuin.
Een fijne ontdekking was het. Ik waande me zowaar in het buitenland. De zon had daar zeker wat mee te maken, alsook het feit dat ik onderweg naar de Vennen via een tijdelijk pontonnetje het kanaal moest oversteken, want de brug was dicht door werkzaamheden. Zo’n pontonnetje begint een beetje te dansen op het water als je erover stapt, wat prompt een oprisping van vakantiegevoel gaf.
Even verderop wandelde een man in een jeansrokje langs het jaagpad en ik kon een grinnik niet onderdrukken toen ik hem voorbij fietste. Niet dat ik hem uitlachte, helemaal niet, hij heeft groot gelijk. Waarom zouden de geneugten van wat frisse lucht tussen de benen het privlege van vrouwen zijn?
De volgende die ik tegenkwam was een visser met mondmasker aan de rand van het kanaal. Net toen ik dacht alle wonderlijke zonderlingen wel gehad te hebben, fietste de Okra-club me tegemoet. Herkenbaar aan hun dubbel hoofddeksel – een pet met daarover een schuin achterover hellende fietshelm – en hun fluohesjes.

Zomaar een woensdag in Turnhout.
Nadat ik mijn fiets stevig aan een boom had vastgemaakt, begon ik aan de wandeling. Waar ik zoals gezegd dus geen levende ziel meer tegenkwam. Gelukkig maar, want zo heb ik het graag. Hoe minder mensen hoe meer vreugd.
En ik had het nodig, het wandelen.
Om te bekomen van een heftig gesprek gisteren: jonge vrouw met zeer agressieve kanker die haar opties kwam verkennen voor als ze ooit heel misschien euthanasie zou willen.
Om te bekomen van mijn boosheid over alweer een nieuwe mail met verzoeken om extra triage- en drive-in-shifts te komen draaien. Niet dat ik boos ben over die mail, maar wel omdat we alweer extra mogen opdraven terwijl we nog steeds niet betaald zijn voor al dat extra werk de afgelopen maanden. Dat Maggie zelf maar covid-testen komt afnemen in de drive-in! Ze is tenslotte ook huisarts. Of niet dan?
Ik merk trouwens dat al die covid-gerelateerde mails steeds langer in mijn inbox blijven hangen voor ik er eindelijk met lange tanden aan begin. Naast niet betaald worden, beginnen de fratsen van de overheid met betrekking tot de adviezen voor buitenlandreizigers mij en mijn collega’s serieus de keel uit te hangen. Het gedraai van de windhaan op een kerktoren toen storm Claire passeerde, lijkt een bedaarde wals tegenover het gedraai van de overheid als het reizigersadviezen betreft. Nog even zo doordoen en de dokters gaan collectief ten prooi vallen aan het chronisch vermoeidheidssyndroom.
En tenslotte had ik de wandeling nodig om te bellen. Ik bel niet graag, maar soms doet een mens daar een goede daad mee en als ik al wandelend kan bellen, vind ik het al een stuk minder erg.

Zo had ik weer een welbestede vrije dag, heb ik toch mijn mailbox maar eens uitgekuist – voor zolang het duurt want na dit blogje zullen er alweer nieuwe richtlijnen zijn – heb ik bij een goed glas dit blogje geschreven en is er straks weer een fijne mindfulnessles.
Note to self: volgende keer wel weer koffietje meenemen op de wandeling. Alsook toiletpapier.

afvaleiland

Ik heb een plek ontdekt waar ik van de Corona-kilo’s kan af geraken. Helaas ligt die in Knokke, en ik heb er geen tweede verblijf. Niet daar, niet elders, maar wél Corona-kilo’s waar ik vanaf wil.
De oplossing vond ik waar ik hem niet direct (meer) zocht: ik had me ingeschreven voor een mindfulness weekend in Cadzand en stortte me daar met volle overgave op het mediteren. Mediteren is zalig. Zeker als je dat in de polders van Cadzand kan doen. De rust, de stilte, de vogels, de natuur, het vlondertje aan het water… het was hemels.
Maar ik heb er ook veel gebrost. Me onttrekken aan regeltjes is een lichte gedragsafwijking die ik in de loop der jaren ben gaan koesteren. Ik mediteerde braaf in de ochtenden en de avonden, maar wat de rest van het weekend betrof, ging ik mijn eigen weg. Brunchen met de vriendinnen in Knokke, krant lezen bij een cappuccino aan het Zwin en kilometers fietsen langs de zee op een huurfietsje waarvan de bel kapot was .

In mijn beginnersjaren in de wereld van zen, zat ik bij een hele strenge school. Retraites waren niet van de poes en brossen kwam daar niet eens in mijn gedachten op. Maar hier, waar mededogen gepreekt en mildheid gepromoot wordt, durft een mens al eens aan zichzelf te denken. Wat is mindfulness anders dan de apotheose van zelfzorg? (oké, dat is het niet, maar het hoort er wel bij)

Ik dwaal weer serieus af want ik zou het hebben over de bevrijding van ongewenste huidaanhangsels in de vorm van corona-kilo’s. Wat die kilo’s betreft hielp het ook niet dat er op dat mindfulness weekend Brugse Zot te verkrijgen was – uitermate genoeglijk te degusteren daar op het vlondertje aan het water, het meest genoeglijke en zodoende door mij pijlsnel toegeëigende plekje – iets wat op de vroegere strenge zen.nl sesshins ondenkbaar geweest zou zijn. In de Zwin-bistro ‘The Shelter’ genoot ik van cheesecake en later op de dag een Corsendonck bruin… de ascese was ver te zoeken.

Maar dus: in Knokke was daar de one-size-fits-all-oplossing voor de ongewenst verworven kilo’s: een AFVALEILAND! Zo simpel kan het zijn! Een geniale oplossing voor alle mensen – vrouwen én mannen – zonder zelfbeheersing (of mét zelfbeheersing maar even niet als ze oog in oog staan met stress, werkdruk en andere relatieperikelen): het AFVALEILAND. Geniaal in al zijn eenvoud. Kijk naar de foto en je ziet het meteen: sluit een mens op in dit hok en laat hem/haar er pas uit als hij/zij zijn/haar gewenst gewicht bereikt heeft.
Dat had je zelf niet verzonnen he? Nee, je hoeft er geen uren voor te mediteren (als het over afvallen gaat, werkt dat toch niet, dat heb ik door scha en schande allang ondervonden), je moet er gewoon voor naar Knokke rijden (en het zal Knokke-gewijs ook wel een flinke duit kosten). Het eldorado voor mensen die hun leven noodgedwongen dienen te wijden aan een onbereikbaar schoonheidsideaal, willen ze het gevoel hebben erbij te mogen horen.
Ik hoor er niet bij, en zal daar ook nooit in slagen. Daarvoor was ik veel te blij toen ik weer naar Cadzand terugfietste en weer kon aansluiten bij de mediterende groep om vervolgens te beseffen: this is the life.
Door al mijn gebros heb ik dus eigenlijk maar vier keer per dag gemediteerd. Mijn gevoel van ‘alles mag’ komt me bij een volgende inschrijving misschien duur te staan. Wellicht dat ik bij een volgende inschrijving voor zo’n weekend een vriendelijke reply krijg: ‘Beste Martine, dankjewel voor je interesse in ons mindfulness weekend maar gezien de ervaringen uit het verleden gunnen we uw plekje liever aan iemand die meer nood heeft aan mindfulness en dus wél het hele weekend deelneemt aan alle activiteiten’. Met vriendelijke groet, bla bla bla, enzovoort enzoverder. Alle begrip, ik snap uw punt.

Maar voor nu heeft dit weekend mij alles gebracht wat ik ervan verhoopte en zelfs meer. Ontbijten met een eitje op het vlondertje aan het water, meer rust dan ik in tijden heb gekregen en een dosis ‘vitamin Sea’ waarmee ik voorlopig verder kan in de woelige wateren der pandemie.
Hoeveel meditatiesessies ik dit weekend ook aan me heb voorbij laten gaan, het effect van dit weekend werkt toch door in de zalige rust die ik vanbinnen meedraag en die zich hopelijk nog een hele tijd laat voelen.

En die kilo’s?… ik heb vandaag meer dan 10 000 stappen gewandeld, maar deze blog (én een achterstallige column voor gezondNU) heeft me een halve fles rosé gekost. Hoeveel corona-kilo’s zijn dat?
Hoog tijd om een weekend Afvaleiland te boeken.

loon naar werken

Oef, er ligt geld op tafel. In al zijn wijsheid heeft de Medicomut alsnog haar beslissing teruggedraaid om de weekwachtdiensten van huisartsen niet verder te financieren. Ik had een boze blog willen schrijven toen dat bericht in de mailbox kwam. Een blog die begon met een collage van alle foto’s van spandoeken vol grote rode harten voor de zorg en dankbare leuzen erop. En na die collage dan vol verontwaardiging schrijven hoe een schande het was dat de weekwachtdienst opgedoekt werd. Dat we ofwel terug van thuis uit wachtdienst zouden moeten doen (voorhistorisch systeem), ofwel het huidige systeem voortzetten: wachtdienst vanuit de centrale wachtpost. Maar dan moesten we dit wel zelf gaan betalen. Ja, inderdaad dat leest u goed: dan zouden we zelf moeten gaan betalen om ’s nachts te mógen werken. Betalen om in het holst van de nacht door eender wie uit je bed gebeld te worden, en dan in je eentje erop uit te gaan, op zoek naar vaak moeilijk te vinden adressen, terwijl je niet eens weet in wat voor situatie je terecht gaat komen. Compleet van de pot gerukt, als u het mij en mijn collega-huisartsen vraagt. Maar we zouden het wel gedaan hebben. Omdat het oude systeem – van thuis uit werken – nóg erger is.

Maar voorlopig is het gevaar geweken, de centrale weekwachtdienst gaat door. Daar had men gelukkig geld voor over.
Nu nog geld vinden voor al die artsen die al die extra container- en drive-in-shiften gedraaid hebben. Nee, daar zijn we tot op heden nog niet voor betaald. U gelooft dat niet? Nee, ik ook niet, maar toch is het zo.
Het handgeklap is verleden tijd, in de praktijk viert respectloosheid alweer hoogtij (niet komen opdagen op afspraken, zonder mondmasker binnenlopen terwijl er overal grote pictogrammen hangen dat dit verplicht is), en nu ik niet eens betaald wordt voor het geleverde werk – terwijl er drommen mensen beter betaald werden om níet te werken dan als ze wel aan het werk hadden kunnen blijven (we kennen allemaal de voorbeelden) – zakt de motivatie zienderogen.

Het is dat het contrast met het begin van de epidemie zo groot is. Dat we toen mochten ervaren wat een werkplezier het geeft om met erkenning en respect het werk te mogen doen waar je voor opgeleid bent. In de triageshiften zien we nu helaas weer flutpathologie opdoemen en wensengeneeskunde: covid testen voor buitenlandreisjes en aanverwanten.
Door al deze frustraties, en door de zwaardere pathologie op de raadpleging (met name de mensen die psychisch door hun hoeven zakken en veel zorg en aandacht nodig hebben) vliegen de post-corona-kilo’s er nog sneller aan dan de corona-kilo’s…
De verzuchting dat we in een betere wereld zouden leven na corona? Ik heb het gevoel dat ik erin wakker geworden ben met een kater van jewelste.

#69 dagboek van een huisarts na de lockdown

* yes, 69! *

Door het vriendelijke mailtje van een trouwe lezer van dit dagboek die echt dacht dat het dagboek ging stoppen, kreeg ik van de weeromstuit prompt schrijfgoesting.
‘Zo jammer’ was het onderwerp van haar mailtje, en ze schreef: ‘Dag Martine, met veel plezier volgde ik je “corona”-blogje en keek stiekem uit naar een live ontmoeting  met de dappere en erg grappige dokter bij wie ik een mindfulness training zou gaan volgen.’
Het jammere sloeg vervolgens niet op het stoppen van het dagboek maar op haar vakantie waardoor ze niet kon deelnemen aan de training.
Jammer is dus relatief, en die live ontmoeting zal er echt nog wel een keer van komen, maar ondertussen werd ik toch maar blij van dat mailtje en van schrijf-complimenten gaan mijn vingers altijd meteen jeuken. 

Al waren er nog andere aanleidingen om verder te willen schrijven aan deze corona-diaries. Omdat ik achteraf een betere titel had verzonnen voor de voorgaande blog (‘keep calm and carry on’). Goede invallen komen per definitie pas nádat je op de verzendknop hebt gedrukt, herkent u dat?
Of omdat de Nederlandse collega die mijn blog volgt, reageerde dat de terugkeer van het ik-mij-mijn-complex helaas herkenbaar was. Zo jammer dat we weer een illusie armer zijn en de hoop dat we na de pandemie in een betere wereld terecht zouden komen bij het groot huisvuil kunnen zetten.
Er was nog een aanleiding om verder te schrijven: namelijk dat net als overal elders ook in de huisartsenpraktijk de meerderheid van de mensen zich wél netjes aan de regels houdt, en beleefd, vriendelijk en aangenaam is in de omgang. Ik moet ervoor waken een paar rotte appels mijn dag niet te laten bederven. Ik beken dat ik nogal de neiging heb teveel aandacht te laten weglekken naar een paar zeurpieten. De ik-mij-mijners blijven toch uitzonderingen, het helpt om dat voor ogen te houden. (en hoogstwaarschijnlijk ben ik zelf af en toe zo’n vervelende zeurpiet voor anderen – ken uzelve – in dat geval hierbij een nederig aangeboden mea culpa)
Dat is dan meteen een goede insteek voor een vervolg van de corona-blogjes: wat ging er vandaag goed? In welke contacten zat het plezier?

Zonder ambitie om de opsomming van redenen om voort te bloggen volledig te willen maken, zijn er nog twee te belangrijk om onvermeld te laten: een mens houdt niet vrijwillig op bij nummer achtenzestig hè?
En naast al deze redenen, die allemaal heel waar zijn, is de belangrijkste reden dat het dagboek nooit zal stoppen deze: ik kan het schrijven gewoon niet laten.

* De cartoon is van Braaf Varken, De week volgens Bart Schoofs in dm.magazine

#68 dagboek van een huisarts na de lockdown

* keep your cool *

‘Beeld u eens in hoe erg het dan zónder zen zou geweest zijn!’
De eerste patient van vrijdagochtend is onbedoeld getuige van een lastig telefoongesprek dat ik voer met een – pardon my french – stronteigenwijze dame die ondanks spierpijn van kop tot teen en vermoeidheid zich niet op Covid wil laten testen, want ze vindt haar kappersafspraak belangrijker en het is te lastig om naar de drive-in te geraken.
Ik probeer haar met alle mogelijke redelijke argumenten te bewegen om toch mijn advies op te volgen, maar ze houdt voet bij stuk en wil niet.
‘Dat is niet verstandig, u bent echt eigenwijs,’ zeg ik haar rechtuit. Ook dat hoort de man die rustig op de onderzoeksbank zit te wachten op zijn bloedname.
Hij is geschrokken van het telefoongesprek, zegt hij. ‘Ik wist niet dat zo’n dingen gebeurden in een huisartsenpraktijk.’ En nog: ‘Dat moet veel energie kosten, zulke gesprekken.’
‘En dat is nu precies waarom ik al jaren elke dag op dat kussen zit,’ antwoord ik. Hij weet dat ik mediteer en ik weet van hem dat hij al jaren trouw aan yoga doet.
Op dat punt kwam dus die ‘beeld u eens in hoe erg het dan zonder zen zou geweest zijn’ reactie van hem.
Ik beeld het me liever niet in. Ik blijf liever dagelijks mediteren.
Want met het einde van de lockdown kwam er helaas ook een einde aan de fijne nevenwerkingen daarvan. Het respect, het geduld en het begrip vlogen met een rotgang het raam uit en de wereld draait voor de meesten weer om ‘ikke, ikke, ikke’.
Dit trio is ook berucht onder de codenaam: me, myself and I.
Mensen die ondanks de vele pictogrammen in de praktijk toch gewoon komen binnenlopen zonder mondmasker. Of zonder afspraak. Terwijl dat op zoveel manieren gecommuniceerd is. Ze trekken er zich niets van aan.
Als ik voor een groot gezin acht aanvragen voor een covid-test moet doen tussen de raadplegingen door, klinkt er uit de wachtkamer alweer gemopper dat het uitloopt.

Maaaar… er is gelukkig ook altijd goed nieuws.
Zoals: ToBE gaat morgen weer open, en wat is het daar mooi geworden!! Ik heb gisteren een hele rondleiding gehad en heb mijn ogen uit gekeken. In dat prachtige gebouw mag ik binnenkort weer van start gaan met mindfulness trainingen.
Aanstaande woensdag eerst een terugkomdag voor iedereen die al mediteert of een mindfulness training gevolgd heeft, en woensdag 17 juni start ik er met een nieuwe mindfulness training. Spread the word en maak reclame aan al wie oren heeft naar stilte, rust en de heilzame effecten van een beetje mindfulle aandacht om mee te surfen op de golven van het leven. Hoe nodig dat is, hebben we in de afgelopen lockdown maanden aan den lijve ondervonden.

Voor alle info en inschrijvingen, één adres: martine.schrage@tobe-kempen.be

#67 dagboek van een huisarts in tijden van corona

* gamen, huh?? *

Disclaimer: ik heb niks met gamen. Nul, nada, niente, nougatbollen, helemaal niks. Maar echt helemaal niks dus. Waarom ik er dan toch over schrijf? Omdat er blijkbaar met dat gamen iets aan de hand is. Om de haverklap hoor of lees ik er iets over waarvan ik denk: ‘Huh? Zou dat echt waar zijn?’
Bijvoorbeeld: zou gamen zo serieus aan het worden zijn dat PXL Hasselt er een opleiding aan gaat wijden? Ja dus: Hogeschool PXL start unieke opleiding esports en gaat haar esporters professioneel begeleiden. Gamen een sport? Ja, blijkbaar.
Of de manier waarop gamen de laatste tijd in de media komt: een man die erover schreef dat hij meer rust haalde uit het spelen van de Pokemon spelletjes uit zijn jeugd dan uit meditatie.
Terwijl een mediterende vriendin in het game waar zij een uitzonderlijk hoog level in bereikt blijkt te hebben uiteindelijk het liefste gaat staan hengelen aan een virtueel vijvertje in dat game en daar net zoveel mindfulness uit haalt als uit het zitten op haar kussen.
Maar in diezelfde media uiten allerlei deskundigen ook veel zorgen over de uren die onze jeugd collectief gamend doorbrengt, apathisch wegkwijnend voor hun schermpjes terwijl hun wekelijkse schermtijd-rapporten vervaarlijk pieken.

Saldo van al deze berichten: veel negatiefs en veel positiefs. Zoals met de meeste dingen des levens zeker?
En waarom ik er toch over schrijf? Omdat ik ook iets moois zie groeien in al die online activiteit. Verbinding.
Daar genoot ik gisteren van: dat ik al mijn drie kindjes, vanuit welke plek ze zich ook bevinden, samen hadden afgesproken voor een spelletje World of Tanks. Dat is het mooie aan gamen: het maakt niet uit waar je bent, het maakt niet uit of een virus je gijzelt, er zijn altijd plekken waar je kunt samenkomen. En of je nu tanks afschiet of aan een vijvertje staat te kijken hoe de zon opkomt, we’re all in this together.
Nu alleen nog een manier vinden om dat vermaledijde virus gamend klein te krijgen.