Kei van een wijffie

Ah sè, da sè, hie sè, hier zitten ze, de genieters. Mensen – mostly women – die op een doordeweekse ochtend uitgebreid zitten te ontbijten in een tentje dat ik al een tijd eens wilde uitproberen sinds ik het gespot had onderweg in de bus naar Leuven.
En kijk voilà, hier zit de beau monde die dapper stand houdt temidden van alle onheilstijdingen waar kranten, journaals en andere media ons mee overspoelen. Tafels vol gezellig kwebbelende vriendinnen, collega’s, families. Gouden coupes vol vers fruit, glaasjes champagne, verse toast, zalm, uitgelezen kaasassortimenten, zachtgekookte eitjes, kannen vers fruitsap, alles wat hun hartje maar begeert … 

Woord van het jaar, volgens CM voorzitter Luc Van Gorp in zijn voorwoord in magazine ‘Leef’? ‘Uitgeput’. ‘We ervaren het onderhand allemaal. Als we ons vandaag uitgeput voelen, heeft dat lang niet alleen met de tijd van het jaar te maken. Het is geen vermoeidheid die we te lijf kunnen gaan door een paar dagen uit te slapen,’ schrijft hij.
Chef De Morgen Magazine Marjolijn Vanlembrouck haalt een paar WhatsApp-conversaties met vrienden aan over datzelfde donkere dagen gevoel:
‘Moe en somber. Dat weer… Precies toch wat gevoelig aan.’
‘Net een lang bad met lavendelolie genomen. Doesn’t change shit.’
‘Niets helpt om te ontdooien’, schrijft ze.
Maar hier zitten dus nog mensen die géén last (lijken te) hebben van de alomtegenwoordige teneerdrukkende doemberichten?

Een mens zou er jaloers van kunnen worden.
Of er bewondering voor kunnen hebben.
Of gewoon binnenstappen voor een cappuccino, want de zon schijnt en ik heb tijd voor een gestolen momentje tussen de huisbezoeken door.  

De kers op de taart: de gastvrijheid van de twee niet meer zo piepjonge dames die de tent runnen. Als een van beiden me mijn koffie brengt, verontschuldigt ze zich dat er vandaag geen krant is.
‘Geen nood’, antwoord ik haar, ‘want die heb ik zelf bij op mijn tablet.’
‘Maar we hebben wel de Humo, als u wil.’
‘O, hebt u dan misschien nog die van twee weken geleden liggen, met het interview met Liesbeth Van Impe?’ vraag ik haar. Dat interview wou ik namelijk al een tijd lezen, omdat ik dat mens keihard bewonder sinds ze ‘Chemodag is de beste dag van de week’ schreef.
‘Ik zal eens achter gaan zien, misschien ligt die nog bij het oud papier’, antwoordt ze.

De tent zit afgeladen vol, maar doodgemoedereerd gaat ze op zoek en komt even later terug met het betreffende blad.
Ik ben helemaal onder de indruk van zoveel vriendelijkheid, maak dat mee!

Het interview is ook weer top, wat is die Van Impe toch een ‘kei van een wijffie’ zoals mijn vader zaliger dat placht te zeggen.
Als dat wijffie in het interview ook nog eens een paar rake levenswijsheden debiteert, genre ‘Een gouden stelregel in het leven: de meeste mensen zijn helemaal niet zoveel met jou bezig als je zelf denkt. De evenaar loopt heus niet door je gat’, daalt er een heerlijke rust over mij neer op deze doordeweekse werkdag. Het zijn zaken die ik allemaal wel weet maar waarvan het nooit slecht is er nog eens aan herinnerd te worden. Een wijze vrouw, die Van Impe.

Ja, we hebben remedies nodig tegen de somberheid.
Mijn tip: een cappuccino, een goed interview en adempauzes tussen uw werk door om deze goede zaken tot u te nemen. Maar een uitgebreid ontbijt met champagne en fruit in gouden coupes sla ik ook niet af.

Zwerfgeluid

‘Willen de passagiers daar op de laatste bank hun GSM’s afzetten alstublieft?’
De buschauffeur heeft zijn bus aan de kant gezet om de achterste bank toe te spreken. ‘Ofwel gebruik je oortjes, ofwel zet je het geluid af. Als ik hier naar ieder geluid verplicht moet meeluisteren, ben ik helemaal doorgedraaid aan het einde van de dag. Dat is voor niemand leuk. Niet voor mij en niet voor uw medepassagiers.’ Hij spreekt met luide stem maar verder is het een rustige evenwichtige preek.

Beste buschauffeur, ik voel helemaal met u mee. Zelf kan ik er ook niet tegen. Ik neem graag de bus, maar al dat oeverloos gebel op de bus, dat gebliep van binnenkomende berichten en het blikkerige geluid van alle mogelijke TikTok- en andere filmpjes, zet mijn zenuwen op scherp.
Natuurlijk zorg ik altijd dat ik een noise cancelling koptelefoon op heb, maar weet u wat, dat geluid komt daardóór. Ik kan letterlijk hele telefoongesprekken volgen. Of dat meisje dat gisteren elke tien seconden haar neus ophaalde, ook dat houdt mijn koptelefoon niet tegen.

Muzikant Max Colombie vandaag in de weekendkrant: ‘Brussel was te hard voor mij, te luid, te veel indrukken. Door in Kortenberg te gaan wonen, besef ik dat ik liever een miljoen fluitende vogels hoor dan tien babbelende mensen.’
En Max, de buschauffeur, en ik zijn zeker niet de enigen.
Is een beetje geluidsetiquette niet vanzelfsprekend? Dat je anderen niet ongevraagd gaat zitten hinderen met je GSM-geluiden en je oeverloze – inhoudsloze? – telefoongesprekken, dat lijkt mij toch de evidentie zelve?
Helaas niet voor iedereen. Net als met zwerfvuil, strooien mensen ook hun geluidshinder overal in het rond, zonder rekening te houden met de medemens.

Spijtig. Maar verder heb ik erg genoten van mijn uitstapje gisteren. Ik zag een geweldige film: ‘Triangle of Sadness‘ en moest me op de terugweg inhouden om niet in lachen uit te barsten tijdens het luisteren naar de podcast die mijn me getipt had: ‘My dad wrote a porno’. Hi-la-risch.
Doe wel oortjes in. En houd uw lach in. Als dat lukt tenminste. Anders boel met de buschauffeur.

De Krul

Mijn haar heeft gewonnen. Ik heb deemoedig het hoofd gebogen en de nederlaag aanvaard, het gevecht tegen de krullen is ten einde. De krullen hebben gewonnen. Een mens moet weten wanneer zijn nederlaag te erkennen.
Altijd al heeft er een varkenskrul in mijn haar gezeten, of een weerborstel, een slag, of hoe je het ook wil noemen. En met die ene krul kon ik het best vinden. Ik voerde een gedoogbeleid met steiltang en gel als handhavingsmiddelen. ‘Betonkop’ noemde mijn dochter liefdevol het ultrakorte kapsel dat ik al jaren had en waarin De Krul me amper last bezorgde.

Maar in de lockdown veranderde dat. Maandenlang kon niemand naar de kapper en voor het eerst in jaren groeide mijn haar langer dan de paar centimeters die ik al zo lang gewoon was. Vervolgens trok ik met dat onophoudelijk groeiende haar op pelgrimstocht en wandelde door weer en wind, door zon en regen, en sliep ik vaak buiten in koude vochtige Scandinavische nachten.
Mijn haar krulde verder en verder. Ik wist niet dat ik zóveel krullen had. Of droegen de hormonale veranderingen van de menopauze daar ook hun steentje aan bij? De leeftijd zeker?

Terug thuis met weer de luxe van conditioner, fohn en gel ter beschikking, dwong ik het weerbarstige haar weer in de plooi en ging op zoek naar een nieuwe kapper want de mijne was ik ondertussen helaas kwijt. Kort haar wou ik niet meer, een beetje vrouwelijker mocht het best wezen. Dus de lange lok die ik vroeger ook een tijd had gedragen, deed terug zijn intrede. Maar het ellenlange steilen om die ook mooi sluik te houden is aan mij niet besteed. Met haarspeldjes en gel moest het maar lukken, meer geduld heb ik niet. Aan mijn haar wens ik niet meer dan een minimaal beetje tijd en energie te spenderen, maar ik wil me er ook wel goed bij voelen.

Toch begon zelfs met die schuifspeldjes-en-gel-tactiek De Krul zich te roeren. En hoe langer hoe meer raakte ik al die pogingen om mijn haar in het gareel te houden beu. ‘Choose your battles’ is een wijs advies en dit was er geen die ik ging winnen, zo begon stilaan wel duidelijk te worden.
De Krul heeft gewonnnen, vandaag ben ik voor het eerst met ongesteilde lokken naar buiten gekomen.
En ik voel me er best goed bij.
Het is gewoon leuk om steeds meer jezelf te worden. De Krul laat zich toch niet temmen, en hetzelfde geldt voor mij. Nu nog een nieuwe kapper vinden die mij en Mijn Krul blij kan maken. Tips welkom.

#WorldCleanupDay: Zeven Zakken vol Zwerfvuil

U had nog een update van me tegoed over het resultaat van de zwervuil-opruimdag van 18 september.
Dat kan kort en bondig: twee stoere madammen met lak aan de regen, anderhalf uur zwerfvuil ruimen en kletsen, en een volle ZEVEN zakken up gecleand. Erg hè!
En ik dacht nog wel dat het mee zou vallen: twee dagen ervoor had ik nog langs de route gefietst die ik van plan was onder handen te nemen en het leek of iemand me al voor was geweest. Veel lag er niet meer. Gelukkig maar, want er was dus slecht weer voorspeld voor de opruimdag zelf. En die voorspelling kwam ook helemaal uit.
Tegen het einde regende het zelfs zo hard dat een selfie maken er niet meer in zat.
Geen bewijs dus van onze noeste arbeid, tenzij de zakken die we achtergelaten hebben aan begin- en eindpunt van onze zwerfvuiltocht. Ga maar kijken als je ons niet gelooft.
Op het einde waren we de regen uiteindelijk wel beu. En het zwerfvuil ook.
Maar het zag er wel veel beter uit.

Tweede lente

Het springlevend houden van mijn razende ambitie om de zomer eindeloos te verlengen, is geen sinecure als ik naar buiten kijk en de regen onophoudelijk zie vallen. Zeker niet als het met twee truien over elkaar nog frisjes is – nee, het is september, de verwarming gaat pas in oktober weer aan – en ik ondertussen ook nog eens snotter door de Covid waar ik eindelijk na twee jaar ook aan ten prooi gevallen ben. Het blijft wonderbaarlijk dat ik het nu pas heb na twee jaar front row, maar het is wat het is. Gelukkig blijft het bij wat snotteren en een licht hoestje. Mijn vier vaccins hebben hun werk goed gedaan.

Ook afgelopen weekend in de Marais zat mijn gefnuikte ambitie om de zomer te verlengen er niet echt in. Het regende, het regende nog wat en het bleef regenen.
Maar stel het universum een vraag, en je krijgt altijd antwoord.
Het stond het gewoon in de krant, in de column van Marc Van Ranst in De Morgen. Hij schreef dat de astronomische herfst was begonnen, met als gevolg daarvan het bereiken van de equinox: dag en nacht duurden vrijdag precies even lang, twaalf uur.
Om de herfst zijn rechtmatige eer te bewijzen citeert hij vervolgens Albert Camus: ‘L’automne est un deuxième printemps où chaque feuille est une fleur.’

Voilá , een tweede lente – en liefst dan ook aansluitend een tweede zomer – dat zie ik helemaal zitten. Ik ben vóór.
De regen hield onverwacht toch een paar uur op, we maakten een prachtige wandeling naar La Trousse Bière in Zudausques om er potjesvlees en friet te gaan eten met een diep donkere Chimay bleue erbij, en toen we later vanaf de kade met het bootje terug naar onze B&B voeren, straalde boven ons zo’n heldere sterrenhemel dat we zelfs geen licht nodig hadden om het juiste steigertje terug te vinden.
Elke ster aan die nachtelijke hemel, kon rustig wedijveren met de mooiste zomerbloem. Dus als we alle bladeren tellen en alle sterren meerekenen, dan is het alweer zomer voor we er erg in hebben.

Bij thuiskomst was er nog iemand die de zomer probeerde te verlengen: in de mailbox vonden we een ‘Warm Showers’ verzoekje van Anders Forselius, een Zweedse fietser, marathonloper, auteur en sportjournalist die vroeg om zijn tentje in onze tuin te mogen opzetten. Tuurlijk mocht dat. Meer nog: ik heb hem een plekje in mijn tuinkamer gegeven en daar was hij zo verguld mee dat hij zei: ‘Ik wil hier niet meer weg, ik wil mijn boek hier schrijven!’
Leuke mens, die Anders, en zo dankbaar als iets voor de panpizza, het biertje, het ontbijtje en de koffie die we hem presenteerden. Fanatiek beweeglijke mens die zich het goede leven ook bepaald niet ontzegt.

Toen het weekend om was en ik ook de laatste bladzijde van de weekendkrant omsloeg, viel mijn oog nog op een promoberichtje voor culinair genot in Hoogstraten: ‘Om het afscheid van de zomer te verzachten, is een weekendje weg in het groen de beste pijnstiller.’
I couldn’t agree more.

Een grijze dag voor de laatste kilometers

Goed geslapen maar de opstart is wat moeizaam. Misschien is dat wel normaal na de afgelopen fietsdagen, maar het kan ook liggen aan de zon die niet thuis geeft vandaag. Om 10u terug op weg. De lucht is grijs, ik heb mijn regenkleding grijpklaar en voor de zekerheid toch maar mijn zonnebril niet te ver weg gestoken, maar het zal niet nodig zijn vrees ik. Vandaag kies ik voor een route langs fietsknooppunten dankzij de kaart met ‘points-noeuds’ van de regio Vallée de la Lys & Monts de Flandre die ik gisteren gescoord heb in het Office du tourisme. Een stuk aangenamer fietsen dan de grote steenwegen die ik vorige keer met gevaar voor eigen leven getrotseerd heb. Al kort ik de slingerende knooppuntenbaantjes nog wel wat in door hier en daar een shortcut te nemen waar dat kan.
Het is fijn om terug eens met een kaart onder m’n neus te fietsen. De route zo overzichtelijk voor me zien, is toch weer wat anders dan die ellenlange knooppuntenstroken.

Voor de eerste twee kilometer hoef ik alvast niets te doen: die race ik met 35 km/u naar beneden.
De kleine baantjes van het fietsnetwerk zijn blijkbaar ook een lange afstands fietsroute. Nummer 364 als u het precies wil weten.
Veel Vlaamse en verbasterd Vlaamse straatnamen hier trouwens.

Om de goesting wat op te peppen, zet ik muziek op. Die hervat precies terug bij Gangsta’s Paradise, perfect om de moraal een boost te geven. En van Janis Joplin’s Piece of my heart is een mens ook meteen klaarwakker.
En wat dacht je dat dat steengoede ‘Feeling good’ van Nina Simone met een mens doet? Ongeacht de voorafgaandelijke staat van het moreel: you feel good!
‘Freedom is mine and I know how I feel’, zingt ze en daarmee beschrijft ze precies wat ik voel nu. Op de fiets zing ik keihard mee, en voor zover mogelijk dans ik gekke moves op mijn zadel. Het is vast geen gezicht en geen gehoor maar er is hier toch niemand.

Om 11.50u kondigt de regen zich aan. Ik check nog even of alles op en aan mijn fiets regenproof is, en steek buideltasje en telefoon in een plastic hoesje, maar voorlopig blijft het bij een paar amper waarneembare fijne druppeltjes.
Als ik de rand van de fietskaart bereikt heb, zet ik google maps terug aan voor het laatste stuk. In tegenstelling tot vorige keer toen ik naar Tilques fietste, kies ik nu voor een autoroute. Het fietstraject dat google maps mij destijds voorstelde was een hopeloos geploeter via karrensporen of brokkelpuin paden waar ik amper vooruit raakte met mijn zwaarbeladen fiets.

De route die ik nu voorgeschoteld krijg, begint al goed: bergaf op een weg waar je maximaal 50 per uur mag. Gelukkig, ik krijg geen boete want ik blijf met mijn 49 per uur netjes onder de limiet 😇😅
What goes up, must come down en vice versa natuurlijk. Maar niets dat met de energie van een paar betonkoeken en de beats van Portishead onmogelijk is.
Als Arno daarna danst like a goose, passeer ik net een Mariagrot waar ik een stevige kaars brand voor iedereen die me lief is.

In Clairmarais zijn de oortjes weer leeg, jammer, het was net zo leuk. Maar het is nog maar tien kilometer, we zijn er bijna.
Ik rij door Saint-Omer en hou mijn ogen goed open, op zoek naar een koffiebar of zoiets want het zal nog een dik uur duren voor Wim in Tilques arriveert. Ik zie zo niet direct iets dat me kan bekoren en fiets dan toch maar door naar Tilques met het idee het kasteel daar eens te bezoeken, ik meen me te herinneren dat er een restaurant of brasserie was. Dat valt tegen: het restaurant gaat pas om vijf uur open, en voor die tijd is er zelfs niet de mogelijkheid om iets te drinken. Ik mag wel even naar het toilet.

Ondertussen is het toch echt aan het miezeren gegaan en een uur in dit weer zitten wachten is weinig aanlokkelijk. Dus fiets ik maar terug naar Saint-Omer, waar ik me installeer in de ‘Hoppy Craft’ Shop en Bar en alvast begin aan dit blogje tot Wim er is. De laatste 54 kilometer zitten erop, in totaal dus 280 kilometer fietsplezier in de benen.
Hop, de fiets de fietsdrager op en weg zijn wullie, naar Tilques, waar we auto-met-fiets parkeren aan de kade. Daar komt Muriël, onze gastvrouw van B&B ‘La fermette de Marie Grouette’ ons ophalen met haar bootje en het weekend kan beginnen! Eerst een douche, een kop thee met de lekkere koekjes die Muriël op bed heeft klaargelegd en de laatste hand leggen aan dit blogje.
Voilà, ook dat zit er nu op. Op naar het mosseldiner bij onze vrienden hier om de hoek. Met onze eigen pedalo die hier voor de deur van de B&B het hele weekend ter onzer beschikking ligt. Straten bestaan hier namelijk niet: alles moet via het water.
Nu maar hopen dat het water dat van boven komt snel stopt. Genoeg is genoeg 🙂


Malmö


Niet echt geweldig geslapen, het was wat te warm, om 6.20u was ’t vat af, maar na het geweldige luxe ontbijt dat Erna voor me bereid had (dat beloofde gebakken eitje, brood, kaas, yoghurt, confituur, vers fruit, chocolade, appelcake, banana bread) was ik er weer helemaal klaar voor. Stipt om acht uur was ik alweer op pad.

Dag twee. Doel: Ploegsteert. Of verder, dat mag ook. (Onderweg belandde ik zelfs in Malmö, maar dat was niet echt de bedoeling.)
Felle lage zon – gelukkig in de rug – maar bar koud: 6˚C in de zon. De warme laagjes, handschoenen en oorwarmers komen goed van pas.
Bij het ontbijt heb ik thee gedronken, maar al snel ben ik nu toe aan een koffie. Die drink ik op een bankje met uitzicht op een prachtige molen en velden gehuld in ochtendnevelen zover het oog reikt.
Dat geeft weer een goed shotje energie.
Genietend tot in elke vezel van mijn lijf fiets ik over de schitterende landwegeltjes in de omgeving van Vinderhoute, Lievegem. Wat is het hier mooi! De straatnamen zijn pure poëzie. Geef toe: via de ‘Ganzevijverwegel’ naar ‘Peperkoek’ rijden, hoe schoon is dat?
Dit prachtige natuurgebied, de oude Kalevallei, is iets om te onthouden.
Maar opschieten doet het niet: de paden en landwegeltjes kronkelen zo mooi in deze zonovergoten natuur dat ik om de haverklap stop voor een foto.
Norah Jones zingt zachtjes in mijn oren ‘The summer days are gone too soon ‘ en dat was precies wat ik gisteren probeerde uit te leggen. Maar hier en nu krijg ik alweer een prachtige nazomerdag cadeau.

Al dit fietsen, de zon, de schoonheid van natuur en water en de prachtige muziek in mijn oren, heeft altijd een aangenaam neveneffect op mij: mijn hart loopt over van liefde. Zo dankbaar ben ik voor de vrijheid die ik zo ruimhartig krijg van het thuisfront en waarvan ik zo gulzig mag genieten.

Als de batterij van de oortjes leeg is – net midden in Gangsta’s paradise, WHY?😭 – hang ik ze aan de powerbank en schakel over op het vrolijke gefluit van de vogeltjes. Al even mooi.
En zo is het ineens middag en fiets ik zonnig Kortrijk binnen. Pardoes beland ik daar in Malmö. Gelukkig is dit geen geval van hopeloos verloren gefietst en zo’n 1000 kilometer uit de richting, maar is het gewoon de naam van een hippe koffiebar. Ik eet een lekker soepje, laad de fietsbatterij wat op ondertussen, drink een cappuccino, tik mijn blogje voor de dag, neem een plaspauze en zet dan weer geheel opgeladen mijn weg voort. Voor wie het nog niet door mocht hebben: Kortrijk is hip en Malmö is uberhip met zijn fika en smørrebröd.

Het is ondertussen 13u. Lange fietsbroek ondertussen verwisseld voor een korte, het is er warm genoeg voor en veel beter voor mijn knieën.
Benieuwd tot waar ik vandaag ga geraken en waar ik zal slapen. Want bij het plannen van deze tocht bleek Ploetsteert in een groot niemandsland te liggen: geen Welcome To My Garden, slechts één vrienden-op-de-fiets-adres (en dat koppel doorkruiste net Montenegro dus kon mij niet ontvangen), geen Warm Showers (ik kreeg zelfs de kaart niet geladen). Qua back-up plan heb ik twee zaken voorzien: 1. tent en slaapzak in mijn bagage, en 2. een lijstje met B&B’s rond Ploegsteert, want die waren er wel. Hoofdzakelijk op de jacht gericht, voor zover ik kon zien, maar dat is niet waar ik naar op zoek ben.

Opvallend veel werkzaamheden aan de jaagpaden langs kanalen en vaarten. Dat is goed en vervelend tegelijk. Er wordt gewerkt aan vele mooie fietswegen maar ondertussen heb ik de ene omleiding na de andere

Vanaf Rekkem steekt er een venijnig windje de kop op. Maar zolang het droog blijft en de zon schijnt, hoor je mij niet klagen. Nee hoor, het enige dat je hoort is het zoemen van mijn fietsmotortje en mij spinnen van geluk.
Tussen knooppunt 9 en 6 spot ik een superleuk caféterrasje langs het water, ‘Au Rivage’, in Komen-Waasten. De verleiding is groot om me daar even te zetten met een biertje in dit prachtige weer maar ik moet door. Ik wil zeker de Franse grens voorbij.

Toch houd ik halt als ik ‘het wolvennest’ passeer. Het was één van de B&B’s die ik op mijn back-up lijstje had staan, dus ik bel toch maar even aan nu het zowaar pal op mijn route ligt. Maar niemand thuis en als ik het GSM nummer bel op het infobord, krijg ik een mevrouw aan de lijn die de B&B al vijf jaar geleden van de hand heeft gedaan. Op de website zelf staat er zelfs helemaal geen telefoonnummer. Dan maar even geprofiteerd van de loungezeteltjes daar om een boterham te eten en een soepje te drinken en weer de fiets op.

Al snel ben ik in Frankrijk, en vind ik het eigenlijk wel welletjes geweest voor vandaag. De zon schijnt nog maar ik heb geen zin om nog lang te wachten om een slaapplek te gaan zoeken. Als ik een fietsenzaak zie met de naam ‘bikes de Flandres’, stap ik binnen om te vragen naar tips. Ondanks de naam van de zaak, valt er geen woord Vlaams te bespeuren maar tips krijg ik wel. Twee leuke campings in de buurt.
Daar fiets ik naartoe. Op de weerapp zie ik dat het vannacht niet kouder wordt dan 11˚C. Dat valt nog mee. Toch klinkt het weinig aanlokkelijk om in mijn tentje te kruipen vannacht. Als ik de kerktoren van Bailleul zie, wijzig ik mijn plan. Het Office de Tourisme blijkt zowaar nog open om 17.30u en niet alleen scoor ik daar de felbegeerde fietsknooppunten kaart, maar de behulpzame mevrouw aan de balie regelt ook een hotelkamer voor me in het ‘Belle Hotel’. Top!

En daar zit ik nu dus op het kraakwitte smetteloze bed dit blogje te tikken met een biertje naast me. Een Anosteké. Nooit van gehoord, maar het smaakt na 101 kilometer op de trappers.
En nu ga ik minstens een uur liggen weken in bad. Tot morgen!

Vrienden op de fiets

Toen het einde van deze schitterende zomer zich aankondigde met vallend blad, crisisberichten en afkoelende avonden, stak bij mij een sluimerende weemoed de kop op. Ik wou nog niet. Ik wou nog zomeren en lachen en drinken en babbelen. Ik wou nog warmte, salades en zonovergoten dagen. Fietsen en ijsjes, zwemmen en wandelen. Nog, nog, nog. Rob de Nijs bleef maar door mijn hoofd schallen.
Sindsdien is het mijn belangrijkste betrachting geworden om de zomer te verlengen. Vandaag ben ik – met dank aan de welgezinde weergoden – glansrijk in dat opzet geslaagd. Wat een prachtige dag was het!

Om halfelf zat ik op de fiets. Anderhalf uur later dan ik eigenlijk had gewild, maar inpakken voor vier nachten eind september vergt toch wat meer organisatie dan eenzelfde plan hartje zomer. Je moet voorzien zijn op warmte en kou, op regen en wind en dan moet je nog een slaapplek geregeld krijgen, en een tentje en slaapzak meenemen voor als dat niet lukt. Hetgeen morgen mogelijk het geval zal zijn, maar daarover later meer.
Om halfelf had ik dat dus allemaal ingepakt, een goed fietsontbijtje achter de kiezen (een champignon-kip restje van gisterenavond), de mailbox nog even uitgekuist, een koffietje gedronken met husbandy en een dikke knuffel gekregen ten afscheid.
Het kost wat moeite en organisatie, je moet er wat voor doen, maar eenmaal onderweg krijg je er zoveel plezier voor terug.
De zon scheen en in mijn oortjes klonk de ‘Grensverleggers‘ podcast van AS Adventure, met fotograaf Frederik Buyckx. Hoe goed kan een tocht starten?
Enige smet op het blazoen: ik moet het zwerfvuil in de Visbeekstraat passeren. Dat had ik nog willen opruimen voor ik vertrok, maar het was er niet meer van gekomen. Zal voor een andere keer zijn. Tenzij het zichzelf opruimt, hetgeen hoogst onwaarschijnljk is.

Tegen de middag is de zon zo sterk dat fleece en fluo al lang aan de kant gezwierd zijn. Een T-shirt is meer dan genoeg.
’s Middags aan het MAS, met uitzicht over de jachthaven – altijd zomer daar – neem ik een korte lunchpauze met het laatste restje van het champignon-kip hapje. Koffietje en koekje van de Zwaluwhoeve toe, en dan weer de fiets op. Vooruit met de geit, want we zijn nog niet eens halverwege.

Het is heerlijk fietsen zo in het zonnetje, en buiten hier en daar wat verkeerd rijden, schiet het lekker op.
Om vier uur nog eens een kort pauzetje met thee en een cracker met kaas, en dan hop weer de fiets op voor het laatste stuk. Gezwind naar het veer, want ik heb geen idee tot hoe laat dat vaart.
Ik arriveer er om 17.30. De zon schijnt en het veer vaart. Gestress voor niks dus want eenmaal aan de overkant zie ik op de infoborden dat het veer vaart van maar liefst 4.30u tot 23.15u! Dat had ik natuurlijk ook vooraf even kunnen opzoeken, maar daar had ik geen zin in.

Zo’n overzetbootje is altijd weer vakantie.
Na het water volgt een K..-stuk langs de R4, de ring rond Gent. Met zicht op het laatste blokje van de batterij wil ik zo snel mogelijk naar mijn logeeradres fietsen, dus ik zet Google maps op maar die kiest altijd vreselijke routes. Achteraf blijkt dat ik even makkelijk alles langs het water had kunnen rijden.
Op 123 kilometer valt de batterij plat, net op het moment dat ik een brug op moet. Thuis ligt een dure reservebatterij, maar die heb ik deze keer niet meegenomen. Te log en te zwaar en naar ik hoopte niet nodig. Maar kijk, een mens misrekent zich al eens. En ach, het is nog maar vijf minuten fietsen, net geen twee kilometer, dat moet nog lukken, ook zonder steuntje in de rug.

Voilà, gelukt. Om 18.30 kom ik aan bij Erna in Vinderhoute, Lievegem. Erna is mijn vrienden-op-de-fiets host voor vanavond. En wat een ontvangst krijg ik daar! Een fris opgemaakt bedje, een warme douche en een heerlijke maaltijd van lasagne en overheerlijke salade met groenten uit eigen tuin. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, heeft ze nog appelcake gebakken voor het dessert. Om duimen en vingers bij af te likken.
Net voor ze naar haar dochter in Gent vertrekt, vraagt ze nog hoe ik mijn eitje morgenochtend voor het ontbijt graag heb. Ook die eitjes zijn van eigen kweek: vanuit mijn slaapkamerraam zie ik de kipjes vrolijk rondscharrelen op het erf.
Gekookt, gebakken, sunny side up?

Een vrouw kan nooit genoeg schoenen hebben?

Twee fouten stonden er in mijn vorige blog. Op de eerste wees mijn schoonbroer me: ‘Het waren de Dolomieten en niet de Pyreneeën’, en de tweede ontdekte ik zelf toen ik terugscrolde in mijn foto’s. Het was niet André Pelgrims die elk jaar met een kind uit eten ging om dat ene liefhebbende agendapunt te maken, nee, het was Wouter Torfs, zag ik op de foto die ik van het kranteninterview bewaard had.

Het drukt me nog maar eens met de neus op mijn feilbare geheugen. Nu al. En dat in een familie waar aan beide kanten de dementie welig tiert. Of toch getierd heeft.
Gelukkig doet mijn zoon Alzheimer onderzoek, anders loopt het niet goed met mij af 😜
Anyway, die twee fouten doen me terugdenken aan iets wat ik ooit gelezen had. Vanuit evolutionair oogpunt gezien onthoud je veel beter wát je gelezen of gehoord hebt, dan wáár je dat gelezen of gehoord hebt. Voor je lijfsbehoud schijnen namelijk de feiten zelf veel belangrijker te zijn dan waar je die feiten vandaan hebt.

Dat gezegd zijnde, zorg ik in ieder geval dat ik actief blijf bewegen tegen de Alzheimer en kan ik altijd terugvallen op het fenomenale geheugen van mijn telefoon. Ik fotografeer namelijk meer teksten dan beelden, en kan zo altijd terugvinden waar of van wie ik dit of dat ook weer gelezen had.
Al bemoeit Murphy zich er net iets te vaak mee: precies die passage die ik zoek, blijkt dan onvindbaar. Niet gefotografeerd of verloren in de massa?

Bij deze zijn de fouten dan ook gecorrigeerd – sorry Andy! – en kan ik het over belangrijker zaken hebben. Zoals daar zijn de geplande grote Marie-Kondo-schoenen-opkuis bijvoorbeeld.
Gisteren heb ik al mijn schoenen, laarzen, sneakers, sandalen, slippers en wat een mens verder nog allemaal onder haar voeten bindt bij elkaar gezet op een lange rij in de woonkamer, want zo moet dat volgens Marie. Vervolgens heb ik ze geteld en op gevoelige plaat vastgelegd. 45 Paar schoenen zijn het nu, dat valt tegen. Want bij de vorige opruimronde (ik dacht dat dat een jaar of drie geleden was maar dat bleek al van 2017 geleden te zijn) waren het er 53. Ik heb er toen best veel weg gedaan, en dacht dat ik er niet zoveel bij gekocht had. Ik schrok wel een beetje.
Al zie ik op de foto bij de blog van toen ook wel heel veel dezelfde schoenen, daar scoor ik dan toch een plusje mee.

Nu is 45 paar nog altijd heel veel, dat geef ik ruiterlijk toe, maar ter mijner verdediging moet ik er toch enkele paren uitlichten voor wat nadere uitleg. Want wat zit daar zoal tussen? Onder die 45 paren bevinden zich schoenen die u waarschijnlijk niet zou meetellen als u uw innerlijke Imelda Marcos in ogenschouw neemt maar volgens Madame Kondo telt álles. Dus ook die geelgerande blauwe rubberlaarsjes van de verregende kampeervakantie aan zee met mijn lief toen ik 18 of 19 was. Het was clearly niet zo’n zomer als we nu gehad hebben. En hoe verregend ook, ik heb er alleen maar goede herinneringen aan. Op die leeftijd is regenweer het perfecte excuus om de hele dag in bed te liggen. En zeg nu zelf: wat is er leuker als je achttien en smoorverliefd bent?
Er zitten tussen die berg schoenen ook andere exemplaren die net als die laarsjes meer dan dertig jaar oud moeten zijn: een paar gratis roze slippertjes van op een of ander symposium. Doen het nog steeds.
Ook oud: mijn trouwschoenen. Onlangs nog eens gedragen zelfs! Heel bijzondere exemplaren, waar je een dikke haaknaald voor nodig hebt om alle lusjes te sluiten rond de knoopjes.
Verder een hoop puur functionele schoenen: rubberlaarzen, stapschoenen, crocs, pantoffels (gaan nog hard van pas komen deze bange crisiswinter), waterschoentjes en loopschoenen die niet meer lopen vanwege een hardnekkige achillespeestendinitis die zopas zijn eerste verjaardag heeft gevierd en een post/propter ontwikkelde voorliefde voor wandelen en fietsen.
Ook present: slippertjes van een stuiver en een cent uit graaibakken.
Je ziet, ik ben zuinig op mijn spullen. Schoenen gaan bij mij lang mee.

Traag maar zeker ga ik vooruit (terwijl ik achteruit ga), zo kan je het ook zien: van 53 naar naar 45. Benieuwd hoeveel er na de opruimronde van zullen overblijven – mijn dochter is een strenge opruimcoach!

Een vrouw kan nooit genoeg schoenen hebben? Allow me to disagree. More and more of less and less. Varen onder die vlag maakt een mens volgens mij gelukkiger dan zich in te graven in een groeiende berg spullen.

Altijd een leuk neveneffect van opruimen: herontdekkingen. Deze keer waren het de oranje Birkenstock slippers waar ik mentaal al afscheid van had genomen en die al half op weg waren naar de kringloopwinkel, maar waarvan het felle kleurtje ineens mijn hele slonzige homewear zomerkloffie opfleurde. Zo zie je maar weer: zo gauw ben je nog niet afgeschreven. Niet als slipper en niet als mens.

Uw moeder gaat u bellen!

Ik wou dat wij zo’n gezin waren, flitst het door mijn hoofd als ik het interview met kunstenaar Arne Quinze en zijn zoon Rhijn in de weekendkrant van afgelopen zaterdag lees: ‘Hij wordt bijna 30, en toch bellen we nog elke dag. Rhijn en ik reizen vaak met twee…’ en ‘Leven is een werkwoord. Je moet er iets voor doen. […] Veel mensen laten het onbedachtzaam voorbijglijden. Een goed gevuld leven is mijn rijkdom en mijn kinderen zijn de basis.’

Wjj zijn geen bellers. Nooit geweest ook. En dat mis ik nu we weer een nieuw evenwicht zoeken in een nieuwe levensfase. Kinderen die steeds meer hun eigen levens leiden, en steeds minder momenten waarop je vanzelfsprekend hoort wat er gaande is in die levens.
Ze komen minder thuis, en dat op zich is helemaal niet erg, ze moeten vooral doen waar ze zelf gelukkig van worden. Maar hoe blijf ik nu op de hoogte van het reilen en zeilen? Want ik wil wel weten hoe het met hen gaat en wat hen bezig houdt.

Het gekke is dat de communicatielijntjes beter onderhouden werden toen we ver van elkaar waren. Toen de oudste in Zweden woonde bijvoorbeeld, was elke zondagavond vaste Skype-avond. Nu hij in Leuven woont, babbelen we eigenlijk minder dan toen hij duizend kilometer ver was.

Terwijl ik dit allemaal zat te overdenken afgelopen weekend, zat ik gelukzalig over aanrollende golven uit te kijken naar de ondergaande zon met die weekendkrant op schoot. Een beetje weemoedig werd ik ervan. Van die mooie zomer die alweer voorbij was, en van het onbestemde verlangen zo’n gezin te willen zijn…

En toen – Eureka! (ontspannend mijmerend komen de meest lucide invallen zomaar gratis vanuit de lucht in je schoot gevallen) – bedacht ik dat wij helemaal niet zo’n gezin hoeven te zíj́n om het niet alsnog te kunnen wórden! Het is nooit te laat om versleten patronen los te laten en nieuwe gewoontes te omarmen. Iemand moet de eerste zijn. Als je het anders wil, moet je iets anders gaan doen. Zo ingewikkeld was mijn wens nu ook weer niet 😉

Dus pakte ik mijn telefoon en begon rond te bellen.
Met manlief werd dat een gemoedelijk babbeltje.
Telefoontje twee klonk zo: ‘Dag moeder, wat kan ik voor u doen?’ Hij is het duidelijk niet gewend dat ik zomaar eens bel voor de gezelligheid. We zullen het allemaal nog wat moeten leren.
En bij het derde telefoontje kreeg ik de voicemail. Ook goed, een teken dat hij lekker bezig is en leuke dingen doet waarschijnlijk.
We zien elkaar toch vrijdag om met zijn allen een verjaardag te vieren. Aan de oevers van de Schelde, bij een goed glas en lekkere hapjes, zal er een zee van tijd zijn om uitgebreid bij te praten.

En als we dan toch nieuwe rituelen aan het implementeren zijn, dan doe ik rondkijkend en luisterend nog een hoop ideeën op. Good practices die andere vaders en moeders verzonnen om de verbinding met hun kroost warm te houden:
Communicatiespecialist André Pelgrims die in een Touché podcast vertelt dat hij jaarlijks uit eten gaat met ieder kind apart. Hij heeft dan slechts één agendapunt: zeggen hoe graag hij hen ziet.
Of mijn schoonbroer die elke zomer een paar dagen gaat wandelen in de Pyreneeën met één van zijn kinderen.

Dus, lieve kindertjes van mijn hart, hou jullie vast aan de takken van de bomen, want ja hoor, wij worden ook zo’n gezin. Uw moeder gaat u bellen!
Maar wees gerust, niet elke dag. Zo’n vaart zal het niet lopen. Zo gek ben ik nou ook weer niet. En er is altijd nog die rode knop, hè 😜

En als u mij nu wil excuseren, ik heb nog een hele lijst B-taakjes te doen vandaag: Boeken terugdoen naar de Bib, Blogje afwerken (bij deze), eitje Bakken om het Back-to-school-leed van mijn dochter te verzachten (reactie: ‘Mama is precies blij dat ze eens thuis is op de eerste schooldag!’), Boodschapjes doen om daarmee een Banana Bread te Bakken, naar de Brillenman, Billie uitlaten, Boek lezen (weet nog niet of dat het Handboek Positieve Gezondheid wordt dat ik nog moet lezen voor de cursus die ik daarover volg, of dat het toch De fundamenten van Ramsey Nasr wordt), en daarbij hopelijk een Biertje nuttigen op een Bootje.
En Bellen Bellen Bellen dus.

PS: Ik wil ook heel graag nog eens met jullie op tocht. Wat vinden jullie van Kungsleden?