Kanal

Eindelijk ben ik eens bij Kanal geraakt. De imposante cultuurtempel gevestigd in de voormalige Citroëngarage in Brussel, ons eigen Centre Pompidou’tje, stond al lang op mijn verlanglijstje. Ik wou vooral de ruimtes zien. Over de tentoongestelde kunst had ik nogal tegenstrijdige recensies gelezen. Nu ben ik bepaald geen kunstkenner – wel een kunstgenieter – maar zelfs ik kon zien dat daar inderdaad nog werk aan was. Maar de ruimte, waauw! Die geweldige industriële volumes, ik was er zwaar van onder de indruk.
Alle bordjes uit vervlogen tijd hingen er nog: ‘auto’s bestemd voor export’, ‘oplevering nieuwe auto’s’, ‘carrosserie’, de parkeerstrepen op de vloer,… Vreemd om daar nu rond te lopen en moderne kunst te zien. Heel grappig was de plastic expo in de ‘phantom offices’. Ja, zo’n MacIntosh hadden wij vroeger nog in de praktijk in Lommel waar ik mijn huisartsenopleiding gedaan heb! Die iMac! Die panterzithoek!

Maar binnen al dit modern kunstgeweld in social-media-tijden, werd ik het meest geroerd door een prehistorisch directe vorm van communicatie: op de muur van de toiletten.
‘Je veux savoir ce que je veux’ kalkt een wanhopige jongeling op de muur.
Een andere wijze jongeling beantwoordt deze existentiële noodkreet rustig en doceert: ‘Il n’y a pas de réponse absolue à cette question! Fait! Et prend du plaisir…’

Ik weet niet waar ik het meest van geniet. De indrukwekkende architectuur van de gigantische garage? De ijverige studenten van de kunstopleiding van La Cambre die in de ateliers aan het werk zijn en waar een enorme energie van uitgaat? (Overigens ben ik meer onder de indruk van hun enthousiaste arbeid en hun überhippe stijl en uitstraling dan van hun kunstwerken, op de keramiek na die een jonge vrouw maakt aan de hand van de aantekeningen die haar oma haar heeft nagelaten). Of van het geruststellend besef dat het antwoord op de grote vragen van het leven nog altijd op het toilet te vinden zijn? Zowat de laatst overgebleven plek op aarde waar een mens nog tijd en ruimte heeft om na te denken, ver weg van het geblaat en het gebraak in het Twitterriool.
De rest van het antwoord en de wijze les gingen verloren door te smalle kadrering van de foto die ik ervan gemaakt heb. U zal er dus zelf heen moeten om het ultieme antwoord te ontdekken op de vraag wat u wilt in dit leven.
Wie zegt dat kunt niet meer bij machte is antwoorden te bieden op de grote kwesties?
Damestoiletten, laatste deur, de muur links van u.

I did it

De voet doet het goed. Hij ziet er niet uit (de foto is van dag 5 na het omzwikken), maar verder doet hij het prima.

Werken is gezond. Had ik een week vrij gehad dan zou ik de hele week met mijn voet omhoog gezeten hebben, maar nu moest ik wel aan de slag en ging het met het uur beter. Dus toen de raadpleging-met-stapschoenen best meeviel, ontstond het idee om misschien toch maar die abdijentocht te gaan stappen. Als test wandelde ik de dag ervoor naar de praktijk. Heen en terug slechts vier kilometer, maar het ging probleemloos: ook die test was weer goed doorstaan.
Mijn enkel omslaan was klote, maar erover bloggen bracht fijne nevenwerkingen mee: een stormpje aan lieve steunbetuigingen waardoor een mens al snel denkt: ach, waar heb ik het eigenlijk over? Er zijn véééél erger dingen in het leven (dat wist ik vóór het bloggen gelukkig al). En een aantal hartverwarmende voorstellen van behulpzame lieverds, waarvan deze mijn favoriete top drie vormen:
– ‘Kom maar naar mij gaan we samen netflixen, lig plat vanwege ischias, dus Netflix gaat overuren maken. Beterschap!!!’
– Mijn meditatiemaatje die me een lift aanbiedt voor het geval fietsen niet lukt.
– Schrijfmaatje Sylvia die mijn scheldtirade aanvult met het heerlijke ‘kák!’. Ja, die had er nog bij gemoeten, onthouden voor volgende keer, al vind ik drie keer enkel omslaan voorlopig welletjes.

Wij dus op Hemelvaartsdag naar Averbode. De kaarten waren we toch niet kwijt geraakt, en ik had er best vertrouwen in. Hoe erg kon het zijn?
Mocht de voet zwaar in de contramine gaan, dan kon ik me nog altijd bij een tussenpost (die er niet bleken te zijn) neerzetten en laten afvoeren…
Maar het wandelen ging prima, ik heb de tocht uit gelopen, genoten van de prachtige natuur, van een ijsje uit de Lekdreef en van een heerlijk abdijbiertje aan het einde van de tocht.
Het leuke van bloggen is alle reacties die je krijgt… én een plek om je foto’s te bewaren 🙂

enkeltrauma

G.V.D., f*uck, gvd, sh*t, g*dverdeg*dverdeg*dver. Moest ik een stripfiguurtje zijn, dan kwamen er nu zoiets uit mijn mond:

Ik

Ik lig op de grond te vloeken dat het een aard heeft. Alwéér mijn enkel omgeslagen, de derde keer in drie jaar tijd. Ik was (vanwege het mooie weer en vanwege het dagelijks benodigde rantsoen beweging) nog lekker een rondje gaan joggen langs het kanaal, en terugkerend door het bos is het wéér zo’n verdomde uitstekende boomwortel midden op het bospad die me gevloerd heeft. Oké, ik was zonder lenzen of bril half blind op pad gegaan, maar daar lag het echt niet aan. Was ik nou vanochtend maar gewoon gaan zwemmen zoals ik van plan was, maar nee, ik wilde het zondagochtend-gezinsontbijtje niet missen, zeker niet nu het studerende kind aangekondigd heeft meteen daarna weer naar Brussel te willen vertrekken. En dat kan echt niet zonder een dikke knuffel en succeswensen voor de start van de examens.

Daar lig ik dus. Gelukkig geraak ik nog recht en kan ik nog stappen want ook de GSM heb ik thuis gelaten. Mijn oude iPod shuffletje heb ik wel in mijn oren en het is precies na een portie bos-yoga en bij Don’t go van Yazoo dat het noodlot toeslaat. Het is nog zeker een kilometer wandelen tot waar mijn fiets staat. Dat lukt in het begin nog goed. Ik verzin zelfs wandelend dit blogje – geen gsm, maar pen en papier heb ik altijd bij me – altijd iets positiefs halen uit de miserie. Maar het stappen wordt steeds pijnlijker. Thuis geraak ik nog net op de bank. Er zit een dik ei op mijn linker enkel en dat vraagt om een icepack en een grote stapel kussens. Nu pas zie ik dat ik ook een gat in mijn broek gevallen ben met daaronder een lelijke schaafwond en er rolt ook nog een teek uit de broekspijp. Maar net aan de Lyme ontsnapt, nóg een geluk bij een ongeluk.

En nu? Geen Netflix hier in huis, veel te gevaarlijk, hoe moet ik nu mijn tijd zoek maken? Awel, gewoon pootje omhoog, vlogjes kijken, podcasts luisteren, vrt-nu kijken, bezorgd zijn over het zwart kleuren van Vlaanderen en een blogje schrijven.
En balen dat ik die abdijentocht op hemelvaartsdag waarvoor ik me samen met Wim had ingeschreven op mijn buik schrijven kan schrijven. Jammer! Het leek er eindelijk eens van te gaan komen, ik wil die tocht al zo lang wandelen.

Het vorige enkelaccident was trouwens net gebeurd een uurtje voordat ik op de Radiologie een afspraak had. Niet voor een enkelfoto maar voor een mammografie. Kwam ik daar mankend binnen met een olifantenpoot, dik van de icepacks met vijf lagen steunverband erbovenop om alles op zijn plaats te houden. Denk je dat daar een haan naar kraaide? Welnee, niemand die zelfs maar leek te denken: ‘Komt ze nou voor dat been of voor die borsten?’

Hopelijk kan ik snel terug hakken aan, maar voorlopig zullen het stapschoenen worden. Niet voor de abdijentocht, maar om te gaan werken.
Geen gezicht, maar als omgeslagen-enkel-ervaringsdeskundige weet ik dat dat het beste werkt. Gewoon stevige stappers aan en doorgaan.

En als er iemand graag in mijn plaats de abdijentocht gaat wandelen (het is maar 16 kilometer), laat dan snel weten. Je krijgt mijn kaartjes.

wijzen naar de maan

Dat begint hier al goed. Mijn eerste dag (*) op de mindfulness-trainerscursus en ik, passioneel liefhebber van schriftjes en pennetjes, trotse bezitter van een grote rode Ikea-bak uitpuilend van schriftjes in alle soorten en maten (afgedankte schoolschriftjes van de kinderen, Moleskine notebooks, Hema-schriftjes, Dille & Kamille-schriftjes, Japanse Muji-schriftjes, kunstige boekjes verluchtigd met echte pastelschilderijtjes die ik als geschenk kreeg bij mijn afscheid in Tilburg, de stapeltjes uniforme schriftjes van de zen-cursussen met nog meer dan genoeg onbeschreven blaadjes, de pareltjes van The School of Life,…) ik zit hier zonder schrijfpapier.

Geen nood natuurlijk, ik zit in hartje Antwerpen en de weg is het doel nietwaar? Hoe moeilijk kan het zijn om in Antwerpen snel onder de middagpauze een schrift te scoren? Ik begin vast te noteren op een los Moleskine velletje uit mijn agenda en kom daar vlot de ochtend mee door.
Daarna kan ik op pad. En dit is wat het pad me vandaag brengt: een naald in de hooiberg.
De buurt waar ik zit, valt dik tegen wat papier betreft. Het supermarktje heeft geen schriftjes of schrijfblokken in de aanbieding en binnen de straal van een korte middagpauze vind ik zo gauw geen boekhandel of kantoorwinkel .
Op goed geluk stap ik dan maar een stripwinkel binnen. Een winkel boordevol papier, maar niks blanco. Ten lange leste valt mijn blik op een bak met uitverkoopjes, weggepropt onder een tafel strips in de aanbieding. Het enige maagdelijke papier in de overvolle winkel waar de strips alle kasten en planken doen uitpuilen en doorbuigen .
Weliswaar met een stripfiguur op de kaft: Kuifje die samen met Bobbie naar de maan kijkt. Dat is dan meteen weer heel erg zen: ‘het wijzen naar de maan’. De wijsheid daaronder zegt: zolang je blijft kijken naar de vinger die wijst, zal je nooit de maan ontdekken.

Enfin, ik scoor dit Kuifje-schrift en dat moet natuurlijk meteen beschreven worden. Martine kan de lettertjes niet laten.
Wat trouwens ook één van mijn antwoorden was op de vraag: ‘Wat heeft mindfulness je gebracht?’ Misschien is schrijven wel het grootste cadeau dat mindfulness mij gegeven heeft.

(*) die eerste cursusdag was 1 december 2017, dit verhaal is dus al wat ouder, maar ik vond het vandaag terug omdat ik het schrift weer eens opensloeg omdat ik binnenkort een presentatie over mindfulness mag geven op een artsensymposium. Op de eerste bladzijde stond dit verhaaltje.

barstensvol talent

Deze ‘bewuste beweger’ heeft er alweer 55 heerlijke fietskilometers op zitten en snapt nu eindelijk waarom ze daar zo blij van wordt. Afgelopen weekend had ik talentencoach Elke Thiers aan de keukentafel voor een gezinssessie talentencoaching. Elke is een collega van me die ook in het gezondheidscentrum ToBE is gestapt en haar verhaal maakte me zo enthousiast dat ik het eens uit wilde proberen. Als psycholoog concentreert ze zich met deze tak van de positieve psychologie op het helder krijgen van talenten. Want die hebben we natuurlijk allemaal, maar het is niet altijd even duidelijk wat die dan wel zijn. Meestal vind je je eigen talenten zo vanzelfsprekend dat je er niet eens bij stilstaat dat het überhaupt een talent ís of denk je gewoon dat het bij iedereen zo werkt als bij jou.

Ik heb dus onder andere geleerd dat ik een ‘bewuste beweger’ ben: iemand die zich beter kan concentreren en ontspannen door beweging. Grappig genoeg blijken bewuste bewegers ook graag aan te raken en worden ze graag aangeraakt. Klopt, ik vind niks heerlijker dan een dikke knuffel. Ooit schreef ik er zelfs een blog over: ‘hier komt de knuffeldokter’.
Wat ik hier zo nuttig aan vond is dat het deze keer positief benoemd werd. Ik ben van nature nogal geneigd om de dingen bij mezelf negatief te benoemen: dat ik nood heb aan beweging omdat ik weer zoveel onrust voel bijvoorbeeld. Maar nee, graag bewegen is een talent. En als je weet dat je dat hebt, kan je er ook veel bewuster mee omgaan.
Zo ontdekten we verrassend genoeg dat vier van onze vijf gezinsleden bewuste bewegers zijn en die ene dus niet. Hoef ik eindelijk niet meer te zitten mopperen dat hij wat moet gaan dóen!
Al blijft het belangrijk voor zijn gezondheid om genoeg te bewegen, dus hij is nog niet van me af.

Nu hadden we als ouders best een goed zicht op de meeste talenten van onze kinderen, maar de manier waarop ze benoemd en uitgelegd werden was soms toch verrassend. Zo heb ik geleerd dat ik onder andere in huis heb: een rots, een grenzenverlegger, meerdere doorzetters en planmakers, bezige bijtjes, drie groepsdiertjes (zo schattig!), ontrafelaars, meetrekkers en zelfs een sterkte-architect. Ons huishouden kraakt onder de talenten.

Want zo is het precies: kinderen barsten van talenten en hoe fijn is het voor hen om dit voor de rest van hun leven te weten, bevestigd te zien en als wegwijzer te gebruiken voor de vele keuzes die ze in hun leven nog zullen moeten maken?
Ik vind dat het ontdekken van talenten een verplicht vak zou moeten zijn op school. Dan bedoel ik juíst ook al die niet-schoolse vaardigheden.

Want hoe beter je dat weet in het leven, hoe beter je ook je batterijtjes kunt opladen en in balans houden. En is dat niet precies wat we nodig hebben in dit burn-out-tijdperk waarin we leven?

Ook een groot leerpunt uit de talentensessie: dat je kan doorslaan in je talenten en dan vooral iemand nodig hebt die dat ziet en goed kan benoemen. Want als de tijd begint te dringen of de stress loopt om andere redenen op, dan ga je overdrijven in je talent en kan je je erin verliezen. Je hebt dan iemand nodig die dit mechanisme van jou kent en je daarin kan afremmen.
Verder leerde ik een mooi nieuw woord kennen voor het door overmatig gebruik versleten en uitgehold geraakte begrip hoogsensitiviteit. Wie hoogsensitief is krijgt haast automatisch het labeltje moeilijk mens, want ocharme altijd overprikkeld door de vele indrukken. Nee, het is een talent en het heet ‘sfeervoeler’. Hoe mooi is dat?
Elke legt het verder uit: een sfeervoeler kan goed voelen hoe anderen zich voelen. Ook voelt hij/zij makkelijk aan hoe de sfeer is tussen mensen. Het is ook een knop die je niet ‘uit’ kan zetten. Dan is het handig om te weten hoe je daarmee om kan gaan. En ook daarvoor heeft Elke tips: een sfeervoeler heeft een omgeving nodig waar niet de hele tijd problemen of lastige situaties zijn. (haha, ik ben dus huisarts en krijg elke tien minuten een nieuw probleem voorgeschoteld. Geen wonder dat ik allang ontdekt heb dat ik dat geen vijf dagen in de week kan doen,) Verder leeft de sfeervoeler op in een omgeving waarin het aanvaard wordt om dingen aan te voelen en hij de mogelijkheid heeft om iets te doen met wat hij aanvoelt.

Ik heb mezelf nooit het etiket ‘hoogsensitief’ willen geven, al weet ik best dat ik er behoorlijk wat kenmerken van heb. Maar ik heb een hekel aan de meeste etiketten en vaak schiet je er ook niks mee op. Maar een sfeervoeler wil ik best zijn. Het klinkt meteen een pak aangenamer en gezelliger.

Het was een leerrijke middag, en al hadden de kinderen er best tegenop gezien – ‘Maar wat komt die mevrouw nou eigenlijk dóen?’ bleef mijn dochter maar vragen – ’s avonds rolden ze weer vrolijk over de mat zoals ze dat altijd gedaan hebben als een nest puppies. ‘Mijn welpjes zijn weer aan het stoeien’ noemde ik dat geworstel altijd. Nu weet ik: het is het trio Bewuste Bewegertjes dat zijn energie kwijt moet.
Ik ga wel fietsen.
‘Martine heeft andere talenten,’ placht mijn moeder zaliger altijd te zeggen. Ze krijgt postuum nog gelijk ook. Er is nog een groot talentencoach aan haar verloren gegaan.

teleurstellend

Welkom bij de cursus omgaan met teleurstellingen voor gevorderden. Dit is de verdiepingsmodule waarin we zullen inzoomen op de vaardigheid: ‘van de nood een deugd maken’.

Teleurstellende ingrediënten waarmee we aan de slag kunnen:

  • Het is 1 mei. Een vrije dag, schitterend weer en ik moet naar een begrafenis waarvoor ik met mijn zussen heb afgesproken in Hoogstraten om van daaruit samen naar Leusden te rijden waar we afscheid zullen nemen van oom Bas. Hij is op zijn 91 rustig in zijn slaap gestorven nadat hij op vrijdag net als altijd zijn rondje heeft gefietst en in bed kroop met het plezierig vooruitzicht: ‘Het is een mooie dag om uit te slapen’. Hoe schoon wil je het hebben?
    Ik besluit om naar Hoogstraten te fietsen zodat ik wat beweging heb, want het zullen vele uurtjes in de auto worden. Gepakt en gezakt sta ik om acht uur vertrekkensklaar met mijn nieuwe snelle fiets. Ik heb er zin in! En dan volgt de afknapper: platte band…
  • In de schrijfles wordt mijn poging tot roman met de grond gelijk gemaakt. Kraak mijn boek af en je kraakt mij af. Zo is het niet bedoeld blijkbaar want a. alle kritiek is compleet terecht, dat besef ik terdege en b: na twee uur op de rooster gelegd te zijn, krijg ik van de leraar de booschap mee: ‘Maar je schrijft heel goed hoor.’ Daar koop ik natuurlijk niets voor en neem van mij aan: twee uur lang doorgezaagd worden is geen pretje. Ik ken aangenamer martelmethoden.
  • Ik heb altijd een graat in mijn vis. Echt altijd. Mijn lieve echtgenoot zoekt voor mij het zachtste stukje uit, plukt elke graat er zorgzaam uit en dan nog slaag ik er in om als enige van de hele tafel een graat te hebben. Zelfs in een fishstick heb ik al eens een graat gehad.

In deel één van de cursus Omgaan Met Teleurstellingen leerden we loslaten, daar ben ik al behoorlijk bedreven in. Nu gaan we zoals beloofd een stapje verder: hoe maak ik van de nood een deugd? Welnu, dat doet u zo:

  • Ik laat me dat fietstochtje naar Hoogstraten niet door de neus boren en pak mijn oude fiets. Zonder electriciteit dus veel beter voor mijn conditie. Aan knooppunt tien in Wortel kolonie drink ik een (zelf meegebracht) koffietje terwijl de vogels op vol volume fluiten en de kippen vrij in het bos rondscharrelen. Het is een heerlijke fietstocht en ik geniet van top tot teen op deze heerlijke vroege ochtend. (ik mis in het bos wel een Dixie, toch beetje teleurstellend)
  • Dat ik op mijn fietstochtje naar Hoogstraten nog eens een ommetje maakte op mijn oude school was dan weer niet zo’n handig idee: na het ritje door het park kom ik met vieze schoenen binnen in de koffiebar in Hoogstraten waar ik me mag omkleden. In het krappe toiletje wurm ik me uit mijn fietskloffie en kleed me een beetje gepaster voor de begrafenis. Als ik uit het toilet kom, klinkt Norah Jones uit de boxen, altijd een goed teken, en wacht er een mooie Copper Head Gin zeepdispenser om mijn handen te wassen. Ready for the funeral.
  • Die roman zwier ik over de schutting, heerlijk! Ik moet de leraar zowaar dankbaar zijn want het voelt als een opluchting om van de dwanggedachte ‘eigenlijk zou ik moeten schrijven’ bevrijd te zijn. En omdat ik nu ineens niet meer ‘moet’ schrijven van mezelf, heb ik de dag na de vernietigende feedback lekker de trein gepakt om een uitstapje naar Kortrijk te maken waar ik al maanden boekenpaleis Theoria eens wou bezoeken. (dat de treinreis VIER uur duurde, is dan weer voer voor een volgende cursus Omgaan Met Teleurstellingen. En dat er in Herentals een meute scoutsjes op de trein stapte die luid kwetterend nog net niet op mijn schoot kwamen zitten was ook niet bevorderlijk voor de ochtendrust).

Dus: welke lessen heeft u dan geleerd?
– fietsen en koffie lost alles op
– u kunt dan misschien geen roman schrijven, maar wel blogjes, HA! En zo levert elke struikeling in het leven een blogje op en kunt u toch schrijven.
– het wordt hoog tijd om op de Lotto te gaan spelen. Als u daar net zoveel kans maakt op de spreekwoordelijke naald in de hooiberg als op de graat in de fishstick, wacht u nog een schitterende toekomst.

een goed leven

‘Zit jij elke woensdag in de bib?’
‘Ja, en vaak ook maandag.’
‘Élke woensdag?’
‘Ja. En vaak ook zaterdag.’
‘Maar wat dóe je daar dan in ’s hemelsnaam altijd?’
‘Krant lezen, rommelen, blogjes schrijven, koffie drinken, gewoon tussen de boeken zitten.’

Mensen snappen vaak niet wat een mens in een bibliotheek gaat zoeken. Ik kan het ook niet zo goed uitleggen. Ik weet wel dat ik er doodgraag zit en nergens zo goed op adem kom, helemaal op mijn plooi kom en verfrist weer naar huis rijd.
De vijftig voorbij, weet ik nog altijd niet precies wat een goed leven is, maar ik weet wel dat koffie en krant er een essentieel onderdeel van uitmaken. Dat een mens steeds beter zijn eigen gebruiksaanwijzing leert kennen en dat bibliotheken en vooral de sfeer daarvan voor mij de perfecte voedingsbodem zijn voor dat andere essentiele onderdeel van een goed leven voor mij: schrijven.
En mediteren. En bewegen. Fietsen, joggen, zwemmen, wandelen, het maakt niet uit. Hoelahoepen, op de trampoline springen, alles is goed. Als ik maar kan bewegen. Daarom heb ik ook een stabureau. Van staand schrijven en werken wordt een mens veel energieker dan van zitten.

Maar wat is dan een goed leven? Is het een optelsom van alle goede dingen die er al zijn in mijn leven? Ja.
Is het een richting die ik uit wil? Ja, dat ook.
Een goed leven is zo veelomvattend. Het gaat natuurlijk over werk, relaties, gezin, kinderen, familie, gezondheid, wonen, vrije tijd, sociale omgeving, netwerk, maar ook over zelfzorg, passie, authenticiteit, meer en meer jezelf worden. Hoort religie er nog bij? Mwah, niet echt meer. Wel spiritualiteit. En de mooie overblijfselen van religie: de rituelen, de plaatsen, de gezangen, …
In 2008 schreef ik een ‘innerlijk kompas’. Het was op een driedaagse zentraining in Vught en aan de hand van een uitgekiende methode met veel post-its en woorden die je konden raken, kwam ik hierbij uit: ‘Ik ben een trots toegewijd zoekend mens. Ik kan als geen ander werken, zorgen, tot mezelf komen en zo steeds meer leren genieten. Ik wil vanuit een tedere harmonie en geduldige energie mijn kinderen, mijzelf, mijn man, mijn naasten, mijn omgeving, iets meegeven.’

Niets van dit kompas heeft ondertussen aan waarheid ingeboet. Het zegt al veel over waar ik ben, en nog evenveel over waar ik heen wil. Al deze waarden zijn nog even belangrijk.

Benieuwd wat de toekomst zal brengen. Hoe zal de mindfulnesstraining zich gaan ontwikkelen? Komt er een roman? Ontwikkelen de incidentele schrijfclubjes zich tot een echt schrijfcafé op vaste basis? Belanden we ooit in de Ardennen in een hutje op de hei? Is er hei in de Ardennen? Is leven van schrijven en mindfulness mogelijk? En gaan we in ToBE zelfs podcasts maken? En ‘unplug’-meditatiemomentjes voor drukbezette mensen?
Zoveel plannen, zoveel dromen.
En het is nu al zo goed.
Met mijn kompas kan ik alle richtingen uit, en ik hoop er jou, lieve lezer, net zoveel plezier mee te doen als mezelf.

Want al blijft dat ‘iets’ is dat ik wil meegeven een beetje vaag in dit kompas, toch hoop ik mijn lezers met mijn schrijfsels een glimlachje te bezorgen, een momentje van rust of ontspanning. Dat ik mijn patiënten met een luisterend oor wat mededogen bied en dat ik de deelnemers aan de minsfulnesstraining een sprankje verlichting laat proeven. Ook de lieve buurtjes in ons Straatverlichting-meditatiegroepje.
Met een kompas in de hand op naar de verlichting. Tussendoor geregeld pauzerend met krant en koffie.


kindvrij

Schrijfmaatje Daan schreef een stuk over zijn keuze om kindvrij door het leven te gaan. Kindvrij als in ‘er bewust voor kiezen om geen kinderen te hebben’.
Daar wilde ik meteen zoveel op zeggen dat ik er zelf maar een blogje aan wijd. En dat heeft niet tot doel om hem op andere gedachten te brengen, wel integendeel. Ik heb grote bewondering voor wie al zo jong zo bewust in het leven staat dat hij dit soort levensgrote beslissingen durft nemen. Ik had dat niet. Ik rolde gewoon door alle fasen van het leven en volgde daarbij de geijkte paden, haast zonder erbij stil te staan. Studeren, verliefd worden, samenwonen, trouwen, kinderen, bouwen, het ging allemaal vanzelf zo leek het wel. Volgde ik een soort van oer-intuïtie, was het gewoon instinct? Of was mijn onbewust manier van keuzes maken uiteindelijk precies de bedoeling?

Ooit heb ik jankend voor een zenmeester gezeten die mij rustig uitlegde waarom hij bewust geen kinderen had. Op dat moment sloeg de waarheid – of wat ik toen dacht dat de waarheid was – bij mij in als een bom: ik had het verkeerde leven gekozen. Hoeveel ik ook van man en kinderen hield, ik had moeten doen als die zenmeester en er nooit aan beginnen. Dat was in de tijd dat ik dacht dat ik zo’n einzelgänger was dat alleen een kluizenaarsbestaan mij gelukkig zou maken.
Met die zenmeester bleek achteraf vanalles mis, maar op dit punt had ik wel bewondering voor hem. Afwijken van gebaande paden vergt moed.

Kinderen zijn een radicale keuze. Kindvrij blijven is dat ook. Ik heb nog wel wat suggesties voor een middenweg:
– je kunt je kinderen laten opvoeden door je partner. Wij hebben hier thuis dertien jaar lang tot grote tevredenheid van alle partijen de rollen omgedraaid: ik nam de kostwinnersrol op mij als vrouw, mijn man was huisman.
– voor Daans schrikbeeld van een stel rondschreeuwende irritante koters – waar ik ook een grondige hekel aan heb – zijn er ook oplossingen: laat je kinderen opvoeden door een militair (mijn man dus) en laat ze school lopen in een Jezuïtencollege. Gevolg: met onze kinderen kon je overal komen. Ik herinner me geen enkele hysterische situatie, of het moet zijn dat ik ze allemaal verdrongen heb.
(En maar hopen dat de kinderen er geen trauma’s aan overgehouden hebben.)
– verder worden kinderen vanzelf groot en er is niets zo leuk als deze mensjes volwassen zien worden met hun heerlijke eigen persoonlijkheidjes. Zo breken er ook vanzelf weer kindvrije fases aan in ons leven en ja, daar kunnen wij erg van genieten.

De zenmeester ging dus door met zijn kindvrije leven en met mij kwam het ook helemaal goed. Ik heb namelijk de leukste kinderen van de hele wereld. Ik wel. Dat denkt u natuurlijk ook van de uwe en zo hoort het ook en zijn we allemaal weer tevree.
Ik was helemaal niet zo baby-minded en had nooit een keiharde kinderwens, ik was er gewoon niet mee bezig. De babies van anderen konden me maar matig boeien, maar toen ik de dertig naderde was het ineens tijd. Ik herinner me nog dat we met onze verse sterren en strepen – ik was als huisarts het Nederlands leger in gegaan en was net majoor geworden – aan de bar hingen in Hilversum en dat we een beetje lacherig aan elkaar vroegen wat we nu eens voor nuttigs met ons leven gingen doen. ‘Ik denk dat ik maar eens zwanger ga worden’, opperde ik daar jolig aan die bar. In rap tempo kwamen er toen twee heerlijke jongens en een paar jaar later nog een geweldig meisje.
De waarheid is dat ik compleet vereenzaamd zou zijn zonder gezin. Dus al was het allemaal niet heel bewust, toch heeft mijn jongvolwassen, ongerepte en onbezoedelde zieltje destijds in al zijn wijsheid precies de juiste keuzes gemaakt.
Het is niet omdat je er niet lang en breed over gecontempleerd hebt, dat een keuze niet heel wijs kan zijn. Als het hart kiest, heb je maar te volgen.


topvakantie

veel geschreven
(maar nooit genoeg)
veel gefietst
veel ontspannen
veel zon
veel geslapen
veel gelezen
vaak samen gegeten met hele gezin
(soms ook veel)
weinig TV gekeken
veel op tijd naar bed
veel gemediteerd
veel naar podcasts geluisterd
in de hangmat
en zelfs een keer Monopoly gespeeld

afgelopen week heb ik een topvakantie beleefd
Oost West thuis was het weer best

(paas)hazentanden

Schrijfopdrachtje: portretteer jezelf als een vampier.
Probleempje: waar laat je de hazentanden?
Jeugdtraumaatje: die hazentanden.

Scène op het speelplein van Wommelgem, ergens in de tachtiger jaren, ik moet een jaar of vijftien geweest zijn, amper een paar maanden ouder dan de groep aan wie ik als net gebrevetteerd monitrice geacht werd leiding te geven. Slechte beslissing natuurlijk. Die straatwijze gastjes veegden vol leedvermaak met mij de vloer aan, dat vers uit het beschermde nest gevallen kuikentje.
Grienend stond ik uit te huilen bij de hoofdmonitrice wier verliefdheden op de andere leiders van groter belang waren dan dat jankerige leidstertje.

Scène dus op dat speelplein tijdens een dansnamiddag waar ik me een kuitblessure dans met ‘de kilometerdans’, mijn all-time-favourite. Ik zit op de grond leunend tegen de muur even uit te hijgen als daar zo’n brutaal snotaapje van hoogstens een jaar of tien samen met zijn al even brutale vriendje recht voor me komt staan. De schoffies staan me zwijgend secondenlang van heel dichtbij aan te kijken. Ik verroer geen vin, zit nog na te hijgen van het dansen.


‘Hé juffrouw, hebben ze u al eens gezegd dat gij op een konijn lijkt?’
Straatwijze schoffies van repliek dienen had ik, braaf flink dutske, uit braaf nest, nooit geleerd. Al zeker niet op de brave nonnenschool waar ik mijn grijze uniformrokken sleet op de harde houten stoelen.
Dus lachte ik maar een beetje mee als een boer met kiespijn. Tandpijn, haha. Konijnentandpijn.

Enfin, jeugdtraumaatje.
Ik heb lang gehoopt dat mijn kinderen zouden ontsnappen aan dit uiterlijke kenmerk, maar bij het wisselen van hun prachtige kleine melksnijtandjes, doken toch die dominante konijnentanden op.
(Nu ik er zo over nadenk: ergens moet ik thuis nog een stel Theo & Thea tanden hebben liggen. Het kan altijd nog erger.)
Maar dit alles geheel terzijde, we waren bezig met de transformatie van konijn naar vampier.
Bloed zuigen (part of my job) en vlees eten doe ik al als de beste.
Stel je er een paar uit de kluiten gewassen hoektanden bij voor en die hazentanden verbleken in de schaduw van dit stel monsterlijke slagtanden.
Martine as a vampire, zie je het al voor je?
Man, wat zou ik die schoffies in hun weerloze nekjes gebeten hebben.