#MakeTurnhoutCleanAgain

‘Dus je hebt er geen moeite mee om je bezig te houden in de dag,’ stelt de psychologe halverwege ons gesprek vast.
Dat kan je inderdaad als een gunstig neveneffect zien van zwerfvuil ruimen: je bent er nooit klaar mee. In afwachting van weersverbeteringen die me niet langer weerhouden om meerdaagse wandel- en fietstochten te ondernemen, raap ik dus zwerfvuil op mijn wandelingen. En ik had een afspraak gemaakt om plasma te gaan geven. Twee vliegen in één klap, want zo had ik mijn wandeldoel te pakken en onderweg lag er genoeg te rapen.
Lekker gehuld in het coconnetje van mijn regenjas, en met oortjes in om ondertussen te luisteren naar fijne podcasts (deze keer Touché met Jaouad Alloul), kreeg ik alle seizoenen over mij heen: eerst zon, dan regen, daarna sneeuw en een toef donder om het af te maken. Maar wat deert het? Met een prima regenjasje ben ik op alles voorbereid, het devies ‘There’s no such thing as bad weather, there’s only bad clothing‘ stevig in mijn twee oren geknoopt.

Met een bijna volle zak zwerfvuil kwam ik alzo bijna een kwartier te laat aan bij het transfusiecentrum, maar mijn plasma wilden ze toch nog graag hebben. Gelukkig.
Een klein uurtje later en 650 milliliter plasma lichter, vervolgde ik mijn tocht. De vuilzak begon nu toch wel erg zwaar te wegen. Dat komt ook omdat de stad tegenwoordig andere zwerfvuilzakken uitdeelt. De zakken die ik de laatste keer opgestuurd kreeg zijn een stuk groter waardoor je ze hoger moet tillen anders slepen ze over de grond. Straks krijg ik er nog een tenniselleboog van. Of een golferselleboog. Of valt mijn elleboog er gewoon af, wie gaat er dan zwerfvuil ruimen?
Nee hoor, er wordt veel zwerfvuil geruimd. Dat merkte ik gisteren toen ik de Zandstraat nog eens onder handen nam. Normaal zit de zak halverwege al zo goed als vol, maar nu geraakte ik er nét mee tot het frituurtje bij het station. Daar is een vast dumpplekje voor zwerfvuilzakken in de holte van een dennenboom langs de straat, waar het regelmatig opgehaald wordt door de stadsdiensten. Een stuk makkelijker dan zo’n volle zak helemaal mee naar huis te moeten sleuren.

Mijn man vindt zwerfvuil ruimen een totaal onzinnige actie, omdat je zo enkel de vervuilers beloont door hun troep op te ruimen. Daar ben ik het niet mee eens. Die vervuilers zullen er zeker niet méér door op straat gaan gooien, hooguit – en hoogstwaarschijnlijk – evenveel, of misschien hopelijk toch nét een beetje minder. Als het ergens schoon is, is de drempel om iets achteloos weg te gooien misschien toch net een beetje hoger.
(Meer over de psyche van zwerfvuilveroorzakers in het artikel hieronder uit De Standaard.)
(En om nog even door te gaan op de psyche van de zwerfvuilgooier: ik vond vandaag een crackpijpje. Allé, ik denk dat het een crackpijpje was, want in levende lijve heb ik het nog nooit gezien en in films wordt zoiets nu ook niet heel expliciet getoond. Maar een man die me aansprak over de troep – het weer en zwerfvuil, perfect inwisselbaar als gespreksonderwerp als mensen verlegen zitten om een praatje – beweerde dat hij op diezelfde plek een paar dagen ervoor een hoop spuiten had gevonden…)
Om terug te komen op de zin van zwerfvuil rapen: er is nog zoiets als ‘zien rapen doet rapen’. Want feit is dat er steeds meer zwerfvuilruimers zich melden bij de gemeente om ook aan de slag te gaan.

En benevens een nuttige dagbesteding en een prima wandeldoel is het ook gewoon fijn om door ietwat propere straten te fietsen of te wandelen. Het leverde me vandaag weer 13 194 stappen op. (Voor minder dan 10 000 stappen kom ik mijn bed niet uit.) En mocht de dag hier niet mee gevuld raken, dan is er altijd nog Thomas Manns ‘Toverberg’ (waarin ik langzaam maar zeker vorder: ben nu op pagina 588, nog 370 te gaan, er gloort licht aan het einde van de tunnel).
Of de wachtdienst van vannacht… bèèèh…
Zou een tennisarm helpen om daar onderuit te geraken? 😜🤪


Schrijver zonder boek

Er is misschien nog hoop voor mij. In de Zeno van dit weekend lees ik in het interview met de 57-jarige Russische cardioloog Maxim Osipov: ‘Op een dag realiseerde ik me dat ik een dokter was zonder patiënten, en een schrijver zonder boek.’
In het vacuüm waarin ik me nu bevind – time-out, sabbatical, noem het hoe je het wilt – ben ik op zoek naar hoe ik de toekomst vorm wil geven en bij uitbreiding – als we dan toch bezig zijn met vragen stellen – naar de zin van het leven.
Diep in mij zit een schrijver verborgen, maar hoe lang blijft die droom verdedigbaar als je ondertussen de kaap van vijftig ruim gepasseerd bent en alleen nog maar een berg blogjes, dagboeken, wat columns en een handvol langere stukken op je CV hebt staan?
En nu ben ik dus zelf een dokter zonder patiënten en een schrijver zonder boek.
Tijd genoeg om dat boek te schrijven, daar niet van, maar de rusteloosheid van het opgesloten voelen in de lockdown, van de onzekerheid over en het zoeken naar de toekomst, en de uit dat alles voorkomende noodzaak om heel veel te bewegen om die rusteloosheid te bezweren, maakt dat er uiteindelijk weinig schrijftijd en weinig schrijfinspiratie overblijft.

Maar daar is dus Maxim Osipov die me geruststelt. Je kunt blijkbaar nog altijd op je zevenenvijftigste debuteren.
Oef. Een hele opluchting.
Want tijdens mijn vele wandeltochten ter bezwering van de onrust, luister ik heel veel naar podcasts die me bepaald niet geruststelden. Favoriet de laatste tijd is De Ochtenddienst van Trix met presentator Jaouad Alloul, en hoewel ik het geweldig vind om die nieuwe muziek en nieuwe mensen te ontdekken, is al dat jong en uber’woke’ geweld toch wat intimiderend en ga ik me van de weeromstuit oud en uitgerangeerd voelen.

Daar is nog tijd genoeg voor, want van Osipov mag ik nog een hele tijd meespelen. Gelukkig maar, want ik wil nog zoveel. Ik wil meer schrijven én ik wil toch echt dat mindfulnesscentrumpje in de Oostkantons realiseren. Oh ja, en als het effe kan, dan wil ik daar ook podcasts opnemen.
Nooit te oud om te dromen. Nu nog het zelfvertrouwen kweken om te springen. Maar eerst al die onrust eruit wandelen en fietsen. Jammer dat die Osipov geen podcasts maakt. Een beetje tegenwicht tegen al dat jong geweld zou welkom zijn. Want misschien niet meer zo piep, zijn wij vijftigplussers nog lang niet afgeschreven. Laat staan uitgeschreven 😜

PS: en een dokter zonder patiënten ben ik gelukkig ook niet echt, getuige al die lieve mails, berichtjes en telefoons die ik maar blijf krijgen van patiënten. Ja dat voelen wij, ja dat voelen wij, aan ons hartje, aan ons hartje 🎵🎶 🤗

Eerste Hulp bij Boosheid en ander winters ongemak

Het waren letterlijk vijgen na pasen, de tips en trics die in mijn mailbox vielen over hoe om te gaan met boosheid. Een paar maanden geleden ja – na dat onfatsoenlijke ontslag – tóen smachtte ik naar gereedschap om de slopende emoties van boosheid te kanaliseren, maar nu is dat leed gelukkig geleden en had ik niet zoveel meer aan de nieuwsbrief van het I AM Instituut voor Aandacht & Mindfulness met als thema ‘boosheid’.

Ik heb in die maanden op heel veel manieren geprobeerd om boosheid kanaliseren waarbij de ene manier al beter hielp dan de andere, maar toch bleef ik nog heel erg op zoek naar handvaten. Die vielen nu dus in mijn virtuele brievenbus, en ik moet zeggen: ik heb het er niet slecht vanaf gebracht. Veel van de tips en trics kon ik zo afvinken.
Maar omdat die handleiding nu toch op mijn pad kwam – al hoop ik ze nooit nog zo hard nodig te hebben – gooi ik ze toch maar even in deze blog. Ter lering ende vermaak. Voor wie het nodig mocht hebben, voor wie er ook naar op zoek was en voor mezelf om te bewaren op een logische plek. Want waar ventileer je nu beter je emoties dan in een blog waar je van alles verhalen kunt breien met de woorden die voortkomen uit al die doorgewerkte emoties?

Bij deze u dus vriendelijk aangeboden door I AM – SeeTrue: Een mindful antwoord op boosheid, woede en ergernis. (in deze nieuwsbrief was de concrete situatie waar het over ging een echtscheiding. Dat was er gelukkig bij mij niet aan de hand, maar een soort scheiding was het wel.)
Welaan dan:

Boosheid hoort bij het leven. Het is een emotie die toont dat er aan een behoefte niet is voldaan en die aanzet tot actie en verandering. Maar het kan ook een destructieve emotie zijn, die zorgt voor verbittering, verharding en langdurige woede. Het is mogelijk je boosheid om te buigen tot een positieve kracht! Door boosheid bij jezelf te herkennen, er de juiste aandacht aan te geven en op een constructieve manier te gebruiken. 

Tip 1. Eerst en vooral: geef tijd aan je boosheid. Ga ermee wandelen en fietsen. Schrijf het op. Journaal. Mediteer. Deel het met iemand die echt kan luisteren.
(check, check en check. Allemaal gedaan. Het moeilijkste was nog: iemand vinden die echt kan luisteren. Het was lichtjes shockerend om te merken hoe weinig mensen echt willen en kunnen luisteren. Velen wilden niet echt het verhaal horen of wimpelden mijn boosheid direct weg met een hoop adviezen.)

Tip 2. Zie je verdriet. Boosheid is vaak die laag die je meer kwetsbare gevoelens beschermt. Na een tijd zal je misschien in deze onderliggende laag kunnen zakken. Neem de tijd om de pijn van het ‘niet gezien zijn’ te helen. Geef het zijn tijd. Vergeef je eigen imperfectie en draag zorg voor de pijn van de imperfectie van jouw bestaan. Laat je tranen je ziel helen.
Open je eventueel voor het verdriet van de wereld, voor de pijn van iedereen die daar doorgaat. Dit kan je hart kan van compassie sterker maken en bevrijden uit de pijn van emotionele isolatie.
(yep, veel traantjes gelaten, heel veel gemediteerd en vooral heel veel gehad aan de zelfcompassie-richting binnen de mindfulness. Wat ben ik vaak blij geweest met al mijn ervaring in mindfulness en zen. Geen idee hoe ik hier anders allemaal doorheen was gekomen.)

Tip 3. Zie het goede. Wat er is gebeurd dat tot de scheiding heeft geleid, is misschien vreselijk geweest. Misschien ben je gekwetst tot in het diepste van jezelf. Toch is niemand alleen maar slecht, er zijn waarschijnlijk ook wel goede momenten geweest. Kan je deze nog koesteren? Probeer de andere te zien als iemand die net als jij gelukkig wil zijn en net als jij iets van zijn leven probeert te maken. Die net als jij soms fouten maakt en net als jij goedheid in zich draagt.
(Het goede was snel duidelijk: ik moest daar weg. En als ik daar zelf een besluit over had moeten nemen, had ik het waarschijnlijk nog een hele tijd aan laten slepen omdat er ook zoveel goeds opgebouwd was wat pijn deed om achter te laten: de fijne band met heel veel patiënten, met de secretaresse, de vertrouwdheid van het bekende en voelen dat je het in de vingers hebt.)

Tip 4. Kies voor welwillendheid. Misschien zal je altijd wel verontwaardigd blijven en zal er altijd een deel in jou kritisch blijven. Zie of je sterker kan zijn dan dat. Je kiest voor geweldloosheid, niet alleen voor jou, maar ook voor de eventuele kinderen en het grotere geheel. Er is al genoeg kritiek en boosheid in deze wereld.
Het is een nieuw evenwicht zoeken, met vallen en opstaan en het doorleven van de pijn, bewust, en leer ook van je fouten’. 
(Ook dat klopt: een deel van mij blijft verontwaardigd. Ik moest hangen over een blogje, terwijl de fouten aan de andere kant veel groter zijn maar verborgen blijven. Dat blijft onrechtvaardig. Kiezen voor geweldloosheid is dan niet makkelijk, maar wel moedig.)

En omdat ik zelf zoveel gehad heb aan mijn mindfulness en selfcompassion oefeningen, vind ik het geen probleem om ook de reclame in de betreffende nieuwsbrief over te nemen in deze blog. Er kan niet genoeg mindfulness in deze wereld gebracht worden. Dus bij deze:

I AM biedt een 3-tal trainingen aan die begeleid worden door o.a. David Dewulf en andere trainers van I AM. In deze trainingen kun je onderzoeken en oefenen samen met andere deelnemers hoe het is vanuit mildheid om te gaan met strijd en gevoelens van boosheid, zelfkritiek en onzekerheid.

Optie 1: Anders omgaan met boosheid *NIEUW*
In deze training wordt gewerkt met de essenties van mindfulness, zelfcompassie, geweldloze communicatie en compassie. Tijdens deze sessies oefen je vanuit mildheid omgaan met conflicten, je compassievol te confronteren met wat je voelt, wat vergeving is, je krijgt inzicht in wat het voor jou moeilijk maakt en wat er mogelijk is.
Een uitnodiging voor de andere weg!
Meer informatie over de training ‘Anders omgaan met boosheid’

Optie 2: Geweldloos communiceren met mindfulness
Ken je dit ? Als je van me houdt dan zou je toch moeten weten dat …. Laat je niet vangen door deze valkuil: iemand te oordelen om niet te krijgen wat je wilt, terwijl je niet eens zelf precies weet wat je wilt of het niet hebt gedeeld. In dit weekend (of avond cursus) leren we de basis van geweldloos communiceren en mediteren om je communicatie te verzachten.
Meer informatie over de training ‘Mindful Communiceren’

Optie 3: Zelfcompassie training (voor wie vooral boos is op zichzelf)
Als je innerlijke criticus zich vooral op jou afreageert en als je makkelijk heel emotioneel wordt, wil je misschien wel kiezen voor de 8 sessies zelfcompassie. Het versterkt je mildheid, je emotionele draagkracht, je zelfvertrouwen en helpt je te leven vanuit je diepere waarden.
Meer informatie over de training ‘Zelfcompassie’

Voilá, misschien heb je er iets aan en zoniet, des te beter want dan heb je ófwel geen last van boosheid ofwel heb je zelf al een goede remedie gevonden.
Zelf zweer ik bij mediteren en wandelen, al vielen de sneeuwbuien vandaag ook wel in de categorie ‘vijgen na pasen’ 😉

Turnhout – Turnhout, 45 km, nog steeds zon, maar stilaan ook stevig windje en het begint echt af te koelen

Het fietsvakantietje zit erop maar dat wil niet zeggen dat het fietsen erop zit.
Vandaag rustig rommeldagje thuis, samen buiten eten (deze keer zonder afstand nu voor iedereen de quarantaines en isolatieperiodes erop zitten) en na de middag een tourtje rondfietsen om her en der wat spullen te gaan terugbrengen:
– de ontbijtmand van het heerlijke verjaardagsontbijtje
– de bakken en boodschappentassen terug naar al die behulpzame mensen die ons boodschappen brachten tijdens de quarantaine
– de verkeerd beleverde tuinstoelkussens terug naar de zaak waar ze vandaan kwamen in Lille
– en toch nog wat boodschapjes ook want bij de bakker kreeg ik met mijn Joyn klantenkaart zomaar twee gratis pudding soezen, en die laat ik me niet zomaar door de neus boren, en nieuwe lenzen opgehaald en vervolgens heb ik me helemaal laten gaan bij de Casa: paar ovenwanten, een megagrote mand voor al mijn schapenvachtjes – ik ben verzot op schapenvachtjes – een nieuw toiletzakje en een mooi vliegennetje om de vliegen weg te houden van lekkere hapjes als we buiten eten.

Een rondje boodschappen dus van 45 kilometer.
Dat is het fijne van reizen, het vouwt je lijf en je geest open en verlegt de blik naar mogelijkheden. Ja, zelfs drie dagen op de fiets in klein Vlaanderen noem ik reizen. Een kinderhand is gauw gevuld😉
De blik weer open en het lijf weer soepel, dat is wat ik voel. Reizen maakt van bergen terug heuveltjes en van olifanten weer muggen. Horden zijn er om te nemen en niet langer iets om tegenop te zien.
Even naar Lille om een boodschapje terug te brengen? Zo’n kippeneindje, dat doen we wel even op de fiets, daar pak je de auto toch niet voor?
Door even uit te breken uit de vaste omgeving en vaste routines, voel ik me weer een stuk vrijer in mijn fysieke en mentale bewegingsruimte. Als je de vleugels weer eens goed kon uitslaan, voel je hoe goed ze je kunnen dragen.
Beperkende gedachten die in een kringetje hollen en begrensd worden door veronderstellingen en onmogelijkheden, worden bevrijd door er even uit te zijn. Dan worden gedachten weer vrij en richten zich op kansen en mogelijkheden. Ze geven je de vrijheid om onbegrensd te dromen.
Onbegrensd?
Ja hoor, ook binnen Vlaanderen of binnen de eigen landsgrenzen.
Op de fiets kan ik overal heen, de wereld ligt open, in mijn hoofd kan alles. Waar zullen we naartoe gaan?

Toen sloeg de Okra club collectief linksaf naar het IJssloeberke voor het eerste ijsje van de lente. Zonder om te kijken natuurlijk.
In kon nog net op tijd remmen.

Dag 3, Brugge-Turnhout, 168 km, tussenstop Antwerpen, alweer een stralende zon

Het is halfzeven ’s avonds op deze prachtige dag, ik ben na 123 km fietsen gestrand in Antwerpen  waar ik nu zit te wachten tot mijn batterij weer genoeg opgeladen is om de laatste vijftig kilometer aan te vatten. Bij de eerste pizzeria waar ik vroeg om de batterij te mogen opladen, mocht dat niet ‘want het ging druk worden vanavond’. Fijn voor hen, maar wat dat te maken heeft met een batterij in een stopontact, is mij een raadsel. Bij de volgende pizzeria mocht het gelukkig wel.
Volgende halte: een toilet vinden. Antwerpen had mooie borden geplaatst met een overzicht van de openbare toiletten, dus ik zette koers naar de dichtstbijzijnde: op de Sint Andriesplaats. Daar aangekomen bleek het toilet gesloten ‘wegens omstandigheden’. Op de Wapper zou er ook één zijn, maar onderweg daarheen, trok ik toch de stoute schoenen aan en vroeg het in een noten- en fruitwinkeltje. Even later stapte ik geheel verlicht en oneindig dankbaar Marocco Nuts weer buiten. Niet alleen met een lege blaas, maar ook met een bijgevulde drinkfles en een zakje vol energievoer: gemberstukjes, gedroogde bananenschijfjes omhuld met chocolade en gedroogde cocos.
In afwachting van het laden van de batterij, begin ik alvast aan een blogje. In de Rijke Beukelaarstraat, een mooi stil straatje met veel bankjes, klap ik de laptop open en zet me aan het schrijven.
Al snel word ik aangesproken door een vriendelijke man die Kamal blijkt te heten, uit Iran komt en sinds 15 jaar in België woont. Hij nodigt me uit voor een kop thee, en daar heb ik eigenlijk best zin in. Even denk ik dat hij me die thee op straat komt brengen, maar nee, hij nodigt me uit om binnen te komen en ik doe dat nog ook. Hij is heel vriendelijk en heel spraakzaam, vertelt me over zijn werk (sportcoach en iets met sieraden), over zijn verleden (hij heeft onder andere criminologie en economie gestudeerd en was vroeger politieman en sniper). Hij geeft me zijn nummer voor het geval ik zin heb om wekelijks mee te komen sporten in zijn sportschool en biedt me bereidwillig zijn hulp aan: als ik als huisarts aan de slag wil in Antwerpen, kan ik op hem rekenen.
Maar ik wil vooral verder schrijven aan mijn blog, dus stap toch maar eens op.
Op de Sint Andriesplaats heerst een gezellige zomeravondsfeer, mensen aperitieven, kletsen met elkaar, jongeren spelen basket of crossen rond op hun fietsjes.
Ik schrijf mijn blogje en knabbel mijn snackjes. Tot ik weer verder kan fietsen.

Maar laat ik terug naar het begin gaan, want vanochtend was ik nog in Brugge, dus heb ik weer een berg avonturen beleefd in de uren en kilometers die verstreken zijn tussen toen en nu. Om 8.40u vertrok ik, gesterkt door heerlijk ontbijtje. Al na tien minuten moest ik stoppen om mijn fleece uit te trekken en mijn zonnebril op te zetten, zo fel scheen de zon al.
De eerste wow liet ook niet lang op zich wachten: het minnewater binnen de Brugse stadswallen lag er zo lieflijk bij dat ik even op een bankje ben gaan zitten om ervan te genieten. Ondertussen floot de man van de toiletten achter me een deuntje terwijl hij zijn stoepje schoon veegde.
Ik passeer restaurant Aneth, en denk met heimwee terug aan een heerlijk etentje daar. Het lijken herinneringen uit een ander tijdperk.
Even later stop ik om een foto te nemen van Baron Rozette, ook al zo’n prachtig plekje, hier moet ik zeker een keer komen koffiedrinken. En elk laantje van het Minnewaterpark ontdekken.

Om toch wat variatie te brengen in de terugweg, heeft mijn zus me langs de Abdijenroute gestuurd. Dat is inderdaad de moeite, en ik was blij de ‘drukte’ van de stad weer achter me te kunnen laten en weer alleen te kunnen zijn met m’n gedachten (ik moet opletten dat ik van zo hele dagen fietsen niet nóg meer kluizenaar word!) maar toch duurde het vandaag een hele tijd vandaag voor ik in de flow raakte van het fietsen. Daar kon ik een hoop verklaringen voor verzinnen (ongesteld, darmen van streek, toch wat minder goed geslapen zo op verplaatsing, het fietsen geeft veel energie maar is ergens ook vermoeiend natuurlijk, the three day itch – chinees gezegde en gevleugelde uitspraak van mijn vader: ‘vis en gasten gaan stinken na drie dagen’- het feit dat het doel bereikt was en het nu alleen maar ‘bergafwaarts’ kon gaan, aangezien de heerlijke rush van het reikhalzend uitkijken naar dat doel nu weggevallen was, het voorwerp van verlangen was vervuld, de voorpret was opgebruikt, er restte enkel nog de melancholie na het bereiken en vervolgens verlaten van de top, en simpelweg ook mijn hart dat me terug naar huis trekt: als het doel bereikt is, is het genoeg geweest en dirigeert mijn moederlijke intuïtie – ja, die heb ik! – me naar huis.) maar waarom zou er een verklaring moeten zijn? Als je blij bent, ben je gewoon blij om blij te zijn. Gek genoeg accepteer je een minder momentje meestal veel minder onbevangen. Dan zoek je naar verklaringen en manieren om er snel weer uit te geraken.
Geluk neem je dankbaar in ontvangst en omarm je, en even ruimhartig zouden we de dipjes daarna moeten aanvaarden.
Dat is nog niet altijd eenvoudig.
Soms is het ook gewoon een kwestie van teveel tijd om na te denken. Gelukkig is daar dan altijd weer de universele wijsheid van de popmuziek. Die wijst ons ook in deze zaken des levens de weg. Niet alleen ‘what goes up, must come down’, dus een dipje na drie dagen fietsen is niet zo vreemd. En tegelijk: ‘the only way is up’. En zo was het natuurlijk ook vandaag weer. Ik had er wel een dosis Norah Jones voor nodig in de oren, en bleef vervolgens urenlang hangen bij de hilarische ‘Man Man Man’ podcasts, waarbij ik geregeld in lachen uitbarstte bij de heerlijke scherpe humor van die mannen. Plots besef ik: dat is míjn soort van humor. De scherpe soms harde humor waar ik hier vaak op afgerekend word. Hier wordt dat aangevoeld als te hard, te direct, te cynisch. Maar voor mij is het gewoon lekker pingpongen met snelle ironie. Die vaak niet gesnapt wordt, of mensen kunnen het niet plaatsen. Maar de Man Man Manners dus wel, haha, ik hoor wél ergens thuis 😜

Het devies van deze dag: gewoon fietsen, stoppen met zagen in m’n hoofd, genieten van de zon en de muziek en de podcasts.
Tegen dat ik na de omweg van de Abdijenroute terug aan kon haken bij de voorziene terugweg, was ik twaalf extra kilometers kwijt. Dat zou me later op de dag nog duur komen te staan, maar op dat moment verkeerde ik daarover nog in heerlijke ontwetendheid.

Oeps, er komen berichtjes binnen die mijn halfwassen dagplanning overhoop halen. Geen mogelijkheid om vandaag opgehaald te worden (tenzij ik de dagplanning van mijn man overhoop haal), dus zie ik in deze onvoorziene omstandigheden meteen een kans: de eerste dag zonder duidelijk plan, behalve zo ver mogelijk richting huis te fietsen.
Dat schiet lekker op. De wind is wel terug van de partij, maar niet zo fel als de eerste dag. Na 73 kilometer een snelle pitstop om 14u: chocomelk en een banaan en weer verder.
Ik heb besloten gewoon de batterij leeg te fietsen en maar te zien tot hoever ik dan geraak.
Stoempen. Lekker.

Een tijd later weer een snelle pitstop in langs het water Sint Gillis Waas op een aantrekkelijk bankje dat van Margriet en haar man Mark blijkt te zijn, die er allebei snel bij komen zitten. Altijd in voor een praatje.
Ik eet een boterham en drink een soepje, terwijl Margriet vertelt dat ze vroeger boerin was en zelf nog 30000 frank had moeten bijleggen om het bruggetje waar we op uitkijken te laten leggen zodat haar koeien naar de boomgaard konden om te grazen.
Ik voel me een beetje Arnout Hauben terwijl ik zo zit te luisteren naar haar verhalen.
Margriet vertelt ook hoe haar man de jeugd die ’s avonds komen chillen en drinken op hun bankje, in de gaten houdt en ze aanmaant hun rommel weer op te ruimen. Een mede-zwerfvuilvrijwilliger zowaar!

En we stappen weer op. Het fietsen gaat nu helemaal vanzelf. 120 Kilometer ver en still going strong. (Onderweg spot ik een zeer welgekomen Dixi maar helaas zit er een hangslot op de deur.) Maar de batterij komt laag in de gevarenzone. Ik slaag er nog in de fietserstunnel onder de Schelde te passeren, maar dan is het vat echt af, en komen we in de scène uit het begin van deze blog: de zomeravond nog jong en de stad vrolijk.

Twee uur later ga ik naar de pizzeria om de toestand van de batterij te checken.
Daar wacht me een lelijke tegenslag: de kabel zat niet goed in de lader, er is twee uur lang helemaal niets gebeurd.
Shit. Back to square one.
Kabel opnieuw insteken en terug naar de Scheldekaaien.
Daar is ondertussen le tout Antwerpen aan het aperitieven en picknicken geslagen. Het is er over de koppen lopen.
Ik zoek me een rustig plekje en terwijl de zon langzaam in de Schelde zakt en de avond valt, typ ik mijn blogje af voor ik voor de tweede keer hoopvol naar de pizzeria trek. De batterij toont nu drie opgeladen blokjes. Hmm, hopelijk geraak ik hiermee heelhuids thuis. Dat wordt nog spannend: het is nu halfnegen. Straks gaat de avondklok in en het fietslicht verbruikt veel extra energie…

Weg met de fietsknooppunten, nu is het rechttoe rechtaan naar huis. Google maps zegt dat dat op twee uur en een kwartier zou moeten lukken. ETA bij vertrek om 20.45u: 23u. Dat zou erg mooi zijn.
Bij een comfortabele 18˚C hervat ik mijn tocht. Het is nu helemaal donker. Om batterij te sparen zet ik de fietsverlichting uit bij elk stoplicht waar ik voor moet wachten. Al snel verdwijnt er toch een powerblokje, nu nog maar twee blokjes over om thuis te geraken. Ik zet de verlichting nu helemaal uit, gelukkig is er redelijk wat straatverlichting. Én ik heb nog een klein clip-on ledlampje in mijn bagage, dat ik vooraan op het fietsmandje vastklik. Dan heb ik dat ook niet voor niks meegesleurd.
Veel licht geeft het niet, maar het is beter dan niks. Alhoewel ik even later bijna overkop ga door een enorme afvoerbuis die dwars over het fietspad ligt en die ik natuurlijk niet gezien had zo.

Onderweg zie ik een intrigerend gebouw: ‘toparts’ zegt de lichtreclame. Wat zou dat zijn??
Maar nee hoor, er blijkt ‘au’ voor te staan. Maar de lichtjes van de au waren kapot 😁
Het fietsen gaat nu erg lekker; moet zijn dat ik de stal al ruik. Ik lach me kriek bij de hilarische fratsen van de mannen van de Man Man Man podcast die me heel de weg gezelschap blijven houden.

Toch kon ook dit schone liedje niet eindeloos blijven duren: bij kilometer 162 geeft de batterij er de brui aan, ik passeer op dat moment net Janssen Farmaceutica in Beerse. Dat valt nog mee. De laatste 6 kilometertjes dus niet alleen zonder licht maar ook zonder trapondersteuning, en dat is te voelen met deze zware fiets die dan ook nog extra zwaar beladen is.

Thuis!!
Aankomst: 23.22u, 168 kilometer op de teller, nog altijd een deftige 10˚C.
Het was een fijn avontuur, zelfs al is het er nog niet van gekomen om een nacht in de hangmat te slapen. Ander keertje.
Om 01.14u is ook mijn blogje af. Oef.
Slaapwel!

PS: Sorry voor de lengte van deze blog (1966 woorden, het moet niet gekker worden), en proficiat als je tot het einde geraakt ben.
Op dag 1 had ik slechts twee kladblaadjes volgekribbeld met aantekeningen, gisteren al zes blaadjes en vandaag was er geen tellen meer aan.

Dag 2, Sint Gillis Waas – Brugge, 86 kilometer, 27°C, wind in de rug

Met een croissantje achter de kiezen en wat digitale krant, zijn we klaar om erin te vliegen op dag twee van de fietstocht. Ik zadel de fiets weer op maar de batterij blijkt nog niet helemaal opgeladen. Niet erg, ik moet toch nog uitchecken bij de B&B waar ik gelogeerd heb, dus hopelijk is hij tegen dan 100% vol: vier blokjes.
Dat eventjes afrekenen duurde nog een heel eind: de dochter des huizes lag nog in haar bed, en verder was er niemand thuis blijkbaar. Ocharme, kind van zelfstandigen hè, zelfs in een extra vakantieweek mee moeten werken. In ieder geval was mijn batterij nu wel echt vol.

Om 9.20 vertrokken. Voor ’t eerst dit voorjaar in korte broek.
Ik heb er zin in, en de fiets ook. Het is net of die vlotter loopt na gisteren weer eens goed gerodeerd te zijn. Of zijn dit die ‘goeie benen’ waar renners het te pas en te onpas over hebben?
Geen wind (so far), wel vliegjes met hopen. Het is zalig fietsen door het ontwakende Waasland. Op het pittoreske kerkpleintje van Moerbeke-Waas drink ik mijn koffietje met een speculaaskoek erbij. Het is er muisstil. Om de hoek ligt een prachtig gemeentehuis en vooral het park daarbij ziet er prachtig uit. Man, hoe mooi is dat hier?
Het is zalig fietsen vandaag, het motortje zoemt dat het een lieve lust is, en als ik een katje was, zou je mij nu ook horen spinnen van puur genot. Is het het mooie weer dat me in deze opperste staat van gelukzaligheid brengt? Of het fietsen? Of beide?
Antwoord: ja en ja en ja.
Vraag: is deze volledige zen-staat-van-zijn te bereiken zonder een portie gezonde beweging? Ik denk haast van niet…

Eindeloos lange zalige fietspaden (kijk maar eens naar de foto – het vogelgezang moet je er maar bij fantaseren), maar het fietsen schiet niet op. Er is zoveel moois te zien dat ik om de haverklap stop om foto’s te maken. Kijk nu naar die bontgevlekte schaapjes met hun lammetjes in de wei. Hees blatend komt het grootste lammetje nieuwsgierig kijken wat ik aan het doen ben. Om daarna stoer bovenop zijn knollenberg te klimmen, terwijl beneden een ander lammetje zich tegoed doet aan de melk van moeder schaap, het staartje hevig kwispelend in de lucht.
En als ik niet moet stoppen voor mooie natuurfoto’s, is het wel om foto’s te maken voor mijn #TrashTuesday blogs. Ongelooflijk hoeveel promotie in deze regio wordt gemaakt voor zwerfvuilrapers.

Ik moet echt stoppen met foto’s maken want zo geraak ik nooit in Brugge.
Maar dan is er alweer een mooi bos: het Kloosterbos. Foto! Want hier wil ik zeker een keer terugkomen.
Op een haar na passeer ik later de Nederlandse grens. Oef, net geen Coronaregel overtreden.

Ondertussen is het Waasland naadloos overgegaan in het Meetjesland en slaat de kerkklok van Assenede al de noen. Ik heb er pas 37 kilometer op zitten.
Gelukkig gaat het hier nu op die lange windstille fietswegen vlot vooruit.
Of tenminste, zóu het vlot vooruit kunnen gaan, moet ik eigenlijk zeggen, want is het niet het mooie landschap dat me halt doet houden om foto’s te maken, dan zijn het wel zinnen voor mijn reisblogje die me te binnen schieten en dringend neergeschreven moeten worden voor ze weer verdwijnen.
Al helpt dat neerschrijven van die zinnen niets. Het enige effect daarvan is dat het de weg vrijmaakt voor alweer nieuwe zinnen om op te ploppen in mijn hoofd.
Het fietsen heeft de stop uit de fles gehaald en nu is de geest uit de fles. De zinnen blijven maar stromen. Zo gaat dat nu eenmaal als ik in mijn hummetje ben. En dat ben ik.
Al zou het nóg mooier zijn om dit met z’n tweetjes te kunnen doen, maar mijn man fietst niet graag. En eerlijk is eerlijk: elke tien minuten halt houden voor een foto of een paar zinnen is niet leuk, dat snap ik wel.
(Volgende week gaan we wel samen de tuinkamer onder handen nemen. Die staat er ook alweer bijna acht jaar (ik heb het net opgezocht: augustus 2014) en heeft dringend een onderhoudsbeurt nodig. De onderste planken zien af van het vocht en slaan groen uit. Schimmel zegt de tuinman.)
Dat is dan weer het handige van wandelen. Stappend kan je nog wel wat woorden neerkribbelen, op de fiets lijkt dat nergens op. Al had ik wel een hele constructie gemaakt met een plankje om onderweg wat op te kunnen schrijven, maar die constructie ligt thuis.
Misschien toch eens een dictafoontje aanschaffen voor op de fiets? (Nee, die op de iPhone is niet handig, dat heb ik al uitgeprobeerd. Bovendien is uitschrijven van ingesproken zinnen veel minder aangenaam dan van papieren aantekeningen. Spraakherkenningssoftware installeren zeg je? Zeeeeg… we zijn wel op fietstocht, hè. Het is al erg genoeg dat ik mijn laptop overal mee naartoe sleur. Al die high tech… trop is teveel. Oh ja, nog even over die telefoon die niet handig is als dictafoon: dan loopt ook de batterij te snel leeg, wat lastig kan zijn als je hem ineens dringend nodig hebt. De weg kwijt bijvoorbeeld en op de gps moeten rijden. Of geen overnachtingsplek vinden en dan plots veel moeten surfen en bellen. En ja, ik heb een powerbank bij. Maar nu houd ik erover op, ben al veel te ver afgegleden van het onderwerp.)

Waar waren we? Ah ja, kleine detour om even te plassen en dan schrijfverbod tot knooppunt 96. Dat is slechts zeven knooppunten te gaan. Ik foetel wel een beetje: ik leg het notablokje dwars in mijn fietsmandje zodat ik toch schots en scheef wat steekwoorden kan noteren als de nood te hoog is. Dat rammelt wel. Jammer dat die stevige constructie thuis stof ligt te vergaren.

Mijn maag begint te knorren. En binnen de honderd meter na mijn zelfopgelegde schrijfverbod, zak ik al genadeloos voor de test. Ik kan het gewoon niet – níet schrijven. Het lukt niet. Als ik gelukkig ben, moeten de woorden eruit. (Als ik ongelukkig ben, of boos, ook.)
Ook stap ik nog even af om mijn fluo windstopper uit te doen en mijn zonnebril op te zetten. Zo warm is het ondertussen al geworden.
Even intermezzo: je mag me trouwens te rusten leggen op de Parkbegraafplaats in Bassevelde als mijn tijd gekomen is. Een vrediger plek heb ik zelden gezien.

Wat een weer, wat lekker die windstilte vandaag, zelfs wind mee. 61 Kilometer al gefietst ondertussen en nog maar één batterijblokje verbruikt van de vier.
Goeie keuze trouwens ook vanochtend om dat shortje aan te trekken. De zon heeft al een mooi fondke kunnen leggen voor het blotebenenseizoen dat eraan zit te komen.

14U, lunchpauze. Ondertussen zijn het de kenmerkende jaagpaden van de Damse vaart die het landschap vormgeven. Ik zet me in het gras tegen een boom en eet met smaak mijn pistoletje met kaas, een snee peperkoek en een appeltje toe. Een flinke beker rozebottelthee erbij, want van fietsen krijg je dorst. De chocoladereep die ik nog van thuis had meegenomen, moet ik weggooien. Helemaal gesmolten.
Met al die bomen hier rond me, bedenk ik dat ik hier gerust even mijn hangmat zou kunnen ophangen voor een kleine siësta. Er is geen haast.
Toch maar niet… het is hier net niet verlaten genoeg om op je gemakt te zijn. Daar zijn deze fietsroutes te populair voor. Zeker met dit mooie weer.

En dus stap ik op voor de laatste etappe en fiets nu recht naar Brugge. Daar wacht me het beste terras van de stad: dat van mijn zus 🤩
Een drankje, een soepje, een babbel en dan een heerlijke tajine met 2 rode puntpaprika’s, 1 oranje paprika, 2 pastinaken, 2 zoete aardappelen, 3 wortelen, 3 ajuinen, een bokaal kikkererwten, 1 venkel, 1 courgette, 1 aubergine en stukjes lams- merguez- en chipolataworstjes. Het geheel gekruid met veel kurkuma, komijn, peper, chilivlokken, raz el hanout, géén zout en heel veel liefde.
Daarbij een Siciliaans wijntje van een Nero d’Avola druif. En gemberwater.
Aan tafel!





B&B Fruithof Tack, uw redder in nood

Na 96 kilometer in de benen – de batterij van het stalen ros moest onderweg voor de zekerheid even bijgevoederd worden, zoveel wind tegen hadden het stalen ros en ik verschalkt – met een heerlijke plons het water in duiken? Veel beter wordt het niet. Terwijl ik daar zo dobberde, realiseerde ik me dat het zeker een jaar geleden was dat ik nog eens gezwommen had. Thanks to the Rona. Of nee, toch niet: op onze zomerwandelvakantie in de Oostkantons was er in Sankt Vith ook een zwembadje in het hotel geweest.

Maar laat ik bij het begin beginnen. Het plan was een fietstocht naar Brugge, voor een bezoekje aan mijn zus en eigenlijk vooral om een doel te hebben. Ergens naartoe fietsen is altijd leuker dan gewoon een rondje. Frank Deboosere beloofde drie dagen schitterend weer, en zoals bekend moet ijzer gesmeed worden als het heet is, dus hop: de zakken ingepakt en weg was ik.
Mooi weer was het zeker, maar tjonge wat een wind. Zeker 35 kilometer langs het kanaal wind op kop. Flink trappen geblazen dus, en ondertussen luister ik naar de podcasts waar mijn zussen me over getipt hadden: een podcast over narcisme op radio 1. Zeer beluisterenswaardig, zeker omdat ik nu al twee keer in de netten van een narcist verstrikt ben geraakt. Gelukkig zijn mijn verhalen een pak minder dramatisch dan de verhalen die ik in de podcast hoor. Maar toch, het blijft heftig.
Luisterend maal ik vlot de kilometers weg en als de drie afleveringen afgelopen zijn, dient SoundCloud me spontaan een dancetrack op met heerlijke beats. Ook dat trapt lekker weg. En zo ben ik ineens al in Antwerpen. Daar wachten me twee stevige hindernissen: een hoge trap af een stukje voor de Londenbrug en even later blijkt de fietslift van de voetgangerstunnel naar Linkeroever defect. Gelukkig zijn er steeds bereidwillige sterke mannen die me helpen met mijn loeizware fiets. Alleen zou ik dat echt niet gekund hebben.
Volgen wat vlotte stukjes lang het mooie Galgenweel – ach, waar is de tijd dat we daar ooit nog naar een openluchtvoorstelling geweest zijn van Vitalski en Johan Petit? – enzovoort enzoverder tot het in Beveren spaak loopt. Wat een waardeloze bewegwijzering daar!
Op een gegeven moment ben ik het gewoon beu, al dat verkeerd en dan weer terug rijden. Ik open Google Maps en zet rechtstreeks koers naar Zelzate, dan maar even langs de grote baan. Daar hoop ik terecht te kunnen in B&B Tolkantoor, maar gisteren kreeg ik daar de voicemail en op een mail kwam ook geen reactie. We zien wel.
Onderweg krijg ik nog een telefoontje van Stad Turnhout over iets in de Kruispuntbank, georganiseerd als ik zelfs onderweg ben, noteer ik alles op een briefje en fiets dan weer verder.
Wederom kom ik door grote lappen open veld waar de tegenwind weer vrij spel heeft, de batterij begint vervaarlijk laag te zakken.
Ook dan is er weer redding in de buurt. Een vriendelijk ouder echtpaar is bezig met de lenteschoonmaak van hun oprit en terras, en daar mag ik even de batterij opladen. Die van de fiets én mijn eigen batterij. Ik krijg een stoeltje in de zon aangeboden en smikkel mijn kaasboterham op met een warme chocomelk erbij. Tegen dan is het al 16u en zou de B&B bereikbaar moeten zijn. Inderdaag krijg ik de eigenares aan de lijn, maar de B&B is gesloten, dus geen Tolkantoor voor vannacht. Ik google en bel een beetje in het rond maar overal óf onbereikbaar óf nul op het rekest.
Als ik echt niks vind, zijn er nog twee opties: bellen naar mijn Ertsveldse vriendin – nee dat is niet Marina Wally – of mijn hangmat ergens tussen de bomen hangen. Dat laatste vind ik best nog wel spannend. Zal het niet veel te koud zijn zo ’s nachts? Zal ik niet heel slecht slapen zo’n eerste nacht in een hangmat en vervolgens stijf en brak terug die fiets op moeten?
Maar toch wil ik zo’n hangmatnacht wel eens uitproberen, want dat gaat ook mijn slaapplek worden voor de nachten tijdens de pelgrimstocht in Zweden deze zomer.
Ik passeer een camping en wil daar eens gaan horen of ik mijn hangmatje kan ophangen, maar de camping is gesloten. Gelukkig kan ik er wel even naar het toilet. Het is al bijna zes uur en ik ben de hele dag nog niet gaan plassen. Fietsend kan je dat lang inhouden, wandelend niet, is mijn ervaring.
Dan rinkelt de telefoon. B&B Fruithof Tack belt terug op mijn achtergelaten voicemailberichtje: ‘ja hoor, kamers genoeg hier, kom maar af.’ Halleluja, praise the lord, ik heb een slaapplekje.
Er wacht me een allerhartelijkste ontvangst, en als de gastvrouw mijn beteuterde gezicht ziet als ze vertelt over het zwembad op het dak – ik heb natuurlijk niet aan badkleding gedacht – komt ze zelfs aanzetten met een plastig bak vol badpakken en bikini’s. Op goed geluk vis ik er één uit, en die past nog ook.
Zo snapt u nu die plons in het begin van dit stukje.
En nu ga ik eten. Ik heb er honger van gekregen.

Van de lonkende biertjes in de koelkast ben ik afgebleven terwijl mijn Marokkaanse harissasoep stond op te warmen. Met de pot vol Milka paaseitjes lukte dat niet.
Dat fietsen we er morgen wel weer af.
Voor ik onder de wol kruip, kijk ik nog een beetje TV. Geen nieuws voor mij vandaag, ik ben veel te hard aan het genieten van mijn sabattical om het plezier te laten bederven door de De Cijfers. Wel een heerlijke feelgood dosis Liefde voor Muziek.
Dan vallen mijn oogskens toe. Slaapwel!