Coupe Lockdown

Schoondochter heeft zojuist mijn nektapijtje bijgewerkt. Niet dat ik er echt onder leed, en ik weet dat het de laatste tijd weer in is (al denk ik niet dat ik nog in de doelgroep val wegens die 5 voor mijn leeftijd en niet alternatief/hipster/vegan genoeg) maar het voelt toch goed nu het weer wat opgekuist is.
Schoondochter is hier knuffelcontact aan huis (al laat ik het knuffelen wijselijk aan zoon over) en knipt met plezier het hele huishouden: zoon die weer op kamp vertrekt en zijn haar dan gemilimeterd wenst want niks zo koud als nat haar in winterse buien, dochter wiens haar groeit als woekerende klimop en dus ook mijn haar dat nu al drie kappersafspraken aan de neus voorbij zag gaan.
Ik snap de mensen niet die sinds het nieuws dat kappers misschien, héél misschien, op dertien februari weer open mogen, meteen hun kappers platbelden om een afspraak vast te krijgen. Wat kan mij dat lange haar schelen? Onverschillig als ik geworden ben – lamgeslagen door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden – kan me dat geen barst schelen. Net zoals mijn kleding me de laatste tijd weinig kan schelen: onder die witte doktersjas en die ghostbuster-pakken maakt het toch niet uit wat je draagt. Bovendien draag ik alleen nog maar praktische kleding, wegens alles op de fiets, de frequente regenval en wegens het feit dat ik elk vrij moment op wandeling wil kunnen vertrekken om de moraal toch enigszins boven de nullijn te houden. Juwelen droeg ik toch al nooit: mijn trouwring enkel op vrije dagen (want vergaarbakken van overdraagbare bacteriën) en oorbelletjes ook al een paar maanden niet meer. Al heeft dat meer te maken met de heerlijke handcrafted sjaals van mijn overbuurvrouw te maken: de oorbelletjes blijven in die delicate wol haken en ik wil ze niet kwijtraken want ze waren van mijn moeder zaliger.

Verder vind ik het ook wel iets aandoenlijks hebben: al die mensen op TV met uitgroei en ontembare krullen en lokken die overduidelijk al een tijd de schaar moeten ontberen. Allemaal in hetzelfde schuitje, allemaal een beetje minder picture-perfect, minder gestroomlijnd, minder photoshop, allemaal een beetje meer het leven zoals het is. Menselijker.

Maar ik dwaal weer af. Het ging over de ontluikende kapperstalenten van mijn schoondochter. Ondertussen groeit haar kappers-zelfvertrouwen met de dag. Ik mocht haar zelfs herkenbaar op het bijgevoegde fotobewijs zetten. Ze is gediplomeerd vertaler-tolk Italiaans en Frans, pakte er daarna gezwind nog een studie Handelswetenschappen bij en als dat allemaal nog niet genoeg is, kan ze dus nog altijd als kapster aan de slag. God weet hoe hard die nu gemist worden.
Als je haar maar goed zit, nietwaar?


#TrashTuesday

Ik heb een nieuw gat in de markt gevonden: babypoepzakjes. Naar analogie van de hondenpoepzakjes dus. Blijkbaar zijn er mensen die – naast het kakje van hun hond – ook het kakje van hun kind gewoon in de berm smijten. Weliswaar mét pamper errond, maar toch, wie dóet dit?
Verder was het een grijze onderbroek die vandaag met de hoofdprijs voor meest bizarre zwerfvuilvondst ging lopen. Afgelopen week was dat nog een condoom. Gewoon midden op straat. Je vraagt je af wat een mens bezielt.
Ook vond ik nog een flinke mensenkaka, overdekt met enkele laagjes servetjes en daarbovenop een dennenappel, mooi geschikt als de kers op de taart. Dat was in de berm van een drukke doorgangsweg. Nogmaals: je vraagt je af wat een mens bezielt. Collectief gek geworden van de aanslepende lockdown?
Afgelopen week heb ik zéven zakken zwerfvuil gevuld (en een geïrriteerde mail gekregen van de gemeente-ambtenaar die wel even precíes wilde weten hoeveel zakken er nu klaarstonden om opgehaald te worden, want dat heeft ze nodig voor haar statistieken en het is wel lastig dat ik tussen het melden van het aantal zakken om op te halen en het effectieve ophaalmoment nog zwerfvuil verzamel, en zodoende het opgegeven aantal niet meer klopt. Tja, je bent ambtenaar of je bent het niet natuurlijk).
Daarnet had ik trouwens weer een volle zak zwerfvuil in de Visbeekstraat nadat ik die pas drie dagen geleden helemaal had opgeruimd. Het is diep triest maar waar. Eigenlijk had ik twee zakken zwerfvuil maar omdat ik maar één zak bij me had, had ik onderweg de zak al twee keer leeg gemaakt in openbare afvalbakken op mijn route.

Anyway, wat ik maar wou zeggen: zin om mee zwerfvuil te komen rapen? Afspraak nu dinsdag 26 januari om 15.30u aan kruispunt Bergstraat-Schuurhovenberg, in Oud-Turnhout vlakbij Bezoekerscentrum De Liereman. Dan gaan we de Bergstraat eens onder handen nemen. Ik breng zwerfvuilzakken mee en twee grijpstokken. Wegwerphandschoenen zijn aan te raden en als je zelf grijpstokken of ander tuig hebt om troep op te rapen: neem mee, neem mee! Ik zie je daar.
Hoe meer zielen hoe meer vreugd, en behalve de goede daad, is dit ook een staaltje van pure zelfzorg. We moeten íets doen om onszelf uit het moeras van de tristesse te sleuren, nietwaar? Tot dan?!

#TrashTuesday

Ik voelde me slecht vanochtend. Voel me alweer dagen slecht. Het liefst van al wil ik m’n bed niet uit.
Het zal de lockdown wel zijn, het gebrek aan perspectief, het grijze weer, het gebrek aan escape-mogelijkheden, m’n ontslag, alle onzekerheid, zorgen, twijfels en boosheid die dat met zich meebrengt, De Onfatsoenlijken en de algehele grijsheid van het leven op sommige dagen.
Aan piekeronderwerpen is er zelden gebrek.

Ik stond op en dwong mezelf de deur uit. Soms is dat al een overwinning op zich. Dochter wenst cornflakes voor de middag en dat is een haalbaar doel. Het weer is oké. Ik fiets naar de winkel. Scoor cornflakes. Verder wat fruit, speculaas en soepgroenten. Onderweg zie ik een heel vuil hoekje in het Frac-bosje. Ik beslis één zak zwerfvuil te rapen. Niet meer en niet minder. Eén zak en een paar latex handschoenen heb ik altijd bij me.

Binnen een kwartier is de zak vol, ben ik door en door opgewarmd van het bukken en reiken en bleek ook het zwerfvuil in mijn hoofd aanzienlijk verminderd.
Dat hielp.

Zuurtegraad

Een wijze uit het land der onbegrensde mogelijkheden heeft ooit gezegd: ‘If life gives you lemons, make lemonade’. Ik geloof dat het Beyoncé was, maar daar gaat het nu niet om. Voortbouwend op haar geheel uit tegeltjeswijsheden opgetrokken filosofisch traktaat, zou ik eraan toe willen voegen: ‘If life gives you zure mensen, bake zuurdesembrood.’

De daad bij het woord voegend, ben ik daarmee op derde kerstdag – bestaat dat eigenlijk? – begonnen. De eerste resultaten waren niet bijster bemoedigend, maar alle begin is moeilijk en uiteindelijk vielen zowel smaak als textuur beter mee dan op het eerste zicht te verwachten was. De platte betonpannenkoek waarover ik eerder dit blogje schreef, vond toch gretig aftrek bij mijn opgroeiende en dus immer hongerige kroost. Hap-slik-weg en daar ging de betonpannenkoek.
En dus zette ik door. Minutieus sleutelde ik verder aan de starter en vooral toen ik die een keer glad vergeten was en hij per ongeluk drie dagen zonder te verversen in de warme bergingkast onder de verwarmingsketel stond te verpieteren, bleek dat de ultieme sprong voorwaarts. Het goedje bubbelde en bruiste van geluk en de alcoholdampen wasemden me vol in mijn gezicht toen ik met een bang hartje de pot opende om de schade op te meten. Nou mag gist natuurlijk naar alcohol ruiken, dus ik besloot er toch een brood mee te bakken. Het resultaat daarvan zou bepalen of ik verder kon met deze starter of dat hij om zeep verklaard en ten grave gedragen diende te worden en ik helemaal opnieuw moest beginnen.
Maar nee, het is zoals de auteur van het zuurdesembakboek (Roly Allen, Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem) schrijft in het hoofdstuk ‘Leven met je starter’: ‘Een starter moet een balans tussen goed gevoede gisten en melkzuurbacteriën hebben; als je hem te lang laat staan zonder hem te verversen, eten ze alle suikers en zetmeel in de bloem op en krijg je een slijmerig papje, waarin de melkzuurbacteriën – en dus het melkzuur – overheersen. Als je starter in de koelkast staat, gebeurt dat heel langzaam, maar als hij daarbuiten staat, duurt dat maar een paar dagen. Dit is geen ramp – hij is niet dood, alleen een beetje uit balans. […] Ik heb heel erg mijn best gedaan om een starter die in de koelkast stond dood te maken – zonder resultaat. […] Een starter kan wel doodgaan op kamertemperatuur als je hem een week niet voedt; je krijgt dan een heel smerig papje. Gooi het weg en begin opnieuw.’

Mijn starter was dan wel preterminaal, hij was niet dood. De reanimatiepoging was succesvol en het baksel leverde een geweldig brood op. We waren vertrokken!
Vandaag heb ik na een gelukkig heel rustige nachtdienst zelfs twéé zuurdesembroden gebakken, het ene zag er nog verleidelijker uit dan het andere en wederom ging er in één maaltijd een heel brood door. Het bakken is leuk om te doen, maar de gretigheid waarmee het brood aftrek vindt, is nog het leukste van het hele project.

Zo zie je maar weer: frustratie kan een voedingsbodem zijn voor inspiratie, net als een mislukte starter de bron kan zijn van een geweldig brood. Wanneer die inspiratie vervolgens via transformatie – al dan niet met de nodige transpiratie – uitmondt in creatie, wordt de algehele zuurtegraad van het leven alweer een stuk lichter verteerbaar.

Bij het zien van al die smikkelende mondjes rond de tafel, die zich tegoed doen aan het brood dat ik met mijn blote handen gekneed heb, droom ik weg: stel je toch eens voor dat je kon leven van wat je creëert, dat je niet meer hoeft te dokteren om de centen te verdienen die nodig zijn om al die monden te voeden. Stel je voor.

Graptje.

Toen begon ik maar aan een reuzenstapel wafels.

#TrashTuesday

‘Mensen zoals jij mogen ze in het zonnetje zetten’, houdt de mevrouw met het regenhoedje me staande als ik weer eens wat zwerfvuil loop te prikken in de buurt. Dat is misschien een beetje overdreven, maar haar complimentje doet wel deugd. Het valt op hoe vaak ik de laatste tijd positieve reacties krijg als ik met prikstok en vuilniszak in de weer ben.
Veel mensen knopen een praatje aan en willen hun waardering tonen.
Maar nog veel leuker dan dat zijn de mensen die vervolgens zelf de handen uit de mouwen steken. Een vader en een dochter op wandel met hun hond appreciëren het zozeer dat de dochter prompt opmerkt: ‘Dat gaan wij ook doen, papa! Volgende keer nemen we een zakje mee als we gaan wandelen.’
Daar word ik nou blij van. Hoe meer prikkers, hoe minder rommel, hoe mooier de wandelingetjes.

Ook al zo verrukkelijk: de reactie die Tonnie op 26 december schreef onder mijn wetterse-vlaai-blog: ‘Beste Martine, ik lees altijd met veel plezier jouw berichtjes. Ik noem ze altijd Vitamientjes.
Zo wil ik je vertellen (heel bijzonder dit, ik heb nog nooit gereageerd op een blog of zoiets, naar iemand die ik niet ken) over eerste kerstdag. Mijn man en ik waren samen te voet met mijn moeder van 91 in een rolstoel op weg naar het kerstdiner. Onderweg liepen we over een mooie nieuwe brug hier in Oirschot, en midden op die brug lag een lege pizzadoos. Toen moest ik aan jou denken! Ik twijfelde geen moment, pakte de doos en zocht de dichtstbijzijnde vuilnisbak. Die stond notabene maar 50 meter verder!!! Na ook nog twee lege blikjes opgeraapt te hebben, in die 50 meter, stopte ik de hele troep met een voldaan gevoel in de vuilnisbak.
Ons kerstdiner was heel fijn, lekker en gezellig!
Warme kerstgroet, Tonnie.’

Hoe zalig is dat? Dat mijn stukje iemand inspireert om mee te gaan opruimen? Beste piramide-spel ooit, als je het mij vraagt.
Ik ontdekte trouwens nog een leuke manier om van zwerfvuil rapen een spel te maken. Als je een hond heb tenminste: train hem om rondslingerende blikjes en andere troep te rapen en te apporteren. Kijk maar naar dit filmpje van hond Joy. Hondje blij – want hem maakt het niks uit of hij nu een weggeslingerde stok terugbrengt of iets anders, het blijft een leuk spelletje – natuur blij en ik blij 🤓

Annus horribilis

‘2020 Wordt hét jaar van verder ontwikkelen van mijn mindfulness én van mijn podcast!’, schreef ik op 1 januari 2020 enthousiast met grote letters in mijn nieuwe agenda. Alsof ik even mentaal in beide handpalmen spuugde alvorens het nieuwe jaar met volle goesting en de voeten vooruit in te vliegen.
Maar John Lennon wist altijd al beter toen hij sprak: ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans.’
Dat al mijn plannen al snel moesten wijken voor een nooit geziene pandemie had ik dan ook nooit kunnen vermoeden die eerste januari. Een stom virusje met een kapsel van piekhaar en de onwelluidende naam SARSCoV2 trok een dikke streep door de rekening. Maar dokters zijn doeners. We stroopten de mouwen op, verlegden onze aandacht en energie van richting en gingen het virus te lijf met alles wat we in huis hadden. Mindfulness en podcast verdwenen in de koelkast en verblijven daar tot nader order nog steeds in quarantaine.

Je zou dan ook zweren dat in een jaaroverzicht van het annus horribilis 2020 de pandemie en de bijbehorende lockdown de hoofdrol zouden wegkapen, niet?
Maar nee, zelfs zoiets uitzonderlijks raakte nog vlotjes overvleugeld door een andere gebeurtenis in de staart van dit jaar: mijn ontslag. Beide grote gebeurtenissen van dit crazy jaar veroorzaakt door iets belachelijk kleins: de pandemie door dat virusje, en mijn ontslag door een blogje. Als een grijze vuilniszak voel ik me gebruikt en na bewezen diensten op een onfatsoenlijke en onrechtvaardige manier op straat gezet. Eat that!

In dat blogje stond nog geen fractie van wat er werkelijk was gebeurd en het is frustrerend dat ik daar niet over kan schrijven. Ik sta er nog beduusd naar te kijken hoe dit zich allemaal heeft afgespeeld.
But this too shall pass en ondertussen probeer ik bewust te kijken naar wat wél goed en mooi was dit jaar, of grappig, of hartverwarmend. Want ook dat moeten we niet uit het oog verliezen en hoort in een jaaroverzicht.
De overgang van het ene jaar naar het andere is voor mij traditioneel ook de rituele overgang van de ene papieren agenda naar de andere en brengt zo altijd een moment van reflectie met zich mee. Het ene werkelijk volgeschreven boekwerk moet plaats maken voor een maagdelijk nieuw en nog geheel onbeschreven exemplaar.
Gekker dan dit jaar kan het alleszins niet meer worden. 2020 Was het jaar van virussen en lockdowns, van kerst in de eigen bubbel en zonder familie (maar wel met gezelschapsspelletjes en Home Alone), van oudjaar zonder vuurwerk en zonder vrienden, van avondklok, heel veel zieken en overlijdens en van mensen die hun werk kwijtraakten. Maar ook van hoop en nooit opgeven, doorzetten, van handengeklap en triomf van de wetenschap toen vaccins in recordtempo ontwikkeld werden. Omdat dus niet alles kommer en kwel was, kijk ik nog even terug op dit jaar aan de hand van de vragen die journaliste en blogster Kelly Deriemaeker stelde in haar podcast Werk & Leven, afl 27: ‘De magie van de jaarlijkse terugblik’.

  • Wat is je belangrijkste voornemen voor 2021?
    Al zette dat ontslag mijn leven voor even compleet op zijn kop, uiteindelijk moet ik vaststellen dat mijn toekomstige ex-collega’s mij misschien zelfs een groot cadeau hebben gegeven: vrijheid! En daar ga ik iets mee doen: ik gun mezelf een lange time-out deze lente en zomer, want zo’n kans krijg ik nooit meer.
    En die tijd ga ik gebruiken om eindelijk de pelgrimstocht te maken waarvan ik altijd dacht er pas na mijn pensioen aan toe te kunnen komen.
    Daarnaast staat 2021 natuurlijk ook in het teken van de zoektocht naar een fijne werkomgeving. Het wijze advies ‘You Are The Average Of The Five People You Spend The Most Time With’ zal ik daarbij goed voor ogen houden.
  • Wat is je woord voor 2020 en waarom?
    Lockdown. Behoeft geen verdere uitleg.
  • Hoogtepunten van het jaar
    De wandelvakantie die mijn man en ik afgelopen zomer samen in de Oostkantons maakten. En waar we van de weeromstuit stapelverliefd werden op deze uit ruimte en natuur opgetrokken uithoek van het land.
  • Dieptepunt van het jaar: zonder gesprek per whatsapp bericht uit de associatie gezet worden. Ongelooflijk. Maar waar.
  • Favoriete boeken van afgelopen jaar: de hele Zeven Zussen reeks die ik met huid en haar heb verslonden, Stefaan Degands ontroerende ‘Dag liefje, met Mila gaat alles goed en ik klungel lekker verder’ en Jessica Pans handboek voor de introvert: ‘Sorry dat ik te laat ben maar ik wou eigenlijk niet komen’. Momenteel ook topfavoriet op de leesstapel in het toilet: ‘101 Manieren om je baas om zeep te helpen’.
    En natuurlijk het zuurdesem-bakboek: ‘Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem’ van Roly Allen. Omdat ik ervan droom om echt zelfgebakken brood op tafel te zetten en om de vele wijsheden die de auteur achteloos doorheen het boek strooit.
  • favoriete aankopen dit jaar: een degelijke trekking-rugzak en mijn ‘Ticket-to-the-moon’ hangmat: alvast aangeschaft voor de geplande pelgrimstocht. Verder niet echt een aankoop, maar toch: de inrichting van onze bureauruimte thuis. Zo’n fijne werkplek geworden! En dat net voor de lockdown, van perfecte timing gesproken.
    Hebben ook al enorm hun diensten bewezen: al die schapenvachtjes die ik maar blijf kopen, de twee Fermob-tuinstoeltjes en de vuurschaal. Zo zijn er al heerlijke buiten-bezoekjes geweest. Zalige één-op-één gesprekken die mij veel dierbaarder zijn dan de koetjes en kalfjes-praat van grote gezelschappen.
  • Favoriete personen van het jaar: mijn man, mijn superkindjes, mijn vriendinnekens, mijn zussen. Erica Vlieghe. Delphine Lecompte. De Oostkantonse vriendschappen die in bloei staan.
  • Favoriete inspiratie: de krant. De binnenkant van mijn hoofd.
    Favoriete producten: de Huizinga handcreme die de apotheker per kilo bereidt in de hoop het vel van onze door alcoholgel geteisterde handen te redden. En de ontdekking van de Motte zoute boter van Le President (thanks, Clo!).
    Favoriete apps en websites enzo: Podcast Radio Toneelhuis, de Oak app voor mini ademhalingsbreaks doorheen de dag, uren luisterplezier gehad met het Youtube kanaal van de broertjes Williams, TwinsTheNewTrend (perfect om bijvoorbeeld nachtelijke wachtdiensturen te verzachten als je toch niet kan slapen na het zoveelste telefoontje), alles van het geweldige theater van Studio Orka via podiumaanhuis.be (waar ik nog compagnie Cecilia’s ‘Poepsimpel’ wil zien en Pied de Poule van Studio Orka).
    Tentoonstellingen waar ik van genoten heb: Tim Walker’s Wonderful things in C-Mine in Genk, de overzichtstentoonstelling van fotograaf Stephan Vanfleteren in FOMU in Antwerpen en – momenteel nog te zien – ‘Hurry up and wait’ van Tom Barman in Antwerpen. (Hoe toepasselijk is die titel trouwens voor het tijdperk waar we nu in leven. Al is leven veel gezegd? Voorwaar een ziener, die Barman.)
  • Wat vond ik de max dit jaar? De ontdekking van online nascholen: voetjes omhoog, theetje erbij en breien maar terwijl ik wijzer word en puntjes spaar.
  • Wat was minder?
    Sta me toe hier te volstaan met: ‘Sometimes the biggest leap I make is leaping out of bed’.
  • Wat gaf mij energie? Wandelen, mediteren, schrijven en elke knuffel die ik kreeg.
  • Wat vrat energie? Narcisten en ander ongemak. Mensen die toch op reis gingen en testen eisten. De boosheid en frustratie over mijn ontslag.
  • Wat was voor herhaling vatbaar? De blogreeks die ik in de eerste lockdown bij elkaar pende. Maar bij een volgende gelegenheid liever over een ander onderwerp. Don’t mention The Virus.
  • Waar heb je meer van nodig? Oostkantonse velden en wegen.
  • En waarvan minder? Verkeer. Mensen die lak hebben aan de maatregelen. Vooral als die mensen een voorbeeldfunctie hebben. Narcisten en ander ongemak.
  • Wat heb ik gerealiseerd? De blogreeks die ik in de eerste lockdown bij elkaar pende.
    Mijn eerste zuurdesembrood gebakken en bijna weer een dekentje bij elkaar gebreid.
  • Waar ben ik trots op? Die blogreeks dus én het feit dat ik sinds mijn ontslag nog geen dag verzuimd heb. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend als je na je ontslag nog zes maanden moet blijven werken op de plek waar je als een vuilniszak aan de deur bent gezet.
  • Waar ben ik blij mee? Alle steun die ik krijg. Dat het goed gaat met mijn gezin en we allemaal nog gezond zijn.
    De vaccins.
    Fijne patiënten, en zo zijn er gelukkig heel veel.
    Mensen die mijn blogjes lezen en er plezier aan beleven.
  • Wat wat er tof? Uren en uren wandelen in prachtige natuur tot je hoofd helemaal leeg is en je geest tot rust gekomen. Vuurkorf-gesprekken. De stroom aan zotte memes en foto’s en cartoons in de eerste lockdown. Alle lockdown-humor.
    De witte doktersjas die we dit jaar massaal van onder het stof hebben gehaald. Handig. Duidelijk. Hygiënisch. Maakt ook niks uit wat je eronder aantrekt, dus kledinguitgaven drastisch gesnoeid dit jaar en altijd wandelschoenen aan voortaan. Je weet maar nooit of er een gaatje in de dag valt om even te kunnen wandelen.
  • Op welke manier ben ik gegroeid? In de breedte zeker?! Haha, nee hoor, gelukkig niet. In de eerste lockdown kwamen er zeker wat extra corona-kilo’s bij maar ik heb twee uiterst effectieve methoden gevonden om daarmee om te gaan: ik ben in geen maanden nog op een weegschaal gaan staan en heb mezelf sinds vrijdag 18 september op een regime van intermittent fasting gezet: eten doe ik enkel nog tussen ongeveer 11 en 19 uur. Daar ben ik niet altijd even standvastig in – ik klungel ook maar wat aan – maar globaal heeft het twee grote voordelen: het is goed vol te houden en de extra corona-kilo’s zijn er wel af gegaan én afgebleven.
    Al weet ik dat niet honderd procent zeker natuurlijk. Want op weegschalen gaan staan, dat doe ik niet meer, haha.
  • Waarin ben ik vooruit gegaan? Loslaten. Noodgedwongen weliswaar, maar ook zo kan een mens vooruitgang boeken.
    Eindelijk gestopt met neurotisch pulken. Mondmaskers hebben zo hun voordelen.
  • Wat wil ik echt niet meer voor hebben in het jaar dat komt? Narcisten en ander ongemak.
  • Start / stop / improve: waarmee wil ik starten? waarmee wil ik stoppen?: wat wil ik verbeteren? Behalve de evidente zaken (nieuwe job, nieuwe plek) denk ik ook hier graag nog even over na. Als dat oké is voor u tenminste.
  • Hoe tevreden ben je over het afgelopen jaar op een schaal van 1 tot 10?
    Van een dikke tien afgelopen zomer naar nu een matig zeseneenhalfje. Al heb ik er het volste vertrouwen in dat dat weer een ferme acht à negen zal worden in de nabije toekomst.
  • Waar was er teveel van in 2020 en waarvan vond je dat er te weinig was?
    Teveel virussen en teveel golven. Narcisten en ander ongemak. Teveel haar (resultaat van teveel gerateerde kappersbeurten). Teveel zwerfvuil en vooral het aandeel mondmaskers en bierblikjes daarin.
    Teveel haatmail aan wetenschappers die verschrikkelijk hard hun werk doen.
    Teveel haatberichten op social media in het algemeen, teveel Trump, Teveel wc papier bij iedereen die zich schuldig maakte aan winkelplunderen en te weinig bloem in de rekken toen iedereen collectief aan het bakken sloeg. Teveel skypegesprekken en zoommeetings, te weinig tijd voor afscheid voor zoveel mensen, te weinig knuffels met mijn kinderen (ik durf ze niet goed vastpakken en mis dat echt) en te weinig collegialiteit op het werk.
  • Wat was er precies genoeg? Aperitiefjes en ander alcoholisch vermaak om ons af en toe in de vergetelheid te drinken.

Een virus en een blogje bepaalden het verloop van 2020.
Voor 2021 wens ik – onder het motto ‘never waste a good crisis’ – een leuke nieuwe job en blogjes die viraal gaan.
Ik blijf ongestoord plannen maken en zie wel of John Lennon zich nog komt moeien. All’s well that ends well.

Verder eindig ik dit jaaroverzicht graag met u uit de grond van mijn hart dit toe te wensen:
Klungel lustig verder en dwing jezelf nooit tot de volle 100 procent perfectie: 98 procent ‘okay’ en twee opgestoken middelvingers brengen je ook al een heel eind. (*)

En dan stort ik me nu in het feestgedruis en tellen we samen af naar het einde van 2020, een jaar als een flauw afkooksel van life as we know it: DRIE… TWEE… EEN… VUURWERK!!! en DRIE DIKKE KUSSEN !!!!
O nee, toch niet.

(* credits: Stefaan Degand resp. Gunter Van Assche op 23/12/20 in zijn recensie in De Morgen van de serie Big Mouth, op Netflix)

Betonpannenkoek

Verliefd? Op zo’n gekke platte pannenkoek? Waarmee je dan ook nog eens iemands hoofd kan inslaan want het mislukte zuurdesembrood is niet alleen plat maar ook keihard.
Nee, voorlopig klopt de titel van mijn broodbakboek ‘Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem’ voor geen meter.
Het rijzen is overduidelijk niet gelukt en veel liefde voor deze betonpannenkoek voel ik ook niet echt.
Ik heb er nog niet van durven eten.

Waarschijnlijk ging het al mis bij de starter. Toen die moest ‘bubbelen en bruisen’ zag ik enkel dat het mengsel begon te schiften. Al bleef de geur wel goed en kwamen er ook echt wel wat belletjes op.
Misschien ging het mis doordat ik speltbloem gebruikte. Pas op pagina 55 van het broodbakboek staat een waarschuwing over spelt: ‘Speltbloem is iets lastiger in het gebruik dan de eerder genoemde soorten bloem en meel’. Aan paging 55 was ik natuurlijk nog niet toegekomen.
Of misschien ging het mis doordat ik een kater had van kerstdag wegens teveel shotjes op het einde van de avond rond het heerlijke vuurtje buiten. Of misschien kwamen die shotjes gewoon harder aan door de zalige wandeling op kerstdag: zeventien kilometer onder een stralend zonnetje – je zou bijna gaan denken dat God bestaat – in het betoverend mooie Turnhoutse vennengebied.
Het was een zalige kerstdag, ik teken voor elk jaar zo’n fikse wandeling als feest, maar de shotjes laat ik voortaan achterwege.
Dan kan ik op tweede kerstdag een brood bakken en er misschien, heel misschien, verliefd op worden.

Maar kijk eens aan: als ik toch de moed bij elkaar raap en het brood aansnij blijkt het zowaar:
1. flink gerezen. Zie je die enorme luchtgaten?
2. zeer eetbaar, of nee, oprecht lekker
3. en zelfs buitengewoon handig. Je kunt je boterham gewoon als lepeltje gebruiken en je beleg opscheppen. Gebruiksaanwijzing: ‘te hanteren als grissini of lange vingers’.
4. een stevige workout op te leveren: snij dit brood en je krijgt kabels als armspieren!

Misschien begin ik toch een heel klein beetje vlinders in mijn buik te voelen…

Wetterse vlaai

En we blijven bezig…
dag twee van de zuurdesem-starter, and so far so good
en een Wetterse vlaai die op dit eigenste moment in de oven staat te bakken.

Poepgemakkelijk receptje van mijn zus, want als ik het kan maken met mijn twee linkerhanden in de keuken, dan lukt het iedereen.
Mix in een pan: 1 liter melk, 4 speculaasjes, 4 sneden peperkoek, 5 beschuiten, 1 lepel maïzena, 1 lepel bloem, 1/3e flesje candijsiroop, 1 ei en 100 gram suiker.
Laat even doorkoken en giet dan in een vuurvaste kom.
Eén uur in de oven op 175-180 graden en klaar is dit puddingvlaaitje. Heerlijk bij de koffie. Of de glühwein natuurlijk…

Huisvlijt

De vruchten van een dag nijvere huisvlijt ten huize Schrage: zes bladzijden van een vers sprookje, mijn zuurdesembrood-starter eindelijk gemaakt, het dekentje dat ik aan het breien ben weer een bol verder geraakt en nog een paar pagina’s van Thomas Manns ‘De Toverberg’ doorploeterd.
Waar al die energie vandaan komt? De combinatie van kerstvakantie en toch niks kunnen doen want lockdown. En dan regent het nog ook.

Aan dat dekentje brei ik overigens al een paar jaar. Of correcter: de brei ligt al enkele jaren stil, maar met dank aan de nieuwe golf van webinar-nascholingen heb ik het breien weer opgepakt. Want die webinars gaan vaak zo traag dat ik er ongeduldig van word, maar met een breiwerk op schoot transformeert dat ongeduld zich in de ene steek na de andere en zo wordt het vanzelf een zalig dekentje om onder te kruipen op winterse dagen.
In De Toverberg lees ik al maanden, het moet ooit uit geraken maar het is echt labeur. Ik hou vol. Geen idee waarom eigenlijk.
En het plan om zuurdesembrood te gaan maken dateert al van de eerste lockdown. Pas in de tweede golf slaagde ik erin het zuurdesem bakboek te bemachtigen dat ik op het oog had en pas vandaag ben ik eindelijk begonnen met de starter te maken. Hopelijk dus nog rook uit de schoorsteen – allé, brood uit de oven – deze vakantie.
Herinneringen aan een heerlijke zomerzeilvakantie in Zuid-Frankrijk in een ver verleden hebben een rol gespeeld in het sindsdien smeulende verlangen naar zuurdesembrood. De schipper van de zeilboot waarop we met een paar medestudenten verbleven, een arts die zijn doktersjas aan de wilgen gehangen had en van het zeilen zijn leven had gemaakt, had een betoverend ritueel. Elke avond na het eten haalde hij een klein houten kistje tevoorschijn waarin hij al jarenlang zijn starter bewaarde. Daar deed hij dan bloem en water bij en begon het deeg te kneden. De gesprekken kabbelden verder en hij kneedde. We praten, we zongen (Brave marin revient de guerre tout doux… ik kan het hele lied nog uit het blote hoofd zingen) en dronken wijn.
Als de deegbal klaar was om in de oven te gaan, haalde hij er een klein stukje van af en borg dat goud weer op in het heilige kistje.
Hmmm… de smaak van dat heerlijke brood elke ochtend! De blue lagoon achtige omgeving waar we elke dag in ontwaakten zal mijn herinnering wel gekleurd hebben, maar het mooie ritueel van het deeg in dat kistje waarmee elke dag een nieuw brood getoverd werd, lijkt me een mooie wegwijzer in mijn eigen broodbak-avontuur.

Verder heeft de auteur van het zuurdesembakboek, Roly Allen, me nog meer gemotiveerd om zuurdesembrood te gaan bakken door zinnen die ik nooit verwacht had in dat boek aan te treffen. Zinnen die eigenlijk vertellen hoeveel brood bakken op mindfulness lijkt. Deze Allen schrijft dat brood bakken een goede bezigheid is als je het gevoel hebt dat je onder druk staat: ‘Met muziek op de achtergrond en geen doel, afgezien van het brood dat je aan het maken bent, kom je heel gemakkelijk in een mentale flow, waarbij de tijd ongemerkt voorbijgaat, je zorgen verdwijnen en je lichaam en geest zich volledig ontspannen. In slechte tijden is zo’n mentale en emotionele herstart beter dan wat dan ook.’
Spek voor mijn bek in deze in vele opzichten slechte tijden. Als daar lekker brood, een warm dekentje en een kinderboek van komt, is het mij dat allemaal waard.

Als tegenwicht tegen al deze cultureel verantwoorde productiviteit, biecht ik u eerlijk op dat ik samen met mijn dochter Gossip Girl aan het bingewatchen ben.