Natte enkels

Al om zeven uur ben ik op pad. In het donker. In full regenoutfit. Het voordeel: de oortjes zitten beter afgeschermd tegen het geraas van voorbij razend autoverkeer dus veel comfortabeler podcast luisteren, het nadeel: de regen.
Ik kies de route langs de weg in plaats van de talud af te scharrelen zodra ik de brug over het kanaal heb genomen. De weg is een pak minder leuk maar nu met de regen waarschijnlijk een stuk veiliger dan het grindpad door het bos dat ik normaal neem.
Marlies Dekkers zit in mijn oren. Ja, die madam van de sexy lingerie. Verrassend genoeg kiest ze voor de muziek in de Touché podcast waarin ze geïnterviewd wordt steeds klassiek. Dat had ik niet meteen verwacht van zo’n buitenbeentje.
Dat heeft wel iets om zo naar Arvo Pärt te luisteren in het coconnetje van mijn regenkleding.
Aan een bushokje stop ik om het fleecejack dat ik onder de regenjas draag, uit te trekken, want het weer mag dan wel nat zijn, het is echt niet koud.

Uiteindelijk arriveer ik helemaal droog op de praktijk. Op mijn enkels na, want de elastische zijkanten van mijn rubberlaarsjes houden geen uur lang stand tegen de gietende regen.
Ik hang mijn natte spullen op, zet een kop thee, drup wat aroma-olie op mijn mondmasker (dat is zo ongeveer het enige dat ik ga missen als ook in de zorginstellingen de mondmaskerplicht vervalt) en start welgezind aan mijn werkdag.

Tijdens de huisbezoeken onder de middag heb ik geluk: het lukt om net tussen de regendouches door te laveren en op die manier ook weer droog aan de middagraadpleging te beginnen. Ook die vliegt in een vloek en een zucht voorbij met een stroom aan hulpvragen, grote en kleine kwaaltjes, goed en slecht nieuws. Als het werk erop zit, fiets ik in het donker weer naar huis na een dag vol snotvallingen, buik- en andere griepjes.
De regen is opgehouden.
Thuis wacht een grote kom dampende soep.

Koesteren

Er zijn zo van die momenten dat je als ouders ongegeneerd en schaamteloos mag blaken van trots, en dit was zo’n moment. Apetrots zijn we op die twee zonen van ons en op de mijlpalen die ze bereikt hebben. De ene legde onlangs zijn eed af als officier, en de andere behaalde een master in de biofysica en rijfde tussen neus en lippen door nog een onderzoeksbudget binnen van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek Vlaanderen waar hij de komende jaren in Leuven mee aan de slag kan in de strijd tegen Alzheimer.

Het ene heuglijke feit ging al met meer show gepaard dan het andere want afstuderen in Covid tijden, daar valt niet veel feestelijks aan te beleven. Zo’n eedaflegging aan de KMS in Brussel daarentegen is een en al pracht en praal. Want show maken, dát kunnen ze, die militairen. Met de pluimen op de hoed en de sabel in de hand marcheerde het jeugdig geweld op de marsmuziek van de muziekkapel het paradeplein rond terwijl wij als trotse ouders (en het lief en de schoonouders) op de tribune de cameraatjes lieten klikken en flitsen om alles vast te leggen voor de eeuwigheid. Van al die marsmuziek word je vanzelf vrolijk. Mijn voeten begonnen spontaan mee te wippen op de maat en soms moest ik me inhouden om niet mee te gaan dansen.
Het was een schitterende parade. Met veel gevoel voor dramatiek werd voor de start van de ceremonie gewacht tot het invallen van de duisternis. Een grote volgspot knipte aan. Een voor een werden de studenten uitgelicht. Stokstijf van de stress en strak in full galakostuum stonden ze daar ieder hun beurt af te wachten. Eenmaal midden in de lichtcirkel, brulden ze hun eed met zoveel overgave alsof hun leven ervan af hing. En dat deed het misschien ook wel een beetje.

De KMS heeft de kracht van rituelen goed begrepen, en wij zijn fan van het vieren van successen. Dit soort momenten zijn er om te koesteren en in te kaderen. Een gouden lijstje eromheen en bewaren voor de eeuwigheid. Daarom vierden we het later thuis nog eens dunnetjes over. Met een etentje en speeches en een reeks lekkere hapjes waarvoor we met drie man sterk anderhalve dag in de keuken hebben gestaan.
Ik had zelfs een diashowtje bij elkaar geknutseld van de foto’s die ik in de loop van de jaren bewaard heb in twee mapjes: ‘Wouter studeert af’ en ‘Jerome studeert af’.
Helemaal vlekkeloos liep dat niet en van de jonge doctorandus kreeg ik dan ook standje: ‘Daar had je wel wat meer werk in kunnen steken, hè mama.’
Daar had hij wellicht gelijk in maar zolang een dag maar 24 uur heeft, kan een mens maar zoveel als hij kan, nietwaar.

Enfin, het was een heuglijke avond, de officier kreeg een sabel met inscriptie en de master in science had zijn afstudeercadeau al in Zweden in ontvangst mogen nemen.
Alleman content en de nodige gin-tonics, wijntjes en tussendoor zelfs een Scroppino – zeg nu nog eens dat ik geen moeite doe – verhoogden de algehele feestvreugde tot een ongekend niveau.

Wij zijn blij met alle successen, en tegelijk: dit is nog maar het begin. Nu start het pas echt. En hoe goed ze ook gelanceerd zijn, het leven komt nu eenmaal met ups en downs. Er is niks dat er niet bij hoort.
Ook dan hoop ik dat die kerels van ons hun weg naar huis vinden en dat wij er voor hen mogen zijn. Het hoeft niet altijd goed te gaan. We houden evenveel van ze als het even tegen zit. Dat geldt natuurlijk evenzeer voor het pubertje dat we nog in huis hebben en voor wie we ooit ook heel graag zo’n feestje in elkaar zullen boksen als ook zij haar grote mijlpalen bereikt.
En verder hopen we gewoon dat ze nog heel lang graag en vaak naar huis zullen komen en vaak hun voeten onder tafel zullen steken.
Met veel plezier kloppen wij daarvoor nog een scroppino. Cheers.

PS: Jerome moest passen voor de scroppino… hij mocht op de koffie bij de koning. Een officier moet zijn prioriteiten kennen.


Van deze muziek word je vanzelf vrolijk. Meer is op eenvoudig verzoek bij mij verkrijgbaar 😉

Wintervet

In het magazine bij de weekendkrant staat een geweldige foto van een bruine beer. Twee foto’s eigenlijk: een foto vóór en een nádat hij wekenlang dertig zalmen per dag heeft gegeten. Hij heeft zich van een stevige speklaag voorzien om de winter te trotseren en heeft zich daarmee weten te kwalificeren tot een van de laureaten van de ‘Fat Bear Week’, een award die het Katmai National Park in Alaska elk jaar uitreikt aan de beer die zich het volst heeft gevreten.
Ik zal die beer dan maar de schuld geven van mijn eetbui van vandaag. Ondanks het schitterende weer van vandaag geraakte ik mijn zetel niet uit, en ben ik niet gaan fietsen of wandelen zoals ik halvelings van plan was. Ik mocht dan wel vinden dat ik dit verplicht was aan het zalige zonnetje, ik slaagde er niet in. Tot in de hangmat ben ik nog wel geraakt maar daar heb ik de hele dag alleen maar liggen lezen in de weekendkrant en in het dikke ‘Brieven uit Genua’ van Ilja Leonard Pfeijffer waar ik al weken in bezig ben.
Behalve lezen en dutten heb ik daar ook nog dikke boterhammen met peperkoek gegeten en een halve zak chips soldaat gemaakt toen ik aan de rosé ging.

Het lag dus niet aan mij, het lag aan het seizoen. Het wordt tijd voor een winterslaap en na alle kilo’s die er al af zijn gevlogen door het vele fietsen en het sobere eten van de afgelopen tijd, vond mijn buik het nu blijkbaar tijd om wat schade in te halen.
Ach, zo erg is dat ook weer niet. Morgen staat er een mooie Natuurpuntwandeling op de planning door het vleermuizencomplex bij Werkendam en maandag zitten we weer op de fiets voor de werkweek.
Even zondigen vergeef ik mezelf bij deze.
Het artikeltje over beer ‘812’ zoals hij heet, besluit met een vrolijk ‘We zien elkaar terug in de lente, slaapwel!’
En ik moet dit korte blogje ook afronden want het eten staat op tafel.
Gemarineerde zalm, gebakken op Wims wijze.
Eat that, 812!


bad-blog

In bad lig ik wekend in het warme water te ontspannen na een volle en vervullende werkdag. Ik lees wat in de krantenbijlages waar ik in het weekend niet aan toegekomen was, en plots valt mijn oog op een reisverslag over het Sint Olavspad in Zweden. Het pad dat ik notabene afgelopen zomer zelf gelopen heb.
De reisjournalist mijmert over hoe spiritueel zo’n tocht nou eigenlijk is, en beschrijft wat er zoal door zijn hoofd ging op die lange lange dagtochten: ‘Ik hield ervan om tegen mijzelf te praten zonder dat iemand mij kon horen. Zelfs die eentonige bossen vond ik rustgevend, en ook de kilometerslange, rechte, saaie grindwegen die ze doorkruisen. Ik heb gevloekt op het tergende getik van de regen op mijn capuchon, op mijn kletsnatte schoenen en op die muggen, die verdomde muggen, die een gecoördineerde aanval lijken uit te voeren zodra je op een bospad welgeteld drie seconden stil durft te staan. En ik heb gemopperd over de zeurende pijn in mijn linkerknie die aan het eind van elke middag weer opkwam, heilig bronwater of geen heilig bronwater.
Ik ben alleen maar met dit soort gedachten bezig geweest. En met alleen maar dit soort gedachten. Telt dat ook niet mee als een klein beetje spiritualiteit?’

Bij mij was het dan wel mijn rechterknie en niet de linker, maar verder: zo ongelooflijk herkenbaar, de banaliteit van je gedachten, en hoe het leven zo heerlijk overzichtelijk en simpel wordt als de enige bekommernissen van de dag eten, slapen en stappen zijn. Wassen wordt zelfs bijzaak en twee keer per week een schone onderbroek is al een hele prestatie.
Een trouwe lezer van mijn reisblog reageerde zelfs een keer: ‘jij denkt alleen nog maar aan supermarkten’. Heel opmerkzaam, ze had overschot van gelijk.

Af en toe doezel ik in het geurende water wat weg en droom van impulsieve ontsnappingsreisjes met het camperbusje dat ik nog niet heb, of van lange fietstochten en onderweg slapen in tentjes waarbij ik de regen niet aan mijn hart laat komen.

Het badwater koelt af, het is tijd om eruit te komen. Door al dat weken kan ik ondertussen een laagje huid van mijn benen afrollen. Die mooie bruine zomerhuid die ik zo dapper bij elkaar gespaard heb, pelt af. Ongemerkt vervelt mijn lijf naar een winterversie.

Dit soort geluksmomenten houden alles in balans. Doezelen in een warm bad na een lange werkdag, de plotse felle regenboog onderweg naar huis eergisterenavond, de stem van Leonard Cohen die opklinkt in zijn nummer ‘Treaty’ net als ik ’s ochtends over de brug fiets en de dag zie opkomen boven het water.

Deze week had ik voor het eerst sinds het voorjaar weer kousen aangetrokken. Al was dat uiteindelijk
nog niet perse nodig, zo mooi werd de dag alsnog.
Maar de dagen worden korter, het laatste stukje van de terugweg is al erg donker, en dan zijn kousen toch wel aangenaam.
Wat het regenweer betreft in de afgelopen week, heb ik ook bijgeleerd. Tijdens het rondje huisbezoeken in de eerste helft van de week, hield de nieuwe decathlon-regenjas me al goed droog, en ook de lage regenlaarsjes die ik jaren geleden ooit kocht maar nooit droeg, kwamen nu goed van pas. Nu volgende keer nog de regenbroek aantrekken die ik wel bij me had maar veel te lui was om aan te trekken, of te lang dacht ‘het valt wel mee met die regen’. Tja, dan wordt alles tussen jas en laarsjes toch weer nat. Maar we leren bij, en dat is wat telt.
Terug op de praktijk verwissel ik de regenlaarsjes weer voor sneakers, en zo blijven mijn voeten droog en blij. Net als ik.
Zolang er genoeg geluksmomentjes op de fiets zijn, laat ik me door de regen voorlopig niet uit het veld slaan.
En vandaag was er zoveel zon te genieten, dat ik wat regen wel weer aan kan. Alles op zijn tijd.

Strijdvaardige cardioloog

‘En morgen allemaal op de fiets naar het werk he!’ roept de cardioloog strijdvaardig uit na de nascholing over dyslipidemie. Hij heeft net uitgebreid betoogd dat een tekort aan beweging haast nog meer funest is in de strijd tegen hart- en vaatziekten dan een hoop andere risicofactoren. Een hele generatie groeit op met bewegingsarmoede en daar legt hij niet zomaar bij neer.
Stoppen met roken is zijn andere stokpaardje. De hele nascholing ging over de nieuwe richtlijnen in de aanpak van te hoge cholesterolwaarden, en het frustreert hem dat die richtlijn kansen heeft gemist. ‘Waarom hebben wij geen actie Generatie Rookvrij zoals in Nederland?’ fulmineert hij. ‘Het opstellen van de nieuwe richtlijnen was een droomkans om zoiets serieus op poten te zetten, maar het momentum is gepasseerd en nu morrelen we maar wat in de marge. Wij dokters moeten hier veel meer ons gewicht in de strijd werpen en wegen op het beleid!’
(als ik even google tref ik wel zo’n Generatie Rookvrij met een .be er achteraan, maar het feit dat ik ernaar moet googlen zegt al genoeg over de onbekendheid ervan)

Het is verfrissend om deze arts zo strijdvaardig te zien. Machteloos de schouders laten hangen is niet aan hem besteed, hij geeft niet op. Te weinig beweging, roken, overgewicht,… hij haalt er de sombere cijfers bij om zijn punt kracht bij te zetten
Want hoe overweldigend de obesitas-tsunami is die op ons afkomt, we onderschatten nog altijd de enorme ravage die deze pandemie zal aanrichten. Ze gaat de covid-pandemie ver overtreffen. Maar dat is geen excuus om bij de pakken te gaan neerzitten.
Dus ja, morgen weer die fiets op, die wandelschoenen aan, die sigaret voorgoed uit en de alcohol beperken.

Van alle huisartsen die braaf zitten te luisteren, denk ik niet dat er veel zullen zijn die zijn fietsadvies in de praktijk brengen. Turnhout is een piepklein stadje waar je met de auto eigenlijk nergens vlot geraakt, en toch is de drempel om voortaan de fiets te nemen voor de huisbezoeken blijkbaar groot. Ja, je moet je wat anders organiseren maar doenbaar is het alleszins.
Bovendien geef je het goede voorbeeld en is er de gratis bonus in mentaal welbevinden.

In de strijd tegen hart- en vaatziekten is elk stapje, hoe klein ook, mooi meegenomen.
De cardioloog heeft nog één uitsmijter klaar voor zijn hoofd uit het Teams-schermpje verdwijnt: er is geen aandacht besteed aan de impact van lawaai op het cardiovasculaire welzijn. En laat dat hem nu net zo na aan het hart liggen.
Ik heb een geestverwant gevonden.

Opruimwinst

Ooit gedacht dat je rijk kon worden van zwerfvuil rapen? Nee, ik ook niet, maar ziedaar het wonder dat afgelopen zaterdag geschiedde.
Ter ere van #World CleanUp Day ruimden we met een groepje gelijkgestemden de wijk op, en na alle gekke dingen die ik in mijn bloeiende carrière als zwerfvuilraper al had aangetroffen – zoals daar zijn: heelder zakken huishoudelijk afval, maandverband en een perfect gestreken en volgens de regels van de kunst opgevouwen zakdoek – vonden we deze keer geld. Echt geld. Een vies verfrommeld briefje van vijf euro.
Zoals het spreekwoord zegt: wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd, dus vijf euro is een mooi begin.

Eerder op de dag had ik ook al zwerfvuil geruimd met het team van Decathlon en Gustaaf Klimt. Die actie werd goed ondersteund door de stad en had dan ook heel wat meer om het lijf dan ons lokale groepje in de namiddag. Kosten noch moeite waren gespaard om de opruimactie mooi voor het voetlicht te brengen: een fotograaf, een videomaker én een drone werden er tegenaan gesmeten om alles hip en flashy in beeld te brengen. Voor zover zwerfvuil hip en flashy kan zijn natuurlijk.
Zo wordt opruimen eerder een dure dan een winstgevende zaak natuurlijk maar het was wel dikke pret. En ook handig om twee acties te combineren: voor de behulpzame buren van de namiddag had ik prikstokken, zakken, handschoenen en alcoholgel mogen lenen van het goed geëquipeerde ochtendteam.

De opbrengst van al dat rapen was navenant: in de ochtend zeker twaalf volle zakken en in de namiddag ook ruim zes. De schrammen en prikken van bermen vol netels kreeg ik er gratis bij.

We hebben dus een mooi steentje bijgedragen aan World CleanUp Day en met onze goede daad ons plekje in de hemel gereserveerd. Ik hoop van harte dat daar geen zwerfvuil ligt.
Nu is het natuurlijk maar 1 keer per jaar World CleanUp Day, maar daar trekt zwerfvuil zich niks van aan.
Dus vloog ik vanochtend maar eens in het opruimen van het stuk ringweg dat ik elke dag fiets. Ik ergerde me al te lang groen en geel aan alles wat daar lag te slingeren.
Maar o wat een verrassing toen bleek dat het er kraaknet bij lag! Iemand was me voor geweest, en iets verderop stonden als bewijs twee volle zwerfvuilzakken in de berm te wachten om opgehaald te worden. Hoe fijn!

De drie volle zakkan die ik alsnog in een uurtje bij elkaar raapte, heb ik er snel bijgezet. (Het is helemaal niet moeilijk om op een uur drie zakken vol te krijgen als je weet dat een stuk van de ring blijkbaar structureel als dumpplek gebruikt wordt door enkele onverlaten die daar draagtasjes vol lege blikjes en andere snack- en drinkverpakkingen in de greppels gooien.)

Als ik daarmee klaar ben, fiets ik nog even terug langs het stuk dat ik net heb opgeruimd. Op de dagelijkse fietstocht naar mijn werk heb ik namelijk ook een rode plastic zak zien liggen in die greppel, maar die vond ik vandaag niet terug. Heb ik er overheen gekeken?
De rode zak blijft onvindbaar, maar op het stuk dat ik net – notabene nog geen kwartier geleden – opgeruimd heb, heeft iemand alweer zijn troep uit het raam gesmeten: 2 blikjes, 1 plastic flesje en 1 lege koekjesverpakking.
Grrrr…. World CleanUp Day zou zoveel makkelijker zijn als iedereen gewoon zijn rommel thuis in de vuilnisbak gooide. Want zo hoort het.

Opruimspijt

De antilope-tas heeft dan toch de benen genomen. Weggelopen. Je zou denken dat zo’n tas zijn leven lang aan je zijde blijft en je steunt door dik en dun, maar dat bleek niet het geval. ‘Anti-loop’ was geen garantie.

Dat ik Marie Kondo te laat heb leren kennen spijt me echt, want anders was die mooie Longchamp schoudertas uit antilope leder nog steeds in mijn bezit. En hoe goed had ik die nu kunnen gebruiken.
Elke nieuwe wending in mijn leven stelt de noodzaak om mezelf opnieuw goed georganiseerd te krijgen, de juiste tas speelt daarin een levensbelangrijke rol. Ik kan er erg van genieten als dat soort details picobello in orde zijn. En de Longchamp tas was eigenlijk precies wat ik nu nodig had.
Maar ze is dus weg. En dat is mijn eigen schuld.

Dat komt omdat ik niet het juiste criterium kende om in opruimbuien het juiste onderscheid te maken tussen wat weg kan en wat ik wil houden.
Bij de laatste grote tassen-opruimronde hanteerde ik het arbitraire criterium van het getal. Van de bonte verzameling tassen die ik in de loop van de jaren gekocht had, mocht ik er slechts tien houden, zo had ik streng besloten.
Tien is niet veel.

Het was een pijnlijk proces om tot die tien te zakken. Prachtige dure handtassen sneuvelden in de strijd. Een mooi cognac kleurig Hogan handtasje met twee grote ringen, een vlekkerig bruin plat tasje dat ik ooit in Middelburg gekocht had, en tenslotte ook de beige antilope schoudertas.
Pas toen ik later Marie Kondo leerde kennen, de opruimgoeroe die de wereld leerde ik het enige goede criterium om spullen te houden of weg te doen: ‘Does it spark joy?’ Krijg je een rillinkje van plezier als je het betreffende stuk in handen neemt en er goed naar kijkt?
De Longchamp tas zou me zeker dat sprankeltje vreugde gegeven hebben met zijn zachte buitenkant, de handige binnenvakken en de handige grote binneruimte. Test geslaagd, de tas had mogen blijven. En ik had nu kunnen genieten van de perfecte werktas voor mijn job.

Maar ik heb hem dus weggegeven. Aan de kringwinkel of aan een vriendin, dat weet ik niet eens meer.
Opruimen blijft een moeilijke evenwichtsoefening. Als je alles bewaart ‘omdat het ooit nog van pas kan komen’, puilt je huis uit en staat er binnen de kortste keren een cameraploeg aan je deur om een voyeuristisch publiek te laten meegenieten van jouw geval van ‘extreme hoarding’. En als je teveel opruimt, heb je soms een beetje spijt.  Dan heb ik liever een beetje spijt dan een volgepropt huis. Een beetje spijt is een kleine prijs.

Gelukkig heb ik nog altijd tien tassen die ook dienst kunnen doen.
Maar zonder de rilling-van-plezier-test gaat er bij mij nooit meer iets de deur uit. En daarmee is ook het risico op opruimspijt verleden tijd.

Marie Kondo heeft ondertussen weer een nieuwe Netflix hitserie op haar naam staan, ‘Sparking Joy’.
En moest iemand de beige Longchamp tas uit antilope leder – het was een zogenaamd bucket bag model – voor een schijntje gekocht hebben in de kringwinkel, ik koop hem met plezier voor een veelvoud van de prijs terug.
Dure hobby hoor, opruimen.

PS: de foto hierboven kwam ik tegen in een blog: Tassen opbergen: 13 handige tips! Had ik die maar eerder gezien. Dan had ik nooit zoveel tassen weg hoeven doen 😂

Was ik maar een kat

Zondagmiddag halfzes, uiterst voldaan zit ik met een rosé aan de tuintafel na te genieten van de dag. De mailbox is weer opgeruimd, de weekendkranten zijn gelezen, vanochtend genoot ik van een heerlijke ‘Overlezen’ in de Warande met een acrobatievoorstelling als toetje. Ik heb gewandeld, yoghurt-ijs gemaakt, een loupebril besteld en me ingeschreven voor een paar leerrijke nascholingen. Dyslipidemie, een mindfulnesslezing met als thema ‘Heel het leven’, en een avond van het Palliatief Netwerk over ‘Natuurlijk sterven, hoe ging dat ook al weer?’ als u het precies wil weten. De dood blijft een boeiend studieonderwerp dat me blijft fascineren. Zolang ik er tenminste zelf nog niet aan hoef te geloven want ik ben veel te hard aan het genieten.

Ik heb zin in de nieuwe werkweek – vooral in de fietstocht heen en terug – maar voorlopig is het nog zondag en is de dag nog mooi en de avond nog lang genoeg om samen buiten te eten als straks iedereen weer thuiskomt van de zondagse bezigheden: man en zoon hebben de hele dag in Gunfire heelder troepen bezoekers in goede banen geleid, stoere dochter heeft ondanks een bont en blauwe omgeslagen enkel paardrijles gegeven en de oudste ligt wellicht nog te bekomen van een interview voor zijn onderzoeksbeurs want de berichtjes die ik hem vandaag gestuurd heb, zijn nog steeds niet gelezen.
Iedereen lekker bezig, zo heb ik het graag.

Té is nooit goed, behalve in ‘tevreden’. Ik heb stilaan door dat ik steeds meer leef in overeenstemming met de waarden die voor mij belangrijk zijn in het leven: met stip op één is dat vrijheid. Bijna even belangrijk daarnaast zijn: bewegen, gezondheid, creativiteit, van betekenis kunnen zijn voor anderen, voldoende tijd voor stilte/rust/alleen zijn maar evengoed me verbonden voelen met anderen. En naast dat alles gedij ik bij geprikkeld worden door nieuwe ervaringen, inspirerende mensen, aanstekelijke muziek. Me erkend en gewaardeerd voelen heb ik ook nodig, net als ieder mens.
In dat alles word ik de laatste tijd ruimschoots voorzien.

Was ik een kat, ik lag te spinnen van tevredenheid.
Of toch maar niet. Een kat mag geen rosé.

Buitenbeentje

‘Vaste’ vervangers, daar scheelt iets aan’, zo was de perceptie in mijn jonge huisartsen-tijd.
Maar nu ik ondertussen zelf zo’n vaste vervanger ben geworden, kan ik alleen maar vaststellen dat het fantastisch is.
Daar zal het mooie weer en de dagelijkse fietstocht van een uur heen en een uur terug vast voor iets tussen zitten, maar dat is het zeker niet alleen.
Oké, we zijn nog maar net anderhalve week ver, maar het was tot nu toe alvast een geweldige ervaring.
Ik word zo blij van mijn no-nonsense relaxte collega’s, de vriendelijke hulpvaardige secretaresse en de fijne patiënten in deze praktijk, dat ik elke dag fluitend naar mijn werk ga.
Dat mag u zelfs letterlijk nemen, want op de fiets luister ik altijd naar heerlijke podcasts met diepgaande interviews en formidabele muziek, en dan durf ik al eens luidkeels mee te kwelen. Dat klinkt vast verschrikkelijk vals, maar aangezien ik daar zelf weinig last van heb en het op de fietspaden nog rustig is, kan dat weinig kwaad.

En ja, de zon doet heel veel. Ik ga die zo hard missen als de herfst uit de startblokken schiet. Maar dan hangt er altijd nog een andere wortel voor mijn neus: de vrijheid die je als vervanger hebt.
De huidige vervanging loopt tot eind februari, en het idee dat ik daarna weer gewoon twee maanden vakantie kan nemen als ik daar zin in heb, is een verrukkelijke gedachte. Of ik dat doe of niet, is niet eens aan de orde. Het is het idee dat telt.

Na zes maanden thuis geweest te zijn na het onfrisse ontslag, was ik bijna geheel geadapteerd aan het bezadigde ritme van een gepensioneerde. In het begin was het dan ook wat moeilijk opstaan zo vroeg op de ochtend. Maar zelfs dat wende in no time.
En er waren zoveel prettige neveneffecten aan het feit dat ik terug ging werken in de streek waar ik ben opgegroeid. Even dag gaan zeggen aan het graf van mijn ouders, jeugdvriendinnen die ik op de raadpleging zie, een omwegje maken naar het huis waar ik ben opgegroeid, familie van mijn eerste liefje ontmoeten, elke dag langs mijn oude school fietsen… Ik geniet er allemaal veel meer van dan ik ooit voor mogelijk had gehouden.

Verder is het spreekuur vooralsnog zeer doenbaar, geen hectiek, geen tien dingen tegelijk.
Het vervelende computerprogramma neem ik maar voor lief, zolang er zalige patiënten zijn als die dame die me alle vertrouwen gaf om haar uit de kom geschoten schouder te reponeren, alhoewel ik eerlijk had gezegd dat ik het nog nooit gedaan had, maar wel durfde uitproberen. ‘Doe maar’ zei ze meteen. Waarop haar dochter en ik heel aandachtig een tutorial bekeken van de betreffende Cunningham methode en zij en ik met vereende krachten de schouder weer netjes in de plooi hielpen.
Kortom, ik geniet van mijn werk en het geeft volop zin en betekenis aan de dagen.

Bijna bij de praktijk aangekomen, barst Thé Lau’s hese stem in zingen uit in mijn koptelefoon. ‘Dit is voor de misfits
die je her en der alleen ziet staan…

en ik hef het glas
op jouw gezondheid
want jij staat niet alleen
iedereen is van de wereld
en de wereld is van iedereen!’

Ja, die vaste vervangers, daar is iets mee.
Ik heb me altijd een beetje een buitenbeentje gevoeld, laat mij dan maar dat buitenbeentje zijn. Ik omarm het met heel mijn hart.
Iedereen is van de wereld, en de wereld is van iedereen.
Ook van deze genietende vaste vervanger.

PS: Dit blogje verscheen gisteren op Medisch Contact: https://www.medischcontact.nl/opinie/blogs-columns/blog/buitenbeentje-.htm


Zaterdag 18 september: World Cleanup Day

Zaterdag 18 september is het World Cleanup Day. Natuurlijk doe ik mee, wat dacht je! Dat was ik al lang van plan vóór ik gisteren een foldertje van Gustaaf Klimt in de hand gedrukt kreeg na de yoga les. Gustaaf Klimt is ‘de boulderhal waar klimmen de kunst is en je even helemaal kunt ontsnappen aan de dagelijkse realiteit’. En wat dat met yoga te maken heeft, ontdek ik als ik hun website erbij haal: ‘Bij gustaaf bieden we ook yoga aan. Als klimmer gebruik je namelijk je hele lichaam. En hoe beter je je lichaam leert kennen en gebruiken, hoe beter je klimprestaties. Yoga kan hierbij helpen.’
Anyway, de yogales zat erop en ik besloot me voor de World Cleanup Day aan te sluiten bij deze enthousiaste club zwerfvuilruimers. (Decathlon en Slipstream ‘drone cinematography’ werken ook mee aan deze clubactie, lees ik op de flyer.)

Vanochtend scheen de zon en stapte ik goedgezind op de fiets om een ochtendje te gaan schrijven in de bib in Beerse. Dát was lang geleden! Zo kwam ik sinds lang nog eens in de Visbeekstraat bij mij om de hoek, en moest daar tot mijn ontsteltenis vaststellen dat het er weer een puinhoop was.

Weetje uit een klein artikeltje in de krant van dinsdag 17 augustus 2021: ‘Meeste afval op stranden komt van 12 merken.’
Dat wist ik al lang. Coca-Cola, Red bull en lege sigarettenpakjes staan in de top 5, had ik al gemerkt in mijn reeds gevorderde zwerfvuilvrijwilligerscarrière. (Mooie woordtip voor scrabbelaars trouwens! Geen dank. Ik weet niet eens of het een echt woord is.)
Het artikeltje bevestigt dat: ‘Coca-Cola voert de lijst aan, maar ook AB InBev scoort hoog. Bijna tweederde van de tienduizend stukken afval dat goeddoelorganisatie Surfers Against Sewage met vierduizend vrijwilligers verzamelde, bleek toe te behoren aan twaalf multinationals waaronder Coca-Cola Pepsi en AB InBev. Ook Mondelez International, moederbedrijf van Côte d’Or en Lu staat in de lijst.’

World Cleanup Day? World?? Laten we gewoon maar eens (her)beginnen in eigen buurt. Om de hoek ligt helaas alweer zooi genoeg om een paar uur zoet mee te zijn.
Mijn programma voor de 18e zal dus overvol zijn:
9.45u: verzamelen geblazen aan ‘Gustaaf Klimt’, Koningin Elisabethlei 133 in Turnhout
10u: Start wandeling naar de Stadsboerderij, een opruimactie van ongeveer 2 uur. Materiaal wordt voorzien.
12u: Komen we terug samen bij Gustaaf Klimt, wegen we het verzamelde afval en laten we onze mooiste glimlach zien aan de fotograaf.
15u: Ik gooi er nog een uurtje Visbeekstraat clean-sweepen achteraan… ik hoop op helpende handen uit de buurt! Afspraak om 15 uur aan kruispunt Jokerstraat-Visbeekstraat. Ik voorzie afvalzakken, en heb nog één grijpstok in de aanbieding. Al kan je ook zwerfvuil rapen zonder grijpstok, neem in dat geval zeker een paar handschoenen mee.
We zullen de Coca-Cola en Red Bulls van deze wereld weer eens bij de lurven grijpen.
WIE DOET MEE ???