Dat is niet gezellig

* #TrashTuesday *

Nu de werkperikelen weer gereduceerd zijn tot de spreekwoordelijke storm in het glas water, over naar de orde van de dag: #TrashTuesday. Want bij alle heisa zouden we bijna vergeten dat de wereld – vooral in Turnhout, en naar ik hoor ook in Brussel, en in Antwerpen zal het al niet veel beter zijn – vol zwerfvuil ligt en dat er op dinsdag opgeruimd dient te worden. Dat zwerfvuil wordt in tegenstelling tot het gedoe van werkperikelen NIET vanzelf minder als je er wat tijd overheen laat gaan – werkgedoe overigens ook niet altijd, maar daar zwijg ik nu maar wijselijk over. Dus: handen uit de mouwen!
Vorige week heb ik VIJF volle zakken geraapt. En dan tel ik daar niet eens de zakjes tussendoor bij die ik her en der in openbare vuilbakken en containers dump. Heb jij ook hier en daar een rondslingerd blikje, sigarettenpakje, mondmasker opgepikt? Super! Samen sterk, nietwaar?
(vergeet je foto-met-troep niet te posten hieronder of op je eigen social media, hè?)

Er zijn moedeloze momenten (heb ik net op de terugweg van de praktijk de hele Zandstraat opgeruimd, dan heb ik de volgende ochtend op weg naar de praktijk door diezelfde Zandstraat alweer binnen de kortste keren een hele zak vol), en er zijn hoopvolle momenten (het perkje dat zo vol rotzooi lag dat ik nog niet de moed had gevonden om eraan te beginnen, blijkt ineens door iemand anders opgeruimd!)
Ook hoopgevend: blijkbaar zit ik met mijn opruimacties pal op de huidige tijdsgeest: in de mailbox tref ik een nieuwsbrief van AS Adventure die van boven tot onder in het teken van zwerfvuil ruimen staat.
Dat geeft moed.

Verder ben ik uitermate trots op het karretje dat ik geknutseld heb om te gaan rapen, want je moet natuurlijk ook nog thuis zien te geraken met die volle zakken.
Ik heb een heel stuk van de ring opgeruimd vlakbij onze wijk en werd daarvoor beloond met een regenbui die, toen hij mij bezig zag, besliste om niet door te zetten. Waarvoor mijn dank aan de weergoden.

Kortom, we laten ons niet kisten en werken gestaag door. Covid gaat ooit verleden tijd zijn, en zwerfvuil ook. Daar trek ik me aan op.
Het lukt me ondertussen ook al om het gewoon af en toe te laten liggen, ook dat is vooruitgang. Want zoals mijn lieve man onlangs op een wandeling zei toen ik maar bleef rapen en hij zich daaraan behoorlijk begon te ergeren: ‘Dat is niet gezellig.’
Klopt. Zwerfvuil is niet gezellig.

Nationale steundag

Kijk, eigenlijk vind ik dat iedereen zou moeten schrijven. Een dagboek, een blog, brieven… iedereen zou zich die uitlaatklep moeten gunnen. Uitlaatkleppen hebben we allemaal nodig om stoom af te laten bij oplopende druk. Toch zeker de introverten. De binnenvettertjes die alles opkroppen en zich steeds verder in zichzelf terugtrekken tot ze imploderen en de bom barst. Op Facebook bijvoorbeeld.
Nu zijn er buiten schrijven veel andere uitlaatkleppen mogelijk maar het grote voordeel van schrijven – en gelezen worden – is de dag van nationale steun die daarop volgt. Gisteren kwam er zo’n massale lawine aan steunbetuigingen op gang dat ik vannacht als een roosje geslapen heb en fluitend aan de zondag begon.
Man wat deed dat goed: de hartjes, de lieve commentaren, de babbels, de bloemetjes. Ook mijn welwillende collega kwam met een bloemetje en een luisterend oor langs. Moedig vond ik dat. Haar talent voor luisteren en hete kastanjes uit het vuur halen is bewonderenswaardag.

Zo hebben barstende bommen ook hun positieve kant: zaken worden uitgesproken, oude en niet langer werkbare gewoontes worden doorbroken en nieuwe mogelijkheden onderzocht. Het opent wat vastliep.
Nee, ik loop nog niet weg. Maar dingen openbreken geeft energie en verse zuurstof.
Af en toe schoon schip maken is niet verkeerd.
Dat dat gedoe oplevert, is onvermijdelijk. Een lastige bijwerking van leven: we rollen van gedoe naar gedoe en zo rijgt de tijd zich aaneen.
Of zoals Matthijs van Nieuwkerk in de weekendkrant schrijft: ‘Het leven is een gedoetje, zei wijlen de schitterende Nederlandse Denker des Vaderlands René Gude, en hij had gelijk. Altijd maar overeind blijven in die eeuwige branding van voor- en tegenspoed, totdat godbetert Magere Hein ook nog eens zijn hoofd om de hoek steekt; zo eenvoudig is het allemaal niet. Dus wat helpt, dat helpt.’
Bij mij is dat wat helpt dus schrijven. Schrijven, blijven ademen en er wat tijd overheen laten gaan. Tijd is altijd nog de beste remedie om gedoe te laten bedaren. Een storm gaat altijd weer liggen.
Het heeft me allemaal zo goed gedaan, dank jullie wel allemaal. 🤗
Er komt vast weer iets goeds van. Ook dat is een bekende bijwerking van barstende bommen.

Sue Ellen

Middenin de pandemie, vechtend tegen de tweede golf, hadden mijn collega’s het lumineuze idee opgevat om een week op vakantie te gaan. Een mens moet er eens uit. De artsenbezetting in onze groepspraktijk daarmee decimerend tot een derde van het voltallige bestand, terwijl het werk zowat verdrievoudigd is de laatste maanden. Dat dit in volle pandemie en met kranten vol berichten van huisartsen-kreunend-onder-de-werkdruk niet direct een geniaal plan was, snapt een kleuter zonder aanleg voor hoogbegaafdheid. Daar hoef je niet zelfs niet zindelijk voor te zijn.

Op dag één werkten mijn secretaresse en ik ons een slag in de rondte.
Op dag twee zat ik halverwege de ochtend al op het toilet met mijn hoofd in mijn handen, me wanhopig afvragend hoe ik de dag moest doorkomen. Tranen prikten achter mijn ogen, een gevoel dat ik ken van mijn tijd in Tilburg: onder hoogspanning werken, uren aan een stuk zonder tijd of ruimte om adem te halen.
Na dag drie lag ik een hele nacht wakker, piekerend over de vraag of ik hier nog wel moest blijven werken. Ooit lang geleden ben ik in zo’n piekernacht opgestaan om mijn ontslagbrief te schrijven. Deze keer hield ik het bij een uurtje lezen in mijn laatste favoriete boek: ‘Sorry dat ik te laat ben maar ik wou eigenlijk niet komen’ van Jessica Pan.
En op dag vier hing de secretaresse kotsend boven de pot. Ziek van migraine en wellicht ook van de stress.
Dat mijn collega’s vanop hun vakantieadres meehielpen met de telefonische consultaties was goed bedoeld, maar niet meer dan een doekje voor het bloeden. Too little, too late.

Op dag vijf zat er voor hen niets anders op dan terug te keren: zieke dokters, dat valt nog op te vangen, maar zonder secretaresse werken is echt onmogelijk.
En daarmee werd dag vijf ineens de fijnste dag van de week. Ik hoefde enkel consultaties te doen, was helemaal alleen in de praktijk, de telefoon rinkelde niet want die stond naar hen doorgeschakeld en aangezien ik toch het rijk alleen had, bleef ook de radio uit. Zalig! Kopje thee erbij, nul telefoontjes en een druppel ‘Peace’ etherische olie op mijn mondmasker. (Echt, ik probeer echt wel om de redelijkheid en de vrede te bewaren.) Aan de slag. Alle tijd en aandacht voor de patiënten. Van de hel naar de hemel in 24 uur. En dan te bedenken dat we goed een half jaar geleden altijd zo werkten. Toen Covid nog niet in ons woordenboek stond en nieuws over Trump en de war on drugs in Antwerpen ging. Toen bestond werk gewoon uit consultaties en af en toe een telefoontje tussendoor, terwijl we ons nu van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een punthoofd en bloemkooloren bellen.

Ik had vandaag zelfs tijd voor middagpauze!
Ik nam de fiets (had totaal geen zin om mijn collega’s al onder ogen te komen, was nog veel en veel te boos) en trok naar de Liereman. Op een bankje in het bos dronk ik koffie. In mijn fietstas zat ook een koud biertje dat eigenlijk bedoeld was voor de late namiddag. Ik had gehoopt tegen een uur of vier de praktijkdeur achter me dicht te kunnen trekken en dan eerst een wandeling te maken om daarna met een koel Gageleertje de week af te sluiten. Dat zat er niet in, de agenda stond al tot kwart voor zes volgeboekt.
Daar zat ik op mijn bankje. De vogeltjes floten, de wind deed de bomen ruisen en bij het heen en weer slingeren van de kruinen ratelden de eikels als mitrailleurschoten op de grond. Een zonnestraaltje kwam voorzichtig piepen en ontspande mijn strak gespannen zenuwen. Toch maar dat biertje dan?
Ach, wat kan het mij ook schelen? Toch maar dat biertje. Ik wipte de kroonkurk eraf, spoelde mijn koffiebeker schoon en goot er de helft van het flesje in.

Wat slapeloze nachten, gevoelloze collega’s en overwerkte dagen al met een mens doen. Onder werktijd aan de alcohol! Je kan mediteren tot je een ons weegt maar soms is de remedie alleen nog op de bodem van een leeg glas te vinden.
Op de terugweg naar de praktijk – ik ben aan de late kant, maar inmiddels kan me allemaal nog maar weinig schelen – passeer ik een leuk winkeltje met een kledingrekje op de stoep. Ik trek aan de remmen en zet de fiets aan de kant. Ga snel door de items aan het rekje en vis er op goed geluk een leuke wijde zwarte ribfluwelen broek en een elegant beige topje uit. Toch maar even passen. (De opgespaarde coronakilo’s van de vorige lockdown ben ik in de afgelopen weken succesvol te lijf gegaan met een streng regime van intermittent fasting). Geen tien minuten later sta ik met mijn impulsaankopen weer buiten. Ik zet de fiets op standje ‘Sport’ en race als een gek naar de praktijk. Slechts twintig minuten te laat begin ik aan de raadpleging.

Bier en troostshoppen. Zit er diep in mij dan toch ergens een echte vrouw verscholen?
Een Sue Ellen die vanachter het raam met een gekwelde blik uitkijkt over haar Dallas-landgoed terwijl ze de ijsblokjes in haar whisky rinkelend rond laat walsen en zich wanhopig afvraagt waarom het leven zo hard is voor haar en ze zich zo leeg voelt?
‘How do you feel, Sue Ellen?’
‘Empty.’

Het wordt donker terwijl ik dit blogje zit te typen op het terrasje van mijn tuinkamer. Mijn lieve schat is mij mijn tweede Gageleertje van de dag komen brengen (gewoon even een whatsapp berichtje sturen en nee, twee biertjes op één dag is echt heel uitzonderlijk! Geloof me nou maar gewoon) en ik typ de boosheid van me af. Een blogje en een biertje later ben ik er overheen. Wat niet betekent dat ik mijn oor niet elders eens te luisteren ga leggen. Het wordt tijd dat ik rustiger oorden opzoek. Met collegiale collega’s.
Nu maar hopen dat ze geen covid meegebracht hebben van hun gezellige uitje.

Oei, ik moet gaan. Zoon belt vanuit de keuken: ‘Etenstijd!’
Een echte vrouw in mij?
Mwah neuh, niet echt. Ik drink geen whisky.

We zijn gelanceerd

#TrashTuesday

Hoera hoera, geloofd zij de heer, mijn gebed is verhoord. Net geen twee weken na mijn aanvraag voor zwerfvuilzakken én een herinneringsmail, heb ik beet: een vriendelijk antwoord van de gemeente: ‘Natuurlijk kan u  aan de slag als zwerfvuilvrijwilliger. Graag zelfs!’

Het vraagt wat volharding, maar dan heb je ook wat: naast mijn nieuwe titel en de gegeerde witte zakken krijg ik: een grijpstok, een fluohesje met mijn nieuwe ‘Mooimaker’-titel (bekt net wat vlotter dan ‘zwerfvuilvrijwilliger’), handschoenen en een contract van maar liefst zes pagina’s. Gelieve in te vullen, te ondertekenen en daarna afspraak te maken op de gemeente om alles op te komen halen.
Ga maar na, ik ben zelfs verzekerd! (waarschijnlijk alleen als ik dat hesje draag en ik vrees dat dat er niet in zit)

De nacht voor deze officiële overhandiging, droom ik onrustig. Mijn vingers jeuken om te beginnen, ik verheug me al op alle plekken die ik onder handen ga nemen.
Ik neem mijn nieuwe functie dus uiterst serieus, en ga aansluitend aan deze afspraak op het stadskantoor gezwind aan de slag. Maar het duurt verschrikkelijk lang voor de eerste zak vol is als je vooral peuken raapt. Ik zie er zoveel liggen en die allemaal oprapen is een traag en lastig werkje. De prikstok is er veel te grof voor, dus ik pak ze op met een pincet en later gewoon met mijn handschoenen aan, maar al dat bukken en door de knieën gaan, dat kruipt niet in de kouwe kleren. Al snel breekt het zweet me uit en mijn vuilzak is nog niet voor de helft gevuld.
Tip aan de rokers: oftewel gooit u de peuken in de asbak van uw auto in plaats van op de grond ernaast, oftewel – veel beter nog – stopt u EIN-DE-LIJK met roken. Dat bespaart mij een kapotte rug en u algauw een kankertje of twee, drie. Win-win heet dat. Knoop het in uw oren.
Ook een ramp voor zwerfvuilrapers/mooimakers is het als het net papierophaling is geweest is. Naast stoppen met roken nog een dringend verzoek van deze mooimaker aan de vervuilers: stop alstublieft met uw papier in duizend snippers te verscheuren. Héél lastig rapen is dat!

Het probleem van de traag vullende zak is snel opgelost als ik aan het drugshoekje van Turnhout kom: daar ligt het zo vol blikjes, PET- en glazen flessen dat ik binnen de tien minuten niet één maar twee zakken vol heb. Op die plek doet mijn nieuwe grijpstok trouwens wel goed dienst, want de blikjes liggen ver weggegooid onder struiken achter een draad. Dan is het wel welletjes geweest voor vandaag. Met die zakken hoef ik gelukkig niet terug naar huis te sjouwen, ik mag ze bij de school in de buurt zetten. Ik bel de milieudienst om door te geven waar ik de zakken achtergelaten heb (mét toestemming van de school uiteraard) en morgen worden ze opgehaald.

Toevallig of niet, kom ik mijn collega mindfulness-juf tegen: ook zij is een enthousiaste zwerfvuilraapster, vertelt ze. Zou het iets met mindfulness te maken hebben? Dat het moeilijker wordt om vuil te verdragen en op den duur vanzelf je handen uit de mouwen wil steken?
Anyway, we zijn gelanceerd. De eerste volle zwerfvuilzak is een feit. De tweede ook. Bijgaand fotografisch bewijs. Posten jullie onder deze blog ook een foto van wat je verzameld hebt op jouw editie van this week’s #TrashTuesday?

En als er bij iemand toevallig nog een fiets-aanhangwagentje ongebruikt staat te roesten in een kot, geef dan een seintje, ik kom het graag ophalen voor mijn volgende excursies.

Ontspannen bijleren

Nooit gedacht dat bijscholen ontspannend kon zijn. In mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken dat ONLINE nascholen nog eens een hobby van mij zou kunnen worden. Maar ik moet toegeven: zonet een welbestede zaterdagochtend online doorgebracht met veel collega’s op de digitale huisartsenconferentie van Domus Medica. Zoomen, Skypen en Facetimen hadden al lang geen geheimen meer voor mij, maar nu heb ik daar noodgedwongen Microsoft Teams nog aan moeten toevoegen.
De digitale leercurve van de gemiddelde huisarts loopt nog steiler bergop dan de noordkant van de Mount Everest.

Niet dat dat de reden was waarom ik voor mijn laptop zat. Nee, de motivatie was vooral puntjes scoren. De broodnodige nascholingspunten bijeensprokkelen om mijn accreditering op peil te houden is in deze Covid-tijden vanzelfsprekend lastiger geworden. Maar ook online nascholen went op den duur.
En ondertussen leert een mens bij. Over de beste aanpak van lage rugpijn (geen foto’s maar wel bewegen bewegen bewegen), over vaccinaties (midden 2021 is realistische verwachting voor een Covid vaccin) en over de organisatie van de huisartsenpraktijk in Covid-plus-griep-seizoenen (a hell of a job, ‘Vergeet vooral niet voor uzelf te zorgen’, wordt de huisartsen bij herhaling op het hart gedrukt).

Maar waarom online nascholen nou zo fijn is? Awel, omdat je ondertussen kunt breien (want anders dwaalt mijn aandacht af van de les omdat ik de neiging krijg om tussendoor andere dingen te gaan doen), een koffietje drinken, in de mini-pauzes eens in de weekendkrant kunt bladeren en vooral: omdat je niet hoeft te socializen. Voor deze introvert een verademing!
Mijn breiwerk, een half dekentje dat al in geen maanden nog is aangeraakt, gaat eindelijk eens af geraken. En blijkbaar is de combinatie van leren-luisteren-breien een uiterst efficiënte cocktail om te ontspannen van de hectiek van de afgelopen werkweek.
Het laatste onderdeel van de conferentie strooide wel een beetje roet in het eten met de onheilstijdingen over wat er nog op ons af gaat komen deze winter.

Lekker warmpjes en rustig afgezonderd in het heerlijke koninkrijkje van mijn tuinkamer, heb ik zo het nuttige met het aangename gecombineerd. Uiterst tevreden over de gang van zaken, tik ik nog een blogje en klap dan de laptop toe. Werk zit erop, reistijd is nul en het weekend kan beginnen.
Als mijn dochter dan nog een ontbijtje komt brengen van versgebakken pancakes met banaan en chocoladesaus, kan de dag niet meer stuk.

#TrashTuesday

Het opruimen lijkt echt te helpen. Aan het overdekte picnick plekje waar ik in de Liereman altijd voorbij kom, raap ik nog hooguit een peuk of tien. En als ik me wat verder op mijn favoriete bankje zet voor een kop koffie (ik heb heel veel favoriete bankjes in en om Turnhout maar dit is een echte ultra-favorieten) ligt er zelfs helemaal niets! Nul peuken, nul blikjes, nul flesjes, nul papieren zakdoekjes. Ik kan het bijna niet geloven, maar mijn ogen bedriegen me niet. Natuurlijk, in de herfst wandelt er waarschijnlijk een stuk minder volk langs, en het weer nodigt ook niet uit tot verpozen op een bankje – al houdt het mij voorlopig nog niet tegen – maar dat kan niet de enige verklaring zijn. Rommel trekt rommel aan maar ook het omgekeerde lijkt waar: als het rondom het bankje schoon is, lukt het meer mensen om hun neiging om afval zomaar op de grond te gooien te onderdrukken. Hoera voor dat sneeuwbal effect.

Zolang het weer het toelaat en er schone bankjes en picnick-plekjes in de natuur zijn, verkies is dat veruit boven koffiepauzes in een koffiebar. De koffie is daar ontegensprekelijk lekkerder dan wat ik zelf brouw uit heet water en een koffiestick, maar aan de soundtrack van de natuur – stilte en vogeltjes – kan de storende muziek en het gebabbel in een koffiebar niet tippen. 
Pas als opstaan van een bankje mij niet meer lukt vanwege een vastgevroren derrière, zal ik noodgedwongen mijn toevlucht weer zoeken in de locale horeca van Turnhout tussen de huisbezoeken door.

Verderop zorgen de restanten van twee feestjes ervoor dat ik alsnog met een tot de rand gevulde zak huiswaarts keer: een kampvuur met daarrond een kring van roestige blikjes en sigarettenpakjes en iets verder de stille getuigen van wat letterlijk een knallend feestje geweest moet zijn: glazen flesjes sterke drank en doorweekt vuurwerk.
De dode rat ernaast laat ik maar liggen.

Dus tot de natuur weer schoon is en mijn kont vastvriest aan houten bankjes, blijf ik puinruimen. Wie doet mee? Op advies van een goeie vriend die me tipte over het #TrashTuesday initiatief, zal ik voortaan elke dinsdag een blogje posten over mijn zwerfvuil-belevenissen.
Doe mee! Post voortaan elke dinsdag een foto van het zwerfvuil dat je geraapt hebt onder mijn blog (of op je eigen social media natuurlijk) met de hashtag #TrashTuesday en we gaan Turnhout/België/Europa/de wereld nog eens echt zindelijk krijgen. Alle beetjes helpen! Als tien man elk twee blikjes rapen, dan gaat dat hier in een hip en een wip zo brandschoon zijn dat je putje herfst een zonnebril nodig hebt om niet verblind te raken.

Leuk neveneffect: dan hoeven we het even niet over Covid te hebben. Als dat geen motivatie is, dan weet ik het niet meer. Ik hou alvast de moed erin.
De zon breekt door. Wat mij betreft volstaat dat ruimschoots als beloning.

Ping ping ping

Met een wandeling in de Liereman schud ik de werkweek van me af. Geen betere buffer tussen een rommelige werkweek en het begin van het weekend dan tienduizend stappen.
‘Ping’ gaat de telefoon in mijn rugzak. Ik kijk straks wel denk ik, en wandel verder.
‘Ping’ roept de telefoon weer. Laat maar pingen, dat zal wel de tweede ping van hetzelfde berichtje zijn. Ik vervolg mijn stappen. Het is zalig buiten. En een onverwachte meevaller: het is schoon! Op de hele wandeling scoor ik nog geen half zakje zwerfvuil. Geen Half Zakje! Waar is al het zwerfvuil gebleven? Opgeruimd door medestanders in de war on dirt? Of nog beter: preventief NIET weggegooid door de vervuilers? Hebben ze hun lesje geleerd?
Als de telefoon met een derde ‘ping’ naar mijn aandacht hengelt, haal ik het ding toch maar tevoorschijn. Lap: drie verse Covid-positieven. De oogst van één testdag. Zucht. Terug naar de praktijk, we beginnen maar weer een belrondje.

Ik weet dat het niet fraai is, maar even, héél even, denk ik: Doe allemaal vooral zo door. Feest, lach, drink, pak mekaar vast, kom gerust de praktijk binnen ondanks 75 verbodsborden en denk niet na over de domme acties die u uithaalt zonder na te denken. Dan is die volgende lockdown binnen de kortste keren een feit en kan de wereld weer even stil worden, net zo stil als de natuur hier. En kunnen uw dokters zich opladen voor de nieuwe golf.

Ik weet het, een lelijke gedachte, en mijn hart gaat uit naar iedereen die diep getroffen is door de lockdown en alle huidige maatregelen.
Maar wat zou de rust welkom zijn.

Motivation blend

De hondenmensen troepen in de hondenwei bij elkaar voor een praatje terwijl hun honden uitgelaten blaffend met elkaar dollen. Vaste prik waarschijnlijk. Aha, dat doen mensen dus als ze niet meer hoeven te werken. Ik trap stevig door. Kom net van alweer een nachtdienst en heb mezelf na een snelle douche nog een koffie gemaakt die nu in de thermomug in mijn rugzak zit. Nog even een momentje voor mezelf voor ik de werkdag weer in vlieg.
Naast de vuilnisbak bij de ingang van het Stadspark staan twee grijze vuilniszakken. Joepie, er zijn nog mensen die vuil rapen! Medestanders in mijn zwerfvuil-opruim-acties, daar kan ik alleen maar blij mee zijn.
Ik zet me op een rustig bankje. Er komt een Aziatisch echtpaar aangefietst dat abrupt van het pad afwijkt en het grasveld in fietst. Ze parkeren hun fietsen tegen een boom. Ik verheug me al op een schouwspel Tai Chi deze mooie ochtend, maar nee, ze gaan kastanjes rapen.
Aan de andere kant van het pad komt ondertussen een klasje met juf aangelopen. Ze wapperen met hun A4-tjes en gaan op zoek naar allerlei klein spul op de grond.
Weer komen een paar hondenmensen aangewandeld, twee vrouwen met schoothondjes. Een oude man spreekt de dames aan. Dat het tenminste droog is vandaag. En niet zo koud ook. Het weer is altijd goed. Al is het maar om een beetje contact te hebben in deze rare tijden.

Vogeltjes overal rondom me. Vóór me het geluid van een drilboor, achter me een heggeschaar en schuin in de verte het geraas van de snelweg. De warme beker koffie in mijn hand.
Pauze in wat voelt als een 30-urige werkdag. Dit momentje pakt niemand me af. Oké, ik heb in een bed gelegen, maar onderbroken door telefoontjes en gestoord door het lawaai van de verluchtingsinstallatie is slapen een illusie.

‘Goedemorgen!’ Twee dametjes stappen me voorbij. ‘Dat is mijn dokter,’ hoor ik de één tegen de ander zeggen.
Het is vrijdag. Bijna weekend. Voor nu even geen wachtdiensten in het verschiet.
Ik druppel wat ‘Motivation’-blend etherische olie op de binnenkant van mijn mondmasker en begin aan de werkdag. Als het niet van binnen komt, dan maar uit een flesje. 

Zwerfvuil (4), the neverending story

Mijn zwerfvuilskills gaan met sprongen vooruit: grotere zakken (van de gemeente nog niets gehoord op mijn aanvraag voor zwerfvuilzakken), handschoenen om alles op te rapen ipv een pincet, met de fiets, zak in het stuurmandje en touwtjes mee om de zak dicht te binden als hij vol is.
Het hielp ook erg dat de zon vanochtend een piepklein beetje scheen om erop uit te gaan. Ik heb ze al heel erg gemist.

De grootste vondsten van vandaag: een volledig pak spirelli en een volle doos Nespresso capsules. Ongebruikt. Zo’n dure boodschappen, zomaar in de berm.
Verder the usual suspects: heel veel lege sigarettendoosjes en heel heel heel veel blikjes. Het helpt als ze al platgetrapt zijn, dan moet ik dat niet meer doen om alles in de zak te krijgen. Kleine tip: volgende keer na het plat trappen ook gewoon meenemen😜
Er was ook iemand die vijf lege bierblikjes al netjes in een plastic zakje had geknoopt, dat ruimt ook makkelijk op. Maar nog makkelijker is het om dan zelf dat zakje mee te nemen naar de eerstvolgende vuilbak.

Weinig vuilbakken deze keer trouwens op mijn weg. Toen ik de eerste volle zak bij elkaar had geraapt, mocht ik die bij een vriendelijke Infrabel-man in zijn busje zetten, hij zou ze wel opruimen. De tweede volle zak heb ik bij een vuilbak van de gemeente Kasterlee gezet. Op die vuilbak stond een telefoonnummer en een emailadres geplakt waar je kon verwittigen als de bak vol was. Handig, ik heb meteen een foto gemaild van de volle zwerfvuilzak bij de vuilbak. Opvallend trouwens hoeveel properder Kasterlee was dan Turnhout.

Nog usual suspects: servetten, papieren zakdoekjes en tegenwoordig ook mondmaskers volop in de aanbieding. Snap ik: dat waait gewoon van je fietsbel af. Gebeurt mij ook. Maar fiets dan even terug en raapt het op, oké?
Wat in de herfst het opruimen lastiger maakt: paddestoelen en veertjes. Elke keer weer denk ik dat er rommel ligt, en dan blijkt het de natuur in onverwachte kleuren te zijn. Wat ook niet helpt – maar dat is geen natuur: het glinsteren van gebroken tegels die in allerlei vormen van brokkelpuin her en der gebruikt worden blijkbaar.
Wat ook niet helpt: ik kan niet meer stoppen. Overal zie ik rommel. Ik heb nooit genoeg zakken bij (aan het mijzelf opgelegde rantsoen van één zakje per dag kan ik me niet houden) en er is nooit genoeg tijd.

In de categorie te groot om mee te nemen: een enorme bidon die al heel lang in de berm ligt, getuige de verkleuring van ooit helrood naar nu een raar geel. Al zal ook dat op een keer lukken gezien mijn voortschrijdende skills.
Zo. Ik heb mijn koffie en krant weer verdiend vandaag.

Meditatief rekken vullen

Het was alweer even geleden dat vakkenvullen bij de Albert Heijn mij een droomjob leek. Het ging over en ik dacht er niet meer aan. Maar de laatste tijd begint dit verlangen weer de kop op te steken. Het lijkt me heerlijk: meditatief rekken vullen, de ene doos na de andere opensnijden en potje voor potje, flesje voor flesje, zakje voor zakje ordenen in mooie rechte rijtjes.

Overzichtelijke, voorspelbare rijtjes. Rust en regelmaat uitstralende rijtjes waarin de zaken geordend worden volgens een strikte hiërarchie. Voor chocola van puur over melk naar wit bijvoorbeeld.
Als de chef roept dat het sneller moet, antwoord ik dat hij dan maar wat loon moet aftrekken, want die bevredigende rijtjes schik ik op mijn eigen tempo. Ik ben genoeg opgejaagd in dit leven, ik doe niet meer mee.
Mijn volle aandacht bij de strakke indeling volgens de voorspelbaarheid van houdbaardsdata. Militaire rangschikking volgens kleur en grootte. Ah, hoe bevredigend moet dat zijn.

Sorry, ik liet me daar een momentje meeslepen.
Covid heeft er natuurlijk mee te maken, en de wachtdienstperikelen hadden me meer stress bezorgd dan ik verwacht had.
Dat klaarde gelukkig snel op toen op het laatste nippertje een bereidwillige collega zich meldde die een dienst wou overnemen. Hoera voor lieve collega’s! Een goed teken, en vooral een teken dat we nog niet collectief overbevraagd zijn, er zit nog wat rek op.

De wachtdienst ging voorbij, de heisa waaide over en het verlangen naar ontsnappen luwde weer.
Laat ik nu net vandaag een vacature tegenkomen voor vakkenvuller.