Filebuddy

‘Te koop’ staat er op de mobilhome die voor ons in de file staat. Over de laatste tweehonderd meter hebben we een half uur gedaan en het is nog ruim twee kilometer tot de oorzaak van de ellende: de ingang van de Kennedytunnel. We hebben er een lange dag op zitten in loeiheet Brugge en willen nog maar één ding: naar bed.
De stemming zakt in mineur. auto_file
Onder het te koop-bordje staat een telefoonnummer. Zoon Jerome toetst het nummer in op zijn telefoon en laat de beltoon over gaan.  Lees verder

presentatie

We hadden een presentatie moeten voorbereiden om ons voor te stellen aan de andere deelnemers van de schrijfretraite, maar nu blijkt dat ineens verwaterd tot een slap voorstelrondje. ‘Vertel eens: wie ben je? Wat doe je? Waar schrijf je aan en wat wil je met deze cursus bereiken?’

Daar trap ik niet in. Ik heb een presentatie voorbereid, nu wil ik die tonen ook. Ik heb er hard aan gewerkt en vooral veel lol gehad bij het maken daarvan, dus no way dat ik aan kom zetten met een flauw ‘Ik ben Martine, ik ben vijftig jaar, ik ben huisarts, getrouwd, moeder van drie kinderen en ik droom van een roman.’ Lees verder

Wondermedicijn

Bart, de arts-assistent gynaecologie, snottert zich van handdoekautomaat naar handdoekautomaat terwijl hij me rondleidt over de afdeling waar ik de volgende vier maanden zo’n beetje zal wonen. Ik ben vierentwintig, zit in mijn zesde jaar geneeskunde en doe mijn stages gynaecologie-verloskunde-pediatrie in het Sint-Jozef ziekenhuis in Turnhout (B).

Maar ik ben moe. Nog moe van de afgelopen drie maanden in Geel waar ik chirurgiestage deed, moe van de lange dagen en de onderbroken nachten, moe van de vele wachtdiensten en moe van de winter. Vele dagen gaan voorbij zonder dat ik daglicht zie of buitenlucht proef. Ik slijt mijn dagen in ziekenhuisgangen en -kamers. En het zal alleen maar erger worden: in Turnhout heb ik één wacht op twee. Per 48 uur heb ik er twaalf voor mezelf. Als het er al zoveel zijn.

Daarmee ben ik een makkelijke prooi voor virussen en ander ongerief. Dus sjok ik snotterend achter assistent Bart aan en ruk al even gretig papier uit de dipensers om mijn neus toeterend in leeg te snuiten. Bart houdt er – alle gesnotter en gesnuif ten spijt – flink de pas in. Hij is van het imponerende soort: zijn alwetendheid verlamt mij als bleu coassistentje behoorlijk en dan is hij nog razend knap ook.

De afstand tussen ons is onoverbrugbaar, zo lijkt het. Tot ons wederzijds gesnotter eindelijk het ijs breekt: na de tiende zakdoek kunnen we niet langer de schijn ophouden en doen alsof dit allemaal normaal is. We kunnen er niet níets over zeggen. Ik capituleer als eerste en merk op: ‘zodra ik straks thuis ben, ga ik meteen mijn wondermedicijn nemen’.

‘Ja, ik ook’, zegt Bart.

Nu word ik nieuwsgierig, maar ik durf niet bekennen aan zo’n man van de harde wetenschap dat ik een homeopathisch middel gebruik. Mijn moeder voert me al mijn leven lang Echinaforce-druppeltjes bij elke verkoudheid.

‘Oh ja? Wat neem jij dan?’, vraag ik.

‘Echinaforce van Dokter Vogel’, antwoordt hij stellig.

Waarna we beiden in de lach schieten en weer een zakdoek vol snuiten.

Ach, zoals gezegd, we waren nog jong en wisten nog niet veel.

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medischcontact.nl)

freewriting

Freewriting. Om halfnegen ’s ochtends op de tweede dag van de schrijfcursus. IMG_1779‘Freewriting’, legt de docente uit, ‘doe je met een zo leeg mogelijk hoofd: de eerste actie van je dag, nog niets gegeten of gedronken, nog niks anders gedaan, gewoon gaan zitten en schrijven. Met pen op een leeg blad papier. Je tilt je pen niet op, je schrijft maar door en door, tot de timer afloopt. Associatief schrijven, gewoon wat er in je opkomt. Doorgaan doorgaan en blijven doorgaan.’

Een leeg hoofd… om halfnegen?? Lees verder

geliefden

Alles aan hem is grijs: jeans, T-shirt, schoenen en natuurlijk zijn haar. Zij is in kaki en jeans. en zo’n twintig jaar jonger. Minstens.
Ik bespied ze vanuit het raam op de hotelgang terwijl zij in het zonnetje op het terras zitten te eten en niet van elkaar af kunnen blijven. Ze horen niet bij elkaar, dat zie ik aan al dat geflikflooi en vooral aan de bijzonder innige omhelzing en zoen bij het afscheid, waarna ieder naar de eigen auto loopt. Lees verder

daaag touran!

430 000 Kilometer heeft het beestje erop zitten. Dat is een vier, een drie en daarna nog víer nullen. Oftewel bijna elf keer de aardbol rond. Al is hij nooit buiten Europa geweest. IMG_1750.JPG
De Touran heeft het begeven. We kochten de Volkswagen in de herfst van 2004 – Stella was nog niet eens geboren – en hij heeft ons hondstrouw al die jaren van hot naar her gebracht. Hij heeft kinderen, fietsen, snoeiafval, bergen boodschappen en nog grotere bergen bagage, een rolstoel, verhuisdozen en een occasionele patiënt vervoerd. Lees verder

bibliotheekmijmeringen

‘Wil Martine Schrage zich alstublieft zo snel mogelijk aan de balie melden?’ Afbeeldingsresultaat voor bordje toiletruimteHet is alweer een paar jaar geleden toen plots dit bericht omgeroepen werd in de bibliotheek van Turnhout. Ik schrik op uit het boek waar ik diep in verzonken zat, en rep me naar de balie. Oh jee, er zal toch niets aan de hand zijn?
Lees verder