Annus horribilis

‘2020 Wordt hét jaar van verder ontwikkelen van mijn mindfulness én van mijn podcast!’, schreef ik op 1 januari 2020 enthousiast met grote letters in mijn nieuwe agenda. Alsof ik even mentaal in beide handpalmen spuugde alvorens het nieuwe jaar met volle goesting en de voeten vooruit in te vliegen.
Maar John Lennon wist altijd al beter toen hij sprak: ‘Life is what happens to you while you’re busy making other plans.’
Dat al mijn plannen al snel moesten wijken voor een nooit geziene pandemie had ik dan ook nooit kunnen vermoeden die eerste januari. Een stom virusje met een kapsel van piekhaar en de onwelluidende naam SARSCoV2 trok een dikke streep door de rekening. Maar dokters zijn doeners. We stroopten de mouwen op, verlegden onze aandacht en energie van richting en gingen het virus te lijf met alles wat we in huis hadden. Mindfulness en podcast verdwenen in de koelkast en verblijven daar tot nader order nog steeds in quarantaine.

Je zou dan ook zweren dat in een jaaroverzicht van het annus horribilis 2020 de pandemie en de bijbehorende lockdown de hoofdrol zouden wegkapen, niet?
Maar nee, zelfs zoiets uitzonderlijks raakte nog vlotjes overvleugeld door een andere gebeurtenis in de staart van dit jaar: mijn ontslag. Beide grote gebeurtenissen van dit crazy jaar veroorzaakt door iets belachelijk kleins: de pandemie door dat virusje, en mijn ontslag door een blogje. Als een grijze vuilniszak voel ik me gebruikt en na bewezen diensten op een onfatsoenlijke en onrechtvaardige manier op straat gezet. Eat that!

In dat blogje stond nog geen fractie van wat er werkelijk was gebeurd en het is frustrerend dat ik daar niet over kan schrijven. Ik sta er nog beduusd naar te kijken hoe dit zich allemaal heeft afgespeeld.
But this too shall pass en ondertussen probeer ik bewust te kijken naar wat wél goed en mooi was dit jaar, of grappig, of hartverwarmend. Want ook dat moeten we niet uit het oog verliezen en hoort in een jaaroverzicht.
De overgang van het ene jaar naar het andere is voor mij traditioneel ook de rituele overgang van de ene papieren agenda naar de andere en brengt zo altijd een moment van reflectie met zich mee. Het ene werkelijk volgeschreven boekwerk moet plaats maken voor een maagdelijk nieuw en nog geheel onbeschreven exemplaar.
Gekker dan dit jaar kan het alleszins niet meer worden. 2020 Was het jaar van virussen en lockdowns, van kerst in de eigen bubbel en zonder familie (maar wel met gezelschapsspelletjes en Home Alone), van oudjaar zonder vuurwerk en zonder vrienden, van avondklok, heel veel zieken en overlijdens en van mensen die hun werk kwijtraakten. Maar ook van hoop en nooit opgeven, doorzetten, van handengeklap en triomf van de wetenschap toen vaccins in recordtempo ontwikkeld werden. Omdat dus niet alles kommer en kwel was, kijk ik nog even terug op dit jaar aan de hand van de vragen die journaliste en blogster Kelly Deriemaeker stelde in haar podcast Werk & Leven, afl 27: ‘De magie van de jaarlijkse terugblik’.

  • Wat is je belangrijkste voornemen voor 2021?
    Al zette dat ontslag mijn leven voor even compleet op zijn kop, uiteindelijk moet ik vaststellen dat mijn toekomstige ex-collega’s mij misschien zelfs een groot cadeau hebben gegeven: vrijheid! En daar ga ik iets mee doen: ik gun mezelf een lange time-out deze lente en zomer, want zo’n kans krijg ik nooit meer.
    En die tijd ga ik gebruiken om eindelijk de pelgrimstocht te maken waarvan ik altijd dacht er pas na mijn pensioen aan toe te kunnen komen.
    Daarnaast staat 2021 natuurlijk ook in het teken van de zoektocht naar een fijne werkomgeving. Het wijze advies ‘You Are The Average Of The Five People You Spend The Most Time With’ zal ik daarbij goed voor ogen houden.
  • Wat is je woord voor 2020 en waarom?
    Lockdown. Behoeft geen verdere uitleg.
  • Hoogtepunten van het jaar
    De wandelvakantie die mijn man en ik afgelopen zomer samen in de Oostkantons maakten. En waar we van de weeromstuit stapelverliefd werden op deze uit ruimte en natuur opgetrokken uithoek van het land.
  • Dieptepunt van het jaar: zonder gesprek per whatsapp bericht uit de associatie gezet worden. Ongelooflijk. Maar waar.
  • Favoriete boeken van afgelopen jaar: de hele Zeven Zussen reeks die ik met huid en haar heb verslonden, Stefaan Degands ontroerende ‘Dag liefje, met Mila gaat alles goed en ik klungel lekker verder’ en Jessica Pans handboek voor de introvert: ‘Sorry dat ik te laat ben maar ik wou eigenlijk niet komen’. Momenteel ook topfavoriet op de leesstapel in het toilet: ‘101 Manieren om je baas om zeep te helpen’.
    En natuurlijk het zuurdesem-bakboek: ‘Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem’ van Roly Allen. Omdat ik ervan droom om echt zelfgebakken brood op tafel te zetten en om de vele wijsheden die de auteur achteloos doorheen het boek strooit.
  • favoriete aankopen dit jaar: een degelijke trekking-rugzak en mijn ‘Ticket-to-the-moon’ hangmat: alvast aangeschaft voor de geplande pelgrimstocht. Verder niet echt een aankoop, maar toch: de inrichting van onze bureauruimte thuis. Zo’n fijne werkplek geworden! En dat net voor de lockdown, van perfecte timing gesproken.
    Hebben ook al enorm hun diensten bewezen: al die schapenvachtjes die ik maar blijf kopen, de twee Fermob-tuinstoeltjes en de vuurschaal. Zo zijn er al heerlijke buiten-bezoekjes geweest. Zalige één-op-één gesprekken die mij veel dierbaarder zijn dan de koetjes en kalfjes-praat van grote gezelschappen.
  • Favoriete personen van het jaar: mijn man, mijn superkindjes, mijn vriendinnekens, mijn zussen. Erica Vlieghe. Delphine Lecompte. De Oostkantonse vriendschappen die in bloei staan.
  • Favoriete inspiratie: de krant. De binnenkant van mijn hoofd.
    Favoriete producten: de Huizinga handcreme die de apotheker per kilo bereidt in de hoop het vel van onze door alcoholgel geteisterde handen te redden. En de ontdekking van de Motte zoute boter van Le President (thanks, Clo!).
    Favoriete apps en websites enzo: Podcast Radio Toneelhuis, de Oak app voor mini ademhalingsbreaks doorheen de dag, uren luisterplezier gehad met het Youtube kanaal van de broertjes Williams, TwinsTheNewTrend (perfect om bijvoorbeeld nachtelijke wachtdiensturen te verzachten als je toch niet kan slapen na het zoveelste telefoontje), alles van het geweldige theater van Studio Orka via podiumaanhuis.be (waar ik nog compagnie Cecilia’s ‘Poepsimpel’ wil zien en Pied de Poule van Studio Orka).
    Tentoonstellingen waar ik van genoten heb: Tim Walker’s Wonderful things in C-Mine in Genk, de overzichtstentoonstelling van fotograaf Stephan Vanfleteren in FOMU in Antwerpen en – momenteel nog te zien – ‘Hurry up and wait’ van Tom Barman in Antwerpen. (Hoe toepasselijk is die titel trouwens voor het tijdperk waar we nu in leven. Al is leven veel gezegd? Voorwaar een ziener, die Barman.)
  • Wat vond ik de max dit jaar? De ontdekking van online nascholen: voetjes omhoog, theetje erbij en breien maar terwijl ik wijzer word en puntjes spaar.
  • Wat was minder?
    Sta me toe hier te volstaan met: ‘Sometimes the biggest leap I make is leaping out of bed’.
  • Wat gaf mij energie? Wandelen, mediteren, schrijven en elke knuffel die ik kreeg.
  • Wat vrat energie? Narcisten en ander ongemak. Mensen die toch op reis gingen en testen eisten. De boosheid en frustratie over mijn ontslag.
  • Wat was voor herhaling vatbaar? De blogreeks die ik in de eerste lockdown bij elkaar pende. Maar bij een volgende gelegenheid liever over een ander onderwerp. Don’t mention The Virus.
  • Waar heb je meer van nodig? Oostkantonse velden en wegen.
  • En waarvan minder? Verkeer. Mensen die lak hebben aan de maatregelen. Vooral als die mensen een voorbeeldfunctie hebben. Narcisten en ander ongemak.
  • Wat heb ik gerealiseerd? De blogreeks die ik in de eerste lockdown bij elkaar pende.
    Mijn eerste zuurdesembrood gebakken en bijna weer een dekentje bij elkaar gebreid.
  • Waar ben ik trots op? Die blogreeks dus én het feit dat ik sinds mijn ontslag nog geen dag verzuimd heb. Dat is nog niet zo vanzelfsprekend als je na je ontslag nog zes maanden moet blijven werken op de plek waar je als een vuilniszak aan de deur bent gezet.
  • Waar ben ik blij mee? Alle steun die ik krijg. Dat het goed gaat met mijn gezin en we allemaal nog gezond zijn.
    De vaccins.
    Fijne patiënten, en zo zijn er gelukkig heel veel.
    Mensen die mijn blogjes lezen en er plezier aan beleven.
  • Wat wat er tof? Uren en uren wandelen in prachtige natuur tot je hoofd helemaal leeg is en je geest tot rust gekomen. Vuurkorf-gesprekken. De stroom aan zotte memes en foto’s en cartoons in de eerste lockdown. Alle lockdown-humor.
    De witte doktersjas die we dit jaar massaal van onder het stof hebben gehaald. Handig. Duidelijk. Hygiënisch. Maakt ook niks uit wat je eronder aantrekt, dus kledinguitgaven drastisch gesnoeid dit jaar en altijd wandelschoenen aan voortaan. Je weet maar nooit of er een gaatje in de dag valt om even te kunnen wandelen.
  • Op welke manier ben ik gegroeid? In de breedte zeker?! Haha, nee hoor, gelukkig niet. In de eerste lockdown kwamen er zeker wat extra corona-kilo’s bij maar ik heb twee uiterst effectieve methoden gevonden om daarmee om te gaan: ik ben in geen maanden nog op een weegschaal gaan staan en heb mezelf sinds vrijdag 18 september op een regime van intermittent fasting gezet: eten doe ik enkel nog tussen ongeveer 11 en 19 uur. Daar ben ik niet altijd even standvastig in – ik klungel ook maar wat aan – maar globaal heeft het twee grote voordelen: het is goed vol te houden en de extra corona-kilo’s zijn er wel af gegaan én afgebleven.
    Al weet ik dat niet honderd procent zeker natuurlijk. Want op weegschalen gaan staan, dat doe ik niet meer, haha.
  • Waarin ben ik vooruit gegaan? Loslaten. Noodgedwongen weliswaar, maar ook zo kan een mens vooruitgang boeken.
    Eindelijk gestopt met neurotisch pulken. Mondmaskers hebben zo hun voordelen.
  • Wat wil ik echt niet meer voor hebben in het jaar dat komt? Narcisten en ander ongemak.
  • Start / stop / improve: waarmee wil ik starten? waarmee wil ik stoppen?: wat wil ik verbeteren? Behalve de evidente zaken (nieuwe job, nieuwe plek) denk ik ook hier graag nog even over na. Als dat oké is voor u tenminste.
  • Hoe tevreden ben je over het afgelopen jaar op een schaal van 1 tot 10?
    Van een dikke tien afgelopen zomer naar nu een matig zeseneenhalfje. Al heb ik er het volste vertrouwen in dat dat weer een ferme acht à negen zal worden in de nabije toekomst.
  • Waar was er teveel van in 2020 en waarvan vond je dat er te weinig was?
    Teveel virussen en teveel golven. Narcisten en ander ongemak. Teveel haar (resultaat van teveel gerateerde kappersbeurten). Teveel zwerfvuil en vooral het aandeel mondmaskers en bierblikjes daarin.
    Teveel haatmail aan wetenschappers die verschrikkelijk hard hun werk doen.
    Teveel haatberichten op social media in het algemeen, teveel Trump, Teveel wc papier bij iedereen die zich schuldig maakte aan winkelplunderen en te weinig bloem in de rekken toen iedereen collectief aan het bakken sloeg. Teveel skypegesprekken en zoommeetings, te weinig tijd voor afscheid voor zoveel mensen, te weinig knuffels met mijn kinderen (ik durf ze niet goed vastpakken en mis dat echt) en te weinig collegialiteit op het werk.
  • Wat was er precies genoeg? Aperitiefjes en ander alcoholisch vermaak om ons af en toe in de vergetelheid te drinken.

Een virus en een blogje bepaalden het verloop van 2020.
Voor 2021 wens ik – onder het motto ‘never waste a good crisis’ – een leuke nieuwe job en blogjes die viraal gaan.
Ik blijf ongestoord plannen maken en zie wel of John Lennon zich nog komt moeien. All’s well that ends well.

Verder eindig ik dit jaaroverzicht graag met u uit de grond van mijn hart dit toe te wensen:
Klungel lustig verder en dwing jezelf nooit tot de volle 100 procent perfectie: 98 procent ‘okay’ en twee opgestoken middelvingers brengen je ook al een heel eind. (*)

En dan stort ik me nu in het feestgedruis en tellen we samen af naar het einde van 2020, een jaar als een flauw afkooksel van life as we know it: DRIE… TWEE… EEN… VUURWERK!!! en DRIE DIKKE KUSSEN !!!!
O nee, toch niet.

(* credits: Stefaan Degand resp. Gunter Van Assche op 23/12/20 in zijn recensie in De Morgen van de serie Big Mouth, op Netflix)

Betonpannenkoek

Verliefd? Op zo’n gekke platte pannenkoek? Waarmee je dan ook nog eens iemands hoofd kan inslaan want het mislukte zuurdesembrood is niet alleen plat maar ook keihard.
Nee, voorlopig klopt de titel van mijn broodbakboek ‘Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem’ voor geen meter.
Het rijzen is overduidelijk niet gelukt en veel liefde voor deze betonpannenkoek voel ik ook niet echt.
Ik heb er nog niet van durven eten.

Waarschijnlijk ging het al mis bij de starter. Toen die moest ‘bubbelen en bruisen’ zag ik enkel dat het mengsel begon te schiften. Al bleef de geur wel goed en kwamen er ook echt wel wat belletjes op.
Misschien ging het mis doordat ik speltbloem gebruikte. Pas op pagina 55 van het broodbakboek staat een waarschuwing over spelt: ‘Speltbloem is iets lastiger in het gebruik dan de eerder genoemde soorten bloem en meel’. Aan paging 55 was ik natuurlijk nog niet toegekomen.
Of misschien ging het mis doordat ik een kater had van kerstdag wegens teveel shotjes op het einde van de avond rond het heerlijke vuurtje buiten. Of misschien kwamen die shotjes gewoon harder aan door de zalige wandeling op kerstdag: zeventien kilometer onder een stralend zonnetje – je zou bijna gaan denken dat God bestaat – in het betoverend mooie Turnhoutse vennengebied.
Het was een zalige kerstdag, ik teken voor elk jaar zo’n fikse wandeling als feest, maar de shotjes laat ik voortaan achterwege.
Dan kan ik op tweede kerstdag een brood bakken en er misschien, heel misschien, verliefd op worden.

Maar kijk eens aan: als ik toch de moed bij elkaar raap en het brood aansnij blijkt het zowaar:
1. flink gerezen. Zie je die enorme luchtgaten?
2. zeer eetbaar, of nee, oprecht lekker
3. en zelfs buitengewoon handig. Je kunt je boterham gewoon als lepeltje gebruiken en je beleg opscheppen. Gebruiksaanwijzing: ‘te hanteren als grissini of lange vingers’.
4. een stevige workout op te leveren: snij dit brood en je krijgt kabels als armspieren!

Misschien begin ik toch een heel klein beetje vlinders in mijn buik te voelen…

Wetterse vlaai

En we blijven bezig…
dag twee van de zuurdesem-starter, and so far so good
en een Wetterse vlaai die op dit eigenste moment in de oven staat te bakken.

Poepgemakkelijk receptje van mijn zus, want als ik het kan maken met mijn twee linkerhanden in de keuken, dan lukt het iedereen.
Mix in een pan: 1 liter melk, 4 speculaasjes, 4 sneden peperkoek, 5 beschuiten, 1 lepel maïzena, 1 lepel bloem, 1/3e flesje candijsiroop, 1 ei en 100 gram suiker.
Laat even doorkoken en giet dan in een vuurvaste kom.
Eén uur in de oven op 175-180 graden en klaar is dit puddingvlaaitje. Heerlijk bij de koffie. Of de glühwein natuurlijk…

Huisvlijt

De vruchten van een dag nijvere huisvlijt ten huize Schrage: zes bladzijden van een vers sprookje, mijn zuurdesembrood-starter eindelijk gemaakt, het dekentje dat ik aan het breien ben weer een bol verder geraakt en nog een paar pagina’s van Thomas Manns ‘De Toverberg’ doorploeterd.
Waar al die energie vandaan komt? De combinatie van kerstvakantie en toch niks kunnen doen want lockdown. En dan regent het nog ook.

Aan dat dekentje brei ik overigens al een paar jaar. Of correcter: de brei ligt al enkele jaren stil, maar met dank aan de nieuwe golf van webinar-nascholingen heb ik het breien weer opgepakt. Want die webinars gaan vaak zo traag dat ik er ongeduldig van word, maar met een breiwerk op schoot transformeert dat ongeduld zich in de ene steek na de andere en zo wordt het vanzelf een zalig dekentje om onder te kruipen op winterse dagen.
In De Toverberg lees ik al maanden, het moet ooit uit geraken maar het is echt labeur. Ik hou vol. Geen idee waarom eigenlijk.
En het plan om zuurdesembrood te gaan maken dateert al van de eerste lockdown. Pas in de tweede golf slaagde ik erin het zuurdesem bakboek te bemachtigen dat ik op het oog had en pas vandaag ben ik eindelijk begonnen met de starter te maken. Hopelijk dus nog rook uit de schoorsteen – allé, brood uit de oven – deze vakantie.
Herinneringen aan een heerlijke zomerzeilvakantie in Zuid-Frankrijk in een ver verleden hebben een rol gespeeld in het sindsdien smeulende verlangen naar zuurdesembrood. De schipper van de zeilboot waarop we met een paar medestudenten verbleven, een arts die zijn doktersjas aan de wilgen gehangen had en van het zeilen zijn leven had gemaakt, had een betoverend ritueel. Elke avond na het eten haalde hij een klein houten kistje tevoorschijn waarin hij al jarenlang zijn starter bewaarde. Daar deed hij dan bloem en water bij en begon het deeg te kneden. De gesprekken kabbelden verder en hij kneedde. We praten, we zongen (Brave marin revient de guerre tout doux… ik kan het hele lied nog uit het blote hoofd zingen) en dronken wijn.
Als de deegbal klaar was om in de oven te gaan, haalde hij er een klein stukje van af en borg dat goud weer op in het heilige kistje.
Hmmm… de smaak van dat heerlijke brood elke ochtend! De blue lagoon achtige omgeving waar we elke dag in ontwaakten zal mijn herinnering wel gekleurd hebben, maar het mooie ritueel van het deeg in dat kistje waarmee elke dag een nieuw brood getoverd werd, lijkt me een mooie wegwijzer in mijn eigen broodbak-avontuur.

Verder heeft de auteur van het zuurdesembakboek, Roly Allen, me nog meer gemotiveerd om zuurdesembrood te gaan bakken door zinnen die ik nooit verwacht had in dat boek aan te treffen. Zinnen die eigenlijk vertellen hoeveel brood bakken op mindfulness lijkt. Deze Allen schrijft dat brood bakken een goede bezigheid is als je het gevoel hebt dat je onder druk staat: ‘Met muziek op de achtergrond en geen doel, afgezien van het brood dat je aan het maken bent, kom je heel gemakkelijk in een mentale flow, waarbij de tijd ongemerkt voorbijgaat, je zorgen verdwijnen en je lichaam en geest zich volledig ontspannen. In slechte tijden is zo’n mentale en emotionele herstart beter dan wat dan ook.’
Spek voor mijn bek in deze in vele opzichten slechte tijden. Als daar lekker brood, een warm dekentje en een kinderboek van komt, is het mij dat allemaal waard.

Als tegenwicht tegen al deze cultureel verantwoorde productiviteit, biecht ik u eerlijk op dat ik samen met mijn dochter Gossip Girl aan het bingewatchen ben.


#TrashTuesday, we’re back

Hoera, je schrijft terug!
Ik kreeg een paar heel opgeluchte reacties na vorige blog. Ja, ik schrijf terug, en dat is inderdaad een goed teken. Ik kan namelijk niet zonder. Pak me een arm of een been af, maar niet mijn schrijven. Zonder schrijven verliest het leven alle kleur. Alle kraak en smaak is eraf, het wordt eenheidsworst, en het leven is al grijs genoeg met al het gemiezer en gelockdown.

Herpakken, herpakken, herpakken, dat is het geheim.
Honderd keer opnieuw, duizend desnoods. Je kunt wel dromen van een leven zonder tegenslagen, en elke keer dat het je lukt om je leven een kant op te sturen met minder beren op de weg is mooi meegenomen, maar het leven zal je toch weer doen struikelen. Of pootje lap zetten zoals mij onlangs overkwam en waar ik helaas niet over kan schrijven.

Maar goed, ik heb me herpakt. Met schrijven, met leven en met #TrashTuesday – zwerfvuilruimen.
‘Wij zijn echt zot,’ zeg ik tegen Marie als ik natgeregend kom aangefietst op de afspraakplaats waar we samen zwerfvuil gaan rapen. Het is rotweer, het was een rotdag op het werk en ik had eigenlijk alleen maar zin om op de bank te gaan liggen Netflixen. Alles liever dan zwerfvuil gaan rapen. Maar goed dat ik met Marie heb afgesproken, want zonder afspraak had ik hier nooit gestaan.
Edoch, vijf volle zakken en vele opgestoken duimpjes later, ben ik heel content dat we dit gedaan hebben. De regen hield op zodra we begonnen zijn en ondertussen hebben we toch maar mooi onze beweging gehad, onze goeie daad gedaan en de wereld die ik momenteel als allesbehalve fraai ervaar, een beetje mooier gemaakt.
Ja wij zijn zot, waren er maar meer mensen een beetje zo.

Coronaproof margarita’s

Muts op, sjaal om, dikke fleece aan, hanschoenen (zij gouden wantjes, ik dikke mitaines), schapenvachtje onder de poep op de comfortabele tuinstoeltjes, terrasverwarming aan en dan … tatarataaa van een vers gemixte margarita genieten op het terrasje van mijn tuinkamer met mijn zusje.
Het was helemaal niet zo koud. Bijna mid-december en een aangename 8 graden Celsius. Margarita-time dus. Ik had nog even getwijfeld: Glühwein of toch die cocktail waar ik al zo lang goesting in had sinds ik ‘Sweet Magnolias’ had gebingewatcht op Netflix.
Het werd de cocktail. Glühwein kan altijd nog als het écht koud wordt.
De terrasverwarmer was naar de gast gericht, maar zelf heb ik het echt geen moment koud gehad. Gesprekken verwarmen ook.
De buitenlucht geeft een extra glans aan de gesprekken, en ik wil het onderhand versleten Jan Cruijff – cliché niet van stal halen, maar het verbod op binnen-invités heeft absoluut zijn charmes. Mijn zus had er drie uur in de auto voor over – ze woont niet bepaald naast de deur – maar o wat was het gezellig daar zo saampjes buiten.
De uren tikten voorbij zonder dat we er erg in hadden, en babbelend wikten en wogen we de levens die we nu aan het leiden zijn. Of ze nu op zijn kop staan door Covid, thuiswerk, of een ontslag, dat maakt niet eens uit. Verandering is de enige constante en daar zijn we beiden op ons vijftig-plus best goed in geworden. Meebewegen op de golven van de oceaan die ons meeneemt in de getijden van het leven.

Het is zoals Josse De Pauw vandaag zegt in een interview in De Morgen: ‘Ja, dat eindejaar, dat komt er ook nog bij. Heel je leven loop je van die feesten weg, en nu mag je niet feesten en denk je: o jee, wat gaan we doen?’
Ik weet het antwoord wel. Lekker ingeduffeld margarita’s drinken in de buitenlucht. Prima wat mij betreft.