Optelsom

1 heerlijke wandeling in de winterzon
+ samen koffie (ik) en muffin (zij) op bankje in het bos
+ 1 volle zak zwerfvuil
+ 2 blogjes
+ 1 vriendin die luistert zonder advies te geven
+ 1 fijne collega die Oostkanton-tips doormailt
———————————————————————
= precies wat ik nodig had om weer helemaal boven jan te zijn.

Verder had de vriendin die luistert zonder advies te geven – een welhaast niet te overschatten kwaliteit – toch nog een karrenvracht wijze adviezen. Ik citeer uit haar mail:
‘Ik geef je nog deze recepten (als je ze wil horen en anders, delete ze snel 😉) 
Zoek en vind een luisterend oor om je verhaal te doen, nog maar eens, al wat je duister maakt: je gehoord voelen zonder voorstel van oplossing is zo heilzaam. Als huisarts weet je dat als geen ander. 
En blijf fietsen, wandelen en rapen. Hoe slecht je je ook voelt. Buiten is het minder grijs dan binnen. 
Vraag je geliefde op te sluiten in ongekende kasten: snoep, chocolade, alcohol: al wat je nog suffer en ongelukkiger maakt. In deze periode alvast.
Is de zin en ‘honger’ groot, beweeg : buiten als het kan en binnen op een home- crosstrainer, als je die hebt . 
En vooral: accepteer deze periode in je leven als een donkere en giftige wolk die tijdelijk je licht en lucht afpakt. Maar die passeert! Heel zeker!! Het waait voorbij..
Als je goed luistert hoor je de lente al groeien in de grond👍🌺🌸🌼🌷💐🌻’

Ik vond dat wijze adviezen. Top-tips! Doe er je voordeel mee, zou ik zeggen, nu het voor iedereen moeilijk is of begint door te wegen.
De daad bij het woord voegend heb ik zonet twintig minuten blij op de trampoline staan springen met een lijf dat weer tot de rand gevuld is met serotonine en all things happy stofjes.

Voor zolang het duurt natuurlijk 😜

Coupe Lockdown

Schoondochter heeft zojuist mijn nektapijtje bijgewerkt. Niet dat ik er echt onder leed, en ik weet dat het de laatste tijd weer in is (al denk ik niet dat ik nog in de doelgroep val wegens die 5 voor mijn leeftijd en niet alternatief/hipster/vegan genoeg) maar het voelt toch goed nu het weer wat opgekuist is.
Schoondochter is hier knuffelcontact aan huis (al laat ik het knuffelen wijselijk aan zoon over) en knipt met plezier het hele huishouden: zoon die weer op kamp vertrekt en zijn haar dan gemilimeterd wenst want niks zo koud als nat haar in winterse buien, dochter wiens haar groeit als woekerende klimop en dus ook mijn haar dat nu al drie kappersafspraken aan de neus voorbij zag gaan.
Ik snap de mensen niet die sinds het nieuws dat kappers misschien, héél misschien, op dertien februari weer open mogen, meteen hun kappers platbelden om een afspraak vast te krijgen. Wat kan mij dat lange haar schelen? Onverschillig als ik geworden ben – lamgeslagen door de gebeurtenissen van de afgelopen maanden – kan me dat geen barst schelen. Net zoals mijn kleding me de laatste tijd weinig kan schelen: onder die witte doktersjas en die ghostbuster-pakken maakt het toch niet uit wat je draagt. Bovendien draag ik alleen nog maar praktische kleding, wegens alles op de fiets, de frequente regenval en wegens het feit dat ik elk vrij moment op wandeling wil kunnen vertrekken om de moraal toch enigszins boven de nullijn te houden. Juwelen droeg ik toch al nooit: mijn trouwring enkel op vrije dagen (want vergaarbakken van overdraagbare bacteriën) en oorbelletjes ook al een paar maanden niet meer. Al heeft dat meer te maken met de heerlijke handcrafted sjaals van mijn overbuurvrouw te maken: de oorbelletjes blijven in die delicate wol haken en ik wil ze niet kwijtraken want ze waren van mijn moeder zaliger.

Verder vind ik het ook wel iets aandoenlijks hebben: al die mensen op TV met uitgroei en ontembare krullen en lokken die overduidelijk al een tijd de schaar moeten ontberen. Allemaal in hetzelfde schuitje, allemaal een beetje minder picture-perfect, minder gestroomlijnd, minder photoshop, allemaal een beetje meer het leven zoals het is. Menselijker.

Maar ik dwaal weer af. Het ging over de ontluikende kapperstalenten van mijn schoondochter. Ondertussen groeit haar kappers-zelfvertrouwen met de dag. Ik mocht haar zelfs herkenbaar op het bijgevoegde fotobewijs zetten. Ze is gediplomeerd vertaler-tolk Italiaans en Frans, pakte er daarna gezwind nog een studie Handelswetenschappen bij en als dat allemaal nog niet genoeg is, kan ze dus nog altijd als kapster aan de slag. God weet hoe hard die nu gemist worden.
Als je haar maar goed zit, nietwaar?


#TrashTuesday

Ik heb een nieuw gat in de markt gevonden: babypoepzakjes. Naar analogie van de hondenpoepzakjes dus. Blijkbaar zijn er mensen die – naast het kakje van hun hond – ook het kakje van hun kind gewoon in de berm smijten. Weliswaar mét pamper errond, maar toch, wie dóet dit?
Verder was het een grijze onderbroek die vandaag met de hoofdprijs voor meest bizarre zwerfvuilvondst ging lopen. Afgelopen week was dat nog een condoom. Gewoon midden op straat. Je vraagt je af wat een mens bezielt.
Ook vond ik nog een flinke mensenkaka, overdekt met enkele laagjes servetjes en daarbovenop een dennenappel, mooi geschikt als de kers op de taart. Dat was in de berm van een drukke doorgangsweg. Nogmaals: je vraagt je af wat een mens bezielt. Collectief gek geworden van de aanslepende lockdown?
Afgelopen week heb ik zéven zakken zwerfvuil gevuld (en een geïrriteerde mail gekregen van de gemeente-ambtenaar die wel even precíes wilde weten hoeveel zakken er nu klaarstonden om opgehaald te worden, want dat heeft ze nodig voor haar statistieken en het is wel lastig dat ik tussen het melden van het aantal zakken om op te halen en het effectieve ophaalmoment nog zwerfvuil verzamel, en zodoende het opgegeven aantal niet meer klopt. Tja, je bent ambtenaar of je bent het niet natuurlijk).
Daarnet had ik trouwens weer een volle zak zwerfvuil in de Visbeekstraat nadat ik die pas drie dagen geleden helemaal had opgeruimd. Het is diep triest maar waar. Eigenlijk had ik twee zakken zwerfvuil maar omdat ik maar één zak bij me had, had ik onderweg de zak al twee keer leeg gemaakt in openbare afvalbakken op mijn route.

Anyway, wat ik maar wou zeggen: zin om mee zwerfvuil te komen rapen? Afspraak nu dinsdag 26 januari om 15.30u aan kruispunt Bergstraat-Schuurhovenberg, in Oud-Turnhout vlakbij Bezoekerscentrum De Liereman. Dan gaan we de Bergstraat eens onder handen nemen. Ik breng zwerfvuilzakken mee en twee grijpstokken. Wegwerphandschoenen zijn aan te raden en als je zelf grijpstokken of ander tuig hebt om troep op te rapen: neem mee, neem mee! Ik zie je daar.
Hoe meer zielen hoe meer vreugd, en behalve de goede daad, is dit ook een staaltje van pure zelfzorg. We moeten íets doen om onszelf uit het moeras van de tristesse te sleuren, nietwaar? Tot dan?!

#TrashTuesday

Ik voelde me slecht vanochtend. Voel me alweer dagen slecht. Het liefst van al wil ik m’n bed niet uit.
Het zal de lockdown wel zijn, het gebrek aan perspectief, het grijze weer, het gebrek aan escape-mogelijkheden, m’n ontslag, alle onzekerheid, zorgen, twijfels en boosheid die dat met zich meebrengt, De Onfatsoenlijken en de algehele grijsheid van het leven op sommige dagen.
Aan piekeronderwerpen is er zelden gebrek.

Ik stond op en dwong mezelf de deur uit. Soms is dat al een overwinning op zich. Dochter wenst cornflakes voor de middag en dat is een haalbaar doel. Het weer is oké. Ik fiets naar de winkel. Scoor cornflakes. Verder wat fruit, speculaas en soepgroenten. Onderweg zie ik een heel vuil hoekje in het Frac-bosje. Ik beslis één zak zwerfvuil te rapen. Niet meer en niet minder. Eén zak en een paar latex handschoenen heb ik altijd bij me.

Binnen een kwartier is de zak vol, ben ik door en door opgewarmd van het bukken en reiken en bleek ook het zwerfvuil in mijn hoofd aanzienlijk verminderd.
Dat hielp.

Zuurtegraad

Een wijze uit het land der onbegrensde mogelijkheden heeft ooit gezegd: ‘If life gives you lemons, make lemonade’. Ik geloof dat het Beyoncé was, maar daar gaat het nu niet om. Voortbouwend op haar geheel uit tegeltjeswijsheden opgetrokken filosofisch traktaat, zou ik eraan toe willen voegen: ‘If life gives you zure mensen, bake zuurdesembrood.’

De daad bij het woord voegend, ben ik daarmee op derde kerstdag – bestaat dat eigenlijk? – begonnen. De eerste resultaten waren niet bijster bemoedigend, maar alle begin is moeilijk en uiteindelijk vielen zowel smaak als textuur beter mee dan op het eerste zicht te verwachten was. De platte betonpannenkoek waarover ik eerder dit blogje schreef, vond toch gretig aftrek bij mijn opgroeiende en dus immer hongerige kroost. Hap-slik-weg en daar ging de betonpannenkoek.
En dus zette ik door. Minutieus sleutelde ik verder aan de starter en vooral toen ik die een keer glad vergeten was en hij per ongeluk drie dagen zonder te verversen in de warme bergingkast onder de verwarmingsketel stond te verpieteren, bleek dat de ultieme sprong voorwaarts. Het goedje bubbelde en bruiste van geluk en de alcoholdampen wasemden me vol in mijn gezicht toen ik met een bang hartje de pot opende om de schade op te meten. Nou mag gist natuurlijk naar alcohol ruiken, dus ik besloot er toch een brood mee te bakken. Het resultaat daarvan zou bepalen of ik verder kon met deze starter of dat hij om zeep verklaard en ten grave gedragen diende te worden en ik helemaal opnieuw moest beginnen.
Maar nee, het is zoals de auteur van het zuurdesembakboek (Roly Allen, Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem) schrijft in het hoofdstuk ‘Leven met je starter’: ‘Een starter moet een balans tussen goed gevoede gisten en melkzuurbacteriën hebben; als je hem te lang laat staan zonder hem te verversen, eten ze alle suikers en zetmeel in de bloem op en krijg je een slijmerig papje, waarin de melkzuurbacteriën – en dus het melkzuur – overheersen. Als je starter in de koelkast staat, gebeurt dat heel langzaam, maar als hij daarbuiten staat, duurt dat maar een paar dagen. Dit is geen ramp – hij is niet dood, alleen een beetje uit balans. […] Ik heb heel erg mijn best gedaan om een starter die in de koelkast stond dood te maken – zonder resultaat. […] Een starter kan wel doodgaan op kamertemperatuur als je hem een week niet voedt; je krijgt dan een heel smerig papje. Gooi het weg en begin opnieuw.’

Mijn starter was dan wel preterminaal, hij was niet dood. De reanimatiepoging was succesvol en het baksel leverde een geweldig brood op. We waren vertrokken!
Vandaag heb ik na een gelukkig heel rustige nachtdienst zelfs twéé zuurdesembroden gebakken, het ene zag er nog verleidelijker uit dan het andere en wederom ging er in één maaltijd een heel brood door. Het bakken is leuk om te doen, maar de gretigheid waarmee het brood aftrek vindt, is nog het leukste van het hele project.

Zo zie je maar weer: frustratie kan een voedingsbodem zijn voor inspiratie, net als een mislukte starter de bron kan zijn van een geweldig brood. Wanneer die inspiratie vervolgens via transformatie – al dan niet met de nodige transpiratie – uitmondt in creatie, wordt de algehele zuurtegraad van het leven alweer een stuk lichter verteerbaar.

Bij het zien van al die smikkelende mondjes rond de tafel, die zich tegoed doen aan het brood dat ik met mijn blote handen gekneed heb, droom ik weg: stel je toch eens voor dat je kon leven van wat je creëert, dat je niet meer hoeft te dokteren om de centen te verdienen die nodig zijn om al die monden te voeden. Stel je voor.

Graptje.

Toen begon ik maar aan een reuzenstapel wafels.

#TrashTuesday

‘Mensen zoals jij mogen ze in het zonnetje zetten’, houdt de mevrouw met het regenhoedje me staande als ik weer eens wat zwerfvuil loop te prikken in de buurt. Dat is misschien een beetje overdreven, maar haar complimentje doet wel deugd. Het valt op hoe vaak ik de laatste tijd positieve reacties krijg als ik met prikstok en vuilniszak in de weer ben.
Veel mensen knopen een praatje aan en willen hun waardering tonen.
Maar nog veel leuker dan dat zijn de mensen die vervolgens zelf de handen uit de mouwen steken. Een vader en een dochter op wandel met hun hond appreciëren het zozeer dat de dochter prompt opmerkt: ‘Dat gaan wij ook doen, papa! Volgende keer nemen we een zakje mee als we gaan wandelen.’
Daar word ik nou blij van. Hoe meer prikkers, hoe minder rommel, hoe mooier de wandelingetjes.

Ook al zo verrukkelijk: de reactie die Tonnie op 26 december schreef onder mijn wetterse-vlaai-blog: ‘Beste Martine, ik lees altijd met veel plezier jouw berichtjes. Ik noem ze altijd Vitamientjes.
Zo wil ik je vertellen (heel bijzonder dit, ik heb nog nooit gereageerd op een blog of zoiets, naar iemand die ik niet ken) over eerste kerstdag. Mijn man en ik waren samen te voet met mijn moeder van 91 in een rolstoel op weg naar het kerstdiner. Onderweg liepen we over een mooie nieuwe brug hier in Oirschot, en midden op die brug lag een lege pizzadoos. Toen moest ik aan jou denken! Ik twijfelde geen moment, pakte de doos en zocht de dichtstbijzijnde vuilnisbak. Die stond notabene maar 50 meter verder!!! Na ook nog twee lege blikjes opgeraapt te hebben, in die 50 meter, stopte ik de hele troep met een voldaan gevoel in de vuilnisbak.
Ons kerstdiner was heel fijn, lekker en gezellig!
Warme kerstgroet, Tonnie.’

Hoe zalig is dat? Dat mijn stukje iemand inspireert om mee te gaan opruimen? Beste piramide-spel ooit, als je het mij vraagt.
Ik ontdekte trouwens nog een leuke manier om van zwerfvuil rapen een spel te maken. Als je een hond heb tenminste: train hem om rondslingerende blikjes en andere troep te rapen en te apporteren. Kijk maar naar dit filmpje van hond Joy. Hondje blij – want hem maakt het niks uit of hij nu een weggeslingerde stok terugbrengt of iets anders, het blijft een leuk spelletje – natuur blij en ik blij 🤓