Leeg nest

dag wouterDahaag Woutertje, daaaaaag! Veel plezier, geniet ervan!
En vergeet je tanden niet te poetsen hè kerel.
Daaaaaaaag! Veel succes! Slaap lekker straks.
Tot over twee weken! Daaaaaaaag. Ik hou van je. Laat iets weten hè, we zullen skypen.
Dag lieve schat, daaaaaaag!

Zal wel lukken hoor mama, daaaaag!

We zwaaien ons te pletter. Nog snel een dikke knuffel. Het lukt hem beter dan ons, dit afscheid nemen.
Stapvoets rijden we de straat uit waar hij de komende jaren zal wonen. Zo vreemd, het eerste kuikentje dat uitvliegt.
Alle moederhormonen gaan in verzet en onderweg naar huis prikken de tranen achter mijn ogen. Kleine zus had het er vanochtend ook moeilijk mee: ze bleef maar knuffelen, ging zowat bovenop hem liggen op de bank om hem maar niet los te laten. Terwijl die twee eerder van het plagen dan van het knuffelen zijn.
Voor hem is het nu goed geweest: we mogen gaan, hij popelt om aan zijn nieuwe leven te beginnen.
Zodra we weg zijn, springt hij op zijn tweedehands studentenfietsje en racet naar de campus om het beloofde welkomstpakket te gaan afhalen en zijn programma voor de openingsweek. Die twee weken duurt. Hij is niet van plan tussendoor naar huis te komen.
Kind van zijn moeder. Ik bleef ook altijd zo graag in de weekends op kot.

’s Avonds stuur ik nog twee berichtjes maar er komt geen antwoord, dat arriveert pas de volgende ochtend. Het blijkt ruim na middernacht verstuurd: ‘Alles goed hier. Alleen is toch maar vreemd ze.’
Het liefst zou ik nu de auto in stappen en naar Delft rijden. Om hem vervolgens plat te knuffelen, samen te ontbijten, en dan daar op kot voor hem blijven zorgen.
Ik, de nou niet bepaald om haar zorgzaamheid bekend staande moeder. (Mijn moeder zaliger verklaarde daarover altijd opgewekt: ‘Martine heeft andere kwaliteiten’. Die slagzin heb ik dankbaar tot de mijne gemaakt.)

De geschiedenis herhaalt zich, want zoals mijn eigen moeder mij altijd potjes ingevroren maaltijden meegaf op kot, zo hebben we hem nu ook voorzien van een koelbox ingevroren hapjes. Al zijn die hapjes door zijn vader gemaakt – een wonder in de keuken ben ik ook al niet.
De geschiedenis herhaalt zich ook op een ander gebied: viezigheid. Meer dan vijfentwintig jaar geleden ging ik op kot bij Desiré in de Molenstraat, vlakbij het spoor in Diepenbeek. Mijn vader vond het een smerig kot, de spinnenwebben hingen als dikke matten in elke hoek, een douche of warm water hadden we niet, en de wc stond gewoon in de keuken achter een schuifgordijntje. Douchen deden we na het wekelijkse squashpartijtje of in de kelders van de universiteit. Ik was er zielsgelukkig, mijn vader vond het maar niks, en liet uit protest bij elk bezoek een enorme scheet als hij de trap opliep naar de bovenverdieping waar ik met twee vriendinnen woonde in die studentenjaren.
Nu blijkt ook het appartement waar ik mijn zoon achterlaat bepaald niet zo voorbeeldig schoon als het was bij de bezichtiging. Dat maakt het afscheid nog lastiger. Ik wil hem een goeie start zien maken in een fijn nestje. Een fijne plek om steeds naar terug te keren. Een tweede thuis. Dat is het nu niet in mijn ogen. Maar is het mijn taak nog om me daar druk over te maken? Ze zullen het vanaf nu zelf moeten doen. Al is de verleiding groot om met een auto vol emmers, borstels en poetsgerief terug te keren.
Ze lossen het wel op, ’s avonds is er al een appje: ‘Ik heb de vensters al gekuist en de vloer gedweild.’

Als ik de ochtend na dit afscheid in de beschutting van mijn terrasje zit te mediteren, is het herfst: de lucht is strak grijs, dreigt met regen en een gure wind zwiept de dunne takken van de treurwilgjes ruw heen en weer. Die waren al een tijdje bezig hun smalle blaadjes te verliezen, maar nu komen vanuit de achtertuin zelfs al grote bruine bladeren van de platanen aangewaaid.
Herfst past nu goed.

De aanblik van zijn lege opgeruimde kamertje veroorzaakt weer een brok in mijn keel.
Gelukkig er er Skype, Messenger, Whatsapp, Facebook, mail, en zelfs telefoon, brieven en postzegels. En heb ik nog twee kuikentjes aan wie ik al mijn liefde en knuffels kwijt kan.
Het nest is nog lang niet leeg.

Geplaatst in: Blog

Een gedachte over “Leeg nest

  1. Manna schreef:

    Hoi Martine,
    Éindelijk gelezen. Je stond als ‘voorkeuze’ op m’n iepat, om met Eddie Waay zaliger te spreken.
    Ik heb echt met heel veel plezier je stukjes gelezen. Over Zen, je uitvliegende zoon, kakken in een hondenzakje.
    Vooral de eerste twee verschaften veel inzicht in je onbekende binnenste. De laatste is menselijk gedeelde bekendheid.
    Heel mooi! Ik wacht op nieuwe producties.
    Groet, Manna

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.