Het verre familielid

Hij was zo aardig, zo vasthoudend, zo overtuigend. Ik kende hem al jaren als een vriendelijke eenzaat. Zelfs de koningin had hij geschreven over zijn doodswens. Ze schreef niet terug en hij bleef met zijn doodswens voortleven.

Af en toe zag ik hem op het spreekuur. Dan meldde hij tussen neus en lippen door dat hij nog steeds dood wilde, en dan antwoordde ik zoals altijd vriendelijk maar kordaat dat ik begrip had voor zijn wens, maar dat ik hem niet kon helpen omdat hij niet aan de criteria voldeed. We hadden ons eigen vaste scenario ontwikkeld, en elk contact werd met dit rituele dialoogje afgesloten. Waarna we in goede verstandhouding weer afscheid namen.

En toen kreeg hij kanker. Nog inoperabel ook en de specialist kon zich vinden in zijn besluit om zich niet te laten behandelen gezien het stadium van de tumor.

Triomfantelijk meldde hij zich weer op mijn spreekuur.

‘En nu, dokter?’ Hij vond het een lot uit de loterij en ik gunde hem dat lot graag.

Zo gezegd, zo gedaan. We handelden in alle sereniteit de nodige formaliteiten af en zouden op een vrijdag overgaan tot de euthanasie.

‘Maar ik wil er niemand bij’, bezwoer hij me, ‘ik wil sterven zoals ik heb geleefd: alleen.’

Zo aardig, zo vasthoudend, zo overtuigend dat ik met hem mee ging in dat verzoek. Hij regelde een ver familielid dat half en half op de hoogte werd gebracht: wél dat hij terminaal ziek was en het niet meer al te lang zou maken en of het verre familielid dan bereid was alles na zijn dood verder af te handelen. Dat wilde het verre familielid wel, maar níet dat het een dood op bestelling was, en dat de datum al gepland stond.

Het werd vrijdag. Naam en telefoonnummer van het verre familielid lagen klaar op de salontafel, naast alle belangrijke paperassen, netjes gerangschikt. Mijnheer lag in bed, in vredige afwachting van zijn spuit.

Ik wenste hem een goede reis, spoot de spuiten leeg en zachtjes ging hij heen. Waarna ik een paar keer diep ademhaalde, hem een aaitje over zijn wang gaf, en de telefoon nam om het verre familielid te bellen. Er werd niet opgenomen. Sterker nog: het nummer klopte niet. Daar zat ik nu met een lijk. Maar zoals dat gaat met leven en dood: uiteindelijk kwam alles goed, en heb ik op de harde manier een stevige les geleerd.

Vele jaren later vroeg een patiënte om euthanasie. We praten over de uitvoering en het door haar aangedragen scenario. ‘Wie wil je erbij hebben?’, vraag ik.

‘Niemand. Helemaal niemand. Ik wil alleen gaan,’ zegt ze beslist.

Alleen? Over mijn lijk.

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medischcontact.nl)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.