De gevorderdencursus

Paulien Cornelisse heeft een geweldige omschrijving van ‘het leven’ gegeven: ‘Welkom bij de cursus “doormodderen voor gevorderden”’. Toen ik dat las, wist ik: Hoera, ik ben gepromoveerd tot gevorderde.

Na twee nare dissociaties, één ontslag en vijftien jaar bikkelen in een achterstandswijk, sta ik nog rechtop en hou van mijn volkse Vogeltjesbuurt.

Wellicht heeft mijn militaire opleiding daar iets aan gedaan. Ooit in een ver verleden heb ik een blauwe maandag (twee jaar) bij defensie gediend.

Een leerrijke tijd. Ik zag er voor het eerst platjes kruipen (qua soa’s kun je geen betere leerschool hebben), ploeterde door strontslootjes, groef schuttersputjes met mijn buddy Toon en was blij met de wat oudere (en enige) collega-huisarts die bij elke zware veldmars onderuit dreigde te gaan. Hij belandde buiten de strijd met pijn op de borst en ik speelde dan 112. Zo bleef mij keer op keer een fatale afloop bespaard. En het bijbehorende gezichtsverlies.

Ik heb er ook geleerd dat ik nooit ambtenaar wilde worden, en me heilig voorgenomen dat ik nooit van m’n leven ‘druk druk druk’ in de mond zal nemen. Dat riep men daar om de haverklap, ook al waren de spreekuren een eitje: een kwartier per patiënt en een half uur koffiepauze tussen de blokken. Daar kan ik nu alleen maar van dromen.

Het was een fantastische tijd. We leerden kaartlezen (betaald op de fiets in het zonnetje), marcheren, kregen geschiedenisles en trainden onze vaardigheden in basic life support. Knusjes knoopten Toon en ik buddygewijs onze halve tentjes aan elkaar voor een nachtje op de Oirschotse hei. Tot de vijand onze idylle kwam verstoren. Ja, we waren niet bij de scouts natuurlijk.

Bij de fysieke proeven bengelde ik aan het staartje van de rij, maar schieten kon ik als de beste. Nog steeds kan ik in het pikkedonker mijn Glock uit elkaar halen, poetsen tot hij blinkt als een spiegel en weer schietklaar maken – gesteld dat ik nog een Glock zou hebben.

Dat je niet zonder je buddy mocht gaan plassen, vond ik dan weer heel wat minder. Met zwarte en groene verfstrepen op mijn wangen, heb ik achter menige struik gehurkt gezeten. Als om de absurditeit van de situatie te benadrukken, hoorde ik kapitein Eveline geregeld achter me fluisteren: ‘Ik ben Martine Schrage, negenentwintig jaar, huisarts’.

Nee, omvallen daar deden we niet aan. Wij modderden voort. Want aan het einde van elke strontsloot wachtte een verkwikkende douche: wij op een rijtje tegen de muur, terwijl de zwaar besnorde adjudant de tuinslang hanteert.

PS Toon is een pseudoniem.

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medischcontact.nl)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.