Martine is wel mooi hoor

img_0507
Ik ben de running joke op elk familiefeest. Al jaren. Dat verhaal gaat zo. Pasgeboren, we schrijven 26 maart 1968, vier uur in de ochtend. De kundige handen van gynaecoloog Uytebroeck – what’s in a name? – vangen me na de vierde perswee op in het Augustinus ziekenhuis in Wilrijk.

Ik ben het tweede dochtertje in de rij. Na mij zal er nog een derde meisje komen.

Maar zover zijn we nog niet. Eerst besnuffelen mijn ouders dit kind, ruiken het zoetige vruchtwater, zien de plakkerige haartjes en voelen het warme zachte rozige lijfje van hun pasgeboren baby. En ze kijken. En blijven kijken. En durven niks tegen elkaar te zeggen.
Zo lelijk is het kind.

De rest van de dag zal wel in beslag genomen zijn door de gebruikelijke deining: uitgelaten telefoontjes aan beide grootouderparen, en alle broers en zussen. Gedoe met eerste borstvoedingen en zwarte plakpoepluiers, en een zusje van bijna twee dat komt kijken naar de verse kroost. ‘Oh Batine’ is haar droge commentaar.

Kersverse vader gaat meteen weer aan de slag, zo ging dat toen. Vaderschapsverlof zou pas een paar decennia later uitgevonden worden.

Dag twee.
Mama belt naar papa’s werk. ‘Goedemorgen, u spreekt met mevrouw Schrage, kan ik mijn man even aan de lijn krijgen?’
‘Dag mevrouw Schrage, gefeliciteerd met de geboorte van uw dochtertje. Uw man zit in een vergadering, zal ik hem straks even laten terugbellen?’
Mijn moeder laat zich niet afschepen.
‘Nee, ik moet hem echt even spreken. Haal hem maar uit de vergadering.’ (Spreek pas bevallen moeders nooit tegen!)

De secretaresse capituleert en mijn vader komt aan de lijn. Mama heeft een dringende boodschap.

‘Martine is wel mooi hoor!’

Blijft het goed doen op elk familiefeest. img_0508

Geplaatst in: Blog

4 gedachten over “Martine is wel mooi hoor

Reacties zijn gesloten.