Waar euthanasie thuishoort

Op 8 maart vierden we met veel luister het vijfjarig jubileum van de Levenseindekliniek (SLK) in de Kleine Zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Het was meteen ook mijn afscheid van hen.

Mijn passage bij de Levenseindekliniek was kort maar intens. Wat wordt daar toegewijd en deskundig gewerkt door alle betrokkenen. Ik heb in korte tijd enorm veel bijgeleerd en was vaak onder de indruk van de drive waarmee er voor elke patiënt gegáán werd. Tot de Toetsingscommissie toe als dat moest. In de intervisiegroep zag ik wat dat met artsen en verpleegkundigen deed. Dappere dokters die een traan niet konden bedwingen.

Dat ik er na amper een jaar alweer vertrek, komt vooral doordat ik na bijna twintig jaar werken in Nederland – een beetje ontgoocheld – terug naar België getrokken ben. Waar de menselijke maat, om maar even een actueel thema aan te snijden, nog de referentie is. Werken in twee landen is als hinken op twee benen. Niet heel handig. Dus bouw ik stilaan mijn Nederlandse activiteiten af, terwijl ik de Belgische uitbreid. Dat was de voornaamste reden om de Levenseindekliniek vaarwel te zeggen.

Al is dat niet de hele waarheid.

Eerlijker is het om daarbij te melden dat euthanasie bij de Levenseindekliniek mij niet de duizend procent voldoening gaf die ik in de huisartsenpraktijk voelde. De licht euforische ontlading die ik erna altijd ervoer, bleef uit. Ik kan daar veel redenen voor bedenken: de afstand en daarmee de drempel om in de dagen voorafgaand aan de euthanasie ook eens zomaar even binnen te wippen om de temperatuur te peilen, het abrupte einde na de euthanasie (je spreekt de nabestaanden nog wel een keer, maar je komt de familie nooit meer zomaar in je praktijk of op huisbezoek even tegen), alle weerstand waar je soms op stuit – van geraadpleegde deskundigen, een zeldzame SCEN-arts, sommige apothekers – en die mij zwaar viel (dat was ik niet gewend in de huisartsenpraktijk), de bewustwording dat ik als arts toch liever alleen opereer dan als team (hoezeer ik ook de meerwaarde van dat teamwerk erken), …

Achter elke casus die ik voor de SLK uitgevoerd heb, sta ik nog als een blok. Daar valt niet op af te dingen. Ik ben blij dat ik dit voor deze mensen en hun familie heb kunnen betekenen. Het is perfect mogelijk om op korte tijd een intense band op te bouwen. Waar ik niet goed tegen kan, is dat die navelstreng dan zo abrupt wordt doorgeknipt.

Daarom pleit ik hier voluit: euthanasie hoort in de huisartsenpraktijk. En natuurlijk ook bij specialisten ouderengeneeskunde en alle artsen die een stuk verplaatste huisartsgeneeskunde bieden. Dit bedoel ik zeker niet oneerbiedig. Het is een voorrecht om dit werk te mogen doen. Daarmee onderschrijf ik van harte de ambitie van de SLK die op 8 maart weerklonk in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Gastheer Lex Bohlmeijer verwoordde die in zijn openingszin zo: ‘Hoe vier je een eerste lustrum van een instelling die de uitdrukkelijke ambitie heeft zichzelf zo snel mogelijk op te heffen?’

Dat vieren lukte perfect. Met muziek van het ensemble Calefax en poëzie, bij uitstek geschikt om dat wat complex is te vatten. Met mooie woorden van minister Schippers, voorzitter van de Toetsingscommissies Jacob Kohnstamm, met een oproep tot filosofische onderbouwing van het werk van de SLK door Christa Anbeek, en zelfs met Koot & Bie.

Nu het opheffen nog. Dat lukt pas als de Levenseindekliniek erin slaagt huisartsen zo goed te ondersteunen en kennis bij te brengen, dat een groeiend aantal huisartsen dit moeilijke en mooie werk met zelfvertrouwen oppakt. Niet bang voor complexiteit.
Dan houden we enkel nog het Expertisecentrum Euthanasie. Het kenniscentrum dat groeide in de schoot van de SLK. Voortschrijdend inzicht in deze snel ontwikkelende materie zullen we altijd nodig hebben.

Dát is de kerntaak van de SLK: de meest complexe casussen begeleiden of overnemen. Níet wat nu helaas soms gebeurt: een lastige klus over de schutting gooien bij de SLK. Vanwege geen tijd, geen zin, overbelast voelen, onder druk gezet voelen… allemaal zaken die we nu zien gebeuren. Dit oneigenlijk werk hoort niet bij de SLK, maar in de eigen huisartsenpraktijk of de eigen hagro.

Eindigen doe ik graag met woorden die Rebekka de Wit uitsprak op de jubileumviering. Rebekka maakt theater en schreef de schitterende roman We komen nog één wonder tekort. Daarin vertelt ze hoe haar familie verdergaat na de dood van haar moeder en haar schoonbroer. ‘(…) ik zie nu pas dat we natuurlijk zonnebloemen nodig hebben om iets van onszelf te begrijpen. Dat je groeit naar waar je het meeste licht opvangt, en dat je op die manier uit elkaar kunt groeien.’

Nieuwsuur besteedde donderdag 23 maart op NPO 2 aandacht aan de jubileumviering van de Levenseindekliniek.

Lees ook KNMG gaat artsen helpen bij verwijzen euthanasieverzoek

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medischcontact.nl)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.