In blijde verwachting

Ik vulde de overlijdenspapieren in, kruiste het vakje ‘natuurlijk overlijden’ aan, nodigde geen gemeentelijk lijkschouwer aan het sterfbed die vervolgens geen telefoontje pleegde met de officier van justitie. Ik condoleerde de familie van de zojuist aan een overdosis barbituraten overleden man en daarmee was de euthanasiekous af.

Aan het water zit ik te bekomen van mijn veertiende euthanasie. De eerste in België. Het valt niet tegen. Het is half november, de zon schijnt, en ik zit op het terras van brasserie Beaux bateaux met een rosé voor me. De boten wiegen zachtjes, de ingeklapte parasols flapperen heftig in de felle wind, maar ik zit beschut achter glas en heb een dikke jas aan. De rosé heeft mij ook een beetje aan het wiegen gebracht.

De glazen afrastering van het terras beschermt me tegen de wind en in dat verder onzichtbare glas weerspiegelt zich het ronde raam van het restaurant. Alsof er in het glas voor me een uitsnijding is waardoor ik de wereld in kijk. Na een euthanasie ben ik inderdaad altijd een beetje van de wereld. Nee, dat is niet precies genoeg uitgedrukt: is sta een beetje buiten de wereld, buiten de alledaagse eeuwig voortrazende drukte van de dag. De dood drukt altijd even op de pauzeknop.

Bekomen van euthanasie. Het blijft een indrukwekkende belevenis. De moed van het oude baasje om het genoeg te vinden en de kinderen om hem heen. Hij zei nog dat de samen verorberde kip curry van vanmiddag erg lekker was. Erg lekker. Jammer alleen dat hij vannacht geen lepel had gevonden toen hij de koekjespudding had willen proeven. Aan de lopende band maakt hij grapjes, ik heb hem in geen tijden zo opgewekt gezien.

‘Ik ben in blijde verwachting’, zei hij gisteren nog, toen ik peilde hoe hij zich voelde in het licht van de naderende euthanasie. En vandaag was er zelfs ongeduld, toen ik vroeg of hij er toch echt mee wilde doorgaan: ‘Hoe vaak ga je me dat nu nog vragen?’

Maar waar ik het eigenlijk over wil hebben, is de grote afstand tussen België en Nederland. Zo dichtbij en zo verschillend. Wat hier gebruikelijk is, daarvoor had ik me in Nederland voor de euthanasiecommissie mogen komen verantwoorden.
Hier voeren we de euthanasie uit met enkel barbituraten. Niemand die daarna nog een spierverslapper gebruikt, en ook in de richtlijnen wordt het slechts zijdelings vermeld. Het mag, als je dat wil, maar niemand die het dus doet blijkbaar. Over het vooraf langzaam inspuiten van lidocaïne wordt met geen woord gerept – doet het hier geen pijn dan? – en ook over het meenemen van een reserveset doen de richtlijnen er in alle landstalen het zwijgen toe.

Aan SCEN-consultaties doen we hier ook niet, de tweede arts die zich komt vergewissen van de situatie, is gewoon mijn collega uit de praktijk.

Ik blijf me verwonderen. En toch, toch voelt het helemaal juist. Maken we het in Nederland niet veel te moeilijk? Ik was blij dat ik eerst een tijd heb kunnen bekomen van de heftige toestanden toen ik bij Levenseindekliniek euthanasiearts was en soms enorme bergen weerstand moest overwinnen voor een mens met een zeer invoelbare euthanasiewens mocht inslapen. Dat was het andere uiterste.

Het voelt ook nu helemaal juist. En wederom stond voor mij vast: euthanasie hoort thuis bij de eigen huisarts.

Enfin, het was een goede zachte snelle dood op deze zonnige vrijdagmiddag en straks begint de avondraadpleging. Het leven drukt weer op de aanknop.

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medischcontact.nl)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.