woordenschat

In de zomerbar hangt een briefje: ‘gratis mooie woorden’. Met van die scheurstrookjes eronder zoals advertenties in supermarkten hadden in pre-smartphone-tijden. Nu maken we snel een foto als het te koop aangeboden object ons interesseert, maar vroeger scheurde je snel een strookje af met het telefoonnummer van de eigenaar.
De gratis mooie woorden hadden al stevig aftrek gevonden, want enkel ‘schemerlamp’ en ‘stoemelings’ waren nog in de aanbieding. Heerlijke woorden inderdaad. Ik nam ‘stoemelings’ mee.
Ik hoorde er nog een mooi vandaag: ‘onfatsoenlijk’.

Een lieve vriend leest mijn blogs altijd twee keer, vertelde hij: ‘Een eerste keer voor de inhoud en daarna nog een keer voor de woorden.’
Ja, ik hou van mooie woorden. Daarom voel ik me waarschijnlijk zo goed in bibliotheken. Omringd door wanden vol woorden, en de stilte die er nodig is om ze te savoureren, daalt er altijd een gezegende rust over me neer en komt de schrijfgoesting vanzelf.
Hier moet ik wel even Arthur Japin citeren uit ‘Een schitterend gebrek’: ‘De rust waarvan ik in een bibliotheek zo geniet bestaat niet alleen uit stilte. Al dat papier dempt ieder geluid, maar ook het ruisen van mijn gedachten. Hun ongedurigheid vindt troost in de overmacht aan kennis langs de wanden. Die is zoveel groter dan ooit in mijn hoofd zal passen.
Het kalmeert me en herinnert mij eraan dat ik niet persé alles hoef te weten en te begrijpen. Zoveel is al opgeschreven en ik heb het allemaal binnen handbereik. Daar hoef ik mij dus niet meer mee bezig te houden.’

Ook in musea en galeries, blijf ik altijd langer stilstaan bij de teksten bij de beelden dan bij de beelden, tekeningen en schilderijen zelf. Toen ik een zomer of twee geleden in het Rijksmuseum in Amsterdam een tentoonstelling bezocht die gecureerd was door Alain de Botton had ik een stijve nek van het lezen van alle post-its die hij volgeschreven had naast en onder elk schilderij. Van de schilderijen zelf herinner ik me niets meer.
Bij Rinus Van de Velde hetzelfde: zijn monumentale houtskooltekeningen vind ik impressionant, maar in vervoering raak ik pas van wat hij er zelf allemaal bij schrijft. Van die teksten maak ik dan een foto om ze voor altijd te bewaren, de beelden zijn toch niet te vatten in een foto dus die laat ik over aan de zeef van mijn herinneringen.
En zo is het altijd: mijn filmrol zit vol foto’s van teksten, uitspraken, quotes, gevelbelettering.

Zoals bekend vallen appels meestal niet ver van bomen. Mijn dochter van bijna dertien is er dan ook apetrots dat ze al zoveel woorden kent. In het Engels dan nog wel: ‘Yes, I have a very big word treasure’.
You go, girl!
By the way, iemand nog een schemerlamp nodig?

Geplaatst in: Blog

Een gedachte over “woordenschat

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.