Microavontuur

Joepie, ik kan weer een itempje afvinken van mijn dingen-die-ik-wil-doen-tijdens-mijn-time-out lijstje: afgelopen nacht heb ik buiten geslapen in mijn hangmat. In het bos rond de paalkampeerplek in Arendonk.
Dat had ik natuurlijk ook gewoon thuis in de tuin kunnen doen. Maar ik ken mezelf: dan is de kans veel te groot dat ik halverwege de nacht verkas naar mijn gerieflijke bedje. Daar moet ik mezelf voor behoeden, net als ik niet naar het ziekenhuis wou om te bevallen uit schrik dat ik om een epidurale ging smeken.

Het was een erg fijne belevenis die begon bij het prachtige weer van gisteren. Dat buiten slapen was iets was ik al lang wou doen, maar de nachten bleven te koud en diep vanbinnen ben ik eerder een zachtgekookt ei dan een diehard. Maar voor gisterennacht werden er temperaturen voorspeld die nergens onder de zestien graden zouden zakken. Tópkans dus. Ware het niet dat ik de nacht ervoor van wacht was geweest en eigenlijk wel wat slaap in te halen had.
Veel wikken en wegen heb ik niet gedaan, ik liet de goesting de dag bepalen en zou ’s avonds wel zien hoe de vlag erbij hing. De vlag hing goed, eigenlijk zonder ook maar iets te forceren viel het besluit er gewoon voor te gaan. In de allerschoonste traditie van de Tao: volgens het principe van het wei wu wei. Doen zonder te doen betekent dat. Dat de dingen vanzelf gaan, dat ze stromen en je je lekker laat meevoeren op die stroom.
Dus waarom zou ik malen over slaaptekort als ik dat tekort niet eens voel en toch niet moet werken?

Nadat man en ik samen de opruim en afwas hadden gedaan van de zalige avondmaaltijd buiten met z’n vijfjes, pakte ik een tas in, vulde een thermosfles met kokend water, poetste thuis alvast mijn tanden zodat ik dat in het bos niet meer hoefde te doen en sprong iets na negenen op de fiets.
Ruim laat want het begon al flink te schemeren, bij aankomst zou het helemaal donker zijn.

Onderweg op de fiets in deze prachtige zomeravond verbaas ik me – of juist helemaal niet – over de hoeveelheid zwerfafval die ik overal zie rondslingeren. Zelfs rond vuilbakken die overduidelijk nog lang niet vol zijn, ligt het afval gewoon op de grond, al is de vuilbak nog geen vijf meter ver. Wat zijn mensen toch erg. Ís het eens een zalige warme avond, waar we allemaal uitbundig van genieten en samenkomen op terrasjes of picknickplekjes, en dan laat je het afval maar gewoon achter waar je gestaan of gezeten hebt. Zo erg vind ik dat. Zo achteloos en egoïstisch. Het doet pijn aan mijn zwerfvuilruimhartje.

Ondanks al het zwerfvuil spot ik nergens onderweg een mondmasker deze keer. Vreemd. Ze liggen er altijd. Vaak nog helemaal in de originele fabrieksplooitjes, ongebruikt uit een jas- of broekzak geglipt. Het valt me op omdat ik mijn best gedaan heb om ultralicht te bepakken maar nu ineens besef dat ik geen mondmasker bij me heb. Niet dat ik dat in het bos nodig zal hebben, maar hé, wie weet doe ik morgenochtend wel een cappuccinootje op een terras? En daar moet het wel. Dan gebruik ik de buff uit mijn bagage maar. Het ziet er niet uit maar ach. Een paar kilometer verder realiseer ik me dat ik natuurlijk wél een masker bij heb. Ik heb immers een regenjas ingepakt en in de zak van zowat elke jas die ik heb zit tegenwoordig standaard een masker. Vreemde tijden. Probleem alweer opgelost voor het zich gesteld heeft.

De schemer valt verder in, boven me beginnen vleermuizen te cirkelen en ik heb een halve maaltijd aan de insecten die me in het gezicht en in de mond vliegen. Ik rij duidelijk de nacht tegemoet. Vlak voor mijn fiets springt een reetje de bosrand in.

Als ik de kampeerplek bereik iets na tienen is het stikdonker. Ik heb natuurlijk wel lampjes bij maar geen koplamp en dat was toch makkelijker geweest. Kijk, daarvoor dient dus deze proefnacht: om mijn materiaal en uitrusting uit te proberen en zonodig te verbeteren.

Het duurt even voor ik een paar geschikte bomen vind voor de hangmat. Officieel moet je in een beperkte radius rond de officiële kampeerpaal je tent opzetten maar als daar geen bomen staan, is dat met een hangmat toch wat lastig. Iets verderop lukt het wel.
Ik zie geen hand meer voor mijn ogen, toch lukt het ophangen en installeren van mijn bivakplek aardig al heb ik ondertussen wel lichte averij opgelopen. Opgemeten schade: één ten gevolge van mijn onvermoede krachten doormidden gebroken haring (wederom punt gemaakt: altijd nuttig om je materiaal op voorhand uit te testen), mijn huid lek geprikt door de muggen en mijn enkels vol schrammen, uit één ervan blijven bloeddruppels rollen.
Het is nu elf uur, mijn bedje is klaar en ik kruip erin. In de verte klinkt een uil.
In mijn hangmat doe ik nog een moedige poging om een blog te beginnen schrijven maar dat geef ik na een halve bladzijde al op. Te moe. Slaaptijd.

Het duurt nog lang voor ik in slaap val, en eigenlijk voelt de hele nacht als half doorwaakt maar dat klopt niet want tegelijkertijd lijkt hij wel om gevlógen als ik tegen vijf uur in de ochtend met een redelijk uitgeslapen gevoel wakker word. Het is wat fris geworden en over het T-shirt waar ik de hele nacht in geslapen heb – zo warm bleef het – trek ik dan toch maar even een trui aan. Mijn voeten lekker warm in een paar Alpacawollen sokken.
De vogeltjes worden ook wakker en er steekt een flinke wind op. Er is regen op komst.
Ik sta op om elastieken lusjes te bevestigen tussen de lussen van de tarp en de scheerlijnen. Dat had de man van de outdoorwinkel met klem aangeraden maar het was er nog niet van gekomen.
Na dit klusje kruip ik terug in mijn hangmat, lees de laatste bladzijden uit van het boek waar ik in bezig was (De consequenties van Niña Weijers) en probeer nog wat te slapen. Het blijft bij wat soezen en doezelen. Mijn tarp houdt zich goed in de stevige wind en het regent een paar druppels. Hebben we dat ook eens meegemaakt.
Rond zeven uur is de slaap echt helemaal op en sta ik op. Met het water uit de thermos zet ik een kop thee en breek dan mijn bivakje op. Ook dat gaat verrassend vlot.
Ik drink mijn thee en fiets naar huis. Uit het bos klinkt luid geritsel. Zijn er al vroege vogels hun hond aan het uitlaten? Ik tuur tussen de bomen om te zien van wie of wat dit geluid komt. Het blijkt een stel everzwijnen te zijn! In the middle of Arendonk of all places!

Mijn tripje kan niet meer stuk.
Halverwege houd ik nog halt aan een picknicktafel waar ik met de onvolprezen Jetboil van mijn zoon in no time wat water kook, een koffietje zet en een havermoutontbijtje maak terwijl ik verder aan het blogje schrijf dat er vannacht niet meer van gekomen was. Zelfs dat ontbijt heb ik nu helemaal onder de knie: na veel uitproberen heb ik precies de juiste verhoudingen melkpoeder en havermout gevonden.
En zo heb ik alweer een stapje gezet op weg naar mijn pelgrimstocht in Zweden.
Een geslaagd microavontuur ter voorbereiding van het grote macroavontuur.

Geplaatst in: Blog

2 gedachten over “Microavontuur

  1. An schreef:

    Ik zou dat nooit durven wat jij deed, helemaal alleen in een bos gaan slapen, alles in het pikdonker opzetten. Je bent een straffe, leuke madame.
    Wat een leuk plan om een pelgrimstocht in zweden te doen. Ik ben benieuwd naar de verhalen die er zitten aan te komen. Veel succes met de voorbereidingen van je avontuurlijke onderneming.

    • Martine schreef:

      het plan is om jullie via deze blog met foto’s van handgeschreven verslagjes op de hoogte te houden… That is: als ik er na een dag stappen en mijn bivak opzetten nog de fut voor kan vinden 😁
      Maar wees gerust: ik vind het zelf ook spannend allemaal hoor… en soms een beetje té spannend… Al ga ik me dat niet laten tegenhouden. Heb met mezelf wel afgesproken dat het geen MOETEN moet worden. Als het echt erg zou tegenvallen en ik zie er totaal de lol niet meer van in, dan geef ik mezelf de toelating om te stoppen 😁

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.