Zen is het niet, deel 1

zomer 2009, klooster Zin in Vught.

Ik vertrek op sesshin en mijn leven gaat compleet veranderen. Er gebeurt een wonder en alles is goed.
Dat is het plan. 

Dat moet ook wel als je er een week van je toch al zo drukke leven en een rib uit je lijf voor over hebt. Zo’n sesshin is een dure exclusieve aangelegenheid waarvoor ik niet alleen diep in mijn buidel moet tasten, maar ook mijn gezin met drie jonge kinderen een hele week dien achter te laten in de zorgzame handen van mijn man. Een week helemaal alleen voor mij, ik durf het mezelf amper toestaan. Zo bekeken acht ik een wonder niet meer maar ook niets minder dan een welverdiende return on investment.

Ik ga dus op sesshin. Ik mediteer van de vroege ochtend tot de late avond, bijna acht uur per dag. Alles doet zeer, ik krijg hooguit vier uur slaap per nacht en ga haast hallucineren van al dat mediteren en slaaptekort. Dit is de hardcoreversie van een sesshin. Ze bestaan ook in mensvriendelijker versies maar ik ga natuurlijk voor the real stuff.
We luisteren braaf naar naar de teisho’s van de zenmeester en pijnigen onze hersenen met onoplosbare koans en onze eigen hersenspinsels en demonen.
We rennen ons de longen uit het lijf tijdens het sportuurtje, verdragen stoïcijns de rugpijn, de schouderpijn, de doof beknelde zenuwen in onze benen en voeten en het slaapgebrek. We willen vooral niet voor elkaar onderdoen en laten dus niets merken van al dat afzien. Wie eerst beweegt, verliest. Tollend zitten we op onze kussens te bedenken hoe lang deze zit nog duurt en soms vloeien er tranen van oude pijn omhoog uit de diepe voorraadkelders vol weggestopt verdriet, waarvan het rustige ademen de zware deuren ontsluit.
De tranen drogen vanzelf weer op.
We drinken thee op rituele wijze en zetten in perfecte waves onze kopjes weer neer op de houten vloer. Tik-tik-tik-tik… net zolang tot de zenmeester tevreden is over het ritme.
We verdragen stokslagen waar we zelf om vragen en zijn blij als het onze beurt is voor het dagelijkse twee minuten durende onderhoud met de zenmeester omdat we dan even kunnen opstaan uit de meditatiehouding en het grasveld over mogen rennen tot het kamertje waar hij doksan houdt.
We praten niet, kijken elkaar niet aan en eten in stilte. Op de tafels komen de heerlijkste gerechten, alles vegetarisch, macrobiotisch en overheerlijk. We oefenen ons in soberheid: kunnen we nee zeggen tegen het dessert? Soms lukt dat. De regels zijn streng en zelf snoep meebrengen is ten strengste verboden.
We trainen onze stem en onze ademhaling: we roepen heel hard en heel lang ‘AAAAAAAAAA…’ in de bossen en zingen sutra’s die onze kelen schrapen na al dat lange zwijgen. Wierook prikkelt onze neusgaten en Boeddha kijkt op ons neer vanop zijn altaartje en ziet dat het goed is.
Ik ga op sesshin en ik zal eindelijk slank worden, want nooit nog zal ik ten prooi vallen aan stress en de bijbehorende snoepaanvallen.

Maar ergens op dag 4 of 5 neemt de zin in chocolade dermate toe dat ik er zelfs een doksan-onderhoud aan verspil omdat dit het enige is wat ik te melden heb: ‘ik stik van de goesting in chocola’. Waarop mijn strenge zenmeester eens hartelijk lacht en er verder niet op in gaat.
De craving neemt steeds dwingender vormen aan en de rest van de lange avondmeditaties die dag besteed ik aan het verzinnen van snode plannen om aan het begeerde spul te komen.
Heel moeilijk is dat niet. Na het avondeten worden de tafels al gedekt voor het ontbijt, en dan staat er op elke tafel een pak melk- en een pak pure chocolade hagelslag. Het is dus gewoon een kwestie van zo’n pak snel van tafel grissen en ongezien meesmokkelen naar mijn kamer waar ik dan kan aanvallen.
Dat valt niet mee: Harald (die ik bij deze gelegenheid Harald de Havik genoemd heb vanwege de strenge blik) sluipt rond, en het lijkt wel of hij in de gaten heeft wat ik van plan ben want elke keer als ik de verder lege eetkamer binnen loop is hij daar ook ineens.
De volhouder wint natuurlijk toch en als ik mijn pak pure hagelslag – ongeveer nog voor een derde gevuld –  te pakken heb, geniet ik op mijn kamer van volle monden pure chocola. Waarna ik bij yaza heerlijk zit na te genieten van de smaak en de voldoening.

Tot zover het chocoladeverhaal van de eerste sesshin… ware het niet dat ik op de laatste dag bij mijn overbuurvrouw een lege familieverpakking chocola uit haar prullenbak zie puilen toen we allemaal onze rommel op de gang moesten zetten. Zonder enige gene. Geen enkele moeite gedaan om het toch een beetje te verstoppen.

Ik ging op sesshin en vrat een pak chocoladehagelslag leeg.
Nee, zen is het niet.

verklarende woordenlijst:
sesshin: meerdaagse (in dit geval 6 dagen) zen-retraite
teisho: toespraak, soort les
koan: zenraadsels
yaza: buiten za-zen. Za-zen = zittende meditatie
sutra’s: gezongen teksten uit het boeddhisme
doksan: 1-op-1-gesprek met de leraar

 

Geplaatst in: Blog

Een gedachte over “Zen is het niet, deel 1

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.