Heerlijk, zo’n geit in huis

Gisteren had ik een zonneklaar ‘geval van geit’ aan de hand. De geit was in dit geval een achterwachtdienst.
Van achterwacht zijn betekent dat ik moet komen opdraven om wachtdienst te gaan draaien als een collega niet komt opdagen voor zijn shift. Ik was dus ‘vrij tenzij…’

De achterwachtdienst begon om acht uur. Als ik tegen tien uur niet gebeld zou zijn, kwam ik er met de schrik vanaf en kon een heerlijk vrij weekend beginnen. Maar bij pech was ik eraan voor de moeite en kon ik tot acht uur ’s avonds gaan zwoegen op de wachtpost.
Het kleurde mijn zaterdag in een vreemd sfeertje, moet ik u zeggen. Fris gewassen en gestreken stond ik om acht uur klaar voor het geval dát. Het was een beetje zoals de paraplu die je meesjouwt als verzekering tegen de regen. Ik stond klaar om te gaan werken in de hoop dat het klaarstaan alleen al me genoeg goodwill van de goden zou verschaffen om absolutie te krijgen en vrijgesteld te worden van wachtdienst.

De ochtend trok zich traag op gang en de tijd kroop met een slakkengang vooruit. Toen eindelijk de klok tien uur sloeg, was dit de stand van zaken:
1. ik had een zeer nuttige ochtend doorgebracht en een hoop administratieve, mail- en andere was- en opvouwklussen afgewerkt, want ik was toch de eerste uren aan huis en telefoon gekluisterd en maakte er dan ook maar het beste van. Dat gaf al een hoop voldoening en energie.
2. de regen die al uren uit de lucht viel, stopte acuut om tien uur en de zon begon te schijnen. Ik verzin dit niet.
3. de telefoon had zich niet laten horen en doodgemoedereerd wandelde de geit naar buiten, mijn humeur daarbij tot een welhaast eufore piek opstuwend.

Nu moet ik u misschien dringend uitleggen wat zo’n geit-geval is. Onze Noorderburen kennen dat goed sinds cabaretier Claudia de Breij haar boek ‘Neem een geit’ schreef maar in Vlaanderen is het nog een onbekend verschijnsel, al zal iedereen het gevoel herkennen na mijn uitleg. Het geit-verhaal in Claudia’s boek wordt haar verteld door Hanneke Groenteman en gaat zo:
‘Een arme, oude Joodse man woont in een heel klein hutje met vijf kinderen en een zwangere vrouw. Ze kunnen hun kont niet keren, het is veel te vol. Die man is ten einde raad, gaat naar de rabbijn en zegt: rabbi, ik heb een huisje, vijf kinderen, mijn vrouw is zwanger, ik word helemaal gek in dat kleine hutje, wat moet ik doen? De rabbijn zegt: neem een geit in huis. Die man denkt: een geit? Maar hij doet alles wat de rabbijn zegt en koopt dus die geit. In dat volle hutje, met die zwangere vrouw en die vijf kinderen, komt een poepende, piesende geit. Hij wordt helemaal gek natuurlijk en gaat een week later naar de rabbijn terug. Hij zegt: rabbi, die zwangere vrouw, die vijf kinderen, die geit, wat moet ik doen?
Zegt de rabbijn: doe die geit weg.’
Na dit verhaal zit Claudia Hanneke wazig aan te kijken en legt Hanneke verder uit: ‘Dan heeft hij ruimte, snap je? Dus wij hebben heel vaak in de familie dat iemand zegt: die heeft een geit. Iemand heeft bijvoorbeeld een afspraak en die ander belt af. Of je gaat er zelf niet naartoe, en merkt dan dat je ervan geniet dat je niet hoeft. Dan was het een geit.

De les is eigenlijk: doe die geit weg. Want een geit nemen, dat heb je vaak gedaan. Je hebt het alleen niet doorgehad. Als je te druk bent, gestrest, slecht slaapt, niet aan jezelf toekomt, niet leuk bent: zoek de geit. En doe hem dan weg.’

Nou had ik deze geit niet zelf in huis gehaald, ze was me opgedrongen en hoort nu eenmaal bij mijn werk. Maar toch. Moesten we vaker doen. Heerlijk zo’n geit in huis. Vooral als ze om stipt tien uur de deur uit wandelt en je je huis, je dag en het rijk weer voor je alleen hebt.

*Deze blog verscheen eerder in Medisch Contact: dit is de link.

Een gedachte over “Heerlijk, zo’n geit in huis

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.