#19 dagboek van een huisarts aan het coronafront

I need a drink

Ik kijk teveel nieuws. Vannacht droomde ik dat ik er zelf in zat. Naast de bevallige Annelies Van Herck met een muts op mijn kop want ik was mijn haar vergeten te wassen. Net voor de camera’s begonnen te draaien trok ik snel die muts weer af want dat was ook geen gezicht.
Ook droomde ik dat ik weer kon gaan zwemmen. Eerst moest ik door heel veel lange donkere gangen waar ik wel vijf keer moest douchen voor ik het zwembad in mocht. Maar zover ben ik nooit geraakt.

Op weg naar het werk deze ochtend fiets ik een stukje op met een buurvrouw die ook arts is. ‘En? Hoe is het bij jou?’
‘Rustig. Raar. Onrustig.’
Het is raar om te zeggen maar terwijl een virus het halve land lam legt, zijn er ook een hoop dokters die maar een beetje met hun vingers zitten te draaien. Ook bij ons is het rustiger dan normaal.
Sommige dokters kunnen perfect die knop omzetten en genieten volop van de vrije tijd die ze anders zo zelden hebben, anderen worden er alleen maar onrustig van. Een vaag schuldgevoel onderdrukkend: hoe is het mogelijk dat deze mensen niet beter benut kunnen worden terwijl anderen dubbele shiften draaien?
Wij draaien natuurlijk wel extra shifts in het callcenter enzo, maar bevredigend voelt dat allemaal niet. Dus als ik ’s avonds hard mee klap, is dat voor verpleging en longartsen en spoedartsen en al die anderen die zich uit de naad werken. Voor mij – en veel andere dokters – is het niet op zijn plaats.

Vandaag terug naar de frontlinie: infectieraadpleging in de containers. Vorige keer was ik echt wel een beetje nerveus voor de fronlinie: er waren zoveel procedureregels te volgen, zou me dat wel allemaal correct en in de juiste volgorde lukken? Ik moest om de haverklap naar het toilet, net als vroeger in de examens eigenlijk.
Maar alles went, en deze keer waren de zenuwen ver te zoeken. Al spreekt er uit al die rare dromen wel een zekere onrust.

Bij aankomst aan de containers had ik meer het gevoel in een skidorp beland te zijn. Wel passend bij het thema natuurlijk want hoe is dat beest ooit in ons land geraakt?
Er stond een houten tuinhuis dat voor een chalet kon doorgaan en de vlaggetjes leken in de vroege ochtend zelfs op een vrolijke slinger gekleurde lampjes.
Slechts één patiënt stond ingepland in de agenda. Die was zo ziek dat ik hem prompt naar spoed moest sturen. Vervolgens bleef het zo lang kalm dat ik maar naar huis fietste, maar ik was nog niet halverweg of er kwam al telefoon: een volgende patiënt op komst.
Ik draai terug, trek m’n apenpakje weer aan en ga op de parking wachten om de patiënt op te vangen, want om daar direct je weg te vinden is niet zo evident.
Ik wacht. En wacht. En wacht….
Als het academisch kwartier verstreken is, bel ik de man.
‘Oh, ik was in slaap gevallen…’

Man! Wat word ik daar boos van! Nul besef van hoeveel mensen keihard werken om dit soort raadplegingen georganiseerd te krijgen. En dan nog al dat beschermingsmateriaal dat ik nu zomaar moet weggooien. Terwijl het al zo schaars is.
Zullen we hier ook eens GAS-boetes voor gaan uitschrijven?

Pffff….
Hoog tijd voor aperitief. Het is weekend. Nog even en ik moet mijn website veranderen. ‘MartineDrinkt’ in plaats van ‘MartineSchrijft’. Cheers!

#blijfinuwkot, #wasuwhanden, hou u goed?! En zoniet: BEL JE HUISARTS! Ga niet in de wachtzaal zitten, loop niet meteen naar spoed.

Geplaatst in: Blog

2 gedachten over “#19 dagboek van een huisarts aan het coronafront

  1. Ann schreef:

    Dank voor de lach naast de traan in deze coronatijden! Grappig ook om ons ook een blik achter de schermen van de schrijvende Martine te gunnen en de verschillende drafts prijs te geven in je foto’s. En een sneak peak naar je volgende blog: handcrème? 🙂

Geef een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.