#27 dagboek van een huisarts aan het coronafront

* praatjes *

Meer dan 18 jaar geleden was mijn leven overboekt: ik was net weer aan de slag gegaan na een bevallingsverlof, had een baby aan de borst die de hele nacht door om de twee uur wou eten en was een huis én een praktijk aan het bouwen. Het viel niet mee om met donkere wallen van het slaaptekort al die bordjes in de lucht te houden. Even zeuren en klagen hielp wel, maar mocht beslist niet van een superlieve collega in de praktijk die van thuis uit het levensmotto ‘niet zeuren, gewoon doorgaan’ had meegekregen.
Ze kwam uit een stevig boerengezin waar hard werken de norm was en tot haar groot verdriet was haar eigen huwelijk kinderloos gebleven, waardoor gejammer over een vermoeiende baby niet ontvankelijk werd verklaard.
Verder is ze nog altijd de liefste vrouw die ik ken, maar dat ik nooit even mijn beklag mocht doen, dat stak.

Ik bleef het natuurlijk toch doen. Een potje klagen lucht op, zo ervoer ik altijd, daarna kon ik weer verder. Met mijn werk en met het tellen van mijn talloze zegeningen.
In de krant van vandaag krijg ik gelijk. De Morgen brengt een artikel over eenzaamheid. ‘Iedere getuige in dit verhaal zegt het: we zijn gezond, leven niet in armoede, en hebben een netwerk, dus eigenlijk mogen we niet klagen. Jawel, dat mag wel, zegt Filip Raes, hoogleraar psychologie aan KU Leuven (en toevallig ook actief mindfulness beoefenaar en promotor… just saying). ‘Gevoelens van angst en onzekerheid zijn normaal. Je mag die dus gerust erkennen, ook al weet je dat er mensen zijn die er veel slechter aan toe zijn dan jij. Jezelf terechtwijzen dat je je zo niet mag voelen, brengt alleen maar meer stress teweeg.
Een potje klagen helpt dus wel degelijk, en als de prof zegt dat het mag, dan mag het. Punt.

Daarna moet je natuurlijk wel gewoon verder. Gedeelde smart is halve smart, je bent een beetje van de last kwijt en dat draagt weer een stuk lichter. Nu hoor ik dus bij die groep die zich bevoorrecht voelt in deze moeilijke tijden: gezond, zinvol werk, grote kinderen, wonend in een fijn huis met een fijne tuin. Nee, in deze lockdown heb ik niets te klagen. Maar het mág dus wel.

In het betreffende artikel bleken ook de eenzamen weinig te klagen te hebben. Ook zij rekenden zich gelukkig met hun zegeningen.
Toch zijn er ook veel eenzamen die het nu loeizwaar hebben. Een mooi initiatief is ‘Alleen maar niet eenzaam’ van fysicus en slaapcoach Heidi Holvoet. Ze biedt samen met een team vrijwilligers een eenvoudige babbel aan aan wie daar nood aan heeft. Maar het is heel moeilijk om de meest noodlijdende mensen te bereiken. Ze vragen geen hulp of durven het gewoon niet. Gisteren had ik zelf nog een patiënte op de prakijk die nog maar kort geleden uit een diepe put gekrabbeld was. Net toen haar leven weer op de rails begon te komen, daalde de lockdown over ons neer. Ze dreigt weer in haar diepe put te vallen en durfde amper naar de praktijk te bellen: ‘Jullie hebben het al zo druk, ik schaam me om tijd te vragen voor mijn onnozele probleemkes.’
Er was veel overredingskracht nodig om haar op andere gedachten te brengen.
Maar het is gelukt. Daarom ben ik ook zo blij met initiatieven als dat van Heidi Holvoet.

Er zijn nog geweldige ideetjes. Laat me u daarom een stukje voorlezen uit ‘100 Gelukkige dagen’ van Fausto Brizzi dat ik pas gelezen heb:

‘Ik zie een winkeltje dat ik nooit eerder heb gezien. Het uithangbord is pas nieuw. Ik ga naar binnen, aangetrokken door de naam: Praatjes. Ik word verwelkomd door Massimiliano, een gepensioneerde oud-politieagent. In de winkel zie ik een niet-brandende open haard, twee banken en een fauteuil die niet bij elkaar horen en waar een widescreentelevisie tegenover hangt, een koelkast, een keukenhoekje waar theewater opstaat en een tafeltje. Het lijkt net de woonkamer van een ouderwets huis, met meubels die op een marktje bij elkaar zijn geraapt. Sterker nog, het is een echt huis.
Massimiliano ziet er goed uit voor zijn zeventig jaar, is nooit getrouwd en heeft geen familie meer. Hij is ontwikkeld en intelligent. Hij legt me uit dat hij zich na zijn pensionering algauw ging vervelen: hij sleet zijn dagen in zijn woning op de begane grone en hield zich bezig met oude films en zijn eeuwige passie voor koken. Maar dat was hem niet genoeg. Hij voelde zich verschrikkelijk alleen en van zijn pensioentje kon hij niet de wereld over reizen. Dus schilderde hij een bordje met het opschrift PRAATJES en hing dat buiten boven de voordeur van zijn huis, waarna hij zijn gewone deur verving door een glazen winkeldeur. Toen wachtte hij tot er iemand toehapte.
‘Het idee is eenvoudig,’ legt hij me uit. ‘Ik ontvang volslagen onbekenden bij me thuis, zet een lekker kopje thee met koekjes voor ze neer, we maken inderdaad een praatje en kijken samen wat tv, dat soort dingen. Kortom, we houden elkaar gezelschap.’
Een praatjeswinkel. Simpel, maar geniaal. Daar was zelfs Leonardo da Vinci niet opgekomen. Handel in vriendschap.
Hij voegt eraan toe dat zijn klanten als ze weggaan een vrijwillig bedrag mogen acherlaten als bijdrage in de kosten (meestal vijf euro).
‘En hoe gaan de zaken?’
‘Heel goed. Vandaag de dag hebben mensen niets nodig, behalve iemand die naar hen luistert. Ik heb vrijwel nooit een uurtje vrij.’

#blijfinuwkot, #wasuwhanden, hou u goed en geniet van de zon☀️🍀! En zoniet: BEL JE HUISARTS! Ga niet in de wachtzaal zitten, loop niet meteen naar spoed.
En vergeet niet te bewegen, op uw happy-go-lucky-fucking-ray-of-sunshine-fiets bijvoorbeeld.

Geplaatst in: Blog

Een gedachte over “#27 dagboek van een huisarts aan het coronafront

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.