#37 dagboek van een huisarts aan het coronafront

* de vuurlinie *

Vannacht droomde ik dat ik naar Noord Italië ging om artsen bij te staan in hun strijd tegen het virus. We zaten opeengepakt in een overvolle bus en hadden per arts een minitafeltje beschikbaar om ons materiaal op te leggen. Het was geen doen zo, hygiënische maatregelen een lachertje, de hele operatie gedoemd om te mislukken. Blijkbaar gloeide er onderhuids toch een zweempje van angst om een woonzorgcentrum binnen te stappen na mijn aanbod om de CRA arts daar wat ondersteuning te bieden. Die mens heeft ook recht op een beetje weekend.

De timing kon niet beter: ik viel midden in een vergadering over de organisatie van de testing. Het hele centrum zal volgende week getest worden. Alle hens aan denk, want het gaat om 190 bewoners, en ook het verzorgend personeel moet getest worden. Mijn eerste bijdrage aan het werk was dan ook snel gedaan: één WhatsAppje rondsturen en minder dan een uur later had ik al vier bereidwillige dokters gevonden om de handen uit de mouwen te steken. Wat heerlijk om zo’n vriendenkring te hebben, danku supercollega’s!
Ook op een ander vlak was de timing raak: net vandaag stond er een stuk in de Artsenkrant getiteld: ‘CRA’s gaan in het rood’.
Niet meer dan logisch dus dat we een handje toesteken, juist nu veel andere artsen het te rustig hebben naar hun zin.

Het blijft dan ook raar om vast te stellen dat bijvoorbeeld sommige ziekenhuisdirecties niet happig zijn om hun specialisten ‘uit te lenen’ voor dit soort hand- en spandiensten. Omdat die specialisten niet vertrouwd zouden zijn met dergelijke procedures. Ja hallo, we zijn toch allemaal dokter en echt wel in staat om bij te leren hoor!
Ook de Orde vindt het moeilijk om soepel te reageren op vraagstukken waar ze zich door de huidige onvoorziene staat van de wereld voor gesteld ziet. Zoals daar zijn: de LOK’s. Lokale kwaliteitsgroepen zijn dat. Verplicht regelmatig intercollegiaal overleg tussen huisartsen. De hele wereld doet zijn ding noodgedwongen van achter de PC, maar de Orde heeft in al haar wijsheid besloten dat videobellen voor heel veel kan, maar niet voor de LOK-bijeenkomsten. Wat een starre opstelling. Ik kan er met mijn pet niet bij.

Terug naar mijn bezoek aan het woonzorgcentrum. Impressionant, wat daar allemaal al gebeurd was. Hoe nauwgezet kamerisolatie en omkleedprocedures geïmplementeerd zijn en hoe even precies de wandelgangen van het virus nagespeurd worden. En wat een domper om dan vast te moeten stellen dat het virus geheel zijn eigen onvoorspelbare gang gaat. Sommige besmettingen zijn onverklaarbaar, hoe nauw ieders gangen ook in kaart werden gebracht.
Dat is – gezien de grote inspanningen van iedereen in het team – teleurstellend en ontmoedigend.
Het is dan ook niet gek dat mensen soms even door hun hoeven zakken. Een taaie verpleegkundige die ik goed ken en die voor geen kleintje vervaard is, had het even te kwaad. De angst om besmet te raken of haar gezin te besmetten was haar teveel geworden.
Maar opgeven? No way. Na een gesprek en de steun en bemoediging van haar team, ging ze weer aan het werk. De shift zat er nog lang niet op.

Ja, ik was onder de indruk. Van de inzet van de CRA arts, van de indrukwekkende logistiek, van de teamgeest en van de enorme implicaties voor de bewoners.
En dan is de situatie in dit woonzorgcentrum al bij al nog redelijk.

Toen ik buiten weer op mijn fiets stapte, zag ik het nieuwe begrip ‘zwaaibezoek’ in volle actie. Daar moeten we het ook eens over hebben, al die nieuwe woordenschat sinds het ontstaan van de pandemie.
De directeur van het woonzorgcentrum deed alvast een goeie duit in het zakje: ‘cohortzorg projectverantwoordelijke’.

#blijfinuwkot (tot 3 mei), #wasuwhanden (voor de rest van uw leven), help waar je kan helpen, hou u goed en geniet van de zon☀️🍀! En zoniet: BEL JE HUISARTS! Ga niet in de wachtzaal zitten, loop niet meteen naar spoed.

Geplaatst in: Blog

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.