vriendschapsverzoek

Oh dierbaar België, uw Vlaamsche Ardennen zijn schoon, maar uw Oostkantons zijn nog veel schoner. Ik heb er een weekje gewandeld en ben er als een blok voor gevallen.
Wandelen en fietsen in de Vlaamse Ardennen in onze eerste vakantieweek was heerlijk, maar het lapjesdeken van prachtige stukken natuur werd er steeds onderbroken door Vlaanderen op zijn lelijkst: steenwegen, lintbebouwing, elke Vlaming met een baksteen in zijn maag die er zijn eigen droomhuis mag neerpoten, hoe hard dat ook vloekt met het stulpje van de buurman. Een rommelige indruk.
In de Eifelstreek waar we gewandeld hebben, was er van steenwegen en lintbebouwing geen sprake. Alles oogde even proper en verzorgd. Kilometers hebben we gestapt in een loden hitte tussen de velden en de heuvels.
En zo hebben we deze vakantie ons eigen landje toch weer iets beter leren kennen, al was het buitenland nooit ver: taalgrenzen voelen als landgrenzen, en eens je daarover wipt, voel je je echt in het buitenland. Het Grote Routepad dat we voor een stuk volgden in de Oostkantons, leidde ons zelfs heel eventjes Duitsland in. Toch een beetje buitenland dan deze zomer.

De impulsieve week Oostkantons kwam er om twee redenen:
1. het camperbusje dat we in Nederland gehuurd hadden, kon niet doorgaan wegens de geadviseerde twee weken quarantaine na het minste bezoekje in Nederland. Die luxe kan ik me niet permitteren, het werk wacht.
2. Schrijver Marnix Peeters had me nieuwsgierig gemaakt naar zijn thuisbasis waarvan hij in zijn heerlijke columns in De Morgen nooit nalaat de verrukkelijkheden te roemen. Hij heeft er trouwens ook een reeks over gemaakt voor Iedereen Beroemd.
Op Facebook ben ik al jaren bevriend met Marnix – hij accepteerde ooit laconiek een vrijpostig vriendschapsverzoek van mij – en door zijn columns heb ik het gevoel dat ik de man ken. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en stuurde hem een berichtje wat neerkwam op de vraag: ‘mogen wij eens langskomen nu we toch in de buurt zijn?’
(Ik had mijn verzoek natuurlijk veel uitgebreider geformuleerd en bepleit, onder andere met dit argument: het eerste boek dat ik van je las was De dag dat ze Andy zijn arm afzaagden en mijn schoonbroer heet Andy! (en zaagt af en toe een arm af want hij is orthopedist’.) Ik had er zelf smakelijk om moeten lachen bij het teruglezen van mijn bericht – waarin dankzij de dwaze spellingscorrector helaas nog taalfouten geslopen waren, hetgeen mij bijzonder spijtte aangezien het communicatie met een echte schrijver betrof. Maar gelukkig mocht dat de pret niet drukken want net zoals hij jaren geleden zonder verpinken mijn vriendschapsverzoek accepteerde, kwam ook op deze vraag een allerhartelijkst antwoord: ‘Martine, wat mij betreft: graag!’

Met armen vol zonnebloemen en flessen bier stonden we de volgende dag op de stoep. En wat een fijne ontmoeting was me dat. Een paar uur lang hebben we met hem en zijn vrouw gebabbeld en gedronken en verhalen uitgewisseld alsof we elkaar al jaren kenden. Met glans doorstond een digitale Facebookvriendschap de toets van het ware leven.
Later die avond, terug in ons hotel in Burg Reuland, heb ik lang na zitten genieten op het terras bij de bar. Een bar zonder muziek, hier moet ik zijn!

Terug in Vlaanderen na vijf dagen Oostkantons en de ontmoeting met deze twee geweldige mensen die zo radicaal hebben durven kiezen voor rust en eenvoud, voel ik me als Bent Van Looy na zijn eerste dakoptreden in de lockdown: ‘er waren meer dan drie mensen aanwezig en ik was meteen totaal overprikkeld’.

Oh dierbaar België, uw Vlaamse Ardennen zijn schoon, maar uw Oostkantons hebben mijn hart gestolen. Schoonheid en stilte, café’s zonder muziek, indrukwekkende natuur en aangename gesprekken met buitengewone mensen terwijl het bier rijkelijk vloeit. Ik denk dat ik blijf.

Geplaatst in: Blog

5 gedachten over “vriendschapsverzoek

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.