Zuurtegraad

Een wijze uit het land der onbegrensde mogelijkheden heeft ooit gezegd: ‘If life gives you lemons, make lemonade’. Ik geloof dat het Beyoncé was, maar daar gaat het nu niet om. Voortbouwend op haar geheel uit tegeltjeswijsheden opgetrokken filosofisch traktaat, zou ik eraan toe willen voegen: ‘If life gives you zure mensen, bake zuurdesembrood.’

De daad bij het woord voegend, ben ik daarmee op derde kerstdag – bestaat dat eigenlijk? – begonnen. De eerste resultaten waren niet bijster bemoedigend, maar alle begin is moeilijk en uiteindelijk vielen zowel smaak als textuur beter mee dan op het eerste zicht te verwachten was. De platte betonpannenkoek waarover ik eerder dit blogje schreef, vond toch gretig aftrek bij mijn opgroeiende en dus immer hongerige kroost. Hap-slik-weg en daar ging de betonpannenkoek.
En dus zette ik door. Minutieus sleutelde ik verder aan de starter en vooral toen ik die een keer glad vergeten was en hij per ongeluk drie dagen zonder te verversen in de warme bergingkast onder de verwarmingsketel stond te verpieteren, bleek dat de ultieme sprong voorwaarts. Het goedje bubbelde en bruiste van geluk en de alcoholdampen wasemden me vol in mijn gezicht toen ik met een bang hartje de pot opende om de schade op te meten. Nou mag gist natuurlijk naar alcohol ruiken, dus ik besloot er toch een brood mee te bakken. Het resultaat daarvan zou bepalen of ik verder kon met deze starter of dat hij om zeep verklaard en ten grave gedragen diende te worden en ik helemaal opnieuw moest beginnen.
Maar nee, het is zoals de auteur van het zuurdesembakboek (Roly Allen, Hoe je een brood laat rijzen en verliefd wordt op zuurdesem) schrijft in het hoofdstuk ‘Leven met je starter’: ‘Een starter moet een balans tussen goed gevoede gisten en melkzuurbacteriën hebben; als je hem te lang laat staan zonder hem te verversen, eten ze alle suikers en zetmeel in de bloem op en krijg je een slijmerig papje, waarin de melkzuurbacteriën – en dus het melkzuur – overheersen. Als je starter in de koelkast staat, gebeurt dat heel langzaam, maar als hij daarbuiten staat, duurt dat maar een paar dagen. Dit is geen ramp – hij is niet dood, alleen een beetje uit balans. […] Ik heb heel erg mijn best gedaan om een starter die in de koelkast stond dood te maken – zonder resultaat. […] Een starter kan wel doodgaan op kamertemperatuur als je hem een week niet voedt; je krijgt dan een heel smerig papje. Gooi het weg en begin opnieuw.’

Mijn starter was dan wel preterminaal, hij was niet dood. De reanimatiepoging was succesvol en het baksel leverde een geweldig brood op. We waren vertrokken!
Vandaag heb ik na een gelukkig heel rustige nachtdienst zelfs twéé zuurdesembroden gebakken, het ene zag er nog verleidelijker uit dan het andere en wederom ging er in één maaltijd een heel brood door. Het bakken is leuk om te doen, maar de gretigheid waarmee het brood aftrek vindt, is nog het leukste van het hele project.

Zo zie je maar weer: frustratie kan een voedingsbodem zijn voor inspiratie, net als een mislukte starter de bron kan zijn van een geweldig brood. Wanneer die inspiratie vervolgens via transformatie – al dan niet met de nodige transpiratie – uitmondt in creatie, wordt de algehele zuurtegraad van het leven alweer een stuk lichter verteerbaar.

Bij het zien van al die smikkelende mondjes rond de tafel, die zich tegoed doen aan het brood dat ik met mijn blote handen gekneed heb, droom ik weg: stel je toch eens voor dat je kon leven van wat je creëert, dat je niet meer hoeft te dokteren om de centen te verdienen die nodig zijn om al die monden te voeden. Stel je voor.

Graptje.

Toen begon ik maar aan een reuzenstapel wafels.

Geplaatst in: Blog

2 gedachten over “Zuurtegraad

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.