Overstroming

Winkelsbroek is bij deze uitgeroepen tot properste natuurgebied van Turnhout.
Voor de zekerheid heb ik altijd vuilzak en prikstok bij me, maar buiten de aanlooproute en de onvermijdelijke propjes toiletpapier, viel er amper iets re rapen.
Het was er dan ook heerlijk wandelen eergisteren.

Hoe anders dan een paar weken geleden. Herinnert u zich die week in februari nog dat de regen met bakken uit de lucht bleef vallen? Onophoudelijk bleef het stromen. Toch trok ik er op een droge ochtend op uit.
Ik was nochtans gewaarschuwd – los van het feit dat sowieso een ‘broek’ in de naam al niet veel goeds voorspelt. Dat betekent nattigheid. Dwars over het wandelpad was een hek neergezet om de doorgang af te sluiten met daarop in koeien van letters ‘Overstroming. Niet toegankelijk!!!’.
Maar nee hoor, deze eigenwijze tante moest en zou erdoor.
Dat lukte nog een behoorlijk eind.
Het leverde naast prachtige plaatjes – stuk voor stuk konden ze zo geplukt kunnen zijn uit een zenreclamefolder – ook een paar natte sokken op. Bijna toch, want toen het pad echt abrupt ophield en ik voor een vijver kwam te staan (onmogelijk in te schatten hoe diep die kon zijn), koos ik toch maar eieren voor mijn geld en keerde wijselijk op mijn stappen terug. Voor een zwempartij was het nog niet echt het seizoen.

Bij wijze van vervroegd verjaardagscadeau, lag er toch één serieus stuk zwerfvuil tussen de modder en de struiken: een vrolijke paars met gouden ‘happy birthday’ ballon! Dát had je nou niet hoeven doen 😁
De ballon was wel gescheurd, het was tenslotte zwerfvuil, maar ik kon het gebaar wel smaken.

Ondertussen genoot de mindfulness leraar in mij van het uitzicht van die kronkelende vlonderpaadjes over het water. Zesendertig foto’s heb ik ervan gemaakt.
En omdat die mindfulness leraar in mij u even hard wil laten genieten van uw zenmoment, hierbij de magische formule waarmee u iedere wandeling – hoe lang of kort ook – kunt omtoveren tot een pure mindfulness ervaring. Daar is niet veel voor nodig. Hoor, zie, ruik, luister, voel, alles wat de natuur je te bieden heeft, en zeg dan zachtjes in jezelf, bij elke stap:

I have arrived, I am home,
Nowhere to go. Nothing to do. No one to be.

Soms biedt het leven je een kronkelpad, soms is het kaarsrecht.
En wat als je pad plots stopt?

Enjoy the view, take a cup of tea and relax.
Je bent precies waar je moet zijn. Nowhere to go. Nothing to do. No one to be.

Bruggen

Het was een heuglijke dag vandaag.
De dag begon met één kaarsje op de kikkererwtenbrownie en één ballon aan mijn stoel (aan 53 is geen beginnen meer aan), en dan een zalig ontbijtje op het beschutte terrasje van mijn tuinkamer waar de zon net kwam piepen en het kwik zo net boven de 10°C tilde – zoals u zich wellicht herinnert het criterium om buiten te eten en zo het positief geteste kind weer even te kunnen luchten. Met ons achterste neergevlijd op een warm schapenvachtje zaten wij daar om 7.45u te smullen van de prachtige ontbijtmand die vriendin Marie had laten bezorgen bij wijze van verjaardagscadeau. ‘Mama, Marie is echt té lief,’ stelde mijn dochter nuchter vast.
Daar kon ik me alleen maar bij aansluiten.

Ik werd overladen met cadeaus.
Van Wim kreeg ik centen om mijn wandeluitrusting voor de zomer te vervolledigen. Dat wordt dus een Garmin inReach mini satelliettelefoontje. Hopelijk niet nodig, maar het zou toch zonde zijn om in een onherbergzaam Noorden het leven te laten door een domme enkelverzwikking ofzo, ik zeg maar wat.
Mijn dochter verblijdde me met een paardrijles. Huh?? Ik op een paard??
Dat moet geleden zijn van in mijn tienerjaren. Een wilde rit op Destiny, de pony van vriendin Anke, die op hol schoot waardoor ik met een elegante duik ondersteboven in de beek belandde en met een stekelhoofd vol riet en kroos weer boven water kwam. Laat ons deze keer duimen voor een iets zachtere afloop.
Mijn zoon die me vereerde met zijn aanwezigheid aan het ontbijt. Op vijftien meter afstand natuurlijk. Hij raakte niet goed uit zijn bed en was mijn verjaardag eigenlijk ook vergeten, maar na een jaar op en af lockdown en nu alweer een week in strenge isolatie, vergeef ik hem – en bij uitbreiding de hele jeugd – alles. Hij wás er toch maar. En ’s avonds trakteerde hij – bij wijze van afwisseling van de diepvrieskliekjes – op take away. Maar de diepvrieskliekjes waren al ontdooid, dus die take away houden we tegoed voor zondag.
Voorts verblijdde de verre zoon me nog met een attent telefoontje en daarna werd ik getrakteerd op een supervlotte Covid-test. (Wat heeft Turnhout dit samen met de huisartsen toch goed geregeld met die drive-in!)

Toen ik van die vermaledijde test af was, strekte de rest van de dag zich uitnodigend voor mij uit. Gezwind besteeg ik weer mijn trouwe stalen ros en fietste verder voor mijn dagelijkse wandeling.
Laat ik eens gek doen, bedacht ik al trappend, en een wandeling kiezen buíten de gebruikelijke perimeter rond mijn stad. Het gewoontedier in mij houdt zich aan een strikt dieet van Liereman-Vennengebied-Winkelsbroek, maar deze keer fietste ik door naar Ravels. Ik wilde nog eens de tien kilometer van de Bruggeskes wandeling doen door de Ravelse gewestbossen.
Dat leverde nog een stevige omweg op en geploeter door diepe sporen mul zand, want het jaagpad langs het kanaal was opgebroken. Ondertussen bliepte mijn telefoon dat het een lieve lust was, en de hartjes, feesttoeters en champagneglazen buitelden over elkaar heen en spatten van het schermpje. Een mens zou zich van minder feestelijk gaan voelen, zelfs op zijn drieënvijftigste.
De wandeling was heerlijk, hij duurde precies 22 222 stappen en leverde weer een vracht blogideetjes op. Dat gebeurt zo als ik wandel en mijn gedachten alle kanten op laat waaieren. Bij wijze van cadeau aan mezelf, onthief ik me voor één keer aan mijn zwerfvuilraap-plicht. Je bent tenslotte jarig voor iets.
Op een sprookjesachtige plek in het bos, nam ik nog een thee-en-koekjes-pauze en schreef alvast wat blogideetjes op.

’s Avonds bestond het feestmaal wederom uit diepvrieskliekjes, maar wel met speculaasijs van de Zwaluwhoeve toe.
Als uitsmijter bracht de dag nog een laatste cadeau: al onze testuitslagen negatief! We kunnen de wijde wereld weer in. Ach, we zijn al blij met de supermarkt. Met de kliekjes hebben we het voorlopig wel weer gehad.

PS: naar het schijnt is een lege diepvriezer ongunstig voor het energieverbruik. Er zit dus helaas niks anders op dan terug naar de Zwaluwhoeve te fietsen en alle vrijgekomen ruimte te vullen met ijs.
Ik kan het ook niet helpen.

Kikkererwten brownie

’t Is erg om te moeten zeggen, maar de recepten van het blad waar ik al jaren een vaste column voor schrijf, trekken op niks.

Iedereen die mij kent weet dat ik twee linkerhanden heb in het huishouden – of, juister gesteld, geen handen – en dat het met koken al even erg gesteld is, dus het zou aan mij kunnen liggen. Maar ik denk dat het aan de recepten ligt. Het mocht al een wonder heten dat ik uberhaupt weer aan het koken en bakken was geslagen. De ‘sabattical’ is daar natuurlijk grotendeels debet aan. Ik heb ineens zeeën van tijd, en kan wegens de lockdown en de quarantaine geen kant uit. (Gelukkig ben ik gezegend met een rijk innerlijk leven, zoals dat dan heet. In mijn hoofd valt er altijd een hoop te beleven.) En onze quarantaine die hopelijk na vandaag voorbij is, vraagt om creativiteit: als er dan helemaal niks meer kan, wil je toch zorgen dat iedereen de moed erin houdt. En waarmee lukt dat beter dan met eten? Die driemaal daagse onderbreking van de eeuwige monotonie der zoommeetings en afstandsleren.
Het zal dus voor het eerst geweest zijn dat ik een recept uit dit blad maakte. Twee recepten zelfs. Want het is niet omdat we lekker willen eten dat het ook ongezond zou moeten zijn. Zéker in een quarantaine!

Maar dat viel tegen. De yoghurtcake was werkelijk waardeloos, er was geen zweem van yoghurtsmaak in te bespeuren, terwijl de foto ons met een cheesecake-achtig-fata-morgana al het water in de mond had laten lopen. En de kikkererwtenbrownies zagen dan inderdaad wel brown, maar verder hield elke vergelijking met een brownie op.
Daar viel dus maar weinig eetplezier aan te beleven.
De diepvries hebben we onderhand trouwens ook wel leeg gegeten, ook dat levert geen sprankelende spijzen op.
De dagelijkse verse soep was wel een opkikkertje en zorgt geheel op eigen kracht voor een stevige lading vitamientjes. En wat ook leuk was: we aten zoveel mogelijk buiten. Zolang de temperatuur niet onder de tien graden zakte en we in het donker vork en mes nog van elkaar konden onderscheiden, waren wij buiten te vinden. Het positief geteste kind kon dan ook even gelucht worden en mocht op vijftien meter afstand deelnemen aan de gezinsmaaltijd. Zijn bordjes werden gehandschoend gebracht naar de neutrale tussenzone, alwaar hij ze dan zelf kwam ophalen.
Verder konden onze drie kinderen broederlijk samen World of Tanks spelen, een digitale overwinning op lands- en quarantaine-grenzen.

En zo bleef alles peis en vree, en overleefden we ook dit spektakel weer glansrijk.
Zonder yoghurt cake en kikkererwtenbrownies. De derde foto op de receptenpagina toont een uiterst verleidelijke lila bosbessen-bavarois. Ook al zo’n schitterend plaatje.
Ik trap er niet meer in.

#MakeTurnhoutCleanAgain

Ik heb besloten om de naam van deze blogreeks te wijzigen. Van #TrashTuesday naar #MakeTurnhoutCleanAgain. Deels omdat #TrashTuesday allang de lading niet meer dekt – de laatste tijd ruim ik zwerfvuil op zowat alle dagen van de week – maar vooral om er een ‘beweging’ van te maken.
Bewegingen zijn in. Vraag maar aan King Connah. Die verloor helaas mijn laatste restje sympathie toen hij zijn sp.a omdoopte naar ‘Vooruit’ en daarmee de naam stal van een fameus monument in Gent. Ik snap niet dat hij daarmee wegkomt, het is schandalig.
Maar een beweging van schoonmakers in Turnhout zie ik wel zitten. Als ik nog maar een fractie van alle Turnhoutenaren – laat u vooral niet tegenhouden als u ergens anders woont – in beweging krijg om zwerfvuil te rapen, dan hoort een clean Turnhout echt tot de mogelijkheden.

Welgeteld zijn daar maar twee zaken voor nodig:
1. iedereen neemt zijn rommel mee terug naar huis en/of naar de eerstvolgende vuilnisbak.
En als 1. volbracht is, is punt 2 al niet meer nodig.
Maar dit is België, en dit zijn mensen, dus punt 1 zal nooit volledig behaald worden.
Vandaar de nood aan een punt 2: iedereen zwerfvuilvrijwilliger!
Als elke zwerfvuilvrijwilliger één andere besmet met dit virus, kan deze curve exponentieel stijgen en zal daarmee de hoeveelheid zwerfvuil exponentieel dalen met als resultaat: een schoon Turnhout! Of laat ons nog grootser dromen: we kunnen de curve zelfs plat slaan!
En wij ondertussen allemaal gezond door de extra porties beweging en zo minder vatbaar voor een ernstig verloop van dat andere virus. Drie vliegen in één klap, als dat geen win-win-win is!

Dus: wie mijn blogjes leest, en zich aangesproken voelt: meld u als de wiedeweerga als zwerfvuilvrijwilliger bij ann.bruyninckx@turnhout.be. Zij zal u voorzien van een contractje, een paar rollen zwerfvuilzakken en een prikstok.
Van mij kunt u op eenvoudig verzoek een cursusje ‘zwerfvuilrapen in de praktijk’ krijgen. Ik heb namelijk de beste manier ontdekt om zakken zodanig te knopen dat ze handig zijn in gebruik en niet doorzakken bij te zware belading. Ook geef ik u graag tips over hoe u tot vier volle zakken op uw fiets kunt vervoeren. Hou er dan wel rekening mee dat u zelf niet meer op uw fiets kunt zitten, maar dat is bijzaak, een mens moet er wat voor over hebben.
Ook belangrijk: wees uw eigen trouwste cheerleader en maak veel reclame over al uw zwerfvuilprestaties – mond op mond of Facebook of onder deze blogjes, het maakt allemaal niet uit als u maar luid reclame maakt – zodat u zoveel mogelijk anderen besmet met dit schoonmaakvirus. Deel dit blogje massaal, maak Facebook-groepjes om samen te prikken, unleash uw innerlijke wervelwind, ga helemaal los. Alle initiatieven welkom, in dit geval stinkt eigen lof totaal niet. Zwerfvuil, dát stinkt.

Tot slot nog twee waarschuwingen aan de aspirant-zwerfvuilruimer:
Eén, zwerfvuil rapen is verslavend.
En twee, je kunt het niet meer níet zien. Dat kan vervelend zijn, maar deze beide problemen zijn natuurlijk meteen opgelost als we allemaal zwerfvuil gaan rapen. Dan kunnen we weer gewoon genieten van fietsen en wandelend door schone straten en propere natuur en kan onze blik vrij en vrolijk ronddwalen zonder te blijven haken aan troep.

O ja, er is nog een derde nadeel, maar dat gaat u alleen overkomen als u net zo gek bent als ik en werkelijk elk flesje en blikje uit de beek wil vissen, hoe ver u daarvoor ook moet reiken en hoe steil de kant ook afloopt: u kunt er donder op zeggen dat u er een keer in gaat vallen.
Let’s make Turnhout clean again!

Overzichtelijk

Wim hakt hout, dochter begint na een poosje touwtjespringen aan een nieuwe puzzel en ik maak soep en bak een bananencake. Het leven in quarantaine is overzichtelijk en simpel. Je kan bijna niks. Dus eten we de vriezer leeg, leven van take away en passen ons aan aan het positief geteste kind (dat gelukkig niet ziek is).

De zon schijnt en de geheel verbouwde nieuwe bib is eergisteren open gegaan. De buitenkant belooft veel goeds, ik popel om de binnenkant te zien maar dat zit er dus voorlopig niet in.
Verder wil ik heel graag naar Brugge fietsen, het weer is er perfect voor, maar ook dat zal moeten wachten. Oh ja, en dan had ik nog een afspraak bij het bloeddonorcentrum voor een plasmagift. Maar ik zal mijn plasma vooralsnog binnen moeten houden.

Ik schrijf blogjes, wandel, ruim zwerfvuil, lig in de hangmat boeken te lezen en in te dutten en bingewatch de hele Crown.
‘Kanker voor beginners’ heet het boek dat ik lees, geschreven door Jeroen van Merwijk Je leest het in een hip en een wip uit en ondanks de titel is het heerlijk humoristisch en relativerend. Dunne boekjes hebben ook een nadeel: nu het uit is, moet ik terug aan Thomas Manns ‘Toverberg’ beginnen.

Ondertussen zijn we een hele nieuwe fase van de pandemie ingegaan: niet alleen omdat de cijfers weer zo alarmerend stijgen, maar omdat we nu beginnen aan een nieuw rondje uitgestelde verjaardagen. Vanaf nu gaan hele drommen mensen voor een twééde keer plannen moeten annuleren. Vorig jaar had ik een ontbijtje gepland met mijn zussen. Dat ging natuurlijk niet door.
Dat maken we volgend jaar wel goed, dachten we toen allemaal. Maar wie o wie had in zijn ergste nachtmerries kunnen voorspellen dat deze beproeving een jaar later nog steeds niet voorbij was?
Dit jaar hadden we een fijne wandeling gepland – met taart op echte bordjes en rosé uit echte glazen en alles op een echt tafellakentje – maar ook die hangt aan een zijden draadje. Als de tweede test vrijdag voor iedereen negatief blijft, dan zit het er nog in. Hoop doet leven. 

Ondertussen zit het positieve kind als een aapje in een visbokaal: wij zwaaien naar zijn raam en zetten bordjes eten aan de deur. Dochter bereidt de lekkerste gerechtjes en heeft een fietsbel aan zijn deurklink gemonteerd om hem te waarschuwen als er weer iets voor zijn deur staat.
Hij kijkt toe hoe wij in de tuin een potje badminton spelen.


#TrashTuesday

Wetmatigheid in zwerfvuil-land: je hebt altijd te weinig zakken bij. Hoeveel zakken je ook bij hebt. Zeg dat ik het gezegd heb.
Topstukken uit de collectie vandaag: een bril, een schuimspaan, een gasbommetje (had ik net nodig! maar dan wel een vol graag😉) en een nog goed te gebruiken want geheel intact verpakt condoom. Oh ja, ook een golfbal.
Ik vond een volledige verpakking vidé-koekjes, ergens had een gezin dus koninginnehapje op het menu staan maar deze keer helaas zonder de koekjes, wat natuurlijk maar half zo lekker is.
Verder opvallend veel mosselschelpen, koffiefilters (er wordt gekampeerd en gebivakkeerd dat het een lieve lust is) en pampers-pampers-pampers.
En schoenzolen! Bizar hè? Wordt er zoveel gewandeld dat onze schoenen collectief uit elkaar vallen van versletenheid?

Hoe voller de zakken raken, hoe opgeruimder mijn hoofd. Meestal toch. Sommige opruimacties daarentegen zijn minder bevorderlijk voor het algeheel welzijn. Zo voelde ik toch een steekje in mijn hart toen ik zag dat mijn naam al binnen een week van het praktijkbord gewist was, terwijl het meer dan een jaar had geduurd voor die er destijds eindelijk op mocht…
Tekenend.

Over blikjes en sigarettenpakjes hoeven we het eigenlijk niet meer te hebben, dat is sowieso de overgrote meerderheid van rondslingerende troep. Ik doe hierbij graag een voorstel: schaf gewoon sigaretten en frisdrank af. Er is nog nooit iemand beter van geworden. Ook de gemiddelde Body Mass Index (belangrijk in Covid-tijden!) en de gezondheidszorg (nog belangrijker in Covid-tijden! En ook buiten Covid-tijden!) zullen daar wel bij varen.

In De Standaard stond afgelopen weekend een artikel over zwerfvuil rapen: ‘Het geluk ligt voor het oprapen’: een bezigheid waar je tijdens de lockdown blij van wordt. Al zie ik niet in waarom het enkel tot de lockdown beperkt zou moeten blijven.
Na de opruimronde van vandaag had ik zoveel zakken dat ik zelf niet meer op mijn fiets kon zitten, de volle zakken hingen aan alle kanten. Dus ben ik maar naar huis gewandeld met de fiets aan de hand. Ik voelde me een zwerver, zo bepakt en bezakt met al die troep.
In de beek dreef een maandverband.

#TrashTuesday

Vandaag had ik een fijne ervaring: ik kon hele stukken van de straat die ik een paar dagen geleden nog opgeruimd had, gewoon doorfietsen zonder te moeten afstappen om zwerfvuil op te rapen. Toen ik de hele straat door was, had ik maar een halve zak zwerfvuil bij elkaar geraapt.
Een mens leert in het leven al gauw zijn doelen naar beneden bij te stellen en met zwerfvuil rapen is dat niet anders. Ik word al blij van slechts een halve zak rommel. Geen rommel zou nog mooier zijn, maar dat lijkt voorlopig een utopie.
Al ben ik blij met alles wat ik op dat vlak tegenkom: veel complimenten en aanmoedigingen, ik kom mede-zwerfvuil-opruimers tegen (dat geeft altijd een blije boost) en afgelopen weekend in de Liereman waren de twee mensen die ik aansprak super behulpzaam. Eén man nam zonder dralen mijn volle zak mee in zijn auto en beloofde die bij het bezoekerscentrum af te zetten en een andere mevrouw bij wie ik aanbelde toen de volgende zak vol was, vond het ook geen enkel probleem om hem daar te laten staan tot hij meegenomen zou worden door de ophaaldienst die ik ter plekke daarvoor een mail stuurde.
Helaas was het antwoord van de gemeentelijke ophaaldienst een droog: ‘We halen enkel zakken op ons eigen grondgebied en niet van een buurgemeente. Dit is er dus eentje voor Oud-Turnhout.’
Tja. Je zóu ook kunnen overwegen om je zwerfvuilruimers maximaal te ondersteunen en bijvoorbeeld schrijven: ‘Fijn, Martine, dat je zo enthousiast voort doet. Alleen halen wij enkel op in Turnhout zelf. Maar geen nood, ik neem zelf contact op met Oud-Turnhout, dus de zak zal zeker opgehaald worden. Nog bedankt voor je inzet!’

Maar ik snap dat dat teveel gevraagd is.
Gisteren trouwens de Visbeekstraat opgeruimd samen met Marie. Het resultaat: maar liefst vier tot de rand gevulde zakken.
Prikkend en pokend babbelden we over vanalles en nog wat en toen kwam Oud-Turnhout weer ter sprake. Blijkbaar had de stad gevraagd om vooral even geen zwerfvuil te rapen, want er was een grote opruimactie gepland met allerlei verenigingen en dan zouden die niks meer te doen hebben.
Haha, goeie mop! Alsof zwerfvuil ooit op is. I wish!

Nog een ander zwerfvuildingetje uit de krant: België zou overwegen om statiegeld op blikjes te gaan heffen. Doen! Liever vandaag dan morgen.
Al maak ik me niet teveel illusies over het effect. Wie nu achteloos zijn blikjes in de berm gooit (of sloot of natuur of…), zal voor die paar centjes echt niet ineens moeite gaan doen om zelf zijn rommel op te ruimen.
Over blikjes gesproken, ruwe schatting: zeker een derde van alle blikjes die ik vind zijn Red Bull blikjes. Wat een troep. Dan volgt Coca Cola en ook Mc Donalds is een grote bron van zwerfvuil. Maar even goed vind ik huisvuilzakken vol pampers. Je houdt het niet voor mogelijk wat ik allemaal vind.
Iemand nog een fietspomp nodig? Of een volledig uitgetekend bouwplan voor een nieuwbouwwijk?
Eén adres: dat huis met die berg zwerfvuilzakken voor de deur.
Voor morgen staan er ELF zakken klaar om opgehaald te worden.
Nu gij weer.

Laat Je Vaccineren

Hebt jij je spuitje al gehad? Eind januari mocht ik al gaan voor mijn Covid-vaccin. Er waren een paar dosissen over in het Woonzorgcentrum en toen ik telefoon kreeg met de vraag of ik daar gebruik van wilde maken, heb ik geen moment geaarzeld.
Ja, ik ben er een beetje gammel en groggy van geweest: spierpijn op de injectieplaats, een wattenkop die gelukkig goed reageerde op Dafalgan en een algeheel gevoel van wat minder fit. Meer was het niet, en dat had ik allemaal graag over voor de bescherming en de hoop die het vaccin biedt. Zodra we met zijn allen die zo noodzakelijke 70% bereiken, kunnen we allemaal weer opgelucht ademhalen en terrasjes doen, uit eten gaan, op reis gaan.

O wat snak ik daarnaar. Ik zou niet liever doen dan vandaag nog de trein pakken en met mijn oudste zoon eindelijk Göteborg bezoeken, zoals we van plan waren toen hij twee jaar geleden zijn masters in Zweden aanvatte. Twee jaar lijkt een zee van tijd, maar kijk, over dik twee maanden is hij afgestudeerd en het is er nog steeds niet van gekomen. De schuld van het virus natuurlijk dat voor ons allemaal het leven een jaar on hold zette.

‘Zeg mama, dat is wel één veertiende van mijn leven, hè,’ stelde mijn dochter onlangs tot haar eigen schrik vast.

‘Voor jou is het nog minder dan één vijftigste, dus voor mij is het erger dan voor jou.’
Ze heeft gelijk. Voor mij is het veel minder erg dan voor heel veel anderen.
Maar ik was toch heel graag naar Göteborg gegaan, nu ik mijn vaccinatie in the pocket heb. Helaas pindakaas, aan een vaccinatiepaspoort doen we in Europa nog niet, en niet-essentiële reizen zijn tot nader order uitgesloten.
Dat snap ik met het hoofd helemaal, maar in mijn hart doet het toch een beetje pijn. Ik zou het liefst per direct mijn rugzak inpakken en sneaky de grenscontroles passeren om in Göteborg een koffie te gaan drinken. Dat mag daar namelijk nog steeds.
Dus als jullie je nou allemaal mee laten vaccineren zodra je kan, kunnen we allemaal weer op reis. Of op restaurant, de bomma knuffelen, het kleinkind in de armen houden en dansen tot de zon opkomt.
Vriendin Isabelle – die het helemaal gehad heeft met de AstraZeneca saga – had trouwens nog een goeie suggestie aan het beleid om de bevolking te motiveren: ‘ik vind dat de ministers en al die voetballers NU AstraZeneca moeten ingespoten krijgen, willen ze geloofwaardig overkomen!’
Lijkt me zeer effectieve strategie. (Benieuwd hoe de saga de komende dagen zal evolueren.)

Iedereen dus snel een spuitje! De vaccinatiecentra staan te popelen om de massa’s te ontvangen. Als er genoeg vaccins zijn, kan dat bij ons namelijk een stuk vlotter dan voor de Braziliaanse dame hierboven op de foto. Volgens het bijschrift in de krant heet ze Olga D’arc Pimentel, is 72 jaar en woont heel afgelegen in een drijvend huis op de Rio Negro. Lastig? Waar een wil is, is een weg: Olga krijgt haar vaccin per boot aan huis geleverd.

Turnhout Binche aller retour

In de trein naar Binche las ik een boek. Binche is ver weg. Twee en een half uur om precies te zijn. En je hoeft er niet eens voor over te stappen.
Wat ik in Binche te zoeken had? Niets. Hooguit opzoeken hoe laat de eerstvolgende trein weer terug naar Turnhout vertrok en vanaf welk perron.
De reis was het doel. Op de trein zitten en lezen. En niet weg kunnen. Want Thomas Manns Toverberg staat al maanden op het menu en ik geraak er maar niet door. Stop er dan gewoon mee, zou je zeggen, maar zo werkt dat bij mij niet. Dat boek moet uit.
Je kunt op de trein dan misschien geen kant uit, maar vluchten in je hoofd kan nog altijd. Zo mijmerde ik een wijl over waarom dat boek dan zonodig uit moest.
De conclusie van dat denkwerk luidde: ik hoop op een schitterende verrassing op het einde van dat boek. Ergens heb ik dat namelijk eens gehoord of gelezen, van die sublieme verrassing op het einde..
Blader dan meteen naar het einde en lees de laatste dertig bladzijden, zou je kunnen zeggen. Maar zo werkt dat bij mij niet.
Eerst afzien, dan belonen.

Dat afzien viel wel mee. Ik heb al ontdekt dat als je een trein rond de middag neemt, dat je dan op zo’n mooie luxe dubbeldekker zit en dat daar verder amper een kat op zit. Die trein staat al zo’n 20-25 minuten vóór vertrek klaar in het station. Niks koukleumen op tochtige perrons, gewoon lekker installeren op de zachte bankjes van het bovendek. Koffietje dabei, krantje, wie maakt me wat?

En zo denderde ik van Turnhout naar Binche en weer terug. In ieder geval raakte ik daar op die trein toch wel lichtelijk in de flow van het boek.
Ik zit nu op pagina 422. Nog 526 pagina’s te gaan. Pfff… ik zal nog vaak naar Binche moeten.
Of voor een andere aanpak kiezen. Die van Matthijs van Nieuwkerk bijvoorbeeld in zijn column in de weekendkrant van gisteren. Hij hanteert de Wet van Martin Bril: ‘Lees altijd de eerste duizend woorden. Baat het niet, dan gaat het niet.’
Die hulp kwam rijkelijk te laat.
Maar mijn gratis NMBS ritten zijn op.


Monnikenwerk

Vriendin Marie stuurt me als reactie op mijn laatste #TrashTuesday-zwerfvuil blog een foto van haar straat: ook daar heeft de stormwind in combinatie met klaarstaande PMD-zakken lelijk huisgehouden. Het is er een janboel. ‘pfff…. monnikenarbeid…’ stuur ik terug.
Terwijl ik de woorden typ, valt me een herinnering binnen. Een verhaal dat ik ooit in zen-middens hoorde vertellen over een man die have en goed was kwijtgeraakt en in al zijn ontreddering was begonnen met vegen. Elke dag bezemde hij zijn straat schoon. Dagen, weken, maanden, jaren aan een stuk. Geen dag sloeg hij over. Je zou denken dat de straat onderhand schoon genoeg was, maar daar ging het hem niet om. Het was hem enkel om het vegen te doen. Hij werd er rustig van en langzaam trok de mist in zijn hoofd op. Hij kreeg inzicht in zijn leven en wat hem te doen stond.

Ineens bedenk ik me dat zwerfvuil rapen misschien mijn monnikenarbeid is. Dat het me gaat helpen om mijn toekomst bij elkaar te puzzelen. Zonder te puzzelen. Gewoon vegend en rapend zien waar het toe leidt.
Martine Schrage, 52 jaar, zwerfvuilraper van beroep.
‘The never ending story maar daarom niet minder belangrijk,’ stuurt Marie terug.
Ach, zolang ik nog niet weet hoe ik eigenlijk verder wil, oefen ik me in niet-weten. Ook een kunst.
Zie je wel dat er een monnik in mij zit?