#TrashTuesday

#TrashTuesday was gene vette deze week. Nu ik mijn werk kwijt ben, heb ik wel andere katjes te geselen dan het ruimen van zwerfvuil. Alle energie gaat naar puur lijfsbehoud. Het is alle hens aan dek om m’n bed uit te geraken na doorwaakte piekernachten en vervolgens de dagtaak tot een goed einde te brengen.
Het vuil dat ik overal zie liggen deprimeert me nog meer maar ik heb de fut niet om me dat ook nog eens aan te trekken. Meer dan standje overlevingsmodus zit er nu niet in.
Helemaal laten kon ik het natuurlijk niet, dus heb ik hier en daar op mijn vele wandelingen – erg heilzaam in overlevingsmodus – toch wat vuil geprikt. Tot de onhandige broodzakken die ik daarvoor gebruikte begonnen te scheuren en alles er weer bijna uitviel.
Maar geen nood: dat zwerfvuil loopt niet weg – deed het dat maar!
Bloempjes verwelken en scheepjes vergaan, maar ach dat zwerfvuil blijft eeuwig bestaan.
First things first.
Nu nog uit zien te vogelen wat dan wel het eerste van die first things mag zijn. Ik weet het even niet.

#TrashTuesday: verzuring

‘Dag mevrouw, deze rommel heb ik hier net in de omgeving opgeraapt, mag ik dat bij u in de vuilbak doen?’
De mevrouw die net door haar voordeur naar buiten stapte, kijkt bedenkelijk naar het handjevol zwerfvuil dat ik in mijn hand omhoog houd. Ik heb geen zak bij me en kon het weer niet laten om de rommel die ik zag liggen op te rapen.
Ze denkt na, haar mond in een rechte streep.
‘Nee, liever niet,’ antwoordt ze dan zuinig, ‘mijn mama moet hier ook voor betalen.’
‘Oké dan,’ slik ik. ‘Ik ben wel uw buurt aan het opruimen, hè!’ kan ik niet nalaten er nog aan toe te voegen.

De verzurging van de maatschappij, keer op keer schrik ik me er het apelazarus van. Maar de handdoek in de ring gooien, dat doen we niet.
En het is niet omdat het vandaag woensdag is, dat we gaan verzaken aan ons wekelijks zwerfvuil-blogje.
Ik had even andere katjes te geselen. Het is met zwerfvuil namelijk net als met werkgedoe: het komt altijd terug. Hoe hard je ook opruimt en je best doet, je bent er nooit klaar mee.

En brood valt er ook al niet mee te verdienen. Soms droom ik naar analogie van ‘a penny for your thougts’ van een cent per mondmasker. Man, de hele vernietigde stock van Maggie ligt op straat voor het oprapen, ik zou schatrijk worden. Dát is nog eens een idee.

PS: en die bolderkar hierboven? Ideetje van het vooruitstrevende Westerlo: zwerfvuilruimers mogen die kar van de gemeente lenen om hun zwerfvuilrondes te doen. Ik heb de tip al doorgespeeld aan Turnhout, want lijkt me erg handig, zo’n bolderkar.
Nog niets van teruggehoord.

#TrashTuesday: gouden tip

Heb je het een beetje koud? Ga dan snel wat zwerfvuil rapen. Na tien minuten door je knieën gaan om troep op te rapen, heb je het warmer dan na een wandeling van een uur stevig doorstappen, zo ondervond ik aan den lijve.
Na m’n wandeling op een mooie herfstdag had ik hooguit een bodempje zwerfvuil verzameld in de plastic tas die ik met dat doel had meegenomen. De Liereman is te proper geworden blijkbaar…
Zonde om zo’n bijna lege zak in de vuilnisbak te gooien natuurlijk, dus besloot ik om nog een beetje door te wandelen op straat om daar wat rommel te verzamelen tot de zak vol was.
Daar waren zelfs geen tien minuten voor nodig. En van al dat bukken en in en uit (droogstaande!) sloten klauteren had ik het binnen de kortste keren loeiheet gekregen.
Check, sport alweer gehad vandaag.
In de sloot vond ik zelfs een gigafles vuile bakolie, het blijft onvoorstelbaar wat mensen soms dumpen. Even verderop een groot pancarte waarvan de tekst allang weggerot was.
Slechts één mondmasker deze keer, wel ontelbare blikjes.
En zo blijven we bezig.

Oh ja, ik had nog een gouden tip beloofd hè?
Die luidt – houdt u vast aan uw tafel – ‘inlegkruisje’!
Ik dacht dat deze geniale vondst een hoogstpersoonlijke uitvinding was van ondergetekende om pipi-pauzetjes onderweg in het bos te vergemakkelijken zonder het gehannes nadien met toiletpapier en afvalzakjes. Dus als iedereen dat deed – en ik heb alle begrip voor een dringend plasje tijdens een grote boswandeling – dan lagen er geen toiletpapier/papieren zakdoekjes/servetjes meer te slingeren op al die wandelwegen.
Dus: ga je wandelen? Denk dan altijd aan deze gouden tip en plak een inlegkruisje in je slip.
Bleek mijn zus exact hetzelfde bedacht te hebben 😂

We’re all mad here

Yay, mijn nieuwe agenda is aangekomen. Ik zweer bij papier en ben sinds mensenheugenis een trouwe Moleskine-fan. Elk jaar een ander kleurtje, maar steeds hetzelfde model: de Daily Diary/Planner, Day per page, ruled. Maar dit jaar was er in de boekhandel enkel de keuze tussen rood of zwart. Daar had ik geen zin in. De wereld en het werk zijn al donker genoeg, daar moet je geen zwart aan toevoegen. En over rood zei de architect die in Tilburg destijds onze praktijk bouwde: ‘mensen blijven apen en rood wekt agressie op’. Met dit argument veegde hij mijn wens voor een rode muur van tafel, en ook nu heb ik weinig zin in meer agressie dan er al heerst. De rode lap op de stier enzo…

Dus ga ik het internet op, surf een beetje rond in het digitale aanbod, en kom al snel uit bij een stel vrolijke Petit Prince- en Alice in Wonderland-versies. Het liefst zou ik de ‘The best way to explain it is to do it’ kiezen, maar dat blijkt een pocketsize en daar kom ik never-nooit-niet mee toe. Want naast agenda is de Moleskine ook een dagboek voor mij, waar ik elke dag het leven zoals het is in neerschrijf. En hoe priegelklein ik mijn handschrift ook maak, met een pocketsize kom ik niet toe. Over het algemeen is het leven zoals het is namelijk nogal aan de volle kant. Zelfs in lockdown. 

Misschien dat het me ooit zal lukken te leven naar mijn droommotto ‘More and more of less and less’, en dat ik dan met een pocketsize blaadje toekom voor een hele dag, maar tot die tijd zal ik het met de large versie moeten doen. Ik blijf wel in het Alice in Wonderland thema en uiteindelijk valt de keuze op de – toch zwarte – versie met een uitspraak van de Madhatter op de kaft: ‘We’re all mad here’. Dat vond ik zeer toepasselijk.
De achterkant bevestigt voor de moeilijke verstaander nog even heel duidelijk: ‘I’m mad. You’re mad.’

En wie daar niet mee kan lachen en zijn eigen gekkigheid kan relativeren, die heeft een ander probleem. Maar mad zijn we allemaal.
Ja, jullie ook! 😜

Dat is niet gezellig

* #TrashTuesday *

Nu de werkperikelen weer gereduceerd zijn tot de spreekwoordelijke storm in het glas water, over naar de orde van de dag: #TrashTuesday. Want bij alle heisa zouden we bijna vergeten dat de wereld – vooral in Turnhout, en naar ik hoor ook in Brussel, en in Antwerpen zal het al niet veel beter zijn – vol zwerfvuil ligt en dat er op dinsdag opgeruimd dient te worden. Dat zwerfvuil wordt in tegenstelling tot het gedoe van werkperikelen NIET vanzelf minder als je er wat tijd overheen laat gaan – werkgedoe overigens ook niet altijd, maar daar zwijg ik nu maar wijselijk over. Dus: handen uit de mouwen!
Vorige week heb ik VIJF volle zakken geraapt. En dan tel ik daar niet eens de zakjes tussendoor bij die ik her en der in openbare vuilbakken en containers dump. Heb jij ook hier en daar een rondslingerd blikje, sigarettenpakje, mondmasker opgepikt? Super! Samen sterk, nietwaar?
(vergeet je foto-met-troep niet te posten hieronder of op je eigen social media, hè?)

Er zijn moedeloze momenten (heb ik net op de terugweg van de praktijk de hele Zandstraat opgeruimd, dan heb ik de volgende ochtend op weg naar de praktijk door diezelfde Zandstraat alweer binnen de kortste keren een hele zak vol), en er zijn hoopvolle momenten (het perkje dat zo vol rotzooi lag dat ik nog niet de moed had gevonden om eraan te beginnen, blijkt ineens door iemand anders opgeruimd!)
Ook hoopgevend: blijkbaar zit ik met mijn opruimacties pal op de huidige tijdsgeest: in de mailbox tref ik een nieuwsbrief van AS Adventure die van boven tot onder in het teken van zwerfvuil ruimen staat.
Dat geeft moed.

Verder ben ik uitermate trots op het karretje dat ik geknutseld heb om te gaan rapen, want je moet natuurlijk ook nog thuis zien te geraken met die volle zakken.
Ik heb een heel stuk van de ring opgeruimd vlakbij onze wijk en werd daarvoor beloond met een regenbui die, toen hij mij bezig zag, besliste om niet door te zetten. Waarvoor mijn dank aan de weergoden.

Kortom, we laten ons niet kisten en werken gestaag door. Covid gaat ooit verleden tijd zijn, en zwerfvuil ook. Daar trek ik me aan op.
Het lukt me ondertussen ook al om het gewoon af en toe te laten liggen, ook dat is vooruitgang. Want zoals mijn lieve man onlangs op een wandeling zei toen ik maar bleef rapen en hij zich daaraan behoorlijk begon te ergeren: ‘Dat is niet gezellig.’
Klopt. Zwerfvuil is niet gezellig.

Nationale steundag

Kijk, eigenlijk vind ik dat iedereen zou moeten schrijven. Een dagboek, een blog, brieven… iedereen zou zich die uitlaatklep moeten gunnen. Uitlaatkleppen hebben we allemaal nodig om stoom af te laten bij oplopende druk. Toch zeker de introverten. De binnenvettertjes die alles opkroppen en zich steeds verder in zichzelf terugtrekken tot ze imploderen en de bom barst. Op Facebook bijvoorbeeld.
Nu zijn er buiten schrijven veel andere uitlaatkleppen mogelijk maar het grote voordeel van schrijven – en gelezen worden – is de dag van nationale steun die daarop volgt. Gisteren kwam er zo’n massale lawine aan steunbetuigingen op gang dat ik vannacht als een roosje geslapen heb en fluitend aan de zondag begon.
Man wat deed dat goed: de hartjes, de lieve commentaren, de babbels, de bloemetjes. Ook mijn welwillende collega kwam met een bloemetje en een luisterend oor langs. Moedig vond ik dat. Haar talent voor luisteren en hete kastanjes uit het vuur halen is bewonderenswaardag.

Zo hebben barstende bommen ook hun positieve kant: zaken worden uitgesproken, oude en niet langer werkbare gewoontes worden doorbroken en nieuwe mogelijkheden onderzocht. Het opent wat vastliep.
Nee, ik loop nog niet weg. Maar dingen openbreken geeft energie en verse zuurstof.
Af en toe schoon schip maken is niet verkeerd.
Dat dat gedoe oplevert, is onvermijdelijk. Een lastige bijwerking van leven: we rollen van gedoe naar gedoe en zo rijgt de tijd zich aaneen.
Of zoals Matthijs van Nieuwkerk in de weekendkrant schrijft: ‘Het leven is een gedoetje, zei wijlen de schitterende Nederlandse Denker des Vaderlands René Gude, en hij had gelijk. Altijd maar overeind blijven in die eeuwige branding van voor- en tegenspoed, totdat godbetert Magere Hein ook nog eens zijn hoofd om de hoek steekt; zo eenvoudig is het allemaal niet. Dus wat helpt, dat helpt.’
Bij mij is dat wat helpt dus schrijven. Schrijven, blijven ademen en er wat tijd overheen laten gaan. Tijd is altijd nog de beste remedie om gedoe te laten bedaren. Een storm gaat altijd weer liggen.
Het heeft me allemaal zo goed gedaan, dank jullie wel allemaal. 🤗
Er komt vast weer iets goeds van. Ook dat is een bekende bijwerking van barstende bommen.

Sue Ellen

Middenin de pandemie, vechtend tegen de tweede golf, hadden mijn collega’s het lumineuze idee opgevat om een week op vakantie te gaan. Een mens moet er eens uit. De artsenbezetting in onze groepspraktijk daarmee decimerend tot een derde van het voltallige bestand, terwijl het werk zowat verdrievoudigd is de laatste maanden. Dat dit in volle pandemie en met kranten vol berichten van huisartsen-kreunend-onder-de-werkdruk niet direct een geniaal plan was, snapt een kleuter zonder aanleg voor hoogbegaafdheid. Daar hoef je niet zelfs niet zindelijk voor te zijn.

Op dag één werkten mijn secretaresse en ik ons een slag in de rondte.
Op dag twee zat ik halverwege de ochtend al op het toilet met mijn hoofd in mijn handen, me wanhopig afvragend hoe ik de dag moest doorkomen. Tranen prikten achter mijn ogen, een gevoel dat ik ken van mijn tijd in Tilburg: onder hoogspanning werken, uren aan een stuk zonder tijd of ruimte om adem te halen.
Na dag drie lag ik een hele nacht wakker, piekerend over de vraag of ik hier nog wel moest blijven werken. Ooit lang geleden ben ik in zo’n piekernacht opgestaan om mijn ontslagbrief te schrijven. Deze keer hield ik het bij een uurtje lezen in mijn laatste favoriete boek: ‘Sorry dat ik te laat ben maar ik wou eigenlijk niet komen’ van Jessica Pan.
En op dag vier hing de secretaresse kotsend boven de pot. Ziek van migraine en wellicht ook van de stress.
Dat mijn collega’s vanop hun vakantieadres meehielpen met de telefonische consultaties was goed bedoeld, maar niet meer dan een doekje voor het bloeden. Too little, too late.

Op dag vijf zat er voor hen niets anders op dan terug te keren: zieke dokters, dat valt nog op te vangen, maar zonder secretaresse werken is echt onmogelijk.
En daarmee werd dag vijf ineens de fijnste dag van de week. Ik hoefde enkel consultaties te doen, was helemaal alleen in de praktijk, de telefoon rinkelde niet want die stond naar hen doorgeschakeld en aangezien ik toch het rijk alleen had, bleef ook de radio uit. Zalig! Kopje thee erbij, nul telefoontjes en een druppel ‘Peace’ etherische olie op mijn mondmasker. (Echt, ik probeer echt wel om de redelijkheid en de vrede te bewaren.) Aan de slag. Alle tijd en aandacht voor de patiënten. Van de hel naar de hemel in 24 uur. En dan te bedenken dat we goed een half jaar geleden altijd zo werkten. Toen Covid nog niet in ons woordenboek stond en nieuws over Trump en de war on drugs in Antwerpen ging. Toen bestond werk gewoon uit consultaties en af en toe een telefoontje tussendoor, terwijl we ons nu van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat een punthoofd en bloemkooloren bellen.

Ik had vandaag zelfs tijd voor middagpauze!
Ik nam de fiets (had totaal geen zin om mijn collega’s al onder ogen te komen, was nog veel en veel te boos) en trok naar de Liereman. Op een bankje in het bos dronk ik koffie. In mijn fietstas zat ook een koud biertje dat eigenlijk bedoeld was voor de late namiddag. Ik had gehoopt tegen een uur of vier de praktijkdeur achter me dicht te kunnen trekken en dan eerst een wandeling te maken om daarna met een koel Gageleertje de week af te sluiten. Dat zat er niet in, de agenda stond al tot kwart voor zes volgeboekt.
Daar zat ik op mijn bankje. De vogeltjes floten, de wind deed de bomen ruisen en bij het heen en weer slingeren van de kruinen ratelden de eikels als mitrailleurschoten op de grond. Een zonnestraaltje kwam voorzichtig piepen en ontspande mijn strak gespannen zenuwen. Toch maar dat biertje dan?
Ach, wat kan het mij ook schelen? Toch maar dat biertje. Ik wipte de kroonkurk eraf, spoelde mijn koffiebeker schoon en goot er de helft van het flesje in.

Wat slapeloze nachten, gevoelloze collega’s en overwerkte dagen al met een mens doen. Onder werktijd aan de alcohol! Je kan mediteren tot je een ons weegt maar soms is de remedie alleen nog op de bodem van een leeg glas te vinden.
Op de terugweg naar de praktijk – ik ben aan de late kant, maar inmiddels kan me allemaal nog maar weinig schelen – passeer ik een leuk winkeltje met een kledingrekje op de stoep. Ik trek aan de remmen en zet de fiets aan de kant. Ga snel door de items aan het rekje en vis er op goed geluk een leuke wijde zwarte ribfluwelen broek en een elegant beige topje uit. Toch maar even passen. (De opgespaarde coronakilo’s van de vorige lockdown ben ik in de afgelopen weken succesvol te lijf gegaan met een streng regime van intermittent fasting). Geen tien minuten later sta ik met mijn impulsaankopen weer buiten. Ik zet de fiets op standje ‘Sport’ en race als een gek naar de praktijk. Slechts twintig minuten te laat begin ik aan de raadpleging.

Bier en troostshoppen. Zit er diep in mij dan toch ergens een echte vrouw verscholen?
Een Sue Ellen die vanachter het raam met een gekwelde blik uitkijkt over haar Dallas-landgoed terwijl ze de ijsblokjes in haar whisky rinkelend rond laat walsen en zich wanhopig afvraagt waarom het leven zo hard is voor haar en ze zich zo leeg voelt?
‘How do you feel, Sue Ellen?’
‘Empty.’

Het wordt donker terwijl ik dit blogje zit te typen op het terrasje van mijn tuinkamer. Mijn lieve schat is mij mijn tweede Gageleertje van de dag komen brengen (gewoon even een whatsapp berichtje sturen en nee, twee biertjes op één dag is echt heel uitzonderlijk! Geloof me nou maar gewoon) en ik typ de boosheid van me af. Een blogje en een biertje later ben ik er overheen. Wat niet betekent dat ik mijn oor niet elders eens te luisteren ga leggen. Het wordt tijd dat ik rustiger oorden opzoek. Met collegiale collega’s.
Nu maar hopen dat ze geen covid meegebracht hebben van hun gezellige uitje.

Oei, ik moet gaan. Zoon belt vanuit de keuken: ‘Etenstijd!’
Een echte vrouw in mij?
Mwah neuh, niet echt. Ik drink geen whisky.

We zijn gelanceerd

#TrashTuesday

Hoera hoera, geloofd zij de heer, mijn gebed is verhoord. Net geen twee weken na mijn aanvraag voor zwerfvuilzakken én een herinneringsmail, heb ik beet: een vriendelijk antwoord van de gemeente: ‘Natuurlijk kan u  aan de slag als zwerfvuilvrijwilliger. Graag zelfs!’

Het vraagt wat volharding, maar dan heb je ook wat: naast mijn nieuwe titel en de gegeerde witte zakken krijg ik: een grijpstok, een fluohesje met mijn nieuwe ‘Mooimaker’-titel (bekt net wat vlotter dan ‘zwerfvuilvrijwilliger’), handschoenen en een contract van maar liefst zes pagina’s. Gelieve in te vullen, te ondertekenen en daarna afspraak te maken op de gemeente om alles op te komen halen.
Ga maar na, ik ben zelfs verzekerd! (waarschijnlijk alleen als ik dat hesje draag en ik vrees dat dat er niet in zit)

De nacht voor deze officiële overhandiging, droom ik onrustig. Mijn vingers jeuken om te beginnen, ik verheug me al op alle plekken die ik onder handen ga nemen.
Ik neem mijn nieuwe functie dus uiterst serieus, en ga aansluitend aan deze afspraak op het stadskantoor gezwind aan de slag. Maar het duurt verschrikkelijk lang voor de eerste zak vol is als je vooral peuken raapt. Ik zie er zoveel liggen en die allemaal oprapen is een traag en lastig werkje. De prikstok is er veel te grof voor, dus ik pak ze op met een pincet en later gewoon met mijn handschoenen aan, maar al dat bukken en door de knieën gaan, dat kruipt niet in de kouwe kleren. Al snel breekt het zweet me uit en mijn vuilzak is nog niet voor de helft gevuld.
Tip aan de rokers: oftewel gooit u de peuken in de asbak van uw auto in plaats van op de grond ernaast, oftewel – veel beter nog – stopt u EIN-DE-LIJK met roken. Dat bespaart mij een kapotte rug en u algauw een kankertje of twee, drie. Win-win heet dat. Knoop het in uw oren.
Ook een ramp voor zwerfvuilrapers/mooimakers is het als het net papierophaling is geweest is. Naast stoppen met roken nog een dringend verzoek van deze mooimaker aan de vervuilers: stop alstublieft met uw papier in duizend snippers te verscheuren. Héél lastig rapen is dat!

Het probleem van de traag vullende zak is snel opgelost als ik aan het drugshoekje van Turnhout kom: daar ligt het zo vol blikjes, PET- en glazen flessen dat ik binnen de tien minuten niet één maar twee zakken vol heb. Op die plek doet mijn nieuwe grijpstok trouwens wel goed dienst, want de blikjes liggen ver weggegooid onder struiken achter een draad. Dan is het wel welletjes geweest voor vandaag. Met die zakken hoef ik gelukkig niet terug naar huis te sjouwen, ik mag ze bij de school in de buurt zetten. Ik bel de milieudienst om door te geven waar ik de zakken achtergelaten heb (mét toestemming van de school uiteraard) en morgen worden ze opgehaald.

Toevallig of niet, kom ik mijn collega mindfulness-juf tegen: ook zij is een enthousiaste zwerfvuilraapster, vertelt ze. Zou het iets met mindfulness te maken hebben? Dat het moeilijker wordt om vuil te verdragen en op den duur vanzelf je handen uit de mouwen wil steken?
Anyway, we zijn gelanceerd. De eerste volle zwerfvuilzak is een feit. De tweede ook. Bijgaand fotografisch bewijs. Posten jullie onder deze blog ook een foto van wat je verzameld hebt op jouw editie van this week’s #TrashTuesday?

En als er bij iemand toevallig nog een fiets-aanhangwagentje ongebruikt staat te roesten in een kot, geef dan een seintje, ik kom het graag ophalen voor mijn volgende excursies.

Ontspannen bijleren

Nooit gedacht dat bijscholen ontspannend kon zijn. In mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken dat ONLINE nascholen nog eens een hobby van mij zou kunnen worden. Maar ik moet toegeven: zonet een welbestede zaterdagochtend online doorgebracht met veel collega’s op de digitale huisartsenconferentie van Domus Medica. Zoomen, Skypen en Facetimen hadden al lang geen geheimen meer voor mij, maar nu heb ik daar noodgedwongen Microsoft Teams nog aan moeten toevoegen.
De digitale leercurve van de gemiddelde huisarts loopt nog steiler bergop dan de noordkant van de Mount Everest.

Niet dat dat de reden was waarom ik voor mijn laptop zat. Nee, de motivatie was vooral puntjes scoren. De broodnodige nascholingspunten bijeensprokkelen om mijn accreditering op peil te houden is in deze Covid-tijden vanzelfsprekend lastiger geworden. Maar ook online nascholen went op den duur.
En ondertussen leert een mens bij. Over de beste aanpak van lage rugpijn (geen foto’s maar wel bewegen bewegen bewegen), over vaccinaties (midden 2021 is realistische verwachting voor een Covid vaccin) en over de organisatie van de huisartsenpraktijk in Covid-plus-griep-seizoenen (a hell of a job, ‘Vergeet vooral niet voor uzelf te zorgen’, wordt de huisartsen bij herhaling op het hart gedrukt).

Maar waarom online nascholen nou zo fijn is? Awel, omdat je ondertussen kunt breien (want anders dwaalt mijn aandacht af van de les omdat ik de neiging krijg om tussendoor andere dingen te gaan doen), een koffietje drinken, in de mini-pauzes eens in de weekendkrant kunt bladeren en vooral: omdat je niet hoeft te socializen. Voor deze introvert een verademing!
Mijn breiwerk, een half dekentje dat al in geen maanden nog is aangeraakt, gaat eindelijk eens af geraken. En blijkbaar is de combinatie van leren-luisteren-breien een uiterst efficiënte cocktail om te ontspannen van de hectiek van de afgelopen werkweek.
Het laatste onderdeel van de conferentie strooide wel een beetje roet in het eten met de onheilstijdingen over wat er nog op ons af gaat komen deze winter.

Lekker warmpjes en rustig afgezonderd in het heerlijke koninkrijkje van mijn tuinkamer, heb ik zo het nuttige met het aangename gecombineerd. Uiterst tevreden over de gang van zaken, tik ik nog een blogje en klap dan de laptop toe. Werk zit erop, reistijd is nul en het weekend kan beginnen.
Als mijn dochter dan nog een ontbijtje komt brengen van versgebakken pancakes met banaan en chocoladesaus, kan de dag niet meer stuk.

#TrashTuesday

Het opruimen lijkt echt te helpen. Aan het overdekte picnick plekje waar ik in de Liereman altijd voorbij kom, raap ik nog hooguit een peuk of tien. En als ik me wat verder op mijn favoriete bankje zet voor een kop koffie (ik heb heel veel favoriete bankjes in en om Turnhout maar dit is een echte ultra-favorieten) ligt er zelfs helemaal niets! Nul peuken, nul blikjes, nul flesjes, nul papieren zakdoekjes. Ik kan het bijna niet geloven, maar mijn ogen bedriegen me niet. Natuurlijk, in de herfst wandelt er waarschijnlijk een stuk minder volk langs, en het weer nodigt ook niet uit tot verpozen op een bankje – al houdt het mij voorlopig nog niet tegen – maar dat kan niet de enige verklaring zijn. Rommel trekt rommel aan maar ook het omgekeerde lijkt waar: als het rondom het bankje schoon is, lukt het meer mensen om hun neiging om afval zomaar op de grond te gooien te onderdrukken. Hoera voor dat sneeuwbal effect.

Zolang het weer het toelaat en er schone bankjes en picnick-plekjes in de natuur zijn, verkies is dat veruit boven koffiepauzes in een koffiebar. De koffie is daar ontegensprekelijk lekkerder dan wat ik zelf brouw uit heet water en een koffiestick, maar aan de soundtrack van de natuur – stilte en vogeltjes – kan de storende muziek en het gebabbel in een koffiebar niet tippen. 
Pas als opstaan van een bankje mij niet meer lukt vanwege een vastgevroren derrière, zal ik noodgedwongen mijn toevlucht weer zoeken in de locale horeca van Turnhout tussen de huisbezoeken door.

Verderop zorgen de restanten van twee feestjes ervoor dat ik alsnog met een tot de rand gevulde zak huiswaarts keer: een kampvuur met daarrond een kring van roestige blikjes en sigarettenpakjes en iets verder de stille getuigen van wat letterlijk een knallend feestje geweest moet zijn: glazen flesjes sterke drank en doorweekt vuurwerk.
De dode rat ernaast laat ik maar liggen.

Dus tot de natuur weer schoon is en mijn kont vastvriest aan houten bankjes, blijf ik puinruimen. Wie doet mee? Op advies van een goeie vriend die me tipte over het #TrashTuesday initiatief, zal ik voortaan elke dinsdag een blogje posten over mijn zwerfvuil-belevenissen.
Doe mee! Post voortaan elke dinsdag een foto van het zwerfvuil dat je geraapt hebt onder mijn blog (of op je eigen social media natuurlijk) met de hashtag #TrashTuesday en we gaan Turnhout/België/Europa/de wereld nog eens echt zindelijk krijgen. Alle beetjes helpen! Als tien man elk twee blikjes rapen, dan gaat dat hier in een hip en een wip zo brandschoon zijn dat je putje herfst een zonnebril nodig hebt om niet verblind te raken.

Leuk neveneffect: dan hoeven we het even niet over Covid te hebben. Als dat geen motivatie is, dan weet ik het niet meer. Ik hou alvast de moed erin.
De zon breekt door. Wat mij betreft volstaat dat ruimschoots als beloning.