Ja, ik wil. (een poetskar)

Er is iets aan de hand in zwerfvuilland. Ik ben er nog niet helemaal achter wat het is, maar dát er iets is, is onmiskenbaar. Er ligt veel minder zwerfvuil.
Sinds ik terug ben van vakantie ben ik nog niet één keer zwerfvuil gaan rapen. Natuurlijk ligt dat deels aan de heerlijke zomer waarin er zoveel leuks te doen is dat aanlokkelijker is dan zwerfvuil rapen. Maar het ligt vooral aan het simpele feit dat er veel minder zwerfvuil ligt. Dus irriteert het me minder en juist die irritatie is vaak de aansporing tot een opruimtoertje.

Minder zwerfvuil kan slechts belangrijke twee oorzaken hebben. Óf er wordt minder weggegooid, óf er zijn meer zwerfvuilvrijwilligers actief. En aangezien ik weinig fiducie heb in de eerste menssoort, ga ik voor optie twee. Er zijn meer goedzakken die andermans troep opruimen. Waarvoor dank! Wat is het fijn om te zien dat zwerfvuil geen hopeloze zaak is.
Ooit komt alles goed, nietwaar?

Maar het is niet omdat het al behoorlijk goed is, dat het niet nog beter kan. Dus natuurlijk ga ik weer zwerfvuil ruimen als mijn agenda niet meer bol staat van leuke dingen.
In dat kader heb ik een verzoek.
En dat luidt als volgt: ik wil ook zo’n poetskar als Danny! Danny is namelijk supervrijwilliger, en daarom werd hij door de stad in de bloemetjes gezet met een nieuwe poetskar. Lees het zelf maar in dit artikel op vrt.nws.
Ik weet niet hoeveel zakken Danny al heeft opgehaald, en ik kan vast bijlange na niet aan hem tippen, maar ondertussen heb ik wel geleerd dat er 200 zwerfvuilvrijwilligers zijn en dat we met zijn allen jaarlijks bijna 2600 zakken vol met zwerfafval vullen. Een fraai resultaat. Hoeveel zakken daarvan van mij zijn, heb ik natuurlijk niet bijgehouden. Zelfs voor een dochter van een boekhouder zijn er grenzen aan de cijfers en de lijstjes van wat een mens wil bijhouden.

Maar het interessantste wat ik leer uit dit artikel staat in de laatste alinea: ‘In oktober worden de zwerfvuilvrijwilligers allemaal in de bloemetjes gezet met taart en koffie. De schepen verklapt dat er dan nog een drietal karren zal verloot worden onder geïnteresseerde vrijwilligers.’
Mag ik hierbij mijn interesse kenbaar maken?

Daar gaat de boekenwurm

‘Zoals altijd kan een rol wc-papier de dag echt redden.’
En: ‘Natuurlijk kun je een goedkope bijl kopen die van schroot is gemaakt in een lagelonenland – dat kan, op dezelfde manier als dat je elke dag cornflakes eet als avondeten…’

Wijsheden die ik lees in ‘De man & het hout’ en waar ik het alleen maar hartgrondig mee eens kan zijn. Lezen in dit boek is een haast meditatieve aangelegenheid, zeker als je het doet op een hete zomerdag op een klapstoel aan een vennetje met een koel Gageleertje erbij. Voorbijdrijvende wolkjes trakteren op zeldzame vleugjes schaduw, ruisend riet op de achtergrond en plonsende kikkers om me heen.
Lezen over het onderhoud van motorzagen – ‘vergeet na afloop van het kapseizoen nooit om de zaag te laten lopen totdat de tank leeg is!’ – , de juiste manier om de zaag te slijpen en de kwaliteiten van elke houtsoort op zich, trekt me in een parallel universum van rust en aandacht, waar menig uurtje mediteren nog een puntje aan kan zuigen. Ik ken niks van zagen en bijlen. Van handgrijpers, velwiggen en Jonsered houtzagen heb ik nog nooit gehoord. Ik ken ook niks van motoronderhoud. Maar dat heeft me destijds ook niet belet om met plezier ‘Zen en de kunst van het motoronderhoud’ te lezen. Het is de allesomvattende passie voor het onderwerp en de precisie waarmee in dit soort boeken elk detail uitgelegd wordt die zo begeesteren.

Ik krijg er schrijfzin van. Maar ik twijfel nog of ik die oprisping van creativiteit verder richting mindfulness wil sturen, of dat ik de andere aangeraakte onderwerpen ga uitspitten. Zoals het nut van wc papier (ik weet alles over kakzakjes-in-het-wild, en heb net de app ‘Flush’ ontdekt die je overal ter wereld de weg naar het dichtstbijzijnde openbare toilet wijst), de discussies die ik met mijn puberdochter heb over brol-eten zoals de cornflakes van hierboven of over de nieuwe levensfase waarin ik aanbeland ben nu mijn zoon gaat samenwonen en officieel het ouderlijk nest verlaat.
De nieuwe woonst is vers geschilderd, nieuwe kasten, banken, tafels en stoelen zijn aangeschaft, het appartement is ingericht, de kasten zijn ingeladen. De jongelui zijn er klaar voor, de ouders nog niet helemaal.

De achterflap van ‘De man & het hout’ prijst zichzelf aan als ‘het boek voor iedereen (m/v) die een echte man wil zijn.
Ik denk niet dat ik dat wil. Daarvoor heb ik te lang in mannenmaatschappen gewerkt.
Maar met het verlangen naar zagen, snoeien en hakken in de natuur kan ik wel herkennen. En dan al dat zelf geoogste hout stoken in koude lange winters in een knus huisje in de Oostkantons.
Ooit zullen alle kindertjes het nest verlaten en zullen we onze oude stramme knoken warmen aan knisperend vuur. Ik heb alvast geleerd dat we dan vooral sparrenhout moeten stoken, dat vonken afgeeft en knettert wanneer de harszakjes ploffen.

Genoeg gelezen voor nu. Ik wil het boek sluiten maar de boekenlegger glipt eruit en glijdt pardoes het water in. Het was ooit een moederdagcadeautje van het kind dat nu uitgevlogen is. ‘Ik ben de boekenwurm’ stond er in het tekstballonetje te lezen naast de tekening van een groene worm met een grote bril. ‘Je kapoen, Jerome’.
Zo koos dit blogje vanzelf haar onderwerp.
Het is ook veel te warm om na te denken.

Woensdag 20 juli, einddoel bereikt!

Maandag 18 juli, eiland Tautra, het Olavspad nadert stilaan zijn einde