niks speciaals

Het was maar Bretagne. Het was maar 700 kilometer ver, amper een dagreis. Het was maar een huisruil (dat wou ik al heel lang uitproberen en deze onzekere zomer bood daarvoor een uitgelezen kans: kunnen en willen alle kinderen nog wel mee? Herexamens? Nestvlieders die naar het buitenland trekken? Toch liever met lief of vrienden dan met papa en mama op vakantie?) en dus was het ook maar een vakantie-adres van nul euro. Met krakkemikkige wifi, krakende vloeren en milieubewuste ‘droge wc’s’. Wel had het huis de meest sensuele houten trap die ik ooit gevoeld heb onder mijn blote vakantievoeten.
Het was niet de andere kant van de wereld, eerder onze achtertuin.
Het was niet spectaculair, niet instawaardig, er viel niks indrukwekkends te posten op Facebook. Er was nul druk. Er hoefde eigenlijk helemaal niets.
Niets. 

Precies daardoor, waren de dagen in Bretagne van een onbestemd soort mistigheid die me blij stemt. Weer om niets te doen, zacht en windstil genoeg om buiten te zitten en uren aan een stuk te lezen. Soms eropuit te trekken en dan in de tuin bekomen van de veel te toeristische Mont St Michel en een indigestie van te dure mosselen daar. Een welhaast continu wit wolkentapijtje zorgde dat de zon niet echt doorkwam en de temperaturen zacht bleven zonder in overdrive te gaan. We hadden genoeg hittegolf gehad in de afgelopen maanden. Ideale omstandigheden om de 750 geniale bladzijden die Hanya Yanagihara geschreven heeft uit te lezen. De lees-opwarmertjes deze vakantie waren ‘Mijn jaar van rust en kalmte’ van Otessa Moshfeg en ‘Problemski hotel’ van Dimitri Verhulst. De geest stretchen en warmlopen voor het grote werk, die roman dus van Yanagihara: ’Een klein leven’. Een dikke pil waar ik buiten een vakantie niet eens aan moet beginnen. Maar nu was het genieten. Zo door kunnen lezen, een glas tintelende rosé erbij, wat valt er meer te verlangen?

Het was maar Bretagne.
Maar wat hebben we ervan genoten. Van de groene kusten, het diepe aquamarijn van de zee rond de kliffen, de eindeloze wandelingen. De ijsjes van zoute caramel. De assiettes fruits de mer. Van Top Gun. Alweer. (Een jaarlijkse familietraditie: elk jaar herbekijken we die film met zijn allen, lippen we elk woord van de dialogen mee en draaien het volume op maximum als de F-16 motoren vuur spuwen op de tonen van ‘Highway to the danger zone’.)
Van samen marshmallows roosteren boven het kampvuurtje. Van koffie en baguettes. Van het ochtendlijke fietstochtje naar het Depôt de pain in Tréverien voor die baguettes.
Van de stille ochtenden op het beschutte zijterrasje waar ik uren zat met boek en koffie.
Van de eigenwijze kat Lili die bij het ruilhuis hoorde, van John de exotische vis, van de Romeo’s zoals mijn dochter de drie goudvissen gedoopt had en van Spencer, de hamster die zich zelden bij daglicht liet zien.
Van alle kinderen nog erbij te hebben – met aanhang zelfs dit jaar – en te zien tot wat een fijne mensen ze allemaal zijn uitgegroeid. Van het plezier dat die kinderen onder elkaar maakten. (Wees gerust, ze hebben ook uren liggen bingewatchen, het zijn hele gewone kinderen.)

Wat zou het mijn vader verheugd hebben als hij wist dat zijn dochter zo genoot van de streek waar hijzelf zijn kinderen in onze jeugd altijd mee naartoe nam.
Het was maar Bretagne. Het was niets speciaals. Maar wat was het bijzonder.

PS: Na 33 jaar leer ik nog steeds dingen bij over Top Gun: ‘Dat zijn F 14’s en geen F 16’s’, zegt mijn man bestraffend…. Weet ik veel…

nog niet voorbij

‘The summerdays are gone too soon’, zingt Norah Jones en ik voel nu al spijt dat de zomer zijn einde nadert. God, wat hou ik van deze tijd van het jaar.
De stille ochtenden, geen kat op de weg, geen fietsers, de scholen zijn dicht en de fietspaden dus vrij. Wekenlang zonder jas in het zonnetje naar het werk, zo vroeg al een zonnebril nodig zelfs. Werken voelt als vakantie, de zon maakt alles gemoedelijker en aangenamer. De mensen zijn meer ontspannen, de raadplegingen zijn een tikje rustiger, mailboxen blijven leeg en de lange avonden nodigen uit tot terrasjes en buiten mediteren.
Alles gaat makkelijker.

Als de vakantie nog in ’t verschiet ligt, doet het reikhalzend daarnaar uitkijken me zinderen van plezier, en als een geslaagde vakantie weer achter de rug is, kan ik daar nog maanden van nagenieten.
Het was een heerlijke zomer, werken was fijn en op vakantie gaan was fijn. Met angst en beven zag ik de eerste zomer tegemoet waarin we voor het eerst niet meer voltallig zouden zijn. Daar was ik nog niet aan toe – en misschien zal ik dat wel nooit zijn – maar mijn vrees was nergens voor nodig. De realiteit was precies het tegenovergestelde: in plaats van met volk minder, waren we met een man meer. Excuus. Vrouw meer. En wat voor één!
And she fits in. En of she fits in! Maar dat heeft ze altijd al gedaan, want het lief van onze tweede zoon kennen we al van toen ze nog maar net haar luiers ontgroeid was, en ook toen ging ze al geregeld mee op vakantie. Wij leerden haar marshmellows roosteren, zij leerde ons bananen stoven op de barbecue en Casa de papel bingewatchen. Ze stak haar handen uit de mouwen en keek mee naar Top Gun. Ze hoort er zo vanzelfsprekend bij dat ik me alleen maar gelukkig kan prijzen als ik terugkijk op de weken in Bretagne.
Ik word er zowaar een beetje melancholisch van, maar het is nog niet voorbij, die mooie zomer. Laat Rob de Nijs nog maar even op stal staan, laat de zomer nog even duren en laat Norah maar verder zingen… ‘Now the fall is here again…’
Nog niet, Norah, nog even niet.

Øresundbrug

Ik dacht dat ik er ondertussen wel aan gewend was. Dat zou je toch denken als er al twee zonen het nest zijn uitgevlogen. Toch stonden we daar gisteren weer op de stoep: stevige knuffel, krop in de keel. Toen fietste zoon zijn nieuwe leven in. Op de fiets van opa, grote duffel op zijn rug, zijn Zweedse avontuur tegemoet.

De zoon die al was uitgevlogen naar Nederland, zocht het deze keer nog een stuk Noordelijker. In Lund vond hij de plek waar hij de komende twee jaar zijn studie wil voortzetten. Delft was blijkbaar nog niet ver genoeg.

Het was een leuk tripje: man en ik brachten hem samen weg. Man en zoon wisselden om de paar uur het stuur en we overnachtten in Airbnb’tjes, het ene al gerieflijker dan het andere.
Op de Øresundbrug maakten we een filmpje, de brug als symbolische overgangsrite.

Bij aankomst in Lund, regende het pijnpenstelen. Maar de zalm was voortreffelijk en het stadje, ondanks het grijze weer, sfeervol en gemoedelijk. De volgende dag scheen gelukkig de zon en trokken we op verkenning. De kathedraal en de overal door stad en parkjes verspreide koffie- en picknick plekjes – ‘fika’, de kunst van het koffiedrinken, is een nationale sport daar – waren voor mij de highlights. En de openbare bibliotheek natuurlijk, die was fantastisch. Al overtrof de Harry Potter-achtige buitengevel van de universiteitsbibiliotheek mijn stoutste bibliotheek-dromen.
Daarna gingen we uit eten bij een fantastisch gezin in Höör, dat we hadden leren kennen via de chat van HomeExchange (heb ik al gezegd dat ik helemaal fan ben van het hele huisruilconcept?). Zij Airbus-piloot, hij controleur bij een grote transportfirma en hun acht kinderen ontvingen ons allerhartelijkst in hun huis aan het meer en schotelden ons Zweedse gerechten voor terwijl ze ons honderduit vertelden over Zweden en over Lund waar bijna al hun kinderen studeerden. Zo kom je nog eens wat te weten. En altijd fijn om goede contacten te leggen voor je-weet-nooit-als-er-eens-iets-gebeurt.

En zo werd het vertrekdag. We zwaaiden zoon uit en reden terug naar België. Heel veel verandert er eigenlijk niet voor ons. Hij kwam uit Delft al hooguit één keer per maand thuis, en Skypen deden we elke zondag.
Voor hem is het veel spannender: hij zal zijn vrienden en zijn sportclub missen en nieuwe vrienden en sport moeten vinden. Hij zal zijn weg weer moeten vinden in de universiteit en zich het stadje eigen moeten maken. Maar daar hebben we alle vertrouwen in. Hij is jong, superzelfstandig, ondernemend en zelfzeker. Coole kerel met een hartje van goud.
(ik lees net in De Standaard een artikel over opgroeien, waarin staat: ‘het is je grotere taak als ouder om je kind op te voeden tot een zelfstandig wezen, dat problemen kan oplossen en met emoties weet om te gaan.’ Mooi gezegd. En voor zover beoordeelbaar: missie geslaagd)
Als hij maar gelukkig is, die brok in de keel nemen we er graag bij. En zo hoort het ook. Mijn kind vliegt uit en spreidt zijn vleugels. Ook wij zullen een nieuw evenwicht moeten zien te vinden.

Als virtuele babbels en ghost hugs niet meer genoeg zijn, vlieg je met Ryanair voor 35 euro heen en terug. Eigenlijk verandert er niet veel. Het is alleen duizend kilometer verder.


een coherent hart

Gelukkig staat ze me buiten al op te wachten. Minou met de mooie groene ogen die perfect matchen bij haar camouflage T-shirt en met de zee waar we even later op uit kijken op een foto in haar stijlvolle spreekkamer. Minou is een collega in het nieuwe centrum ToBE, een co-workingsplek voor gezondheid, groei en ontwikkeling. Ik geef er mindfulnesstraining, Minou doet er coaching met de Hartcoherentie-methode. Deels in ToBE, deels in haar eigen werkplek aan de Steenweg op Tielen.

’Het is wel intimiderend om hier aan te komen’, zeg ik als we elkaar begroeten. Een groot huis, grote poorten – die gelukkig al open staan – en zoveel ingangen dat ik even niet weet waar ik nu precies moet zijn voor onze afspraak. ‘Ja, dat besef ik maar al te goed. Daarom kom ik altijd naar buiten om de mensen op te vangen voor een eerste afspraak. Er komen nog bordjes’, belooft ze.
Minou laat de mensen niet verloren lopen, en dat is precies haar werk: coaching. In vele vormen. De vorm waar ik vandaag van mag komen proeven, heet ‘hartcoherentie’.

Wie mij een beetje volgt, weet dat ik al vele jaren mediteer, en wat ik ondertussen wel geleerd heb: zen bestaat in vele vormen. Puristen schieten mij ter plekke neer voor dit soort uitspraken – ware het niet dat ze ook beloofd hebben alle levende wezens te redden – maar ik ben geen purist. Ik ben een pragmaticus. Dat zijn de meeste huisartsen trouwens.
Mijn motto is dan ook ‘Whatever gets you through the day.’ Of dat nu zen, yoga, mindfulness, hardlopen, fietsen, hartcoherentie, de sauna, kleurboeken voor volwassenen, breien of de krant is, mij maakt het allemaal niet uit, als het maar gezond is. Dat is als huisarts mijn enige toetscriterium. Want je kan de dag en de pijn van het zijn natuurlijk ook doorkomen met bier, wijn en een slof sigaretten, maar dát zijn nou niet de dingen waar een mens wel bij vaart. En je huisarts maak je er ook niet blij mee.
Dus daarom: zen bestaat in vele vormen, en hartcoherentie, voor zover ik er iets over kan zeggen na deze proefsessie, is er één van. 

Minou is superenthousiast, en blijft maar uitleg en achtergrondinformatie geven. Het is duidelijk dat ze in de afgelopen jaren een stevige kennisbasis heeft opgebouwd over haar onderwerp. Dat is fijn, want het zo neemt ze me bij de hand en toont me de weg in dit voor mij nieuwe domein.
Ze laat me beginnen met een simpel oefeningetje waarbij ik met een pen golven moet tekenen op een blad papier op het ritme van mijn ademhaling. Een heerlijke oefening, ik kom er meteen van tot rust. Het gevoel van een pen op papier verschaft mij als graagschrijver altijd een zinnelijk genoegen en onmiddellijke rust. Deze oefening werpt meteen een nieuw licht op de ‘drie minuten adempauze’-oefening, een echte basic uit het mindfulness gamma. De lijnen worden langer en langer, de golven hoger en de dalen dieper. ‘Je kunt wel zien dat jij een geoefend mediteerder bent’, zegt Minou. Ze toont me voorbeelden van hoe zo’n eerste oefening er soms uit kan zien: grillige patronen waar de onrust en de stress vanaf spat. Dan is er werk aan de winkel. Minou leert dan met behulp van biofeedback (een klein apparaatje dat ze op je oorlel knijpt en dat je hartslag en je ademhaling registreert) hoe je rustiger kan ademen en daardoor ook meer rust krijgt in hart en hoofd. Er zijn aanstekelijke oefeningen waarbij je een ballon de lucht in moet houden dooe diepe ademteugen te nemen, of je kunt een bloem open en dicht laten gaan met je adem. Heerlijke oefeningen waarbij er meteen een paradijselijke rust over je neerdaalt. Door niks anders dan je eigen adem die je altijd bij je hebt. En een appje dat Minou op je telefoon installeert. Easy peasy.

Ze geeft me een werkboek mee. Daarin lees ik later thuis wat hartcoherentie beoogt: ‘meer inzicht krijgen in de gevolgen van stress en wat je daaraan kunt doen’. Het gaat over veerkracht en energie, over hoe je je voelt, wat je denkt en hoe je je gedraagt.
Vervolgens geeft HeartMath (de ontwikkelaars van deze hartcoherentie-methode) een prachtige definitie van veerkracht: ‘Veerkracht is het vermogen om je goed voor te bereiden op, goed om te gaan met en te herstellen van lastige situaties. Groot en klein.’

In de dagen na deze proefsessie, lees ik nog veel in het werkboek. Ik krijg er nieuwe inzichten die me heel blij maken. Dat vind ik misschien nog wel het fijnste aan deze methode: de duidelijke en heldere uitleg over wat stress met ons doet, en hoe hartcoherentie daarop een antwoord kan zijn. Want, zo lees ik, dat is waar het bij coherentie om draait: ‘hart, brein, emoties, gedachten en gedrag zijn goed op elkaar afgestemd. In zo’n toestand lijkt het alsof we meer energie hebben en problemen gemakkelijker aan kunnen. Komen er uitdagingen op onze weg, dan kunnen we helder denken, onze rust bewaren en doen wat we moeten doen. En daarna kunnen we energiek en evenwichtig weer verder.’

Je leert waar je blij van word. Ik word blij word van nieuwe dingen leren, zoals vandaag. Van nieuwe inzichten opdoen, en het plezier van hernieuwde inspiratie en motivatie om door te doen met wat ik altijd al deed: steeds terugkeren naar mijn adem. Trouw blijven mediteren. Hartcoherentie doet me nog bewuster beseffen waaróm dat me altijd zo goed doet. 

Ik ben verkocht. De opbouw van de sessies, de onderbouwing van de methode, de inzichten en ondersteuning die je krijgt bij de opdrachten in het werkboek, …hoe zou dit alles níet tot een succes kunnen leiden? 

Als we met zijn allen nu eens eindelijk de kracht van ademhaling en stilte zouden inzien en leren toepassen, zou de wereld dan niet een veel leukere plek worden? Via een appje op je telefoon of op een meditatiekussen in kleermakerszit. Whatever gets you through the day, nietwaar?

PS: Oh ja, als je helemaal gaar geademd bent, kan je bij Minou in de wachtkamer ook nog even op de loopband of de hometrainer. Of Netflix kijken… whatever gets you through the day…

vacuüm

Het academisch kwartiertje is ruimschoots gepasseerd en wat ik stiekem begin te denken, komt uit: er komt niemand opdagen op de eerste terugkomdag van de mindfulnesstraining. Eén deelnemer heeft zich netjes afgemeld en van twee anderen wist ik dat ze niet konden komen vandaag vanwege vakantie.
Ik kan allerlei redenen verzinnen voor de afwezigheid van mijn leerlingen: het schitterende zomerweer, de noodzaak van steunende aanwezigheid bij studerende kinderen, vergeten, geen goesting of misschien al zo vervolmaakt in de kunsten der mindfulness dat opfrissing niet nodig is. Ik had een remindertje rond kunnen sturen. Maar dat heb ik niet gedaan, en nu is er dus niemand.

Ineens heb ik zomaar twee vrije uren, helemaal voor mij alleen. Een klein vacuüm in de dag. Een eilandje van herwonnen tijd. Ik herken het gevoel van vroeger. Het gebeurde ooit toen een babysit ziek afbelde en wij ineens niet naar de film ‘hoefden’. Het gebeurde toen ik hoogzwanger van nummertje twee overtijd ging en enkele dagen leefde in een soort geleende tijd, extra tijd. (Het kostte me toen wel even moeite om de mentale switch te maken van ‘wachten op’ naar ‘dankbaar zijn voor die extra dagen en er ontspannen van genieten’.)
Het is het momentje net voor de gasten zullen arriveren op je feest: alles picobello aangekleed, frisse gin-tonic in de hand en dan even tijd voor jezelf tot het feestgewoel losbarst.
Het is een wachtdienst die komt te vervallen omdat een collega ineens een ruil voorstelt. Het is de woensdagavond-straatverlichting (ik mediteer soms samen met enkele buren) waar niemand komt opdagen en ik dan maar net zo goed een kwartiertje kan mediteren nu ik er toch zit. Doel is bereikt: gaan zitten en mediteren. Of dat nu samen of alleen is. (Zitten op dat kussen is niet moeilijk. Gáán zitten, dat is de uitdaging. Elke keer weer. Net als sporten niet moeilijk is, maar gaan sporten een stuk minder makkelijk. Beginnen is altijd de lastigste hobbel. Al valt stoppen soms ook niet mee.)
Het is de vertegenwoordiger die op een vroege ochtendafspraak in mijn vorige praktijk niet kwam opdagen en ons zo een heerlijk koffiemoment bezorgde.
Het is de reis die niet doorgaat omdat het vliegtuig overboekt is… oh nee laat maar. Slecht voorbeeld. Maar je snapt mijn punt.

Soms organiseer ik zelf deze gestolen tijd. Op het laatste nippertje beslissen om toch niet naar een nascholing of les te gaan waar ik me wel voor had ingeschreven bijvoorbeeld. Of mijn kat sturen naar een feest en zo een avond voor mezelf winnen.
Gratis tijd. Verlengingen. Blessuretijd. Tijd die je zomaar cadeau krijgt. Tijd die plots uit de lucht komt vallen en waarin niets hoeft en alles kan. Een gat in de tijd. Een vacuüm.

Maar nu overkwam het me gewoon en heb ik het cadeautje dat me onverwacht in de schoot viel, voorzichtig en genietend uitgepakt.
In de prachtige loftruimte van ToBE waar ik zit voor de les die niet doorgaat, pak ik een mat en een kussen en mediteer een tijdje. Vogels fluiten en van ver waaien stadsgeluiden door de open ramen naar binnen. De hitte van de afgelopen dagen hangt dik en zwaar in de ruimte, de naderende buien zijn al voelbaar. Tropische vochtige lucht. Ik kom helemaal tot rust.
Mediteren in dit tijdsvacuüm lijkt nog diepere rust te brengen dan het gewoonlijk al doet en net als opgewoeld zand dat langzaam weer naar de bodem van het water zakt, zo dwarrelen mijn to-do-gedachten langzaam naar de achtergrond tot er een kalme vredigheid in en om mij neerdaalt. In deze verrukkelijke plaats waar niemand me komt zoeken, waar niemand me nu nodig heeft, waar het even voelt alsof niemand weet waar ik ben, waan ik me even in de zevende hemel.
In deze gestolen uurtjes op de fijnste plek van Turnhout, borrelt als vanzelf een blogje op.
Altijd een teken dat ik goed in balans ben als het creatieve deel van mijn brein mij woorden en zinnen begint in te fluisteren.

Is het de ruimte? Is het het vacuüm in de stilte? Of ben ik door al dat mediteren bedreven geraakt in van de nood een deugd maken?
Hoe het ook zij, we moesten het onszelf vaker gunnen, zo’n pakketje geleende tijd.
En dan even, heel even, niets. Helemaal niets. 

#SunnySocks4Docs

Zie mij hier op die foto met twee verschillende sokken. Ik draag zelden of nooit sokken, maar voor de actie #SunnySocks4Docs wil ik wel wat moeite doen.
Ik kom er wat laat mee aanzetten, want de actie was bedoeld om op 7 juni aandacht te vragen voor de geestelijke gezondheid van dokters, en ja, dat is wel een onderwerp dat me nauw aan het hart ligt.
(Dat ik altijd achter de actualiteit kom aanhobbelen, zegt misschien iets over mijn geestelijke gezondheid, maar volgens mij zegt het meer over de fotosessie met de verschillende sokken, die toch wat tijd in beslag nam.)

De geestelijke gezondheid van dokters dus, daar zouden we het over hebben, en dat is ook precies waarom ik mindfulnesstrainingen geef aan artsen en aan zorgverleners in het algemeen.
Want hoe mooi ons vak ook is, het is ook zwaar. De mooie kanten zijn duidelijk: het is een vak vol betekenis, zinvol, we kunnen mensen helpen en krijgen veel vertrouwen, we maken veel mooie dingen mee, en ook in moeilijke tijden mogen we mensen bijstaan, we hebben een goed inkomen en komen met allerlei mensen en situaties in contact, het geeft een brede kijk op de wereld en we halen veel voldoening uit samenwerking.
De mindere kanten zijn minder zichtbaar. We zijn geneigd die weg te moffelen en hebben geleerd stoere dokters te zijn die alles aan moeten kunnen en niet flauw moeten doen. Ziek gaan werken? Is normaal. Doorgaan terwijl je stikkapot bent? Hoort erbij. We hebben zo’n groot verantwoordelijkheidsgevoel dat daar veel voor moet wijken en we soms roofbouw op onszelf plegen omdat iemand of iets anders belangrijker is dan naar ons gevoel te luisteren en kwetsbaar te durven zijn.
Onderschat ook niet de impact van alle zorgen en ellende die we in onze spreekkamer tegenkomen. Het kruipt onder je vel, en je hebt soms niet door hoe groot die impact wel is.

Je moet jezelf goed verzorgen om goed voor anderen te kunnen zorgen. Daar zijn dokters niet zo heel goed in. Er is schaamte als het niet goed gaat, we houden dat voor onszelf, en het is bekend dat artsen gemakkelijker naar (zelf)medicatie grijpen, omdat we er nu eenmaal door de aard van ons beroep gemakkelijk toegang toe hebben.
In de opleiding zagen we artsen ons dat beeld van ‘stoer doorgaan’ voorgeleefd worden. Ik vergeet nooit het beeld van de chirurg – ik zal hem even Tony noemen – die driekwart van de nacht had moeten staan opereren en de volgende ochtend aan het OK team liet weten dat hij even wat langer ging thuisblijven en pas om 10u aan zijn operatieprogramma zou beginnen in plaats van om acht uur. Het werd niet met zoveel woorden gezegd maar de teneur was duidelijk afkeurend. ‘Wat een watje’, zo klonk het besmuikt, ‘gewoon pech als je zo’n nacht gehad hebt, dat hebben we allemaal wel eens, en wij gaan gewoon door.’
Terwijl die man juist een wijze en moedige beslissing had genomen: even voor zichzelf zorgen. We zouden het allemaal moeten toejuichen, maar dat doen we niet. Stoer doen is de norm. En de vrouwen doen evenzeer mee aan dit machogedrag.

Maar niemand kan alles aan. Ik in ieder geval niet. Ik ben blij dat ik mindfulness heb leren kennen en zo beter geleerd heb te luisteren naar mijn lichaam en mijn gevoel. Want ons lichaam liegt nooit. Maar we hebben verleerd ernaar te luisteren. De scheiding van lichaam en geest slaat nergens op. Ze zijn zo één als maar mogelijk is. Als je de signalen daarvan negeert, kan dat zuur opbreken.

Gelukkig is er veel dat helpt om goed en gezond in ons vak en ons leven te blijven staan. Sporten helpt, kunst helpt, creatief zijn helpt, goede sociale contacten onderhouden, ontspanning zoeken, dat alles helpt en is belangrijk. Mindfulness helpt.

En af en toe twee verschillende sokken dragen helpt. Om je te herinneren aan het belang van zelfzorg en zorg voor elkaar. Want onze patiënten hebben niets aan een dokter die slecht voor zichzelf zorgt .

Op woe 23-10-19 start mindfulness training voor zorgverleners, 6 sessies + 1 terugkomsessie
woe 28-8-19 start algemene mindfulness training, 6 sessies + 1 terugkomsessie
steeds van 19.15 – 21.45u

Alle info op https://www.tobe-kempen.be/disciplines/mindfulness/martine-schrage-mindfulness-instructeur/

Kanal

Eindelijk ben ik eens bij Kanal geraakt. De imposante cultuurtempel gevestigd in de voormalige Citroëngarage in Brussel, ons eigen Centre Pompidou’tje, stond al lang op mijn verlanglijstje. Ik wou vooral de ruimtes zien. Over de tentoongestelde kunst had ik nogal tegenstrijdige recensies gelezen. Nu ben ik bepaald geen kunstkenner – wel een kunstgenieter – maar zelfs ik kon zien dat daar inderdaad nog werk aan was. Maar de ruimte, waauw! Die geweldige industriële volumes, ik was er zwaar van onder de indruk.
Alle bordjes uit vervlogen tijd hingen er nog: ‘auto’s bestemd voor export’, ‘oplevering nieuwe auto’s’, ‘carrosserie’, de parkeerstrepen op de vloer,… Vreemd om daar nu rond te lopen en moderne kunst te zien. Heel grappig was de plastic expo in de ‘phantom offices’. Ja, zo’n MacIntosh hadden wij vroeger nog in de praktijk in Lommel waar ik mijn huisartsenopleiding gedaan heb! Die iMac! Die panterzithoek!

Maar binnen al dit modern kunstgeweld in social-media-tijden, werd ik het meest geroerd door een prehistorisch directe vorm van communicatie: op de muur van de toiletten.
‘Je veux savoir ce que je veux’ kalkt een wanhopige jongeling op de muur.
Een andere wijze jongeling beantwoordt deze existentiële noodkreet rustig en doceert: ‘Il n’y a pas de réponse absolue à cette question! Fait! Et prend du plaisir…’

Ik weet niet waar ik het meest van geniet. De indrukwekkende architectuur van de gigantische garage? De ijverige studenten van de kunstopleiding van La Cambre die in de ateliers aan het werk zijn en waar een enorme energie van uitgaat? (Overigens ben ik meer onder de indruk van hun enthousiaste arbeid en hun überhippe stijl en uitstraling dan van hun kunstwerken, op de keramiek na die een jonge vrouw maakt aan de hand van de aantekeningen die haar oma haar heeft nagelaten). Of van het geruststellend besef dat het antwoord op de grote vragen van het leven nog altijd op het toilet te vinden zijn? Zowat de laatst overgebleven plek op aarde waar een mens nog tijd en ruimte heeft om na te denken, ver weg van het geblaat en het gebraak in het Twitterriool.
De rest van het antwoord en de wijze les gingen verloren door te smalle kadrering van de foto die ik ervan gemaakt heb. U zal er dus zelf heen moeten om het ultieme antwoord te ontdekken op de vraag wat u wilt in dit leven.
Wie zegt dat kunst niet meer bij machte is antwoorden te bieden op de grote kwesties?
Damestoiletten, laatste deur, de muur links van u.

I did it

De voet doet het goed. Hij ziet er niet uit (de foto is van dag 5 na het omzwikken), maar verder doet hij het prima.

Werken is gezond. Had ik een week vrij gehad dan zou ik de hele week met mijn voet omhoog gezeten hebben, maar nu moest ik wel aan de slag en ging het met het uur beter. Dus toen de raadpleging-met-stapschoenen best meeviel, ontstond het idee om misschien toch maar die abdijentocht te gaan stappen. Als test wandelde ik de dag ervoor naar de praktijk. Heen en terug slechts vier kilometer, maar het ging probleemloos: ook die test was weer goed doorstaan.
Mijn enkel omslaan was klote, maar erover bloggen bracht fijne nevenwerkingen mee: een stormpje aan lieve steunbetuigingen waardoor een mens al snel denkt: ach, waar heb ik het eigenlijk over? Er zijn véééél erger dingen in het leven (dat wist ik vóór het bloggen gelukkig al). En een aantal hartverwarmende voorstellen van behulpzame lieverds, waarvan deze mijn favoriete top drie vormen:
– ‘Kom maar naar mij gaan we samen netflixen, lig plat vanwege ischias, dus Netflix gaat overuren maken. Beterschap!!!’
– Mijn meditatiemaatje die me een lift aanbiedt voor het geval fietsen niet lukt.
– Schrijfmaatje Sylvia die mijn scheldtirade aanvult met het heerlijke ‘kák!’. Ja, die had er nog bij gemoeten, onthouden voor volgende keer, al vind ik drie keer enkel omslaan voorlopig welletjes.

Wij dus op Hemelvaartsdag naar Averbode. De kaarten waren we toch niet kwijt geraakt, en ik had er best vertrouwen in. Hoe erg kon het zijn?
Mocht de voet zwaar in de contramine gaan, dan kon ik me nog altijd bij een tussenpost (die er niet bleken te zijn) neerzetten en laten afvoeren…
Maar het wandelen ging prima, ik heb de tocht uit gelopen, genoten van de prachtige natuur, van een ijsje uit de Lekdreef en van een heerlijk abdijbiertje aan het einde van de tocht.
Het leuke van bloggen is alle reacties die je krijgt… én een plek om je foto’s te bewaren 🙂

enkeltrauma

G.V.D., f*uck, gvd, sh*t, g*dverdeg*dverdeg*dver. Moest ik een stripfiguurtje zijn, dan kwamen er nu zoiets uit mijn mond:

Ik

Ik lig op de grond te vloeken dat het een aard heeft. Alwéér mijn enkel omgeslagen, de derde keer in drie jaar tijd. Ik was (vanwege het mooie weer en vanwege het dagelijks benodigde rantsoen beweging) nog lekker een rondje gaan joggen langs het kanaal, en terugkerend door het bos is het wéér zo’n verdomde uitstekende boomwortel midden op het bospad die me gevloerd heeft. Oké, ik was zonder lenzen of bril half blind op pad gegaan, maar daar lag het echt niet aan. Was ik nou vanochtend maar gewoon gaan zwemmen zoals ik van plan was, maar nee, ik wilde het zondagochtend-gezinsontbijtje niet missen, zeker niet nu het studerende kind aangekondigd heeft meteen daarna weer naar Brussel te willen vertrekken. En dat kan echt niet zonder een dikke knuffel en succeswensen voor de start van de examens.

Daar lig ik dus. Gelukkig geraak ik nog recht en kan ik nog stappen want ook de GSM heb ik thuis gelaten. Mijn oude iPod shuffletje heb ik wel in mijn oren en het is precies na een portie bos-yoga en bij Don’t go van Yazoo dat het noodlot toeslaat. Het is nog zeker een kilometer wandelen tot waar mijn fiets staat. Dat lukt in het begin nog goed. Ik verzin zelfs wandelend dit blogje – geen gsm, maar pen en papier heb ik altijd bij me – altijd iets positiefs halen uit de miserie. Maar het stappen wordt steeds pijnlijker. Thuis geraak ik nog net op de bank. Er zit een dik ei op mijn linker enkel en dat vraagt om een icepack en een grote stapel kussens. Nu pas zie ik dat ik ook een gat in mijn broek gevallen ben met daaronder een lelijke schaafwond en er rolt ook nog een teek uit de broekspijp. Maar net aan de Lyme ontsnapt, nóg een geluk bij een ongeluk.

En nu? Geen Netflix hier in huis, veel te gevaarlijk, hoe moet ik nu mijn tijd zoek maken? Awel, gewoon pootje omhoog, vlogjes kijken, podcasts luisteren, vrt-nu kijken, bezorgd zijn over het zwart kleuren van Vlaanderen en een blogje schrijven.
En balen dat ik die abdijentocht op hemelvaartsdag waarvoor ik me samen met Wim had ingeschreven op mijn buik schrijven kan schrijven. Jammer! Het leek er eindelijk eens van te gaan komen, ik wil die tocht al zo lang wandelen.

Het vorige enkelaccident was trouwens net gebeurd een uurtje voordat ik op de Radiologie een afspraak had. Niet voor een enkelfoto maar voor een mammografie. Kwam ik daar mankend binnen met een olifantenpoot, dik van de icepacks met vijf lagen steunverband erbovenop om alles op zijn plaats te houden. Denk je dat daar een haan naar kraaide? Welnee, niemand die zelfs maar leek te denken: ‘Komt ze nou voor dat been of voor die borsten?’

Hopelijk kan ik snel terug hakken aan, maar voorlopig zullen het stapschoenen worden. Niet voor de abdijentocht, maar om te gaan werken.
Geen gezicht, maar als omgeslagen-enkel-ervaringsdeskundige weet ik dat dat het beste werkt. Gewoon stevige stappers aan en doorgaan.

En als er iemand graag in mijn plaats de abdijentocht gaat wandelen (het is maar 16 kilometer), laat dan snel weten. Je krijgt mijn kaartjes.

wijzen naar de maan

Dat begint hier al goed. Mijn eerste dag (*) op de mindfulness-trainerscursus en ik, passioneel liefhebber van schriftjes en pennetjes, trotse bezitter van een grote rode Ikea-bak uitpuilend van schriftjes in alle soorten en maten (afgedankte schoolschriftjes van de kinderen, Moleskine notebooks, Hema-schriftjes, Dille & Kamille-schriftjes, Japanse Muji-schriftjes, kunstige boekjes verluchtigd met echte pastelschilderijtjes die ik als geschenk kreeg bij mijn afscheid in Tilburg, de stapeltjes uniforme schriftjes van de zen-cursussen met nog meer dan genoeg onbeschreven blaadjes, de pareltjes van The School of Life,…) ik zit hier zonder schrijfpapier.

Geen nood natuurlijk, ik zit in hartje Antwerpen en de weg is het doel nietwaar? Hoe moeilijk kan het zijn om in Antwerpen snel onder de middagpauze een schrift te scoren? Ik begin vast te noteren op een los Moleskine velletje uit mijn agenda en kom daar vlot de ochtend mee door.
Daarna kan ik op pad. En dit is wat het pad me vandaag brengt: een naald in de hooiberg.
De buurt waar ik zit, valt dik tegen wat papier betreft. Het supermarktje heeft geen schriftjes of schrijfblokken in de aanbieding en binnen de straal van een korte middagpauze vind ik zo gauw geen boekhandel of kantoorwinkel .
Op goed geluk stap ik dan maar een stripwinkel binnen. Een winkel boordevol papier, maar niks blanco. Ten lange leste valt mijn blik op een bak met uitverkoopjes, weggepropt onder een tafel strips in de aanbieding. Het enige maagdelijke papier in de overvolle winkel waar de strips alle kasten en planken doen uitpuilen en doorbuigen .
Weliswaar met een stripfiguur op de kaft: Kuifje die samen met Bobbie naar de maan kijkt. Dat is dan meteen weer heel erg zen: ‘het wijzen naar de maan’. De wijsheid daaronder zegt: zolang je blijft kijken naar de vinger die wijst, zal je nooit de maan ontdekken.

Enfin, ik scoor dit Kuifje-schrift en dat moet natuurlijk meteen beschreven worden. Martine kan de lettertjes niet laten.
Wat trouwens ook één van mijn antwoorden was op de vraag: ‘Wat heeft mindfulness je gebracht?’ Misschien is schrijven wel het grootste cadeau dat mindfulness mij gegeven heeft.

(*) die eerste cursusdag was 1 december 2017, dit verhaal is dus al wat ouder, maar ik vond het vandaag terug omdat ik het schrift weer eens opensloeg omdat ik binnenkort een presentatie over mindfulness mag geven op een artsensymposium. Op de eerste bladzijde stond dit verhaaltje.