dagboek van een huisarts aan het coronafront #7

Onrust is het thema van vandaag. De stilte voor de storm begint door te wegen. Vanochtend eerste shift gehad in het net opgerichte callcenter in het stadskantoor. Een klein stapje dichter naar de frontlinie. Gemeente en huisartsenvereniging hebben de handen in elkaar geslagen om de massale stortvloed aan telefoontjes in goede banen te leiden. En het draait!
Vannacht sliep ik er nochtans slecht van. Ik had nog tot laat alle mails, instructies en draaiboeken zitten doornemen, de FAQ-pagina’s van de wetenschappelijke verenigingen nog eens bestudeerd om op alle mogelijke vragen voorbereid te zijn, en dat werkte door in de nacht. Ik mag dan met mijn 52 levensjaren wel een ervaren huisarts wezen, dit heb ik nog nooit meegemaakt. Ook voor mij is dit allemaal nieuw.

Stipt om kwart voor acht stond de ploeg vrijwilligers te trappelen voor de deuren en om acht uur begonnen de telefoontjes binnen te stromen. Het liep allemaal als een geoliede machine. Wie krijgt een telefonisch advies, wie moet onderzocht worden in de aparte containers door van kop tot teen ingepakte huisartsen, wie krijgt een gewoon consult in de normale onderzoekskamers en wie krijgt een huisbezoek.
Op die ene boze man na, liep het allemaal gesmeerd. De man en zijn vrouw waren op eigen houtje naar de wachtpost gekomen en zaten in de auto te wachten op ons telefoontje. Mevrouw was al 2 dagen grieperig en ellendig verkouden maar zonder koorts of kortademigheid, meneer eiste een onderzoek. Medisch gezien niet nodig en zelfs onwenselijk, maar ik moest hem eerst flink laten uitrazen voor ik de kans kreeg om uit te leggen dat zo min mogelijk contact met anderen (ook dokters dus) de beste optie was, zolang er geen alarmsymptomen aan de hand waren. Eenmaal uitgeraasd, en bedaard door de magische formule ‘ik begrijp dat het een lastige situatie is en we doen het mogelijke om…’, was hij best bereid te luisteren. Hij was ook gewoon bang natuurlijk, net als zovelen.

Daarna heb ik het even bij rustig secretaressewerk gehouden: een enthousiast meewerkende gepensioneerde collega doet aan de lopende band telefoontjes maar kan ze niet invoeren in het computerprogramma waar we in de wachtpost mee werken omdat ze geen licentie heeft. Centenkwestie. Dus voer ik al haar consulten in. Eigenlijk is er aan mij een goeie secretaresse verloren gegaan. Ik ben in dat soort dingen een pietje precies en vroeger in de praktijk in Tilburg was mijn favoriete shift tijdens de grootschalige griepvaccinatiecampagnes ook al altijd het administratieve stuk.

Onze manager en de voorzitter van de wachtpost (die beiden hun gewicht in goud waard zijn, en dat wil wat zeggen!) hadden ons in één van de talloze mails zo gebriefd: ‘het triagepunt dient niet voor de patiënt die van z’n vervelend hoestje afwil, de sinusitis die wat blijft aanslepen. Allemaal heel erg, maar als het die mensen hun bijdrage aan de crisis is om hun valling uit te zieken met goeie warme thee met honing, dan zijn we ze daar zeer dankbaar voor.’
De boze mijnheer die uiteindelijk kalmeerde zijn we dus ook dankbaar: hij ging er uiteindelijk mee akkoord dat zijn vrouw gewoon thuis zou uitzieken. Waarvoor dank uit naam van de hele samenleving.

Enfin, toen de dienst erop zat, zinderde de onrust nog lang na. En hoe graag ik ook op de hoogte blijf en me amuseer met de hilarische filmpjes, toch dragen al dat nieuws (kranten, journaals) en de eindeloze stroom berichten ook bij aan die onrust.
Verder helpt het ook niet dat mijn mail regelmatig hapert (help Scarlet!! Krijg het internet nu een burn-out door Covid-19?) juist nu ik zoveel mail binnenkrijg. En wat ook niet helpt: het wachten. Spoedarts Professor Geert Meyfroidt, hoofd van de intensieve zorgen van het UZ Leuven zei het gisteren nog in het nieuws: heelder ploegen verpleegkundigen zitten thuis te wachten op een sein om in actie te komen als het aantal opnames gaat oplopen.
Ik herken dit gevoel. Als ik van wacht ben voor de huisbezoeken wil ik ook meteen beginnen. Hup, die kop eraf. Beginnen! Het klopt niet als de wachtdienst al een uur of twee bezig is en ik nog altijd niet ben moeten uitrukken. Handen uit de mouwen! Bezig zijn! Alleen dat bestrijdt de onrust.
Er was uiteindelijk een flinke wandeling, een Prior 8 biertje uit Tongerlo en een blogje nodig om de onrust te laten zakken. Bij deze.
Nu ga ik badmintonnen met mijn dochter.

Hou jullie goed! En zoniet: BEL JE HUISARTS! Ga niet naar spoed.
(in mijn hoofd klinkt dit altijd als: ‘Ga niet langs start. U ontvangt geen geld.’)

dagboek van een huisarts aan het coronafront #6

Van de 80 kilometer die ik net gefietst heb, had ik zeker 75% wind tegen. Hoe dat kan, snap ik ook niet, maar het was echt zo. Soms geraakte ik – mét trapondersteuning – niet eens aan 18 km per uur. Ik was even vergeten dat het alweer een tijdje geleden was dat ik nog zo ver gefietst had, tot mijn knieën me eraan herinnerden. Met het laatste restje batterij heb ik dan maar de turbo-functie opgezet om thuis te raken zonder letsel.

Maar het deed deugd, zo lekker buiten bewegen. Het zal zeker ook aan het mooie zonnetje liggen op deze stralende eerste dag van de lente, maar ik was bepaald niet alleen. Half Vlaanderen had nood aan wat buitenlucht. Er werd gefietst, gewandeld en gespeeld dat het een lieve lust was. En de andere helft werkte in de tuin. Ik kwam ook een gezin tegen dat zwerfvuil aan het prikken was. Ook een goeie manier om het nuttige met het aangename te combineren.

Wie weet wordt een aanzienlijk deel van de bevolking door deze hele crisis uiteindelijk gezonder dan ervóór: meer beweging, de lucht is schoner omdat we minder rondrijden en minder vervuilen. Misschien is het ook het ideale moment om te stoppen met roken, nu we beseffen hoe kwetsbaar onze longen kunnen zijn.

Of zal de slinger naar de andere kant doorslaan: dat we collectief dikker worden van het series bingen met een snack erbij? Van stress-eten en juist minder bewegen? Gaat er meer gerookt worden door de angst en de spanning? Vechten koppels elkaar de tent uit nu ze noodgedwongen op een paar vierkante meter moeten hokken?

Ik hoop van harte het eerste. Never waste a good crisis. Laat ons hieruit leren en beter worden. Laat ons bewuster worden van het belang van gezondheid. Laat ons er meer zorg voor dragen en er meer waardering voor opbrengen. Gezondheid is niet vanzelfsprekend!

Er is nog altijd geen medicijn of geen vaccin tegen Covid-19. Maar laat ik toch een paar tips geven die in ieder geval bewezen hebben je afweersysteem te versterken:
– mediteer! (ja, ik ga daarover blijven zagen)
– koude versterkt ons immuunsysteem. Het koude dompelbad na een sauna zit er voorlopig niet in (behalve voor wie zelf een sauna heeft), maar het kan net zo goed onder de douche: een halve (of voor de liefhebbers een hele) minuut koud afdouchen na je wasbeurtje. En dan niet staan gillen, hè. Man up en hou die tanden op elkaar.
– RRR: rust, reinheid, regelmaat. Slaap genoeg!
– en natuurlijk genoeg vitamientjes: groenten en fruit.
– de alternatieve adepten zweren bij hun Echina Force. In homeopathie geloof ik al lang niet meer, maar als je je er goed bij voelt, heb ik er ook niks tegen. Kleine biecht: ik heb het vroeger ook veel gebruikt. Daar kon ik niets aan doen, mijn moeder was een believer. Sla deze oude blog er maar op na: wondermedicijn.

Hou jullie goed!

dagboek van een huisarts aan het coronafront #5

Toen ik vannacht even wakker werd was Corona alweer de eerste gedachte die zich aandiende. Voor ons ligt een heel weekend en ik voel me zo bevoorrecht met mijn gezinnetje om me heen in ons fijne huis met fijne tuin in onze fijne straat. Wij zitten hier vooralsnog in een behaaglijk Corona-bubbeltje.
De dingen waar ik plezier en energie uit haal, deed ik altijd al thuis. Met deze Corona-enkelband straf je mij niet. Om te schrijven, te mediteren en te lezen hoef ik mijn kot niet uit. Als het leven in huis te levendig wordt, kan ik altijd nog naar mijn tuinkamertje vluchten en ik heb de structuur en de zingeving van mijn werk waar ik dagelijks mijn kot voor uit mag. En wandelen en fietsen mag ook nog.

Wat moet je anders? Ik zie hele hordes mensen joggen in het park die dat waarschijnlijk in geen jaren gedaan hebben. Hun outfit verraadt hen, want ze kregen de kans niet meer om snel nog een hip pakje te scoren.
Of deze suggestie die op social media langskwam:

Gelukkig gaan wij weinig weg, en stonden er ook geen vakanties of uitstapjes gepland, dus ook daar hoeven we geen traan om te laten. En gelukkig zijn onze kinderen al groot en kunnen ze zich prima amuseren of hebben ze handen vol aan hun schoolopdrachten. (Zoon twee krijgt dagelijks een virtuele ‘quarantaine-work out’ opgestuurd die veel zwaarder is dan zijn wekelijkse sportprogramma op school) Maar ocharme de thuiswerkende ouders met kleine kinderen. Hoe hou je al die ballen in de lucht zonder zot te worden?

Voor de luxebeestjes die een zee van tijd hebben en geen origineler invulling weten te verzinnen dan hele dagen Netflix bingen, gaf ik al de suggestie van twee keer per dag twintig minuten mediteren.
Zomaar even veertig minuten van de 1440 nuttig besteed met deze gratis tip. Geen dank.
(Zelfs gezondheidseconoom Lieven Annemans van de UGent suggereerde gisteren in De Morgen om te gaan mediteren, en als Lieven Annemans het zegt!)
Een flinke vrijpartij is ook altijd goed om wat stoom af te blazen en de opgebouwde spanning te neutraliseren tussen partners die nu dag in dag uit op elkaars smoel moeten kijken. Kan je ook alweer een half uurtje afvinken. Tenzij je het tantra-gewijs aanpakt, dan kan je er vlot een halve dag mee zoek maken.
Al raadde seksuoloog Wim Slabbynck afgelopen week in De Morgen aan om dan liever niet te tongzoenen en bij de minste kuch over te gaan op masturberen op anderhalve meter afstand van elkaar. Moet best spannend zijn, liet hij weten.
Maar nu vraag ik me af of je dan een mondkapje aan moet.
Anyone?

PS: In De Morgen dit weekend De Grote Quarantaine Handleiding: ‘Vind een lockdown-lief, en andere tips om in uw kot te overleven’.

dagboek van een huisarts aan het coronafront #4

Ik ben een beetje moe. Na dagenlang gesurft te hebben op een energiegolf van spanning en opwinding, zakken we nu allemaal een beetje in. Alles was nieuw, elke dag was anders, de hele praktijkvoering ging op zijn kop. Niet weten wat er op ons af zou komen, maakte ons superalert en gaf een extra boost. We belden ons afgelopen week de pleuris en studeerden ons suf op alle nieuwe richtlijnen, instructies en wetenschappelijke informatie die elke dag binnenstroomde. Het bijhouden van de mailbox alleen al was een dagtaak op zich. Ik voel me haast terug student. En natuurlijk wil je ook het nieuws nog meepikken, en oh ja, de krant nog lezen.
Het is veel. En het blijft spannend. Maar het gevoel belangrijk werk te verzetten is van onschatbare waarde.

Gelukkig is er heel veel om de batterijen op te laden: de applaussalvo’s om acht uur ’s avonds, de dankbaarheid van patiënten, de niet-aflatende stroom hilarische flimpjes en memes over hamsteraars, thuissporters, wc-rol-grapjes en al die vreemde kantjes die de mens toont in pandemie-tijden.
Geregeld klinkt er een bulderlach door de praktijk als iemand tussendoor zijn WhatsApp opent en verse filmpjes vindt. Die worden prompt gedeeld. (Bedankt, Mongo! Bijf sturen!)
De onderlinge solidariteit is ook zo’n geweldige energiegever. Vandaag bracht ik enkele psychisch kwetsbare patiënten in contact met een andere patiënte die vroeger zelf in de hulpverlening zat, en popelt om mensen te helpen. Ze gaan elkaar met mailtjes steunen en zo worden netwerkjes gebreid die zorgen dat er niemand uit de boot valt.

Mijn schrijfinspiratiebronnen blijven woorden en zinnen spuwen die ik haastig tussen alle telefoontjes door neerkribbel in een schriftje.
In dat schrift lees ik nu deze zalige zinnetjes:
– een huisarts die zijn mail ondertekent met ‘zeer blije oude huisarts Gui’
– Andrea die het huidige tijdperk bekijkt door haar kinderbril: ‘Het is vakantie maar in de voormiddag spelen we schooltje’
– het nieuwe woord ‘Coronabuddy’: het maatje waarmee je mag gaan sporten. Wel altijd hetzelfde maatje hè!
– ‘Ik wou dat ik u kon hamsteren’
– ‘Als iets viraal mag gaan, laat het dan de liefde zijn’
– ‘Mensen zijn weerbaarder dan we denken. We moeten hen alleen de ruimte geven om het te tonen’ (Economiefilosoof Rogier De Langhe in De Morgen van 18 maart). Hear hear!

Bovenop al deze onbetaalbare oppeppertjes, is het nu gelukkig ook weekend. Even gas terugnemen en een frisse neus halen om de extra shifts in het weekend met frisse moed te starten en volgende week waarschijnlijk een versnelling hoger te schakelen.

Om af te sluiten nog deze uitsmijter: ‘IS adviseert om regelmatig de handen te wassen in plaats van aanslagen te plegen in het Westen’.

dagboek van een huisarts in coronatijden #3

Vanochtend was het de eerste echt stille ochtend op straat toen ik naar de praktijk fietste. Iedereen werkt thuis of slaapt uit. Of allebei.
Heeft iedereen zich aangepast aan de lockdown-die-geen-lockdown mag heten?
Toch wordt er keihard gewerkt: de managers van de wachtpost draaien overuren om extra shiften te organiseren en gecentraliseerde onderzoeksruimten te bemannen voor onderzoek van verdachte patiënten, CRA’s nemen de hele zorg voor de bewoners van de woonzorgcentra op zich, de gemeente popelt om zijn steentje bij te dragen en vrijwilligers tillen zich een ongeluk aan boodschappen om langs te brengen bij wie zelf de deur niet uit kan of mag.

Maar de stilte is welkom. Ik hoor en lees veel verhalen van mensen die ervan genieten. Introverten en HSP’ers aan de macht! Eindelijk is de wereld een keer op onze maat gesneden. Lees daarover trouwens de hilarische column van Mark Coenen in De Morgen vandaag: ‘Een pandemische epidemie heeft een – klein en tijdelijk – voordeel: wij winnen. Wij, daarmee bedoel ik de introverten onder ons. […] Zij die blij zijn als er een afspraak wegvalt. Zij die vrolijk worden van zeeën van tijd. De misfits, de sociaal gemankeerden, de eenzaten, tenminste zij die daar zelf voor gekozen hebben. De bietekwieten met een boekverslaving.’

Wat mij betreft het uitgelezen moment om te leren mediteren – als je dat al niet deed. Want het gaat nog heel erg worden, dus nu – nu er voor velen eindelijk tijd is en de ratrace wat tot stilstand is gekomen – is het uitgelezen moment om te leren afzien. En dan bedoel ik afzien in de Vlaamse zin van het woord: leren ongelukkig zijn, leren pijn verdragen, een beetje ellendig leren wezen. Geen beter moment dan deze stilte voor de storm. We weten niet wat er op ons afkomt, maar het komt wel dichterbij. Ik hoor paniek in de stem van sommige patiënten. Een kleine minderheid weliswaar, maar de angst neemt toe.
En daar zullen we mee moeten leren omgaan, met alles wat er op ons afkomt. We moeten omgaan met de angst, met zieke mensen in onze omgeving, met verveling, met eenzaamheid, met alles wat we in ons lichaam voelen. De mildheid van meditatie helpt daarbij, je geeft jezelf op dat moment de adem en de aandacht die je nodig hebt en die helend is. Als je nu goed oefent, heb je door die mentale fitnesstraining alvast een extra portie mentale veerkracht opgebouwd om de toekomstige uitdagingen aan te gaan.

Het ‘afzien’ dat we in mediteren leren, heeft nog een tweede betekenis: we zien af van allerlei andere bezigheden. Als je op dat kussen zit, zit je daar te zitten. Er is even geen enkele andere afleiding dan je eigen gedachten en je eigen waarneming. Geen afleiding van TV, series kijken, eten, drank, kicks,… ‘Voeden’ in plaats van ‘vullen’. En zo heb je door te mediteren toch alvast twintig minuten van die lange dagen nuttig ingevuld met een gezonde nieuwe gewoonte.

Tips nodig? Begin bijvoorbeeld met de mindfulness oefeningen van Edel Maex op You tube. Zijn ‘bodyscan’ en ‘zitten’ zijn onmisbare basics om mee te beginnen. Op zijn website www.levenindemaalstroom.be vind je ook veel mooie oefeningen. Al kun je ook kaal en uit het niets beginnen zoals ik dat destijds gedaan heb: gewoon zitten op een kussen en twintig minuten lang je ademhaling volgen. Benieuwd hoe lang je daar je aandacht bij kan houden!

dagboek van een huisarts in coronatijden #2*

Als je haar maar goed zit
Dan zit je haar wel oke

Dus, als je haar maar goed zit, babe
Dan zing je yippy-a-yee

Het liedje weergalmt al de hele dag onder mijn gekortwiekte schedeldak. Ik was zó blij dat ik van Sophie Wilmès nog naar mijn kappersafspraak mocht gaan vanochtend! Gek is dat, dat het belang van zoiets simpels als goed geknipt haar pas duidelijk wordt als het dreigt weg te vallen. Tja, een kapper blijkt toch ook een soort zorgberoep, ik had er nooit bij stil gestaan, maar het klopt wel. Bij de kapper was het trouwens een hilarische bedoening: voor ik binnen mocht, kreeg ik een lading ontsmettingsspray op mijn handen en schoenzolen. Plakt het virus aan de vloer?
Waarna ik wel gewoon met cash geld diende te betalen…
Verder was ik ook heel blij dat we – ondanks de lockdown die geen lockdown mag heten – nog actief mogen blijven in de buitenlucht (mijn dochter was gisteren bijna in tranen toen de dreiging van een lockdown dichterbij kwam en ze niet meer naar haar geliefde pony’s zou kunnen. Mijn man en ik waren dan weer bijna in tranen bij de gedachte aan een dochter die met haar energie geen blijf zou weten).
De vraag of we over negen maanden overspoeld zullen worden door een geboortegolf of door een depressiegolf, helt over naar de geboortegolf door dit heldere besluit van de regering. Buiten actief zijn houdt het depressiemonster op afstand.

Deze drie zaken stemmen me vanochtend erg gelukkig:
– dat de zon schijnt. Na de kapper genoot ik op een bankje in het – extreem rustige – stadspark van een koffietje en een schriftje voor wat snelle blogideetjes voor ik terug aan het werk ging. Een mens moet zijn eigen terrasje dan maar organiseren.
– dat de regering dus de wijsheid heeft gehad om buiten actief zijn toe te laten
– de algemene vertraging van het leven. Voor halve kluizenaars zoals ik een godsgeschenk, voor anderen waarschijnlijk de hel.
Zondag was altijd al mijn favoriete dag van de week, en nu is het alle dagen zondag. Zo voelt dat toch, ondanks het harde werken.
Maar het is zoals de Gentse arts vanochtend in De Standaard zei: ‘We zijn als soldaten aan het front, wachtend op een aanval die zeker komt.’
Voorlopig valt het allemaal nog mee – ik heb nog geen ernstig zieke mensen gehad en heb ’s avonds wel een tuut in mijn oor van al het bellen maar het is nog allemaal behapbaar – en verrichten we als huisartsen het supernuttige werk van triage, toeleiden naar de juiste plek en geruststellen waar dat kan. Maar als we echt in de volle golf van ernstig zieken gaan zitten, zal de grote smile op mijn gezicht snel vervagen.

Het viel mijn dochter trouwens ook op: ‘Mama, normaal zit jij te zuchten als je extra moet werken en nu moet jij zoveel meer op de praktijk zijn en ben je nog vrolijk als je thuiskomt.’ Tja, ik voel veel voldoening over dit zinvolle werk.

Vooralsnog zijn dit voor mij heerlijke tijden. Ik heb betekenisvol werk, de heldere eenvoud van het leven past me als gegoten en er zijn nog geen drama’s. Dan pas zal het tij keren.

Maar hoe dit moet zijn voor ouderen? Voor eenzame mensen? Voor alleenstaanden?
Mijn hart gaat ook uit naar al die hardwerkende mensen wiens zaak failliet dreigt te gaan, naar de psychisch kwetsbaren die harde tijden tegemoet gaan. We zullen met zijn allen moeten helpen en ondersteunen waar het maar kan. Hopelijk helpt dit vrolijke blogje daar een beetje bij.
Dat heeft een naam: het medicijn ‘dokter’.

* ah ja hè, want gisteren was eigenlijk al episode #1, al had ik toen nog niet door dat het een dagboek ging worden

corona. Of wat anders?

Een schitterende lentezon wenkt uitnodigend. Ik fiets met een licht zomerjasje naar de post om een kaart naar mijn zoon in Zweden te sturen. Zelfs het zomerjasje is nog te warm. Onderweg zie ik ouders hun kinderen en honden uitlaten. Een kleuter op een step zet er flink de vaart in. Ze moet haar energie kwijt nu ze niet naar school mag.
Op een grasveldje langs het kanaal spot ik een picknickend koppeltje. Knus naast elkaar op een dekentje nippen ze van hun glaasje rosé. Uit de picnickmand naast hen puilt een familiezak chips.

Ik heb nog een uurtje voor ik weer aan het werk ga, en meestal maak ik van dat soort tijd-cadeautjes gebruik om even binnen te wippen in mijn favoriete koffiebar voor een cappuccino en de krant of loop even de bib binnen, maar dat zit er nu niet in. Alles is dicht. Zelfs een terrasje doen kan niet meer. Terwijl die met zo’n eerste lentezon vol zouden zitten.
Het zijn gekke tijden. De hele corona-crisis brengt onverwachte dingen met zich mee. Zoals daar zijn:
Nieuwe woorden: ‘presenteïsme’. Scheef bekeken worden omdat je een keer hoest op je werk en prompt als een paria behandeld wordt. Naar huis jij!
Nieuwe invullingen van nieuws: we zijn massaal verslingerd aan het journaal en kranten zijn al uitverkocht tien minuten nadat ze in de rekken liggen.
Nieuwe zotte rages: de wc-papier hamsteraars en de geweldige memes en filmpjes die dat oplevert.
Nieuwe zingeving: ik heb mijn job nog nooit zo nuttig en belangrijk gevonden als vandaag.
Nieuwe verschijningsvormen van de homo profiterus (gelukkig een kleine minderheid) – fake een snotneus en de dokter schrijft je verplicht een week huisarrest voor – en de homo hypochondricus. Voor de eerste zijn het gouden tijden, voor de laatste barre tijden.
Wij huisartsen triëren ons een breuk, halen de zieken eruit en stellen gerust waar het kan.
Nieuwe en creatieve vormen van zorgen voor elkaar. Hartverwarmend om te zien hoeveel solidariteit kan ontspruiten aan een flinke crisis.
We herontdekken de waarde van dingen die we altijd vanzelfsprekend gevonden hebben: het plezier van een terrasje doen, samen op café, à volonté boeken lenen in de bib. Zo vanzelfsprekend blijkt dat helemaal niet. Als dit alles over is, gaan we er met eens zoveel plezier van genieten!

We ontdekken gekke gewoontes: nooit geweten dat we zoveel aan ons gezicht zaten!
Eindelijk leren we komaf maken met slechte gewoontes: die voorhistorische fixatie op contant geld. Weg ermee! Alles met de kaart betalen voortaan.
Eindelijk leren we fatsoenlijk en vaak genoeg onze handen wassen. Wat we dus altijd al zouden moeten doen, en zeker in het griepseizoen.
Eindelijk mogen huisarten in België telefonische consultaties doen. In Nederland is dat de normaalste zaak van de wereld, hier is het totaal nieuw. Hopelijk mogen we dat ook na de corona-crisis nog blijven doen, anders is dit de processie van Echternach.

We realiseren ons weer wat een wonder gezondheid is. Hoe dankbaar we daarvoor mogen zijn.

In mijn zomerjasje fiets ik verder. Volgende shot: de camera achtervolgt me dicht op de huid, onheilspellende muziek contrasteert fel met het onschuldige tafereel van vrouw-op-de-fiets-in-de-zon, de sfeer slaat om, je voelt dat er iets gaat gebeuren. Ze fietst naar de boekhandel, staat aan de toonbank te praten met een verkoopster die verontschuldigende gebaren maakt. ‘Helaas de e-readers zijn compleet uitverkocht’. De camera zoomt uit: straten zijn verlaten.
Laatste shot: de vrouw zit voor TV en kijkt naar het nieuws.
Haar mond valt open. Het land in soft lockdown. Het hing in de lucht, en nu is het een feit. Niet te geloven en toch waar.

Ik ben blij met de duidelijkheid, ik ben blij met de dappere besluiten van de regering. Ik hoop dat het nog op tijd is. Ik denk het wel.
Zorg voor jezelf, zorg voor elkaar, we komen hier samen wel door!

regen is heerlijk

Regen is heerlijk! Als je lekker binnen zit, de hele dag de deur niet uit hoeft, met een gloeiend hete kop chocomel op de bank kan kruipen onder een dekentje, de kachel aan en in één ruk een boek kan uit lezen.
Regen is heerlijk, als je wel de deur uit moet maar lekker warm in je auto kan zitten terwijl fietsers vechten met hun wild in het rond flapperende regenponcho’s en paraplu’s gegrepen worden door de wind.
Regen is heerlijk, als de zomerhitte het gras heeft laten verdorren en je de bomen hoort kreunen van de dorst. Maar dat is nu even niet aan de orde.
Regen is heerlijk, als het grondwaterpeil eindelijk op niveau is.
Regen is heerlijk, als de waterput weer zo vol zit is dat toiletten niet meer met drinkwater doorgespoeld moeten worden.
Regen is heerlijk! Als je tienerdochter er tegenop ziet om naar school te fietsen door de regen en haar vriendin ineens een berichtje stuurt dat ze je wel komt ophalen met de auto.
Regen is heerlijk, als je weet dat het gewoon de hele dag – of week! – gaat regenen en je je daar dan ook maar op ingesteld hebt: regenbroek aan, regenlaarsjes, regenjas, en hup de fiets op.
Regen is heerlijk! Als je met regenlaarzen aan ineens nog eens door een plas stampt alsof je weer drie bent.
Regen is heerlijk, als ze spontaan even ophoudt voor de ‘fotoshoot’ voor dit blogje (al doet dat niks af aan mijn hekel aan selfies). Zie je de regendruppels aan mijn neus hangen?
Regen is heerlijk, als ik eindelijk in de bib zit en beloond word met krant en koffie, en in éen ruk dit blogje schrijf dat ik fietsend in de regen bedacht.
It’s all in the mind.

vandaag gaan wij een kind maken

‘Ik ben niet ziek, hoor dokter’ – altijd een goeie binnenkomer op een late vrijdagmiddag – ‘ik kom alleen maar een voorschriftje vragen.’
‘Dat kan, wat heb je nodig?’
‘Viagra.’ Mo schuifelt wat onwennig heen en weer op zijn stoel en lacht een beetje ongemakkelijk. ‘Het is voor Valentijn.’
‘Snap ik, heb je het al eerder gebruikt?’
‘Ja, een keer of twee, drie. Thuis, in mijn land. Maar vandaag is een speciale dag.’
‘Omdat het Valentijn is?’
‘Ja, ook. En omdat 14 februari onze trouwdag is, en vandaag gaan wij een kind maken.’

Blijkt dat dat kind maken geen probleem moet zijn, want bij doorvragen gaat het er eerder om ‘dat het te snel gaat’ dan dat er een erectieprobleem aan de hand is.
Ik leg uit dat dat ejaculatio praecox heet en sleur de Thuisartspagina ‘Snel klaarkomen’ erbij om te laten zien dat hij dan eigenlijk andere medicatie nodig heeft.
Maar daar wil Mo niet van weten. De Viagra hielp en dat vertrouwen heeft hij vanavond nodig. Aan de tips van Thuisarts heeft hij geen boodschap, maar hij had wel al ooit gehoord van een spray die kon helpen.
Ik laat me vermurwen, wat kan er nu misgaan? Met een voorschrift voor Viagra en een lidocaïnegel wandelt hij vrolijk de deur uit.

’s Avonds zit ik met vrienden op restaurant. Wij zijn het enige tafeltje van meer dan twee personen. We lachen, heffen onze glazen wijn, kijken elkaar in de ogen als we klinken – want anders een heel jaar geen seks! – en laten ons de sashimi, de tempura en het Wagyu-rund goed smaken. Tussen de gangen en de verhalen door, dwalen mijn gedachten geregeld af naar Mo en zijn Viagra: zou dat kind nu al gemaakt zijn?

(Deze tekst verscheen eerder op Medisch Contact – medisch contact)

opgepast! vriendelijke chauffeur

Conflictvrije kruispunten zijn levensgevaarlijk. Lees mijn eerdere blogje er maar op na.
Vriendelijke chauffeurs zijn zo mogelijk nóg gevaarlijker. Het is erg om vast te moeten stellen maar ik zal mij nader verklaren.
Elke ochtend steek ik samen met een kudde schoolgaande jeugd de ring van Turnhout over op een plek zonder verkeerslichten of zebrapad. We moeten twee keer twee rijstroken over met een middenberm ertussen.
Geregeld stopt een vriendelijke chauffeur voor de bende scholieren om ze de gelegenheid te geven om over te steken. Levensgevaarlijk! Want ondertussen wordt er op de tweede rijstrook fluks doorgereden. Soms zelfs extra hard, omdat er altijd chauffeurs zijn die zich ergeren aan de gestopte auto en die snel willen inhalen.
Het is dus pas veilig als ook de auto’s op de tweede rijstrook stoppen, óf als er verder helemaal geen auto’s op de weg te bespeuren zijn.

Ik heb zelf echt moeten leren hoe hiermee om te gaan. De neiging is namelijk groot om uit dankbaarheid voor de gestopte auto snel te willen oversteken. Ik heb mijzelf en mijn kinderen moeten leren om stil te blijven staan, géén gebruik te maken van de vriendelijk aangeboden oversteek-gelegenheid, tot de weg echt veilig is. Heel vreemd is dat, om tegen die neiging in stil te blijven staan. Veel chauffeurs snappen ook niet waarom je niet direct oversteekt en rijden alsnog geïrriteerd door.

Bizar dat de stad deze druk gebruikte maar onofficiële oversteekplaats nog altijd niet veiliger heeft gemaakt. Turnhout blijft zo een onuitputtelijke bron van fiets-ergernissen. Terwijl ik vind dat elke stad de rode loper uit moet rollen voor de fietser. Ze houden de lucht schoon, de stad leefbaar en zichzelf gezond.

Hoewel al die ergernis natuurlijk ook niet weer gezond kan zijn. Zelfs de politie reed me daarnet bijna van de sokken. Ik had het al eens over het verfoeilijke concept van een fietssuggestiestrook. Een suggestie is maar een voorstel. Naar believen te nemen of te laten. Naar eigen inzicht al dan niet toe te passen.
Als zelfs de politie de suggestie naast zich neer legt, is het ver gekomen met de ruimte die Turnhout de fietser nog gunt.
Op mijn bij deze aan de stad vriendelijk aangeboden suggestie om de oversteekroute aan de Speelkaartenstraat veiliger te maken, verwacht ik dan ook weinig respons.
Al staat het u vrij mijn ongelijk te bewijzen.