Laatste bericht uit de erker ~ Introverte vuilnismannen

Martine en Ingrid, u kent ze als bloggers, corresponderen ook met elkr - al dan niet via hun bonte beestenboel - over wat het dagelijks leven met hen doet. En het aardige is: u mag allemaal meelezen.

Zouden er geen introverte vuilnismannen bestaan?
En dan bedoel ik niet die van het muurbloempjes-soort, maar de introverten in de betekenis die de Meyers Briggs Type indicator geeft aan het begrip introvert: degenen die hun energie halen uit stilletjes hun eigen ding doen en zelden gedijen bij lawaai.

Daar dacht ik aan toen ik de vuilniskar op een ochtend in onze straat zag passeren met altijd die luide schelle muziek erbij.
Wat denk jij, Ingrid? Zouden er ook vuilnismannen zijn die liever zonder muziek zouden werken? En mogen ze dat dan? En wat denkt jouw vis?
Heeft jouw vis het slechte nieuws uit mijn vorige blog al verwerkt? Over die lawaaivervuiling die zich ook al nder water voltrekt?

Lawaaivervuiling is er blijkbaar niet alleen overal, maar is ook van alle tijden, zo leer ik uit de inspirerende artikelenreeks De Oorzaak in De Morgen over het thema geluid, die maar niet ophoudt met graven en spitten naar alle aspecten van geluid, lawaai en stilte in deze wereld.
Al in 1800 waren er actiegroepen die de noodklok luidden over het toenemende lawaai in de samenleving, verzet tegen lawaai is blijkbaar van alle tijden.
‘In het Londen van koningin Elisabeth I, in de zestiende eeuw, stonden er gevangenisstraffen op nachtelijk hoorngeschal en ‘een plotselinge schreeuw in de stilte van de nacht’, lees ik bijvoorbeeld in dit artikel, en Charles Baudelaire had na een bezoek aan Brussel in een pamflet zijn beklag gedaan over het lawaai in die stad. Zelfs aan het geblaf van de honden ergerde hij zich, wat de journalist van dit artikel doet besluiten dat schrijvers klaarblijkelijk de spreekwoordelijke kanaries in de koolmijn waren, ‘want min of meer in dezelfde periode beplakte Marcel Proust de muren van zijn slaapkamer met kurk, ten einde raad door de verbouwingswerken bij de buren, en drukte Franz Kafka de wens uit om eindelijk, eindelijk, eindelijk een hotelkamer te vinden die hem zou toestaan “zich af te zonderen, niets te zeggen, plezier te scheppen in stilte en ’s nachts te schrijven’.

Daarop volgde de oprichting van de Society for the Suppression of Unnecessary Noise, ‘niet zozeer een vereniging tegen lawaai, want veel lawaai is onvermijdbaar, maar wel tegen onnodige geluiden.’
En ook zeer interessant in dit artikel: filosoof Theodor Lessing vond lawaai ‘een teken van onvolwassenheid. Als individu, maar ook als samenleving. Naar zijn gevoel plaatsten burgers in de jongere westerse samenlevingen hun persoonlijke, biologisch gedrag nog te gemakkelijk boven het belang van het collectief, terwijl in de oudere oosterse beschavingen stilte al wel als een kenmerk van zelfdiscipline en wijsheid werd beschouwd.
In n adem uitte Lessing kritiek op het materialisme, de individualisering en het consumentisme dat hij rondom hem volop op gang zag komen. mensen raken gemakkelijk verslaafd aan producten en de meeste van die producten maken lawaai, daar kwam het volgens Lessing op neer. Het lawaai van de stad, vond hij, was “de wraak van hen die met hun handen werken op hen die met hun hoofd werken en hen wetten opleggen.”‘

Het verhaal eindigt ermee dat er toen al stiltedagen en stilteweken gehouden werden om het publiek de kracht van stilte – toen al stilaan een zeldzaam goed – aan den lijve te laten ondervingen en een soort ‘lawaai-etiquette’ bij te brengen.

En dan was er nog Adriaan Fokker die stelde: ‘De demon van het geraas moet worden bestreden met een nieuw beschavingsoffensief. Lawaai is altijd een teken van slechte machines of van slechte manieren.’

Daar kan ik het niet hartgrondiger mee eens zijn.

Dit was de laatste dag in de erker, ons vakantietje Zuienkerke zit erop. We hebben Ciarn zien passeren maar gelukkig ook een prachtige droge zonnige dag gehad, een flinke strandwandeling gemaakt, steengoeie garnaalkroketjes gegeten in ’t Werftje, de zonsondergang op een haar na gemist omdat er plots een wolkendek over de hemel gleed en ook vermeldenswaard ter aanvulling op het vorige Bericht uit de erker: na de derde saunaronde heb ik me alsnog in de buitendouche gewaagd. Dat viel buitgengewoon goed mee. Tot mijn telefoon en bril van de houten schutting gleden. Mijn telefoon zat gelukkig in een waterdicht zakje, maar die bril was erger – stel je voor dat ik erop trapte voor ik hem terugvond in het donker en die berg herfstbladeren op de grond. Maar met het lampje van de gsm is ook dat gelukt en zo viel er vanuit Zuienkerke niks dan goeds te melden. En wat was het er stil. Ik wed dat zelfs de vuilnismannen hier in stilte hun werk doen.

De grote vragen van het leven.

In het leven zijn er dingen die ik doe en dingen waar ik over schrijf.
Dingen die ik doe maar waar ik zelden over schrijf: werken, mediteren, lezen, eten, plasma geven, yoga en praten met mijn kinderen. Dingen waar ik over schrijf: zwemmen, wandelen, de kat en de hond, uitstapjes met ons busje, mijn kinderen toen ze nog klein waren en het nog niet erg vonden dat ik over ze schreef.
Toch zou ik soms beter wl schrijven over de dingen die ik doe zonder dat ik erover schrijf. Over dat mediteren bijvoorbeeld. Laatst hoorde ik namelijk acteur Peter De Graef (die al heeeeel veeeeeel meditatie-uren op zijn teller heeft) over mindfulness, en dat was zo inspirerend dat ik de pen dan toch ter hand genomen heb en de opgedane kennis bij deze graag met jullie deel.

Drie zaken trokken mijn aandacht: het introductietekstje in de nieuwsbrief dat interesse voor zijn lezing moest wekken, de theorie over de drie soorten van kennen die de acteur uit de doeken deed en het schoeisel waarmee de heer De Graef het podium besteeg.

Het intrigerende introductietekstje knip en plak ik hier rechtstreeks van de site van de Mindfulnessvereniging, die de lezing organiseerde, want meer to the point dan dit wordt het niet.
De titel van de lezing was: Het verhaal waarin we leven. En de tekst daarbij luidde als volgt.
‘We hebben allemaal, vaak zonder dat we dat weten, een verhaal verzonnen over hoe alles ineen zit. Een verhaal waarin de grote vragen van het leven worden beantwoord of op zn minst een plaats krijgen. Wie ben ik? Is er leven na de dood? Wat is de bedoeling van het leven? Bij ieder mens komen die vragen langs en worden ze behandeld. Al is het alleen maar in de zin van: Dat is een mysterie. Dat kunt ge niet weten. Om op die manier de handen vrij te hebben en zich bezig te kunnen houden met wat we wl kunnen weten. – carrire, relaties, zonnepanelen, barbecuerecepten etc. – Wt ook het verhaal is dat we onszelf vertellen; van n ding kunnen we zeker zijn. Het is niet waar! Het klopt niet!? Geen enkel verhaal! Van niemand! Toch gebruiken we dat innerlijk verhaal als richtingaanwijzer, als kompas waarmee we in het leven orienteren. We navigeren dus op een kompas dat niet klopt. Wat is daar aan de hand!?’

Zeg nu zelf, dat is een goede vraag, nietwaar? ‘Wat is daar aan de hand?’
Niet dat ik het n die lezing nu wel weet, maar zeker weten dat het verhaal dat we onszelf voortdurend vertellen niet klopt, dat alleen al maakt ons wijzere en bewuste mensen. Je trapt er niet meer zomaar in, in al die verhalen die we onszelf wijsmaken. Geloof niet wat je denkt, het is de waarheid niet.
En of wat we vervolgens denken te weten over carrire, relaties, zonnepanelen en barbecuerecepten de waarheid is, ook daar valt nog wel een boompje over op te zetten.

De introductietekst had me zo nieuwsgierig gemaakt om te gaan. Punt twee dat die middag vervolgens mijn aandacht trok: de drie soorten van kennen waarover wij als mens beschikken, maar waarvan we er meestal maar n gebruiken en vertrouwen: het kennen en weten van het brein. De wetenschap, de theorien, de boekenwijsheid…
Daarnaast bestaan er nog wijze vormen van kennen en weten, maar die blijven meestal onderontwikkeld en vooral onbenut. Met name de wijsheid van het hart: onze intutie, en de wijsheid van ons lichaam: ervaring. Mindfulness en meditatie brengen ons precies daarmee terug in contact, herstellen de verbinding met die sterke vormen van kennen en versterken die wijsheid om gezonder, bewuster en gelukkiger in het leven te staan.
Peter De Graef had voor deze theorie van het kennen zijn mosterd gehaald bij Steiner. Ik vond het bijzonder boeiend en vooral herkenbaar: door al mijn jaren mindfulness en zen heb ik ervaren hoeveel wijsheid ons lichaam te bieden heeft. En hoe weinig gebruik we daarvan maken. Met mindfulness valt daar een wereld te winnen.

En dan was er nog n detail dat mijn aandacht de hele middag vastgehouden heeft: de blauwe Crocs die De Graef met zwierige flair droeg onder zijn mooie blauwe kostuum met daaronder wit hemd en wit giletje.
Een mens die Crocs kan dragen onder zijn kostuum zonder zijn geloofwaardigheid te verliezen, ook dat is het mysterie.

Berichten uit de erker ~ Ciarán

Martine en Ingrid, u kent ze als bloggers, corresponderen ook met elkáár - al dan niet via hun bonte beestenboel - over wat het dagelijks leven met hen doet. En het aardige is: u mag allemaal meelezen.

Knusjes ingenesteld tussen de kussens in het erkertje van ons tijdelijke HomeExchange huisje in Zuienkerke, kijk ik uit over de tuin waarin storm Ciarán woest tekeer gaat. De takken van de enige boom midden in de tuin worden gegeseld door de storm en struiken zwiepen heen en weer. Naast me staat een flinke kop thee, er ligt een stapeltje boeken, de krant op de iPad, en mijn laptop heb ik op schoot.  Gelukkig hoef ik helemaal nergens naartoe. 
Hond Billie logeert bij Marie (jaha, wij bloggers stick together) en rosse Sam is gewoon thuisgebleven en krijgt haar natje en droogje van buurman Boudewijn. Wat moet een mens zonder Maries en Boudewijns?

Het is alweer een tijdje geleden dat ik geschreven heb, waar waren we gebleven? Oh ja, bij de thema’s lawaai, stilte, rust en dieren. De Morgen blijft artikelen over deze thema’s spuien in de reeks De Oorzaak. Daardoor ben ik weer een illusie armer. Ik verkeerde namelijk in de zalige veronderstelling dat Ingrids vis door zijn natuurlijke habitat in het water gespaard mocht blijven van de gruwel van onze lawaaierige buitenwereld. Quid non. Op maandag 30 oktober stond er namelijk deze kop boven een nieuw artikel: ‘Lawaai onder water. hoe geluidsoverlast de walvis parten speelt’.

Nee, echt?? Is het ook ónder water al om zeep met de rust in deze wereld? Heeft zelfs Ingrids vis geen rust meer in zijn leven?
Waar moet het heen, waar moet het heen?
‘Straks klinkt de oceaan voor een walvis als een rumoerig café’, zo stond er te lezen. De hoop dat er dan tenminste érgens op de wereld nog rust heerst, al is het dan onder water, kan bij deze ook op de schroothoop.
En het is waar. Ook als ik ga zwemmen (sorry, hier beginnen mijn thema’s geluid/lawaai en zwie-zwa-zwem een beetje door elkaar te lopen, maar ook dat komt door Ingrid, ik leg het je zometeen uit) is er steeds minder rust.
Onder water valt het nog wel mee, maar als je zoals ik schoolslag zwemt, breng je minstens de helft van je zwemtijd door bóven water, en daar is er veel geluid, lawaai en drukte. 
Ingrid raadde me naar aanleiding van mijn zwie-zwa-zwem-reeksje het boek De zwemmers van Julie Otsuka aan. Daar ben ik gisterenavond in begonnen hier in ons HomeExchange huisje in Zuienkerke. Eerst kregen we de kachel niet aan de praat, maar toen het vuur daarin eenmaal lekker knetterde, raakte ik ook op dreef in het verhaal.

Grinnikend van de pret las ik deze zin: ‘Mensen voor wie je moet uitkijken: agressieve baantjestrekkers, verbeten trappelaars, onbekommerde rugslagzwemmers, en ‘mannen van middelbare leeftijd die per se moeten versnellen zodra ze merken dat ze bijna ingehaald worden door een vrouw’.
Zo herkenbaar! Ik denk zelfs dat ik er ooit zelf al over heb geschreven.
Otsuka adviseert ook uit de buurt te blijven van de competitieve crawlers, en ook dat advies kan ik alleen maar onderschrijven nadat ik me voor de zoveelste keer verslik in een golf chloorwater door de deining die zij veroorzaken.
In de sauna na het zwemmen, is stilte ook een steeds schaarser goed. Zelden ben ik er alleen, en dat is helemaal niet erg want de sauna van het zwembadcomplex is er voor iedereen, maar hoe heerlijk zou het zijn als mensen daar gewoon hun mond hielden! Een sauna is geen babbelplek, het is een oord van rust en stilte.
Wat dat betreft, heb ik vandaag geluk: in het huisje hier in Zuienkerke is een sauna, en aangezien mijn Wim daar een hekel aan heeft, weet ik één ding zeker: vandaag ben ik zeker alleen in de sauna en zal er niets dan rust heersen, terwijl de storm buiten voortraast. Of ik na de sauna gebruik zal durven maken van de buitendouche, dat is weer een ander paar mouwen. Ciarán trotseren zal meer moed vergen dan ik in mijn lijf heb, en de storm is nog niet eens op zijn hoogtepunt, die gaat in de volgende uren nog aan kracht winnen, zo lees ik op de nieuwssites.

Maar terug naar de stilte en de vissen voor wie er net als voor ons mensen steeds minder van over blijft. Bij hen blijkt het een onverwacht effect van de klimaatverandering: door onze uitstoot van CO2 wordt het oceaanwater steeds een beetje zuurder. En omdat geluid in zuurder water volgens de wetten van de natuurkunde iets minder wordt afgeremd, draagt het geluid van bijvoorbeeld scheepsschroeven in een steeds zuurdere oceaan ook steeds verder. Voor het hele artikel kan je hier terecht, maar ondertussen blijf ik hier wel vol medelijden zitten in mijn erker (note to self: zo’n erker op de wish list van ons volgende huis zetten). Arme vis van Ingrid, arme walvissen en arme boom daarbuiten in de storm.
Ik denk dat ik nog maar een kop thee neem en heb te doen met Marie. Het is geen weer om een hond door te jagen. 

Antwoord uit de kattenmand ? Tik tik tik

Schrijver en collega-blogger Ingrid schreef - in het kader van onze wederzijdse blog-correspondentie - een geweldige reactie op mijn vorig blogje 'De luide medemens'. In antwoord verscheen haar blog Tik tik tik. Dat stuk kan je hier lezen.
Goed h? 

Sinds De Morgen haar grootschalige burgeronderzoek naar geluid in Vlaanderen lanceerde, blijft het artikelen regenen over geluid, lawaai, stilte en de impact op onze gezondheid.
Zelf bleef ik er ook mee bezig. Ik merkte nog andere storende geluiden op die op het hinderlijke lijstje ontbraken: muggen en hun slaapverstorende gezoem! Elke dag executeren mijn man en ik zeker een mug of drie zonder enige vorm van proces en dan nog worden we wakker van gezoem.
Sam vindt zo’n insect af en toe heel leuk spelmateriaal, maar muggen vangen, ho maar.
Snurken! Ik ben de ergste van ons twee. En ook daar kan ik niks aan doen, mijn atopische constitutie is de boosdoener in dit geval: hooikoorts, astma en de kat die op ons bed resideert.

Aya Sabi schreef binnen dit thema ook een column over lawaai vs haar nood aan stilte. Ze besluit: ‘Ik ben hypersensitief, dat weet ik. Tegelijk weet ik ook dat de wereld te luid is.’
Ik ben het zo met haar eens. Die luide wereld is te vaak te luid.
En de tinnitusprofessor – audioloog moet ik eigenlijk schrijven – die gisteren in de krant aan het woord kwam over de vervelende tuut-ziekte die zoveel mensen treft, poneert heel stellig: ‘Onze problemen met geluid zijn een expressie van een overbelast brein. Mensen willen geen stilte, ze willen rust.’ Hear hear, zeg ik hardop tegen niemand in het bijzonder – Sam slaapt boven op bed en Billie scharrelt rustig rond tussen de stapel snoeihout die op een hakbijl wacht – en trommel eens goedkeurend met mijn knokkels op het houten tafelblad.
Verderop in datzelfde interview: ‘Het probleem wordt versterkt doordat we behoorlijk overprikkeld zijn. […] Mensen zijn overmatig gespannen en dan komen geluiden veel harder binnen.’
Tja denk ik dan, maar dat is een kip-en-ei-probleem. Wat was er eerst? Onze complexe, veeleisende en luide samenleving of de overprikkeling die maakt dat je dit allemaal lastiger verdraagt?

De tuut-professor vervolgt: ‘Veel heeft te maken met je emotionele en mentale staat. Hoe luid je geluid beleeft, is heel persoonlijk. […] Persoonlijkheid speelt daarin een rol. De patinten die ik zie, hebben wel wat gemeen: ze zijn gevoelig, hebben de neiging om spanning op te kroppen, zijn perfectionistisch en houden van controle. Ze worden er gek van dat ze dat geluid niet kunnen controleren. […] Tinnitus is een alarmbel. Een psychosomatische klacht die wijst op andere problemen. Als je niet voldoende ventielen hebt waarlangs de druk kan ontsnappen, dan komt de stoom uiteindelijk bijna letterlijk uit je oren. Daarom is inzicht in hoe je zelf in elkaar zit en hoe je denkt heel belangrijk in de behandeling van tinnitus.’

Ik had gelukkig een disclaimer genoteerd in mijn blogje, namelijk dat het een niet-exhaustief lijstje betrof, dus u zult er als lezer vast zelf nog allerlei hinderlijks aan toe kunnen voegen. Het blijft nu eenmaal voor een groot deel subjectief, wat we kunnen verdragen en wat niet.

Dit stukje schrijf ik in het zachte nazomer-zonnetje aan de terrastafel. Twee tuinen verder ratelt de grasmaaier, en ergens achter mij wordt een haag bijgeschoren. Gelukkig is het zaterdag, dan mag het en heb ik er weinig last van. Op zondag verdraag ik dat geluid niet. En zo leren we bij, over hoe dat werkt met lawaai in ons brein.
Doe dus mee en leen uw oren aan De Oorzaak om geluid in Vlaanderen in kaart te brengen: demorgen.be/oorzaak.

Oh ja, u hebt allemaal de groeten van Sam. Die heeft nergens last van. Ze slaapt, op ons bed. Zodat ik vannacht weer een verstopte neus krijg en niks kan doen aan mijn gesnurk.

Naschrift
Dit blogje schreef ik op zaterdag. Ik kon het niet posten omdat er iets mis is met de automatische publicatieknop naar de volgers en naar Facebook, en zelf kreeg ik dat euveltje niet opgelost. De webmaster bleek met vakantie.
Zo werd het zondag. Buiten op het terras zat ik heerlijk met mijn neus in de weekendkrant toen verderop in de straat een heggenschaar de zondagsrust doorbrak. Vriendelijk ben ik gaan vragen om dat niet op zondag te doen. Nu zal ik wel het etiket van verzuurde buur krijgen. Maar wie weet hoeveel buren blij zijn dat toch emand er iets van durfde zeggen.

Berichten uit de kattenmand ~ De luide medemens

Martine en Ingrid, u kent ze als bloggers, corresponderen ook met elkaar - al dan niet via hun bonte beestenboel - over wat het dagelijks leven met hen doet. En het aardige is: u mag allemaal meelezen.

Luid knorrend loopt Sam voor me uit de gang door. Haar staartje priemt kaarsrecht de lucht in, alleen het uiterste puntje is gebogen. Een pijltje waarmee ze lijkt te wijzen ‘hier is het te doen’. ‘Hier’ dat is haar etensbakje aan het einde van de gang. Zodra ze in alle vroegte merkt dat er iemand wakker wordt – de kunst is dus om zo weinig mogelijk te bewegen zodat je nog een beetje kan doezelen – springt ze enthousiast op ons bed en klautert op het bewegende lijf. W?e haar ontbijt voorziet, dat maakt haar niet uit, maar wel dat dat zo snel mogelijk gebeurt. Helemaal vrolijk bij het vooruitzicht op ontbijt, spint ze zo hard als ze kan, laat zich heel eventjes aaien en rent de gang in als ze denkt beet te hebben: de ontwakende mens maakt aanstalten om op te staan. Waarna dus dat luide geknor in de stille donkere gang weerklinkt.
Dagelijks ochtendritueel, heerlijk geluidje.

Niet zo heerlijk: de luide medemens.
Die komt in vele vari?teiten, hierbij een poging tot een niet-exhaustieve lijst (van hinderlijke mensen en geluiden).
De bellende mens op bus en trein – maar daar heb ik al genoeg over gezeurd.
De Facebook-scrollers die alle langskomende filmpjes afspelen zonder oortjes of koptelefoon.
Muzak in wachtkamers, koffiebars en winkelstraten… of nog erger: vrije radio vol gewauwel en reclame ertussen.
De mannen – ja, altijd mannen – die in de sauna zuchten, steunen, kreunen, hun neus ophalen, rochelen, de houten hoofdsteuntjes kletterend opzij schuiven en wellustig het zweet van hun lijven blijven wrijven.
Of die in de sauna komen om godbetert te kletsen.
De feestende buurtmens – tenminste als het feest me belet in slaap te vallen, maar gelukkig lukt me dat meestal wel met oordopjes in en het slaapkamerraam dicht.
Knetterend opgevoerde brommers.
Het nerveuze ’tsss tsss’ waarmee Marokkaanse moeders hun kinderen sussen en wat ook ‘nee’ kan betekenen. Die kinderen worden er net zo nerveus van als ik. Vanuit mijn eigen opvoeding klinkt het geluid nameljk heel anders dan zij het bedoelen: ik hoor afkeuring en afwijzing.
Luide Hollanders in Antwerpen, in de film,… Ik hoef echt niet je hele gesprek te kunnen volgen als ik zes rijen verder zit.
De piepjes van al die notificaties die mensen niet afzetten en zo onbedoeld opdringen aan hun omgeving. Vooral het standaard Andro?dgeluidje voor binnenkomende berichten is me een doorn in het oor.
De sloffende mens. Til je voeten op!
De smakkende en prakkende medemens.
De met open mond kauwgom kauwende medemens.
Lepels die hard neerkomen op potten en pannen.
Deuren en lades die de luide medemens hard dicht gooit.
Campingburen met keiharde muziek.
De afschuwelijke airco in het slaapkamertje op de huisartsenwachtpost.
De snoodaard die het waagt op zondag zijn gras te maaien of de haag te scheren. Bladblazers en hogedrukspuiten idem dito. Bekentenis: soms stofzuig ik zelf op zondag mijn tuinkamer. Wie zonder zonde is werpe de eerste steen.

De Morgen gaat een groot onderzoek doen naar lawaai. Doe mee en schrijf je in voor De Oorzaak, het grootste burgeronderzoek over geluid. Al de hele week staat de krant vol artikels over lawaai en wat het met ons doet. Hoe het vele mensen vele levensjaren kost. Lawaai is dodelijk.
Ik leer veel bij uit die artikels. Dat de ervaring van geluid in grote mate subjectief is. Wat voor de ene persoon bijzonder storend is, merkt de ander helemaal niet op. Of zoals een van de journalisten schrijft: als mijn buurman op zaterdag met de grasmachine in de weer is, hoor ik dat nauwelijks. Maar wanneer hij hetzelfde lawaai produceert op zondag, irriteert me dat enorm.’
Het wordt nog complexer omdat de ervaring van geluid voor een stuk genetisch bepaald is. Er is meer aan de hand dan alleen subjectieve beleving. Zo verschilt ook de manier waarop je lichaam op geluidsgolven reageert en hoe je hersenen geluid interpreteren per persoon.
Ik zal mijn man dit krantenartikel eens onder zijn neus duwen als hij weer met zijn ogen rolt op mijn vraag om oortjes in te doen als hij zijn door zijn tijdlijnen scrolt, want h?, het is niet mijn schuld dat dat geluid zich rechtstreeks een weg wurmt naar mijn amygdala. Het is de schuld van hersenen, ik kan er niks aan doen.
‘Emoties zoals machteloosheid en bezorgdheid wegen ook door’, zo lees ik nog. ‘Zit je met het frustrerende gevoel dat wie verantwoordelijk is voor het lawaai het zou kunnen vermijden maar niets doet?’
Ja, nu snap ik waarom de bus-beller mij zo tot waanzin drijft.

‘De waterkoker van mijn moeder ’s morgens in de badkamer’, zou mijn dochter nog toevoegen aan deze waslijst van ergerlijke geluiden. ‘En als ze uit ochtendlijke klunzigheid weer maar eens haar haarborstel laat vallen.’ Plastic op een harde vloer, aauw!
Nog pijnlijker aan haar jonge oortjes: het gezoem van de leeslamp in de woonkamer. Wij horen dat niet meer, ouder worden heeft soms zijn voordelen.

Ik dacht altijd dat er niets heerlijkers was dan een kat te zijn. Sam knort lekker overal doorheen. Maar sinds ik Ingrids vis heb leren kennen, begin ik te denken dat dát het walhalla moet zijn. Welbeschouwd is de hele leefwereld van zo’n vis één gigantische koptelefoon.

Ontdopen

Martine en Ingrid, u kent ze als bloggers, corresponderen ook met elkr – al dan niet via hun bonte beestenboel – over wat het dagelijks leven met hen doet. En het aardige is: u mag allemaal meelezen.

Beste Ingrid,

Sinds Sam kantoor houdt op onze slaapkamer, moet ik naar boven als ik haar wijze licht wil laten schijnen over een heikele kwesties die ik niet verteerd krijg. Nu er een hond bij gekomen is in hr huis, verwaardigt ze zich enkel nog naar beneden te komen voor het hoognodige (muizen meedogenloos treiteren om ze daarna aan flarden te scheuren, of in de zon haar pelsje gloeiend heet laten opwarmen) en dan nog onder strikte voorwaarden. Dat wil zeggen: alleen als wij als politieagenten waken over de verkeersstromen van de in vacht gehulde gezinsleden doorheen dat huis. Onze rollen zijn duidelijk: de ene leidt de hond af met lieve woordjes en aaitjes, de andere houdt tussen- en voordeur open zodat Sam ongemerkt naar buiten kan glippen. Glippen klinkt sneller dan het er in werkelijkheid aan toegaat. Door haar deurentrauma waarover ik in een eerder blog vertelde, kan dat glippen tot een kwartier in beslag nemen. De hond vindt dat prima en geniet gedurende het hele proces van al die onverwachte aandacht.

Omdat ik met een vrije geest van gedachten wilde wisselen over de netelige kwestie van het ontdopen, toog ik dus met de weekendkrant onder de arm de trap op.
‘Ik vind dat ontdopen vreemd, of toch zeker hoe mensen ermee uitpakken. Op mij komt het over als het nieuwe deugpronken, een soort held willen zijn,’ lees ik haar voor uit het artikel dat vier volle paginas lang een antwoord probeert te bieden op de vraag Hoe almachtig en rijk is de kerk hier nog?
Sam houdt haar blik gefixeerd op een mug die tegen het vliegenraam zit. Ik hoop dat ze hem pakt en lees verder: ‘Ik zie niet in waarom ik me uit het doopregister zou laten schrappen: het heeft geen enkel gevolg. In de praktijk ben ik al heel lang geleden uit de katholieke kerk gestapt, op de enige manier die er echt toe doet: door er niet meer aan deel te nemen.’

Oei, zeg ik tegen Sam, ik heb er wel heel hard aan deel genomen, aan werkelijk lle overgangsstadia van mijn leven is een priester te pas gekomen. Doop, twee communies, katholieke basisschool, daarna een strenge nonnenschool voor het middelbaar en vervolgens studeren in Leuven aan een universiteit die zijn K vooralsnog niet wil laten vallen, huwelijk en tenslotte alledrie de kinderen laten dopen, eerste communie en bij twee van de drie ook een plechtige communie.
Ik heb een fantastische oom gehad die pastoor was en openlijk een vriendin had. Joke kwam gezellig mee naar alle familiefeesten en iedereen vond dat prima. Oom Ton was een franciscaan en ik houd warme herinneringen aan bezoekjes aan de communiteiten in Amsterdam en Brussel waar hij gewoond heeft. Toch schuurde er al lang iets.
God afzweren en mezelf een athest noemen, ging me nog te ver, ik heb me dan maar lange tijd als een culturele katholiek beschouwd en dat vond ik een prima tjevencompromis. Zeggen dat er een god was, dat kreeg ik ook niet meer over mijn lippen, maar dat er wel ‘iets’ was, daar kon ik mee leven.

Sam heeft de mug nu te pakken. Voor de aai die ik haar dankbaar wil geven, duikt ze weg. Sam heeft een vermijdende hechtingsstijl overgehouden aan haar jeugd met het deurentrauma.
Toen ik voor het eerst een euthanasieverzoek op mijn bord kreeg, heb ik nog flink moeten worstelen met dat katholieke gepokt en gemazeld zijn. Mocht een mens wel dood gemaakt worden? Maar toen ik begreep dat het ging om het helpen van een mens in zijn diepste nood, was de schuldvraag niet meer aan de orde.

Sam heeft geen enkel probleem met muizen en vogeltjes de strot afbijten. Zelfs als ze al lang niet meer bewegen, speelt ze er nog uren mee. Ze gooit de bloederige lijkjes in de lucht en gaat vervolgens helemaal op in haar eigen spelletje en doet alsof ze nog leven. Wreed.
Ooit was de kerk een bron van zekerheden, nu zijn er meer vragen dan antwoorden, en veel wrede daden.
Sam draait een paar rondjes rond haar eigen as om zich zo compact mogelijk opgerold tegen de opgeslagen rand van het dekbed te nestelen.

Ik lees verder voor. ‘Zowat 80 procent van alle middelen die in totaal naar levensbeschouwingen vloeien, gaat naar de katholieke kerk. Dat staat niet in verhouding tot het aantal effectieve gelovigen. […] Het systeem is archasch tot en met.’ Sam luistert niet. Waarom zou ze ook? Het systeem blijkt sinds de invoering door Napoleon niet meer veranderd. Haar oogjes zakken dicht en ze maakt aanstalten om een dutje te gaan doen.

Vorige week heb ik de mail om te ontdopen naar het bisdom Antwerpen gestuurd. ‘Ben ik nu een deugpronker?’ vraag ik aan het zachtjes induttende diertje. Ik kriebel haar onder haar kinnetje en dat laat ze zich welgevallen. Door haar kopje naar links of rechts te draaien, stuurt ze mijn hand naar de plekjes waar ze graag gekriebeld wil worden. Sam weet wat ze wil. En ik?
Sinds de documentaire reeks Godvergeten, wil ik er echt niet meer bij horen.
Maar dat gaat zomaar niet. In antwoord op mijn mail, stuurt het bisdom me nog wat huiswerk vooraleer ze bereid zijn me uit het doopregister te schrappen.

Sam heeft nu schoon genoeg van mijn gekriebel. Als haar limiet bereikt is, krijg je een lel. Haar pootje haalt vliegensvlug uit en als je niet snel maakt dat je weg bent, krast ze met haar vlijmscherpe klauwtjes een paar rode strepen op je arm. Wegwezen geblazen, madam heeft nood aan rust. Ze krult zich terug op en knijpt haar oogjes stevig dicht.

Ik vertel haar nog snel wat ik leerde uit de podcast van De Standaard over hoeveel van ons belastinggeld naar de katholieke kerk gaat. Het zou gaan om zo’n 80 tot 90 euro per persoon. Van mij mag dit geld linea recta naar de kinderopvang. Of naar daklozen en vluchtelingen. 
Een pak beter besteed lijkt me dat.

Verstoord in haar slaap trekt Sam een oog verwijtend open. En al die kaarsjes die jij in kerken brandt dan? Stop je daar dan ook mee? En al die pauzes die jij neemt in kerkgebouwen omdat je zo van de rust daarin houdt?
Alsof kerkgebouwen en kaarsjes onmisbaar zijn, zo lijkt Sam ongegeneerd te demonstreren. Wat heb je meer nodig dan een lekker warm bed, een kommetje vol brokjes en af en toe een vette muis?

Thanks Sam, good talk.

Hallo vissenkom, hoort u mij? ?? Rooksignalen uit de kattenmand.

Martine en Ingrid, u kent ze als bloggers, corresponderen ook met elkr - al dan niet via hun bonte beestenboel - over wat het dagelijks leven met hen doet. En het aardige is: u mag allemaal meelezen.

Eergisteren waaide ik bijna van mijn fiets. Ik was op weg naar een terminaal zieke patient toen de plots opgekomen stormwind me enthousiast in de flank beukte. Ei zo na vloog ik de berm in.
Met een ruk aan het stuur, hield ik mijn fiets en mezelf gelukkig op het rechte pad.
Stormwinden en gesprekken over een naderende dood veegden mijn hoofd schoon. Weg met muizenissen en ballast. Een nieuw schrijfidee zag zijn kans schoon en sprong meteen in het lege gat van de schoongeveegde ruimte.

Zeg Ingrid, wat zou je ervan vinden om een heen-en-weer-blog te starten tussen jouw vis en mijn beestenboel, zijnde een kat met een deurentrauma en een hond met een gedragsprobleem?
Collega-blogger Ingrid van de blog Rimpelingen schrijft namelijk al een tijdje over de logeervis die afgelopen zomer bij haar introk, en ik volg die reeks met groot plezier. Ik ben onvoorwaardelijk fan. Bij elke nieuwe aflevering van haar serie In de vissenkom, gaan mijn vingers jeuken om te schrijven en dienen de ideen zich in rotten van drie aan. Dat heb ik altijd al gehad. Ooit had ik zo een leuke schrijfconnectie met collega huisarts Bram Tjaden in Medisch Contact, de reeks heette ‘Bram & Martine in gesprek’ en als ik daar nog eens in terug blader, geniet ik opnieuw van de verhalen. Helaas werd de reeks vroegtijdig afgevoerd door Medisch Contact en stierf tot mijn grote spijt een stille dood. Nu zag ik een nieuwe kans. Want heen en weer schrijven is geweldig inspirerend.
Schotel mij een leuk verhaal voor en de inspiratie begint te stromen.
Tel daarbij op: ik schrijf te weinig, ik had nood aan een nieuwe prikkel.
En plus n is drie, dus ik trok de stoute schoenen aan en schreef haar een mail. Zin om samen te schrijven?

Er kwam een enthousiast antwoord terug en Ingrid had er ook wel zin in maar zag nog wat beren op de weg – om het maar even bij de beesten terminologie te houden.
Reageert de ene op de andere? vroeg ze me, de vis op de kat/hond, en omgekeerd, of reageren wij als baasjes op elkaar? Spreken we van tevoren een onderwerp (uit de actualiteit?) af en refereren we dan naar elkaars blog? Hoe zie jij dat concreet? Gaan we daarna onze columns bundelen :-)? Gaan we misschien zelfs een brievenroman schrijven?

Een hoop terechte vragen.
Maar ik hoorde vooral het juichen van mijn hart: ja! ja! Natuurlijk gaan we onze columns bundelen! En een brievenroman is helemaal een mooie droom!
En zoniet, dan hebben we toch zomaar een hoop schrijfplezier onderweg.
Ingrid zei dus ja, want ook zij kan af en toe wel een duwtje in de rug gebruiken om zich aan het schrijven te zetten.
We hebben dus nog wel wat uit te zoeken, maar gaandeweg zal zich dat allemaal wel uitwijzen en bij deze alvast een eerste aanzetje tot wat het misschien zou kunnen worden. Het hoeft ook allemaal niet meteen raak te zijn he, het is maar een blog, het schrijfplezier primeert.

Dit vertelde ik allemaal heel enthousiast aan Sam, onze rosse kat met het deurentrauma en het hangbuikje. Sam, ik ga een reeks over jou schrijven. En over Billie. Leuk h?
Sam lag lekker op haar vaste plekje – ons bed. Het kon haar weinig schelen.
Sam komt uit een asiel en is zoals het katten betaamt een heel eigengereid beestje. Ze duldt geen liefkozingen behalve wanneer ze daar zelf om vraagt, en dat gebeurt enkel ’s avonds of in de heel vroege ochtend. Dan mogen we haar over haar kopje kriebelen maar aan haar buikje mogen we niet komen. Doe dat en je hebt meteen flinke haal te pakken. Hoe ze aan haar deurentrauma komt, is een groot raadsel. Dat zullen we nooit weten want we kennen haar voorgeschiedenis niet. Feit is dat ze bij elke passage van een deuropening – gelukkig hebben wij een heel open huis en hoeft ze amper deuren te passeren – een half uur staat te weifelen of ze er wel door durft, om dan vervolgens met een enorme sprong verschrikt de horde te nemen.
We hebben haar leven tot een nog grotere hel gemaakt toen we er ook nog een geadopteerde hond bij namen, Billie, een lieve mislukte mix van een Mechelse herder en een border collie. Een mens doet alles voor zijn kind, h? Maar Sam nam het sportief op: als ik boven mag komen wonen, dan mag die rothond wel blijven. Zo geschiede, en sindsdien heeft ze ons bed dus tot haar hoogspersoonlijke domein geannexeerd. Iets wat ik altijd verafschuwde als ik dat hoorde van anderen, en wat met mijn astma en kattenallergie ook totaal onverantwoord is natuurlijk.
Ik gaf dit stuk dan wel de titel Uit de kattenmand mee, maar die mand daarboven op onze slaapkamer negeert ze hautain, ons bed is veel lekkerder.
Onverstoorbaar likte Sam haar hangbuikje en keek me eens scheef aan toen ik haar vertelde over de vis die een muze is geworden.

Ingrid en ik delen behalve onze liefde voor schrijven ook een paar grote verschillen. Ingrid heeft namelijk al een echte roman geschreven, Duiven komen altijd terug, een fantastisch debuut en iets waar ik alleen maar van kan dromen. En verder is Ingrid er steengoed in om kort op de bal van actuele thema’s te spelen, terwijl ik meestal meer het persoonlijke als onderwerp heb. Maar wie weet is dit dus wel een mooie uitdaging om daar ook eens wat mee te gaan experimenteren. Dit soort thema’s benaderen met omtrekkende bewegingen via de beestenboel, lijkt me een mooie manier om de angel eruit te halen en de dingen toch te benoemen. Ben benieuwd waar het ons brengt.

Ook Ingrids vis en onze beestenbende verschillen op enkele essentile punten grondig van elkaar. De vis praat niet, heeft geen vacht en is zodoende per definitie niet knuffelbaar. Onze harige vriendjes daarentegen vullen het hele huis met hun harige stofwolken. En ze praten wl, en nog hard ook. Billie beschikt over een uitgebreid blafregisteren en ook Sam kan miauwen in vele toonaarden die allemaal iets anders willen zeggen. Veel daarvan hebben we in de loop der jaren leren begrijpen, af en toe blijven haar mauwtjes raadsels. Deze keer was ze niet mis te verstaan.

Vis? zag ik haar denken, daar lust ik wel pap van.
Wat vindt jouw vis daar nu van, Ingrid?

Heimwee naar de telefooncel

Het wordt nooit wat met het openbaar vervoer als er niet ook iets aan het ergerlijke fenomeen van het busbellen wordt gedaan. Eten en drinken op de bus mag niet meer en dat was een goede stap voorwaarts maar de busbellers zijn een veel grotere doorn in het oog van mensen zoals ik die dat momentje onderweg graag op een zo aangenaam mogelijke manier willen doorbrengen.

Elke keer dat ik de bus neem, en dat doe ik best regelmatig, is het prijs. Vandaag wat het een Italiaans jong huppeltrutje in een strak fuchsia lycrabroekje dat de sfeer kwam bederven. Vanaf het moment dat ze in Geel opstapte tot bijna een heel uur verder waar ze er tot mijn grote opluchting (en niet alleen die van mij) in Aarschot weer uitstapte was ze luid in gesprek met de persoon in haar koptelefoon. Italiaans is dan nog eens luid in het kwadraat met al die uithalen en zangerige toonvariaties. Prachtige taal in films, muziek en buiten op terrasjes maar niet in ongevraagde conversaties op de bus. Eenzijdige telefoongesprekken klinken veel invasiever dan fysiek met elkaar babbelende mensen.

En wat kun je nu een uur lang te bespreken hebben dat zo dringend over de telefoon moet? Spreek lekker af en ga gezellig op caf eindeloos met je vrienden zitten kletsen, maar stop het kwellen van de arme medemens die op zijn gemak zijn krantje of boek wil lezen, of gewoon wat voor zich uit zit te kijken. Ik snap best dat het soms niet anders kan en dat je even een telefoontje moet doen, maar beperkt dat dan tot het hoognodige.
Zouden ze werkelijk niet in de gaten hebben hoe hinderlijk ze zijn, die busbellers? Of kan het hen gewoon geen zak schelen?
Ik vrees het laatste. Ik denk dat ze echt wel weten hoe vervelend ze zijn: ze kijken altijd weg als ik ze met een verstoorde blik in hun richting tot inkeer probeer te brengen en zien je zogezegd echt niet.

Vragen om te stoppen helpt ook niet, dat heb ik al uitgeprobeerd, en natuurlijk heb ik oortjes in met noise cancelling. And guess what, het huppeltrutje snerpt daar los door, mijn oortjes zijn niet bestand tegen het volume van haar unilaterale telefoongesprek.
De luide medemens, voorwaar een lastig soort. Soms verlang ik naar de tijd dat een mens onderweg enkel in een telefooncel kon bellen.
Niet eten, niet drinken en niet bellen op de bus. En als het echt moet, hou het kort. Zullen we dat voortaan afspreken?
En nu maar hopen dat ik straks op de terugweg niet weer prijs heb.

Zwie zwa zwem (3)

Languit gedrapeerd op een zetel in de tuin lig ik te zweten als een otter. Uit letterlijk vier zwembaden rondom mij waait een vrolijk geplons me tegemoet.
De weerprimeur is locaal wereldnieuws van formaat, een hittegolf in september hebben we nog nooit meegemaakt.
Het zijn niet eens vier zwembaden waardoor ik omringd ben, het zijn er acht. Twee daarvan worden vandaag niet beplonst – niet thuis? – en van de overige twee draagt het geluid niet tot in onze tuin.
Klimaatopwarming iemand?
Wat zou het mooi zijn: elke wijk een eigen plonsvijvertje dat dient als buffer om hemelwater op te vangen en vast te houden en waarin alle buurtkinderen (en hun als otters zwetende moeders en vaders) wat afkoeling mogen zoeken.
Snakken we daar niet allemaal naar?
Gelukkig is de redding nabij. Het gemeentelijk zwembad is weer open na een grote onderhoudsbeurt.
Plons.

Zwie zwa zwem (2)

Wachtdienst sucks. Echt waar. Zeker sinds ik als vrije vogel toch aan handen en voeten gekneveld word door de wachtpost: ook een parttime freelancende vrijbuiter krijgt een fulltime wachtrooster opgelegd. Het raakt kant noch wal, maar bezwaar aantekenen haalt niets uit.

Wachtdienst suckt dus extra nu, maar ach, als die wachtdienst maar vier uur duurt, als je met een fijn team werkt (geen zure mopperkonten vandaag, hetgeen men nogal eens aantreft op zulke shiften; edoch zelden bij een bijna-volledig vrouwenteam), als je tussen de telefoontjes door je uitpuilende mailbox wat kunt opkuisen, als er tijd is voor een babbeltje met de collega’s en voor een stukje zelfgebakken blueberry bananabread tussen de bedrijven door, als je toch weinig kunt ondernemen met dit druilerige weer, als je een supercollega hebt die de terugkomsessie mindfulness overneemt (waar ik overigens veel liever gezeten had, shout out to Marie, thx!!), als je na de wachtdienst tussen de regenbuien door droog bij het zwembad geraakt op het rustigste tijdstip van de zondag en vervolgens kunt genieten van baantjes trekken, een al even deugddoende sauna/bubbelbad/stoombadsessie waar verder bijna niemand is (ik mediteer dan maar in de sauna ter vervanging van de mindfulness terugkomsessie. Note to self: oordopjes meenemen voor het rustmoment op het ligbed na de sauna), als je dan zelfs de douches helemaal voor jezelf hebt en nt klaar bent met een uitgebreide douche-met-scrubbeurt op het moment dat er een roedel van wel veertig uitgelaten kereltjes van een jaar of twaalf binnenstormt en als daar zo volop genietend weer een blogje naar boven plopt dat je even later in een fijn bruin caf achter een smaakvolle Corsendonk Pater Dubbel lekker uit kunt tikken, ach…

Ach, en zlfs als dan het douchewater na de sauna verre van koud is, ach, zelfs dn.
Zelfs dan zijn er vast ergere dingen dan een wachtdienst.