Vetzakken

Het zou ironisch geweest zijn als het niet zo schrijnend was: op het nieuws hoor ik hoe mensen ’s zondags bij de bakker minder kopen dan vroeger omdat de prijzen zo verhoogd zijn. Even later vind ik een volledig brood op mijn zwerfvuilrondje.
Verder spaar ik bijna een fiets bij elkaar: voor- en even verderop achterlicht, koptelefoon (onmisbaar op de fiets) en fietstas vind ik allemaal onderweg.
De stad maakt het haar zwerfvuilvrijwilligers ondertussen onbedoeld moeilijk door de bermen ‘mooi’ af te maaien: nu moet ik blikjes in elfendertig gruzelementen bijeenrapen, wat n贸g meer werk is dan al die blikjes apart. Het zijn er zoveel.

Een gebroken porseleinen bord.
Het onvermijdelijke McDonald’s meal, all茅 toch de veel te omvangrijke verpakkingsresten ervan. Waarom moet dat in honderd doosjes en zakjes en bekers met dan nog eens tien servetten erbij?
En een lege pilstrip. Goedzo. Zwerfvuilveroorzakers, gelieve zich te onthouden van voortplanting. Ook een lange termijn oplossing van het zwerfvuilprobleem 馃槣
Wie zouden dat trouwens zijn, die zwerfvuilveroorzakers?
Vetzakken. Dat schrijft Els Van Doesburg er toch over in haar column in De Morgen op 13 mei jongstleden waarin ze de geestesgesteldheid van de zwerfvuilverzoorzaker fileert.
Ik ben geneigd het met haar eens te zijn.

Van zwerfvuil en snurkende muzes

Sorry, weinig geschreven laatste tijd, dat komt omdat ik werk.
Van werken word ik voornamelijk moe aan het einde van de dag, en al zou je denken dat al die verhalen die ik heelder dagen beluister in de geheimhouding van de spreekkamer aanleiding geven tot een hoop schrijfinspiratie, dat blijkt dus niet het geval. Merkwaardig genoeg snurkt mijn muze zich lustig door al die verhalen heen en houdt zich stokdoof, doofstom en hardnekkig slapende tegelijk.
Werken is fijn, en de praktijk waar ik momenteel vervanging doe is super, maar schrijfinspiratie oogst ik er amper.
Die moet ik dus elders zoeken. Op zwerfvuiltochten bijvoorbeeld. Van zwerfvuilruimen gaat de inspiratie weer stromen – getuige daarvan dit blogje.

Vanochtend trok ik er nog eens vroeg op uit om een vies hoekje op te ruimen dat me al een tijdje een doorn in het oog was. In de muziekloze koffiebar waar ik het liefst mijn zaterdagochtenden doorbreng, kan ik pas vanaf negen uur terecht en de dubbeldikke verse weekendkrant was gelukkig al geleverd, dus daar hoefde ik niet meer op te wachten om te kunnen vertrekken.
Het zwerfvuil was blij om me te zien: ‘neem mij eindelijk mee’ smeekte het me, en een heel blij colablikje rolde me zelfs enthousiast tegemoet over de weg, daartoe aangespoord door een fel windje dat de kop opstak.
Ook de rest van de troep lag er nog, geduldig wachtend op redding van hun troosteloze lot.
Zij blij, ik blij, want van zwerfvuil ruimen gaat mijn energie en inspiratie altijd weer stromen, al moet ik oppassen voor het gevaarlijke omslagpunt waar ik er in plaats van blij, boos van word. Boos op al die veroorzakers van dat zwerfvuil. Wie heeft vandaag al die boterkuipjes rondgestrooid? Welke vervelende hondeneigenaars doen het kakje wel in een zakje maar gooien dat zakje vervolgens in de berm?
En wanneer, o wanneer gaan we eindelijk, onder het motto ‘de vervuiler betaalt’ de McDonald’s en de Red Bulls van deze wereld zwerfvuilbelasting aanrekenen zolang zij zelf hun klanten niet willen responsabiliseren middels statiegeld?

Ik weet dus wat te doen als mijn energie- en inspiratiepeil een opkikker kunnen gebruiken. Gek genoeg weten veel mensen dat totaal niet. Dat merk ik haast elke dag in de spreekkamer. Aan wie, om welke reden dan ook, in een dip zit, stel ik vaak de vraag wat hun energiegevers zijn. En altijd weer sta ik ervan versteld hoe weinig mensen daar vlot op kunnen antwoorden. Velen hebben geen enkel benul, hebben er nog nooit over nagedacht en weten niet wat hun helpt als het even wat moeilijk gaat.
En zo zie je maar weer: er valt dus toch inspiratie te halen uit een werkdag.
Het is dan ook maar net zoals Jana Antonissen schrijft in haar column in dm.magazine vandaag: ‘Met een beetje wilskracht schuilt in zowat alles een verhaal. Schrijven is een mooi excuus om eender welke konijnenpijp in te duiken, jezelf ongevraagd overal mee te bemoeien. […] Misschien moeten we onszelf wel wijsmaken dat we meerwaarde produceren, wat rest ons anders nog?’

Konijnenpijp of niet, al dat zwerfvuilrapen heeft dus wel degelijk zin en ik bemoei me graag. Maar het kantelpunt komt altijd. Op tijd stoppen met ruimen is dan de boodschap. En dat komt goed uit, want de zak is vol en ik ben bij de koffiebar.
Die dode duif heb ik maar laten liggen.

Wees geen zwijn

Lang geleden dat ik nog eens zwerfvuil ben gaan rapen, maar na vandaag ben ik er ook meteen weer voor een tijdje van genezen.
Met dank aan een blauwe plastic emmer in de berm die, toen ik hem in de zak wou stoppen, vol mensenkak bleek te hangen. Gadver!!

Overige curiosa op deze tocht: een doos donuts, de resten van een uitgebreide frietmaaltijd met wel twintig papieren servetten en minstens vijf verschillende potjes sausen waarvan de helft onaangebroken, de verpakking van een paar ‘handcuffs’, een zwangerschapstest en drie zakken kattenbakvulling. Ja, een huisdier kost geld, en die bollen kattenbakvulling wegen zwaar door in je huisvuilcontainer. Dat zijn dure kilo’s om te betalen. Probleem?
Neem dan geen kat.
Eet je friet thuis op.
En doe ook uw gevoeg daar.

Toch is er ook goed nieuws van het zwerfvuilfront. Ik merk al een tijdje dat er opvallend minder zwerfvuil ligt. Of dat ik op bepaalde plekken wel veel zwerfvuil zie liggen, en me voorneem om daar een keer op te gaan ruimen, maar dat het bij een volgende keer passeren alweer opgeruimd blijkt. Fantastisch. Geweldig.
Dat kan maar 茅茅n ding betekenen: dat er steeds meer zwerfvuilruimers actief zijn. Want in de zwerfvuil-veroorzakende mens heb ik een stuk minder fiducie..

Wie kakt er nu in emmers en gooit die vervolgens in de berm? Kak dan gewoon in de berm, dat is toch een graadje minder erg misschien. Dan spoelt de regen het op den duur wel weg. Of neem je emmer mee naar huis en maak hem daar leeg en schoon.
De emmer-kakkende-mens, ze bestaat helaas. Wie zijn ze? Wat drijft hen?
De zwangerschapstest was negatief.

Zaterdag 18 september: World Cleanup Day

Zaterdag 18 september is het World Cleanup Day. Natuurlijk doe ik mee, wat dacht je! Dat was ik al lang van plan v贸贸r ik gisteren een foldertje van Gustaaf Klimt in de hand gedrukt kreeg na de yoga les. Gustaaf Klimt is ‘de boulderhal waar klimmen de kunst is en je even helemaal kunt ontsnappen aan de dagelijkse realiteit’. En wat dat met yoga te maken heeft, ontdek ik als ik hun website erbij haal: ‘Bij gustaaf bieden we ook yoga aan. Als klimmer gebruik je namelijk je hele lichaam. En hoe beter je je lichaam leert kennen en gebruiken, hoe beter je klimprestaties. Yoga kan hierbij helpen.’
Anyway, de yogales zat erop en ik besloot me voor de World Cleanup Day aan te sluiten bij deze enthousiaste club zwerfvuilruimers. (Decathlon en Slipstream ‘drone cinematography’ werken ook mee aan deze clubactie, lees ik op de flyer.)

Vanochtend scheen de zon en stapte ik goedgezind op de fiets om een ochtendje te gaan schrijven in de bib in Beerse. D谩t was lang geleden! Zo kwam ik sinds lang nog eens in de Visbeekstraat bij mij om de hoek, en moest daar tot mijn ontsteltenis vaststellen dat het er weer een puinhoop was.

Weetje uit een klein artikeltje in de krant van dinsdag 17 augustus 2021: ‘Meeste afval op stranden komt van 12 merken.’
Dat wist ik al lang. Coca-Cola, Red bull en lege sigarettenpakjes staan in de top 5, had ik al gemerkt in mijn reeds gevorderde zwerfvuilvrijwilligerscarri猫re. (Mooie woordtip voor scrabbelaars trouwens! Geen dank. Ik weet niet eens of het een echt woord is.)
Het artikeltje bevestigt dat: ‘Coca-Cola voert de lijst aan, maar ook AB InBev scoort hoog. Bijna tweederde van de tienduizend stukken afval dat goeddoelorganisatie Surfers Against Sewage met vierduizend vrijwilligers verzamelde, bleek toe te behoren aan twaalf multinationals waaronder Coca-Cola Pepsi en AB InBev. Ook Mondelez International, moederbedrijf van C么te d’Or en Lu staat in de lijst.’

World Cleanup Day? World?? Laten we gewoon maar eens (her)beginnen in eigen buurt. Om de hoek ligt helaas alweer zooi genoeg om een paar uur zoet mee te zijn.
Mijn programma voor de 18e zal dus overvol zijn:
9.45u: verzamelen geblazen aan ‘Gustaaf Klimt’, Koningin Elisabethlei 133 in Turnhout
10u: Start wandeling naar de Stadsboerderij, een opruimactie van ongeveer 2 uur. Materiaal wordt voorzien.
12u: Komen we terug samen bij Gustaaf Klimt, wegen we het verzamelde afval en laten we onze mooiste glimlach zien aan de fotograaf.
15u: Ik gooi er nog een uurtje Visbeekstraat clean-sweepen achteraan… ik hoop op helpende handen uit de buurt! Afspraak om 15 uur aan kruispunt Jokerstraat-Visbeekstraat. Ik voorzie afvalzakken, en heb nog 茅茅n grijpstok in de aanbieding. Al kan je ook zwerfvuil rapen zonder grijpstok, neem in dat geval zeker een paar handschoenen mee.
We zullen de Coca-Cola en Red Bulls van deze wereld weer eens bij de lurven grijpen.
WIE DOET MEE ???

Meet the samurai litter pickers of Japan

Het is heerlijk fietsen langs al die schone paden die ik al opgeruimd heb. Zo heb ik eer van m’n werk en als ik het een beetje bijhoud, kan ik na een avondwandelingetje op de terugweg snel even door de Visbeekstraat gaan bijvoorbeeld waar ik dan nog hooguit een halve zak ophaal terwijl ik daar de eerste keer ruim vijf zakken voor nodig had.
Zo ga ik vandaag nog eens snel door de fiets-O-strade. Opvallend veel Cara pils blikjes vandaag. En natuurlijk de onvermijdelijke Red Bull blikjes.

Laatst las ik in het tijdschrift ‘Zin’ over de zwerfvuilbingo, een kaart die je kan afdrukken en waar je dan alle items kan wegstrepen die je vindt op je opkuistocht. Ik zie op die kaart meteen al iets dat er mist: luiers! Ongelooflijk hoeveel ik die vind.

En er zijn nog creatievere manieren om zwerfvuilrapen leuk te maken. Vriendin Isabelle stuurde me bijvoorbeeld dit filmpje door: zwerfvuil rapen in ware samurai-stijl.
‘Nog een beetje oefenen en jij kan dit ook’, schrijft ze erbij. Hihi, ik zie me al bezig. Ik hou het wel gewoon bij podcasts luisteren, dat is soms al spannend genoeg.

Enfin, het is duidelijk dat mensen meer en meer bekend raken met het fenomeen van zwerfvuil ruimen. Als op een eerdere strooptocht langs de fiets-O-strade mijn vuilzak al halverwege zo vol is dat het te zwaar wordt om te dragen, bel ik aan bij een huis aan de naastgelegen Jef Buyckxstraat en hoef ik amper mijn vraag te stellen. Tuurlijk mag ik de zak daar laten staan, zegt de vriendelijke jongeman die opendoet. ‘Goe bezig’, zegt hij nog als hij ter afscheid zijn duim in de lucht steekt.
En de volle zak die ik bij de poort van de brandweer had gezet (in en rond de Frac valt altijd veel te rapen) blijkt al opgeruimd nog v贸贸r ik ze bij de gemeente kon aanmelden om op te halen.

Wat ik dan weer ongelooflijk smerig vind: de flessen vol urine. Hebben we hier soms een Amazon-filiaal in de buurt? Daar werden de overal opduikende foto’s van met urine gevulde waterflesjes stilaan een symbool voor de hoge werkdruk bij de magazijnen en pakketbezorgers van Amazon. Chauffeurs hadden te maken met zulke strakke schema’s dat een bezoek aan een toilet er simpelweg niet in zat. Ze moesten in hun bus hun behoefte doen. Vandaar die flesjes en de ‘urinerel’ die ervan kwam. (De Morgen, 14 april 2021, ‘Het meedogenloze succes van Amazon: de methode-Jeff Bezos ontmaskerd’)

En zo valt er altijd wel iets te vertellen over zwerfvuil. Al hoop ik toch dat ik er ooit over uitgeschreven raak.
En pas nu bedenk ik: ah ja, het is inderdaad dinsdag. Zo was het ooit begonnen: #TrashTuesday.

(G)een dag zonder zwerfvuil

Als de dag ooit komt dat ik geen spoortje zwerfvuil op mijn pad vind, dan laat ik de G uit de titel vallen. Beloofd. Ik voorspel dat die dag op Sint Juttemis zal vallen.
Maar vandaag leek het – veel sneller dan verwacht – echt een dag zonder zwerfvuil te worden. Er stond zo’n felle wind dat niet alleen mijn oortjes uit mijn oren waaiden (mijn linkeroor is echt onhandig – ik heb nog nooit oortjes gehad die daar echt goed in pasten en bleven zitten), maar dat ik zelfs niks in de zwerfvuilzak gestopt kreeg omdat de zak alle kanten op wapperde en ik de prikstok niet in de opening gemikt kreeg.

Maar wees gerust, mijn wandelingetje leverde toch weer twee volle zakken op. Onder andere trof ik aan: een schoen, een dik stuk touw en een portemonnee. Leeg. Dat heb ik wel gecheckt natuurlijk. Moord? Ooit vind ik een lijk, ik zweer het je.

Nu, vrolijk werd ik er wel van, van dit zwerfvuilrondje. Dat lag niet aan de regen maar aan de mannen in mijn oren: acteur Stefaan Degand en cabaretier Youp van ’t Hek die ge茂nterviewd werden door Friedl Lesage – de levenswijsheden ratelen je langs de oren met de snelheid van een semi-automatisch machinegeweer. De ‘semi’ is omdat Friedl nog altijd haar geweldige vragen moet stellen om de levenswijsheden uit die mannen te puren.

Zo’n pareltje uit de mond van Stefaan Degand op Friedls vraag ‘Wat zou je nog willen in dit leven?’
Degand: ‘Als je niks wilt, dan komen de mooiste dingen. Ik heb geen dromen, geen verlangens. Het is pas als je het niet wilt, dat het komt. Zoals snel fietsen en tegelijkertijd rustig een sigaret roken. Op die hele snelle fiets. Dat vind ik heerlijk.’

En als dat te diep is, dan heb je misschien meer aan de tip van Youp van ’t Hek: ‘Kuieren’ van Toon Hermans. Luister en kuier… wat vaker.

Een dag zonder zwerfvuil

Ik heb een nieuw schrijfdoel nodig. Als ik te weinig schrijf, word ik ongelukkig, en als ik ongelukkig word, schrijf ik te weinig. Het denkwerk over dat nieuwe schrijfdoel resulteerde in de bovenstaande titel. Een dag zonder zwerfvuil dus.
Het idee: tot ik ooit de dag mag beleven dat ik werkelijk geen kruimel zwerfvuil tegenkom op mijn pad elke dag een blogje over zwerfvuil schrijven.
Nu was er inderdaad op mijn zwerfvuiltochtje vandaag weinig te rapen, maar dat komt waarschijnlijk vooral omdat ik vandaag ging wandelen in een gebiedje is dat nog niet massaal ontdekt is door de wandelende en aperitievende medemens. Ik ontdekte het zelf ook pas gisteren voor het eerst.
Weinig zwerfvuil vind je enkel waar er weinig mensen komen. Toch lagen er al de nodige wc papiertjes. Ik zal hier nogmaals mijn gouden tip herhalen: doe een inlegkruisje in je slip! Geen wc papier nodig en je laat geen rommel achter.

In de krant verzuchtte een Gentse boswachter over de heropening van de terrassen: ‘Goed dat sommigen naar hun oude liefde terugkeren, al is het maar om minder toiletpapier te zien liggen in het bos.’
Zelf heb ik ondertussen een zesde zintuig ontwikkeld voor de vindplaatsen van deze ‘buiten-toiletten’. Sommige plaatsen doen echt dienst als openbaar toilet, zoveel toiletpapier vind ik er.

De dag dat er geen kruimel zwerfvuil meer te prikken valt, zal die er ooit komen?
Het goede nieuws: met dit doel voor ogen kan ik nog een leven lang blogjes schrijven. Een waarlijk onuitputtelijke bron van motivatie en inspiratie. Het slechte nieuws: de kans dat het ooit werkelijkheid mag worden is nagenoeg nihil. En dus zal ik een leven lang blogjes moeten schrijven over zwerfvuil. Ik weet niet of ik daarvan moet gaan huilen of lachen.

Zwerfvuil blijft er in ieder geval genoeg. Was de opbrengst van de wandeling van vandaag maar schraal, op de aanlooproutes blijft er genoeg troep rondslingeren.
Zo kwam ik toch weer met twee volle zakken thuis.

Vleugellam

Red Bull blikjes stonden altijd al in de top drie van het zwerfvuil dat ik aantref, maar tegenwoordig vind ik ook de kartonnen verpakkingen daarvan: vier of zes blikjes tegelijk. Mensen snakken in deze tijd blijkbaar met een onstilbare dorst naar de vleugels die het blauwe blikje belooft.
Ik begrijp dat. Ik heb het ook.
De behoefte om onze vleugels uit te slaan wordt nijpend nu we al meer dan een jaar cirkeltjes draaien onder de kerktoren. Vlaanderen is maar een zakdoek groot, en dat laat zich steeds nadrukkelijker voelen.

Nu valt er nog genoeg te ontdekken, maar de wens om vleugels uit te slaan heeft meer te maken met ademruimte dan met aardrijkskunde.
Fysiek reizen was dan misschien verboden (gelukkig mag het nu weer en lonken ook de terrasjes al in de verte, dat maakt de zakdoek toch al iets ruimer) maar vooralsnog kan niemand ons verbieden om te reizen in de fantasie van boeken en films.
In de ongemakkelijke film ‘I’m thinking about ending things’, zegt het hoofdpersonage: ‘That鈥檚 why I like roadtrips so much: it reminds you that the world is bigger than the inside of your own head鈥.
Als ik niet oplet, vertoon ik ook nogal de neiging om verloren te lopen in mijn eigen hoofd. Dan verlang ik ook wel eens naar een paar vleugels om daaruit te ontsnappen.

Maar natuurlijk komen die vleugels nevernooitniet uit een blikje.
Sprookjes bestaan niet en voor vleugels moet je wat d贸en.
Enkele suggesties: doe een goeie daad, maak iemand gelukkig, leer jezelf graag zien, verleg eens een grens, durf jezelf zijn, kweek een robuust en veerkrachtig zelfvertrouwen, verken en ontwikkel je talenten, wees creatief, wees dankbaar, tel je zegeningen, omring je met positieve mensen en loop hard weg van negatieve exemplaren, doe wat je graag doet en wat je voedt in plaats van vult, fiets, wandel, sport, beweeg, mediteer, … er is keuze te over.
Nog twee adviezen speciaal aan de Red Bull-drinkers: stop met Red Bull drinken, het is slecht voor je gezondheid en vleugels zul je er niet van krijgen. En als je het toch niet laten kan: geniet er binnenkort op een terrasje van. Dan hoef ik het blikje tenminste niet op te rapen. (Veel fiducie heb ik daar overigens niet in.)

Tjonge, wat een goeie adviezen allemaal, ik ben goed op dreef. Hoog tijd om ze zelf weer eens ter harte te nemen.
Het wordt tijd voor een roadtrip.

#MakeTurnhoutCleanAgain: vervuilende reclame

Het begon op te vallen. Bij het zwerfvuilrapen in de Zandstraat kwam ik de laatste tijd zo vaak dezelfde geplastificeerde visitekaartjes tegen, dat ik het bij de zoveelste ontmoeting maar eens opraapte om het goed te bekijken. Was het een pizzatent die reclame maakte? Een nieuwe kapper die locaal nieuwe klanten wou werven?
Niets van dat al. Het bleek een autohandelaar actief op zoek naar auto’s om te verhandelen op de import-export markt.
Of de zaak op deze manier vaak beet heeft, weet ik niet. Wat ik wel weet is dat het veel extra zwerfvuil oplevert. Want blijkbaar ergert het de bestuurders van de geviseerde auto’s zo zeer om een ongevraagd visitekaartjes onder hun ruitenwissers aan te treffen, dat ze het vervolgens – ge茂rriteerd danwel achteloos – op straat gooien.
Daar gaat het natgeregend vastplakken en vervolgens is het weer moeilijk los te schrapen van de straatstenen.

De tekst op het kaartje toetert luid: ‘Uw auto interesseert ons!’
Awel mijnheer Maro, uw kaartje interesseert ons niet. Van de rommel die het veroorzaakt, daar worden wij niet blij van.
Vandaar dan ook hierbij mijn vriendelijk verzoek aan Maro Import-Export om met deze vorm van reclame te stoppen.
脫f mij te komen helpen met zwerfvuil rapen. Dat mag ook 馃槣

#MakeTurnhoutCleanAgain

‘Dus je hebt er geen moeite mee om je bezig te houden in de dag,’ stelt de psychologe halverwege ons gesprek vast.
Dat kan je inderdaad als een gunstig neveneffect zien van zwerfvuil ruimen: je bent er nooit klaar mee. In afwachting van weersverbeteringen die me niet langer weerhouden om meerdaagse wandel- en fietstochten te ondernemen, raap ik dus zwerfvuil op mijn wandelingen. En ik had een afspraak gemaakt om plasma te gaan geven. Twee vliegen in 茅茅n klap, want zo had ik mijn wandeldoel te pakken en onderweg lag er genoeg te rapen.
Lekker gehuld in het coconnetje van mijn regenjas, en met oortjes in om ondertussen te luisteren naar fijne podcasts (deze keer Touch茅 met Jaouad Alloul), kreeg ik alle seizoenen over mij heen: eerst zon, dan regen, daarna sneeuw en een toef donder om het af te maken. Maar wat deert het? Met een prima regenjasje ben ik op alles voorbereid, het devies ‘There’s no such thing as bad weather, there’s only bad clothing‘ stevig in mijn twee oren geknoopt.

Met een bijna volle zak zwerfvuil kwam ik alzo bijna een kwartier te laat aan bij het transfusiecentrum, maar mijn plasma wilden ze toch nog graag hebben. Gelukkig.
Een klein uurtje later en 650 milliliter plasma lichter, vervolgde ik mijn tocht. De vuilzak begon nu toch wel erg zwaar te wegen. Dat komt ook omdat de stad tegenwoordig andere zwerfvuilzakken uitdeelt. De zakken die ik de laatste keer opgestuurd kreeg zijn een stuk groter waardoor je ze hoger moet tillen anders slepen ze over de grond. Straks krijg ik er nog een tenniselleboog van. Of een golferselleboog. Of valt mijn elleboog er gewoon af, wie gaat er dan zwerfvuil ruimen?
Nee hoor, er wordt veel zwerfvuil geruimd. Dat merkte ik gisteren toen ik de Zandstraat nog eens onder handen nam. Normaal zit de zak halverwege al zo goed als vol, maar nu geraakte ik er n茅t mee tot het frituurtje bij het station. Daar is een vast dumpplekje voor zwerfvuilzakken in de holte van een dennenboom langs de straat, waar het regelmatig opgehaald wordt door de stadsdiensten. Een stuk makkelijker dan zo’n volle zak helemaal mee naar huis te moeten sleuren.

Mijn man vindt zwerfvuil ruimen een totaal onzinnige actie, omdat je zo enkel de vervuilers beloont door hun troep op te ruimen. Daar ben ik het niet mee eens. Die vervuilers zullen er zeker niet m茅茅r door op straat gaan gooien, hooguit – en hoogstwaarschijnlijk – evenveel, of misschien hopelijk toch n茅t een beetje minder. Als het ergens schoon is, is de drempel om iets achteloos weg te gooien misschien toch net een beetje hoger.
(Meer over de psyche van zwerfvuilveroorzakers in het artikel hieronder uit De Standaard.)
(En om nog even door te gaan op de psyche van de zwerfvuilgooier: ik vond vandaag een crackpijpje. All茅, ik denk dat het een crackpijpje was, want in levende lijve heb ik het nog nooit gezien en in films wordt zoiets nu ook niet heel expliciet getoond. Maar een man die me aansprak over de troep – het weer en zwerfvuil, perfect inwisselbaar als gespreksonderwerp als mensen verlegen zitten om een praatje – beweerde dat hij op diezelfde plek een paar dagen ervoor een hoop spuiten had gevonden…)
Om terug te komen op de zin van zwerfvuil rapen: er is nog zoiets als ‘zien rapen doet rapen’. Want feit is dat er steeds meer zwerfvuilruimers zich melden bij de gemeente om ook aan de slag te gaan.

En benevens een nuttige dagbesteding en een prima wandeldoel is het ook gewoon fijn om door ietwat propere straten te fietsen of te wandelen. Het leverde me vandaag weer 13 194 stappen op. (Voor minder dan 10 000 stappen kom ik mijn bed niet uit.) En mocht de dag hier niet mee gevuld raken, dan is er altijd nog Thomas Manns ‘Toverberg’ (waarin ik langzaam maar zeker vorder: ben nu op pagina 588, nog 370 te gaan, er gloort licht aan het einde van de tunnel).
Of de wachtdienst van vannacht… b猫猫猫h…
Zou een tennisarm helpen om daar onderuit te geraken? 馃槣馃お